WeRead Powered by ReaderPub
Achter de schermen cover

Achter de schermen

Chapter 15: Paoli.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

An impresario recounts decades of behind-the-scenes theatrical life, combining practical accounts of organizing international tours with personal anecdotes about celebrated performers, managers, and dignitaries. The narrative outlines logistical obstacles and financial risks while reflecting on the uneasy balance between artistic judgment and commercial necessity. Portraits of rehearsals, premieres, audience reactions, and professional rivalries appear alongside impressions gathered on foreign tours, offering a mosaic of collaborations, disputes, triumphs, and occasional losses that shaped a career in stage management and promotion.

Eleonora Duse.

Inderdaad, zij was vertrokken.


Gedurende de zeven jaar, dat ik met La Duse rondgetrokken ben, heb ik haar nooit over zaken kunnen spreken. Elken morgen maakte ik bij haar mijn opwachting. We spraken dan over litteratuur, de laatst verschenen romans, de Parijsche "premières", over Shakespeare, kortom over alles, maar nooit over zaken. Zoodra ik dat chapiter aanroerde, stond zij op en sprak:

—Bederf mij mijn dag niet. Als u mij iets daarover te zeggen of te vragen hebt, doe dat dan per brief. Ik zal u terstond antwoorden, wat mij goed dunkt. Wanneer u echter in vriendschap met mij wenscht om te gaan, dan nimmer een woord over zakelijke belangen of diensten. Ik onderscheid in u twee personen, de "homme du monde", waarmee ik met genoegen van gedachten wissel en de "homme d'affaires", waarmee ik ten mijnent niets te doen wil hebben. Onthoud dit goed en reken het u voor gezegd.

Nooit is Mme Duse van dit programma afgeweken en welke belangrijke zaak zich ook mocht voordoen, steeds moest die schriftelijk plaats vinden.

Evenmin heeft La Duse zich met bezoeken of interviews willen inlaten, wanneer zij eenmaal in den schouwburg was. Te Brussel had zij geweigerd aan de uitnoodiging van koningin Louise te voldoen, die haar door mij liet verzoeken in de koninklijke loge te komen, waar zij haar persoonlijk over haar spel wenschte te complimenteeren.

De teleurgestelde vorstin antwoordde mij: "Het zij zoo. U zegt, dat Mme Duse niet kan komen. Brengt u haar dan mijn vereering voor haar buitengewoon talent zelf over en voeg er aan toe, dat zij gerust had kunnen komen: ik eet de artiesten niet op."

In den koninklijken schouwburg te Stuttgart, liet Zijn Majesteit vragen, wanneer hij de groote artieste zijn eerbiedige hulde zou kunnen aanbieden?

—Zeg aan Zijn Majesteit, dat ik zeer gevleid ben over zijn welwillendheid, maar dat ik hem onmogelijk kan ontvangen. In den schouwburg behoor ik mijn kunst toe. Bezoeken van welken aard ook, roepen mij tot de werkelijkheid terug en verbreken de illusie, die ik noodig heb om mijn rollen naar behooren te vertolken. Ik ben ten zeerste verheugd, dat mijn kunst Zijn Majesteit behaagd heeft. Bedank hem hartelijk voor zijn welgemeende gelukwenschen en doe hem tegelijkertijd inzien, dat dit voldoende is.

Ik wachtte er mij wel voor haar antwoord persoonlijk aan den koning te gaan overbrengen en belastte hiermee den baron Van Putlitz, intendant van den koninklijken schouwburg, die 't op zijn beurt aan den hofmaarschalk meedeelde.

In de eerstvolgende pauze kwam de koning, vergezeld van den intendant en zijn generaal-adjudant zelf op het tooneel.

—Meneer, wilt u mij aan Mme Duse voorstellen?

—Sire, tot mijn spijt heb ik reeds aan uw intendant gezegd, dat Mme Duse zeer vermoeid is en onmogelijk in staat is u te ontvangen.

—Wees dan zoo goed mij de deur der loge van uw ster aan te wijzen.

Ik haastte mij dit bevel op te volgen.

De koning klopt aan.

—Wie daar?

—De koning.

—Het spijt me "meneer de koning" niet te kunnen ontvangen, ik kleed me.

—Dat doet er niet toe. Ik zal wachten, tot u gereed zijt.

—Doe dat niet, meneer. Ik heb reeds de directie laten verzoeken Zijn Majesteit mee te deelen, dat ik niet in staat ben bezoek te ontvangen.

—Mevrouw....

—Onnoodig aan te dringen. Ik zal mijn loge niet verlaten, alvorens men mij is komen berichten, dat u vertrokken bent.

Woedend verliet de koning het tooneel. Eenige oogenblikken later sprak Van Putlitz mij aan.

—U zult wel begrepen hebben, meneer Schürmann, dat het "Théâtre-Royal" voortaan voor u niet meer te krijgen is. Uw verzoek zou in geen geval meer toegestaan worden.

Men ziet, dat zoo'n tournée den impresario naast veel succes, niet minder moeilijkheden bracht.


Na voorstellingen te Kopenhagen en Stockholm gegeven te hebben, scheepte La Duse zich naar Noord-Amerika in. Overal hetzelfde succes. In November 1896 treedt zij te Berlijn op in het Neues Théâter, waar de ook bij ons bekende Sigmund Lautenberg de directie voerde. Vandaar gaat de kunstreis naar St. Petersburg. De gemiddelde recette van de veertien voorstellingen bedroeg veertienduizend francs. Te Moskou loopt de glorievolle tournée mis. Hier wordt de tragédienne ongesteld. De sneeuw, het gure klimaat schijnen voor haar zwak gestel niet te deugen. Hoewel er voor haar serie voorstellingen reeds over de honderdtienduizend francs besproken is, moet zij haar optreden telkens weer uitstellen, tot zij plotseling, op raad van haar geneesheer, naar Italië terugkeert en de teleurgestelde impresario genoodzaakt is, het geld terug te geven. Zelfs de zegelkosten, de z.g. stedelijke belasting, krijgt hij niet eens vergoed.

Tot nog toe was La Duse nimmer te Parijs opgetreden, hetgeen toch de droom is van de meeste buitenlandsche artiesten. La Duse had er ook wel ooren naar, alleen zij zag tegen de noodzakelijke reclame en "interviews" op. Ik wist haar evenwel te bepraten; beweerde, dat ze daar geen last van zou hebben en La Duse gaf tenslotte toe, op voorwaarde, dat zij door Sarah Bernhardt uitgenoodigd zou worden en in haar schouwburg zou optreden (in die jaren "La Renaissance"). Niet als concurrente, maar als genoodigde wilde zij voor de Parijzenaars spelen, wat niemand haar kwalijk zou kunnen nemen.

Dit ultimatum bracht mij in groote verlegenheid, doch wie niet waagt, niet wint. Daar ik met Sarah Bernhardt door vroegere "tournées" op goeden voet verkeerde, zocht ik haar op, om haar over het bezoek van La Duse te polsen. Sarah maakte niet de minste bezwaren; zij had juist voor een serie voorstellingen te Brussel afgesloten, haar schouwburg stond dus leeg en zij stelde er een groote eer in, dezen zoolang aan haar Italiaansche kunstzuster af te staan.

Nu deed zich de moeilijkheid voor een stuk uit te kiezen. Annunzio's "Citta morte" was reeds door den auteur aan Sarah verkocht en het ging dus niet aan, deze noviteit in haar schouwburg op te voeren. Men ried haar de bekende "Dame aux Camélias" aan, het publiek was met den inhoud voldoende vertrouwd, het was nog steeds het beste kasstuk, daar Sarah met de rol van Marguérite de grootste lauweren had geoogst. Voor La Duse was de proef gewaagd, hoewel aanlokkelijk. In een vreemde wereldstad, in 'n Parijsch stuk, in den schouwburg van Frankrijk's beroemdste actrice met haar lijfrol op te treden; men kan zoo ongeveer beseffen, wat er bij La Duse moet zijn omgegaan, toen zij dien avond voor het eerst het tooneel betrad.

Het succes was overweldigend... Sarah, die de voorstelling in de zaal had bijgewoond, was zóó verrukt over de uitbeelding van haar groote collega, dat zij haar in haar loge om den hals vloog! En de pers?...

Een artikel van den thans overleden criticus Gustave Larroumet, getiteld: "La Duse et le public parisien" deelt mee:

La Duse had bij deze gelegenheid dezelfde reserve tegenover de pers in acht genomen als zij dat gewoon was te doen. Zij legde noch bezoeken af, noch wilde bezoeken van krantenmenschen ontvangen. De Parijsche koningen der kritiek, die, als sommige tooneelsterren, hun mannelijke en vrouwelijke vereerders en beschermelingen er op na houden, waren door het gedrag van La Duse ten zeerste gebelgd. Het verschil in de ontvangst van het publiek en van de pers was dan ook teekenend, enkele gunstige uitzonderingen natuurlijk niet te na gesproken. Het publiek één en al geestdrift, de verslagen onbillijk en weinig hoffelijk. Sommigen gingen zelfs zóó ver, om met het enthousiasme van de zaal den spot te drijven en noemden de pretentie van La Duse, om zich met de eerste Parijsche actrices gelijk te willen stellen, zelfoverschatting. La Duse trok zich daar echter niet veel van aan, haar reputatie achtte zij door hen niet aangetast. Zij meende, dat de Parijzenaars hun artistieke voorlichters genoeg kenden, om te weten wat zij ervan gelooven moesten, nu de pers niet op haar hand was.

Victorien Sardou kwam spoedig daarop La Duse verzoeken, haar medewerking te willen verleenen aan een gala-voorstelling, ten bate van het op te richten standbeeld van Alex. Dumas fils. Zij stemde terstond toe, niet alleen uit bewondering voor den grooten meester doch ook uit dankbaarheid voor het Parijsche publiek, dat haar zoo allercharmantst ontvangen had. Er werd tusschen hen overeengekomen, om het vierde bedrijf van "Marguérite Gautier" te geven. Toen Sarah Bernhardt dit evenwel hoorde, maakte zij bezwaar, die eer kwam haar toe, en La Duse was zoo verstandig, dit in te zien. Zij zag, hoewel 't haar natuurlijk ontzettend speet, dan maar liever van haar voornemen af en schonk het comité een duizend francs. Ik dacht er anders over. Ik wist mijn ster te overreden, in een ander stuk van Dumas op te treden en noemde "La Moglie di Claude". Nu had dit drama te Parijs nooit veel opgang gemaakt en bij een reprise van "La Femme de Claude" zelfs échec geleden. La Duse was dan ook bezorgd, of zij haar uitbeelding van Césarine voor het Parijsche publiek aannemelijk zou weten te maken. Ik hield voet bij stuk en liet het tweede bedrijf in de "Figaro" aankondigen. De opvoering had plaats, het pleit werd gewonnen, een daverend applaus viel La Duse te beurt en het standbeeld van Dumas fils was verzekerd. De opbrengst van dien kunstavond beliep niet minder dan 31,488 francs.

Na haar succes te Parijs werd de groote actrice in haar eigen land natuurlijk op de handen gedragen. In Triëst, Milaan, Turijn, Genua, Napels, Rome en Florence geeft zij series voorstellingen, die alle 't maximum opbrengen. In deze laatste stad krijg ik een brief van Suzanne Reichemberg, de "doyenne" van de Comédie Française, om La Duse uit te noodigen, aan haar afscheidsvoorstelling te willen medewerken. La Duse neemt dit verzoek met geestdrift aan en besluit het laatste bedrijf van "Adrienne Lecouvreur" te spelen.

Daar dit uitstapje naar Parijs midden in haar tournée de reisroute dreigt in de war te sturen, neemt La Duse op zich, de kosten voor haar en haar gezelschap zelf te dragen, zoozeer stelt zij op prijs in het "Huis van Molière" op te kunnen treden. Den 7en Maart 1898 had deze gebeurtenis plaats met een recette van frs. 44,502, nog grooter dus dan de kunstavond voor Dumas. Na afloop der voorstelling kwam president Félix Faure op het tooneel de Italiaansche gast complimenteeren.

Van Parijs vertrekt het gezelschap wederom naar Monte-Carlo en vandaar naar Cannes, waar koning Edward VII verblijf hield. De "Prince de Galles" was een bekend tooneelvriend, geen wonder dus, dat hij niet één der voorstellingen van La Duse oversloeg. Over Marseille en Bordeaux gaat de tournée naar Portugal. 12 April debuteert zij in den Amelia-schouwburg te Lissabon met de "Dame aux Camélias". Hier worden een negental opvoeringen gegeven, waarvan de gemiddelde recette 15,400 francs oplevert. De vicomte San Luiz de Braga, eigenaar van den schouwburg, is in de wolken over deze artistieke gebeurtenis. Zulk een unaniem succes heeft zijn theater nog nooit meegemaakt. Hij besluit dan ook door een duurzame herinnering dit feit te vereeuwigen. Op een marmeren plaat laat hij met gouden letters de data van La Duse's optreden griffen en noodigt hierbij uit al wat Portugal aan artiesten en letterkundigen bezit. Koningin Amelie, die alle voorstellingen met groote ingenomenheid had bijgewoond, liet zich eveneens vertegenwoordigen en wonder boven wonder, La Duse is bij het plaatsen der plaat zelf aanwezig en neemt glimlachend de gelukwenschen van den vicomte-directeur en der vele aanwezigen in ontvangst.

Van Lissabon trok zij als eindpunt harer tournée naar Oporto, waar een echt Zuidelijke ovatie haar tebeurt valt met een opbrengst der twee voorstellingen van niet minder dan 27,200 francs. Zij besloot nu een welverdiende rust te Florence te gaan nemen, na ongeveer een millioen francs verdiend te hebben.


André Antoine.

Gedurende mijn gansche impresariaat heb ik nimmer een artiest leeren kennen, die meer in zijn kunst opging, vasthoudender zijn weg vervolgde en eigenzinniger was dan André Antoine.

Uit eerbied voor zijn pogen heb ik vanaf de oprichting van zijn "Théâtre Libre" jaren lang zijn artistieke carrière gevolgd en me steeds de grootste opofferingen getroost om hem in staat te stellen zijn eerzuchtige plannen, zijn belangrijke hervormingen ten uitvoer brengen.

Buiten mijn oprechte bewondering, gevoel ik nog steeds voor dit "groote kind", zoo vol idealen, een warme sympathie, want men mòet van hem houden ondanks zijn gebreken, men kàn hem geen kwaad hart toedragen.

Onvermoeid, door niets van zijn ideeën af te brengen, herrijst hij telkens als een phenix uit zijn asch. Tegenspoed schijnt op hem geen vat te hebben. Tien jaar lang heb ik met hem saamgewerkt, vanaf den tijd dat hij als baanbreker der Fransche tooneelspeelkunst, zich vrijmaakte van de ingewortelde traditie, tot aan zijn officieele erkenning van één der eerste Parijsche tooneel leiders.

23 Maart 1892 begonnen wij onze eerste tournée in het Grand-Théâtre te Luik. Waar wij ook optraden, was het publiek op onze hand. De naam van "Théâtre Libre" heeft in het buitenland niemand afgeschrikt. Te Amsterdam, waar wij daarna speelden, was de zaal van het Grand-Théâtre uitverkocht. Onder de twaalfhonderd personen bevonden zich echter maar drie dames. De heeren Van Lier, directeuren van dien schouwburg, verbaasden zich hierover en waren niet weinig verontwaardigd. Het publiek meende zeker een pornografisch schouwspel uit dat verdorven Parijs te wachten te zijn, waarbij de tegenwoordigheid van het zwakke geslacht nu eenmaal niet zou passen. Toch hadden we tijdig den naam van het stuk en van den schrijver geannonceerd: "Blanchette" van Brieux.

Bij het eerste bedrijf bleef de zaal tamelijk koel, men verbaasde zich over den inhoud, bij het tweede hadden wij echter gewonnen spel. Nu men geen onbehoorlijk gegeven te zien kreeg, waarop de meesten gerekend hadden, zonder het waarschijnlijk te willen bekennen, boeide weldra de ernstige uiteenzetting van het drama, dat overigens door Antoine en de zijnen meesterlijk gespeeld werd. Den volgenden avond werd "L'Ecole des Veufs" opgevoerd, een satyriek tooneelspel van Georges Ancey, dat niet minder insloeg. Onze grootste triumf werd behaald met "La Dupe", van den zelfden auteur, die terecht één der meest gevierde schrijvers van het "Théâtre Libre" is geweest. De scène, waarin Antoine zijn vrouw een paar oorvijgen uitdeelt, sloeg wel 't meest in. Antoine verwonderde zich hierover en zei me:

"Het schijnt hier in 't Noorden gewoonte te zijn, een lastige vrouw hardhandig haar ongelijk aan het verstand te brengen. In Parijs hebben wij deze scène nooit kunnen spelen dan onder luid protest."

Het vervolg van onze tournée stelde hem echter in 't ongelijk. Overal, zoowel in Zuid- als Midden-Frankrijk, Zwitserland en Italië hadden we met dit tooneel een even groot succés als in Holland, Duitschland en Oostenrijk.

Te Marseille gaven we "Seul", een stuk in drie bedrijven, van Guinon. In het tweede bedrijf komt een kind voor, dat ter gelegenheid van den jaardag van zijn grootvader een fabel moet opzeggen. Om overal een kind van zes à acht jaar met den troep mee te nemen, ging natuurlijk niet aan. Ik had dus aan alle schouwburgdirecties, waar wij dit stuk hoopten op te voeren, vooruit geschreven om een kind ter plaatse de fabel "Les deux Pigeons" van La-fontaine te laten instudeeren. Tot nog toe was dit overal goed gegaan.

Te Marseille toont men ons vóór het scherm opgaat een allerliefst kereltje.

—Ken je de fabel van buiten, vraagt Antoine hem.

—Ja, meneer.

—Goed zoo. Ga dan maar in den foyer zoolang wat spelen tot het je beurt is, dan laat ik je wel halen.

Het tweede bedrijf is begonnen, het kind komt op en begint.

—Ach, pécaïre!

Nog nooit had men in de omgeving der Canebière zoo'n echt Marseillaansch accent op de planken gehoord. Bij de eerste woorden begint men in de fauteuils te lachen, weldra brult de geheele zaal.

"Deux pigeons s'aimaient d'amour tendre.... Antoine omhelst het kind en zegt:

—Genoeg, ik ben tevreden.

De knaap kijkt zijn grootvader verbaasd aan en begint opnieuw:

"Deux pigeons...."

Antoine hem snel in de rede vallend.

—Het was mooi, houd nu maar op.

Het kind is daarover zeer ontstemd en gaat bedaard voort. De zaal giert het uit.

Dat is te erg!

Antoine ten einde raad, knijpt hem in de arm en fluistert:

—Als je nu niet gauw je mond houdt, kwajongen!

—Nee, ik hou m'n mond niet, pruilt de kleine. Ik heb de fabel geleerd, ik zal haar ook opzeggen.

Er viel niets aan te doen! De fabel werd nogmaals tot het eind voorgedragen tot groot vermaak van het publiek, tot ergernis van grootvader Antoine.


In de maand Maart 1904 keerden wij naar Marseille terug om daar een zestal voorstellingen in het "Théâtre des Variétés" te geven. Evenals twee jaren te voren is alles vooruit besproken.

Nadat wij ons répertoire met "La Fille Elise" en "Boubourouche" vermeerderd en daarvoor Lérand, die nu al jaren een eerste plaats aan den "Vaudeville"-schouwburg inneemt—geëngageerd hadden, begaven wij ons naar Brussel om vandaar uit een nieuwe tournée te beginnen.

Den dag voor ons vertrek was de arme Jeanne Dulac, die bij een petroleumlamp haar handschoenen gewasschen had, te dicht bij 't vuur gekomen. De benzine had vlam gevat en zij bracht het er nauwelijks levend af. Vreeselijke brandwonden bedekten haar lichaam. Zij moest maanden lang te bed blijven.

Het was bij twaalven, toen wij 't ongeval vernamen en wij moesten den volgenden dag om zeven uur verder. Terstond werden maatregelen genomen, haar plaats door een ander te doen innemen. Het gelukte ons Eugénie Nau, zij, die de rol van "La Fille Elise" gecreëerd had, te bewegen haar ongelukkige kameraad bij deze tournée te vervangen.

Van de tien verschillende stukken, die wij te spelen hadden, kende zij slechts die ééne rol. Gedurende de geheele reis moesten wij dus overal repeteeren, zonder oponthoud. Zoodra wij ons in een trein geïnstalleerd hadden, begon men in één der wagons met Mlle Nau de rollen door te nemen. Bij elke halte zocht Gémier, die toen regisseur bij den troep was, van wagen tot wagen de artisten bijeen, die de "wachten" hadden te geven en zoo wisselden zij elkaar af. Overal werd dus vlijtig gestudeerd, in hotels, in wachtkamers, in de tusschenbedrijven, in den foyer en 's avonds na de voorstelling. Geen minuut rust tijdens de twee weken, die wij in Holland doorbrachten. De tien stukken werden dan ook gekend. Antoine en zijn artisten konden met welgevallen op hun reuzenarbeid terugzien, maar aangenaam reizen was het nu direct niet.


Van Konstantinopel naar Italië overstekend, werden wij te Milaan door de eerste auteurs en artisten verwelkomd. Annunzio, Bracco, Traversi, Duse, Zacconi, Novelli woonden verschillende voorstellingen bij en beloonden ons met applaus. Natuurlijk dachten we te Rome prachtige zaken te maken. Helaas, het mocht niet zijn!

Den eersten avond is de zaal van den schouwburg "Valle" door een élite-publiek bezet. We geven "Blanchette", het bekende succèsstuk.

Het eerste bedrijf wordt koel ontvangen. Geen nood, dit waren wij reeds van andere steden gewoon. In het tweede komt echter geen hand op elkaar, in het derde is de zaal reeds over de helft leeggeloopen.

We informeeren terstond naar de reden van dit gebrek aan belangstelling.

Een misverstand! Men was in de meening Parijsche toiletten te zien te krijgen en ons stuk speelde in een boerenmilieu. Om bij het publiek te Rome succès te hebben, hadden wij de medewerking van Paquin of Redfern noodig gehad.

Hoewel ik hierna geen tournée met Antoine meer ondernomen heb, kan de oprichter van het "Théâtre Libre" over onze samenwerking tevreden zijn. Onze voorstellingen in het buitenland hadden te samen, na aftrek der onkosten, het aanzienlijk bedrag van 314,500 francs opgeleverd, een som, die Antoine in staat stelde zijn voor het moderne tooneel zoo interessanten strijd met nieuwe kracht voort te zetten.


BEROEMDE TENORS.

Gayarré.

De Spaansche tenor Gayarré heeft met Angelo Massini de zelfde populariteit gekend, die thans Caruso te beurt valt.

Volleerd zanger en bovendien een groot artiest, schuilde er in zijn stem iets, dat de ziel roerde, niettegenstaande hij soms door den neus zong. Hij was de afgod van het publiek in zijn geboorteland, doch heeft ook in de Groote Opera te Parijs en in andere steden van Europa en Amerika triumfen gevierd. Hij verdiende geregeld 5000 francs per voorstelling, bij welk bedrag nog de talrijke kostbare geschenken gevoegd kunnen worden, die hem overal werden aangeboden.

Door mij geëngageerd om tegelijk met Adelina Patti in "Traviata", "De Barbier uit Sevilla" en "Lucie di Lammermoor" op te treden, evenaardde zijn succes vaak het hare, hetgeen heel wat zeggen wil, als men nagaat dat deze onvergelijkelijke nachtegaal een kwart eeuw lang door alle muziekliefhebbers op de handen is gedragen.

Daar wij vier voorstellingen te Barcelona hadden te geven, waren wij in het hotel "Les Quatre Saisons" op de Rambla del Cantra afgestapt. 's Morgens aan ons ontbijt zien wij, dat twee bejaarde mannen zich vlak voor ons open venster posteeren, op wier gezicht hun nijpend gebrek te lezen stond. Terwijl de één met bevende hand de vioolsnaren bestreek, zong de ander met schor geluid de cavatine uit "Faust", doch hoezeer zijn stem ook geleden had, men kon zijn zangtechniek wel degelijk nog onderscheiden. Niemand lette echter op hen en geen enkel geldstuk werd hun gegeven. Toen Gayarré dat zag, trok hij zich hun lot terstond aan. Wie weet wat deze achteruitgegane artiesten al doorgemaakt hebben, zei hij tot mij. Misschien hebben zij van morgen niet eens gegeten. Laten wij hun een gelukkigen dag bezorgen.

—Goed, laten we hun elk een louis geven.

—In orde, doch we moeten met wat anders beginnen.

—Wat bedoel je?

—Ik zal in hun plaats gaan zingen en jij moet met je hoed rondgaan. Ik ben zeker dat we heel wat zullen ophalen.

—Dat meen je toch niet?

—Wis en zeker en wel terstond. Iedereen kent me hier en nog nimmer heeft het publiek me voor zoo'n geringen prijs hooren zingen. Kom mee.

Of ik wilde of niet ik moest hem wel volgen. Bovendien we deden er een goede daad mee.

Gayarré naderde den vioolspeler, vroeg naar zijn repertoire en de plaats van den ouden zanger innemend, begon hij lustig de groote aria van "Traviata" te zingen. In minder dan geen tijd stroomde het publiek toe en omringde ons groepje, terwijl men van alle kanten riep: "Gayarré, hij is het!" ... "Het is Gayarré!" ...

Toen hij zijn lied ten einde had gezongen, ging ik met mijn hoed rond. Zilver en koperstukken vielen er bij hoopjes in, zelfs hier en daar een goudstukje. Bij natellen hadden we over de 874 francs opgehaald, die wij den overgelukkigen oudjes ter hand stelden.

—Welnu, Schürmann, sprak Gayarré, toen wij weer aan de ontbijttafel zaten, ben je tevreden over de recette? Wat mij betreft, van mijn leven heb ik nog nooit met zoo'n genoegen een lied gezongen.


Tamagno.

Een machtig geluid, één der krachtigste tenorstemmen, die ik ooit gehoord heb. Weinig of geen bekoring, maar stembanden zoo forsch en lenig, dat zijn borstnoten veel van kanonschoten hadden. Middelmatig tooneelspeler, zonder distinctie, dankt Tamagno zijn groote reputatie en zijn hooge "cachets" hoofdzakelijk aan zijn krachtige longen. Zijn "Mozes" (Rossini) en "Othello" (Verdi) zijn in dit opzicht dan ook onvergelijkelijke creaties.

Zelden heeft een artiest, die zulke reuzenbedragen verdiende een meer eigenaardige zuinigheid aan den dag gelegd. In zijn koffers, waarvan het vervoer op rekening van den impresario stond, sleepte hij een petroleumstel mee, waarop hij zelf zijn eten kookte, dat hij elken dag bij landgenooten en als die niet te vinden waren op de markt ging koopen.

Wanneer hij bij Italiaansche leveranciers terecht kon, sloeg hij steeds een groote voorraad in, dat hij dan grootendeels met vrijkaartjes bekostigde, waardoor hij nog enkele francs uitspaarde. Aan hôtel-eten had hij een broertje dood, zeker met het oog op de talrijke kellners en de verplichte fooitjes.

Een tweede eigenaardigheid was het opsparen van kaarsen, waarvan hij koffers vol had. Het contract van Tamagno gaf hem recht op twee en dertig kaarsen per week ter verlichting van zijn loge. Daar de meeste kleedkamers van gaslicht voorzien waren, had hij langzamerhand een verzameling kaarsen gekregen, groot genoeg om er een winkel mee op te zetten.


Bij de buitengewone voorstelling in den Renaissance-schouwburg te Parijs, waarvan de opbrengst moest dienen tot het oprichten van een standbeeld voor Alexander Dumas fils, had Tamagno zich op mijn aandringen bereid verklaard aan het slot van het rijke programma eenige liederen ten beste te geven.

Tamagno was reeds vroeg in de schouwburg aanwezig en wachtte kalmpjes in den kleinen artiesten-foyer zijn beurt af. Het was er snikheet en de voorstelling duurde verbazend lang.

—Waarde Schürmann, ik zit me hier niet weinig te vervelen.

—Waarom gaat u het tweede bedrijf van "La Femme de Claude" niet zien?

—Dank je wel, tooneel interesseert me weinig, maar ik heb een idee. Kan je me misschien aan een paar klompen helpen?

Ik keek vreemd op, doch daar hij bleef aandringen, verzocht ik één der employés in de requisietenkamer naar een paar klompen uit te zien. Weldra kwam hij er mee aandragen. Tamagno trekt zijn lakschoenen uit, zoo ook boord vest en jas en begint nu met deze klompen aan in zijn hemdsmouwen eenige boerendansen uit te voeren, zooals dat in Italië op het platte land het gebruik is.

Hij scheen er zelf bijzonder veel plezier in te hebben, want de ééne dans volgde op den anderen en ik moest toegeven, hij deed het alleraardigst. Na verloop van een half uur, toen hij geheel bezweet en buiten adem wou gaan uitrusten, komt de regisseur waarschuwen, dat het zijn beurt is om op te treden.

Hij trekt haastig zijn kleeren en schoenen weer aan, begint zijn aria, doch of hij zich te veel reeds had ingespannen, hij kon maar niet op stem komen en er kwam van zijn nummer zoo goed als niets te recht.

—J'ai chanté comme un "sabot". Men had beter gedaan naar mij te komen zien, toen ik ze zoo even nog aan had.


Ernesto Nicolini.

Franschman van origine heeft Ernest Nicolas na zijn huwelijk met Adelina Patti, zich steeds Ernesto Nicolini laten noemen. Begiftigd met een schoone stem miste hij artistiek gevoel en smaak en was daarbij een beslist tegenstander van moderne muziek, die van de zangers iets meer dan uitsluitend een mooie stem vereischt. Zoo hij dan ook niet de markiezin de Caux op zijn weg ontmoet had, meer bekend onder haar eigen naam: Adelina Patti, welke wereldberoemd werd, zou hij met zijn optreden in "Aida", "Lucie" en "Traviata" nimmer zoo'n opgang gemaakt hebben.

Eenmaal de echtgenoot van "La Patti", trad hij geregeld met haar op en oogstte naast haar de grootste triumphen. Op betreklijk nog jeugdigen leeftijd nam hij afscheid van de planken om zich uitsluitend in te laten met het beheer van de financieele belangen van zijn beroemde echtgenoote. Hij stelde haar repertoire vast, teekende de contracten en wist haar fortuin steeds meer en meer te vergrooten. Zijn afkeer en zijn gering begrip van elke nieuwe richting in de muzikale concepties der groote componisten waren oorzaak, dat La Patti zich nimmer aan het repertoire van Richard Wagner gewaagd heeft.

Als zij dat gewild had zou zij als Eva in de "Meistersinger" of als Senta in de "Fliegende Hollander" beslist furore gemaakt hebben, doch hij oordeelde dat haar Rosina, Violetta en Lucie genoeg opbrachten, en wilde van geen enkele nieuwe creatie weten.

In 1885 heeft hij nog éénmaal meegezongen en wel bij de reeds meer besproken tournée van La Patti in Spanje. De vier voorstellingen, die wij te Barcelona zouden geven, had onder de Catalonische bevolking zoozeer de belangstelling gaande gemaakt, dat er reeds vooruit voor 20.000 francs besproken was.

Als eerste voorstelling ging "Traviata" met La Patti als Violetta en Stagno als Alfredo. Daar kort te voren deze partij nog door Gayarré, den beroemden Spaanschen tenor hier gezongen was, gaf Stagno plotseling voor, niet bij stem te zijn en weigerde op te treden. Daar hij den volgenden dag wel goed bij stem was in den "Barbier", in welke rol hij de concurrentie van Gayarré niet vreesde, was dit voorgeven van heeschheid maar een uitvlucht om zich niet aan een vergelijking met Gayarré bloot te stellen.

Stagno hield voet bij stuk en ik was door zijn weigering in groote moeilijkheid geraakt. Ten einde raad besloot ik Nicolini te polsen, of hij voor een enkele maal zijn oude rol van Alfredo nog eens zou willen opnemen om mij uit de verlegenheid te helpen en ik deed dit verzoek gepaard gaan met de aanbieding van een zeer kostbare diamanten dasspeld. Hoewel Nicolini in geen acht jaar meer gezongen had, scheen dit geschenk toch den doorslag te geven. Nicolini verklaarde zich bereid en ik haastte mij over de affiches de volgende aankondiging te laten plakken.

"M. Stagno weigert als Alfredo op te treden. M. Nicolini zal hem in deze rol vervangen. Zij, wien deze mutatie niet aanstaat, zijn gerechtigd hun entreegeld aan de kas terug te halen."

Eenige duizenden francs werden teruggegeven, doch de billetten werden terstond door anderen gekocht, zoodat de zaal overvol was, toen het gordijn opging.

Bij het verschijnen van La Patti klinkt plotseling een helsch gefluit en geschreeuw, en als Nicolini ook zijn mond open doet, verdubbelt het lawaai nog in omvang. Men laat het scherm weer zakken. Maar zoodra men het ophaalt, begint het kabaal opnieuw.

Ik laat wederom "halen" en verschijn nu zelf voor het voetlicht: "Dames en Heeren. Er moet hier een vooruit georganiseerd kabaal achter schuilen, want Mme Patti is van haar leven nog nooit uitgefloten geworden en de rolverandering van den tenor werd vooruit aangekondigd. Ik verzoek u dus beleefd doch dringend mijn artiesten verder ongemoeid te laten."

Dit scheen te helpen, want de voorstelling kon nu zoo goed en zoo kwaad als het ging haar verloop hebben.

Het bewijs dat deze herrie door Stagno zelf aangericht was, werd mij duidelijk, toen ik vernam, dat de teruggegeven billetten door zijn vrienden en handlangers waren opgekocht en hij zich de luxe had willen permitteeren om Nicolini te laten uitfluiten en met hem natuurlijk tevens La Patti.

Deze laatste was niet weinig verstoord, hetgeen zich begrijpen laat. Voor de eerste maal in haar leven door haar eigen landgenooten uitgefloten! Op staanden voet wilde zij uit Barcelona vertrekken.

Om deze schade en schande te voorkomen, verzon ik de volgende list.

Ik had in Barcelona kennis gemaakt met den zoon van een invloedrijk bankier M. Coll y Rataflutis. Hem zocht ik na afloop der voorstelling terstond op.

—U hebt hier vele relaties, niet waar?

—Natuurlijk. Vader staat met de deftigste families hier ter stede in betrekking. Maar waarom vraagt u me dat?

—Bezit u misschien ook hun naamkaartjes?

—Wel mogelijk, ik zal eens nazien.

Een kwartier later zat M. Coll y Rataflutis met nog een vriend, mijn secretaris en mijn eigen persoontje de naamkaartjes met volgende staaltjes van geestdriftig huldebetoon en verontwaardiging te onderteekenen.

Zangvogeltje, verlaat ons niet!... Zijn die ellendelingen doof!... La Patti uitfluiten is God beleedigen!... Men schaamt zich een Spanjaard te zijn!... Hemelsche harp, weerklink nog eenmaal!... Mijn spijt voor het wangedrag mijner landgenooten... enz. enz.

Den tooneelknecht, behoorlijk op de hoogte gebracht werd opgedragen deze naamkaartjes, waarop de "haute fleur" van Barcelona gedrukt stond, telkens bij pakjes van tien bij La Patti aan huis te bezorgen.

Toen ik 's middags bij haar mijn opwachting maakte, sprong zij me om den hals en riep uit: Ik blijf! O, als je eens wist hoe galant die Spanjaarden toch kunnen zijn...

Ik kon me met moeite goed houden, doch La Patti merkte gelukkig niets.


Roberto Stagno.

De lieveling van het publiek. Een tenor, die nimmer minder dan drie duizend francs per optreden ontvangen heeft en in Europa en in Amerika zelfs tien duizend francs verdiende. Waarom? Dit heb ik mij steeds vergeefs afgevraagd.

Zijn stem had niet de geringste bekoring en kon moeilijk fraai gevonden worden, doch hij bezat een knap voorkomen en was bovendien een kranig acteur, die door zijn figuur en zijn elegante manieren vooral bij de dames in de gunst stond. In ieder geval was hij een uitstekend leermeester en aan zijn zangonderricht heeft de thans zoo beroemde operazangeres Gemma Bellincioni veel te danken.

Wat de oorzaak van Stagno's succes ook moge zijn, een impresario heeft rekening te houden met den smaak van het publiek. Vandaar dat ik ook Stagno voor mijn tournée door Spanje geëngageerd had.

Ik heb reeds meegedeeld om welke reden hij te Barcelona in Traviata weigerde op te treden en hoe hij de billetten had laten opkoopen om Nicolini uit te fluiten. Om zijn vrienden te overtuigen, dat hij niet uit jaloezie zoo handelde, maar om Nicolini zijn hebzucht betaald te zetten, had hij handig rondgestrooid, dat ik hem zijn rol had afgenomen op aandringen van het echtpaar Patti-Nicolini.

Zijn vrienden woedend dat La Patti hun van hun geliefden tenor had beroofd, alleen om haar echtgenoot enkele billetten van duizend francs in handen te spelen, hadden zich gewillig voor Stagno's plan geleend.

Toch zou onze tenor niet lang plezier van zijn bedrog hebben, Adelina Patti door de toegezonden protesten der Barcelonasche aristocratie weer met het publiek verzoend, had bovendien vernomen, dat Stagno de schuld van alles was. Zij nam zich voor hem dit gevoelig betaald te zetten.

Bij de opvoering van den "Barbier" gelastte zij mij voor haar rekening 2000 francs plaatsen te nemen en die rond te deelen, op voorwaarde, dat de bezitter van zoo'n entréebewijs Stagno bij zijn verschijnen zou uitfluiten.

Eerst wilde ik mij er niet toe leenen, doch daar ik met Stagno toch niet al te best overweg kon en mij er meer aan gelegen lag La Patti tot vriend te houden, voerde ik haar verlangen stipt uit en ik behoef er nauwelijks aan toe te voegen, dat Stagno leelijk op zijn neus keek, toen hem hetzelfde lot trof, waar hij twee avonden te voren Patti-Nicolini op vergast had.

Dit is echter de eerste en laatste keer in mijn leven geweest dat ik een artiest, die ik handen vol goud moest betalen, zelf liet uitfluiten.

Doch, zooals u ziet, in de tooneelwereld komen de ongelooflijkste avonturen voor en is het onmogelijke, mogelijk.


Angelo Massini.

Eén van de grootste tenoren der wereld, wiens naam in vollen glans schitterde ten tijde der "vogue" van Adelina Patti, en die tot 1908 voornamelijk in Rusland de grootste successen heeft gekend. Zijn warm vibreerende stem, waarmee hij alles kon uitdrukken, wist de gevoeligste snaren bij den toehoorder aan het trillen te brengen. Bovendien was hij een goed acteur en daarbij een verwoed rooker van havanna sigaren. Tusschen elk bedrijf stak hij er één aan en toch had dit nooit invloed op zijn stem.

Te Lissabon in het San Carlo theater hadden in 1885 de reeds vaak besproken modelvoorstellingen met La Patti plaats, o.a. Rossini's "Barbier".

Tijdens het eerste bedrijf gebeurde er iets, dat het publiek nooit te weten is gekomen, doch voor de ingewijden het bewijs was, hoe een groot artieste, in haar reputatie als vrouw van de wereld vlekkeloos, in haar naijver op het succès van anderen er toe gedreven kan worden zich op een lafhartige en kleinzielige wijze te wreken.

Ik spreek hier niet over de plaats op de programma's, de zoo vaak aangeroerde kwestie van de "vedette", waarbij de ééne naam "vet gedrukt" den anderen als 't ware van 't papier wil dringen,—een waarlijk groot artiest stoort zich hieraan niet—doch over het met opzet iemands succès benadeelen.

Wie "De Barbier" gezien heeft, herinnert zich het tooneel waar Almaviva Rosina zijn serenade brengt, die dan even op 't balcon verschijnt, waar Bartholo haar vandaan haalt om snel het venster te sluiten.

Vanaf het begin der tournée was ik gewoon achter de coulissen het klappen der dichtslaande deuren aan te geven door, juist als de tenor zijn aria geëindigd had, een stok op den grond te laten vallen. Ik wilde dit zelf liever doen dan het aan mijn regisseur toevertrouwen.

Almaviva was één der glansrollen van Massini en juist zijn succès met deze serenade was La Patti een doorn in het oog, wier beurt eerst in het tweede bedrijf kwam.

Op den avond van de eerste voorstelling zocht de beroemde zangeres mij op en voorgevend bij hun eerste optreden te Lissabon een goeden indruk te willen achterlaten, verzocht zij mij haar mijn plaats achter de coulissen af te staan, opdat ik al mijn zorg aan de uitvoering in haar geheel zou kunnen geven. Niets kwaad vermoedend, stond ik haar mijn plaats af en liet haar een stoel brengen, waarop zij het oogenblik kalm kon blijven afwachten.

Massini was dien avond schitterend op dreef, de volle zaal scheen hem te inspireeren en ademloos werd naar zijn serenade geluisterd. Het gewichtige moment is daar. Massini haalt diep adem om zijn hooge "c" er uit te gooien, die als het uitspatten van den vuurpijl dit klinkend notenvuurwerk bekroont. Op hetzelfde oogenblik hoort men echter een ontzettend gekraak en een fellen slag achter de schermen, die het geluid van Massini geheel bedekt. Het scherm valt, het applaus blijft achterwege, als zat de schrik bij het publiek er nog in.

Wat was er gebeurd?

Mme Patti had op 't goede moment haar stoel laten tuimelen en den stok laten neervallen, welk moment voor den armen Massini nu juist niet het goede was.

—Waarlijk, het spijt me. Ik had het liever aan Schürmann moeten overlaten, die is het gewoon. Massini zong zoo verrukkelijk, dat ik mijn eigen ontroering nauwelijks meester was. Ik wilde hem toejuichen, lette niet meer op m'n stoel en liet de stok te vroeg vallen. Hij zingt ook werkelijk te verrukkelijk!

Na deze lofspraak, ging de diva kalm naar haar loge. Massini was woedend en het publiek verwenschte den onhandigen regisseur, die hun extase door dat lawaai was komen verstoren.


Enrico Caruso.

Het tegendeel van Tamagno... Geen groòte stem, maar een bekoorlijke stem. Het prototype van den Italiaanschen tenor, den meester van het "bel canto". Artistiek begaafd weet hij zijn auditorium geheel onder zijn invloed te brengen. Hij voelt wat hij zingt en tusschen hem en het publiek ontstaat van zelf een band, die tegen het einde, waar en in welk land hij ook optreedt, tot het vurigst enthousiasme voert. Hij heeft directeuren en phonografenfabrikanten schatten geld doen verdienen, terwijl hij zelf de duurst betaalde artiest is, die er tot nog toe rondloopt. De Metropolitan Opera Company van New-York heeft hem voor één millioen vast aan zich verbonden. Eén gedeelte der voorstellingen wordt te New-York gegeven, het andere verdeeld over de groote steden van de Vereenigde Staten, gedurende de tournée, die jaarlijks door de M.O.C. gehouden wordt.

De voorstellingen, die dan nog over blijven, worden verdeeld over de groote Europeesche steden. Wanneer Caruso te New-York optreedt, wisselen de ontvangsten algemeen tusschen de 70 à 85 duizend francs. Te Parijs in het "Châtelet" was het gemiddelde 48000 francs. Te Berlijn, Hamburg, Frankfort en Weenen bereiken de recettes ongeveer het zelfde cijfer.

Zijn repertoire bevat in hoofdzaak: Carmen, Faust, Aïda, La Boheme (Puccini), Cavalleria en Paljas. Weinig of geen creaties. Waartoe overigens ook? Het publiek komt niet om de opera, maar om Caruso in zijn romance of bravour-aria te hooren. Als de opera een bedrijf bevat, waarin de beroemde tenor niet meezingt, verlaten de heeren de zaal om in de foyer een sigaar te rooken of voor den schouwburg een luchtje te scheppen, de dames zoeken haar kennissen in de loges op en de stemmen van de overige zangers worden nauwelijks aangehoord. Een lichte ongesteldheid van den grooten Caruso beschouwt men daarginds als een nationale ramp.

Behalve zijn vast inkomen bij de Metropolitan Opera heeft Caruso nog het recht op te treden op particuliere soirées, die hem eveneens een aardig fortuin opleveren.

Gedurende de voorstellingen, die ik in het Broadway Théâter te New-York met het Siciliaansch gezelschap van Mimi Aguglia gaf, sloeg Caruso niet één van de opvoeringen over, tenminste wanneer hij dien avond vrij was. Elken dag kwam hij in het bureau, dat ik in den schouwburg had laten inrichten mij een uurtje gezelschap houden en hield zich dan onledig met het teekenen van caricaturen, waarvan er verscheidene in de Amerikaansche bladen werden opgenomen.

Mijn zoontje vroeg Caruso eens, toen hij weer op bezoek was.

—Is het waar, meneer Caruso wat vader vertelt?

—Wat zegt je vader dan?

—Dat u de mooiste stem hebt van de wereld, en de beste zanger bent, dien hij kent.

—Heb je me dan nog nooit hooren zingen?

—Nee nooit.

—Dan moet je morgen eens naar me komen luisteren. Ik zal je een plaats sturen.

—Dat gaat niet.

—Hoezoo?

—Ik ben eerst acht en ga naar bed als de voorstelling begint.

—En wou je me toch zoo graag hooren zingen?

—Wat graag!..

—Kom dan morgen middag om drie uur in het Waldorf-Astoria hôtel, dan zal ik wat voor je zingen.

Den volgenden dag ging met mij, m'n zoontje zooals afgesproken naar hem toe.

—Jij bent niet geinviteerd, waarde heer. Ik heb het alleen aan je zoontje beloofd. Wil je er bij blijven, kost het je 5000 franc, en nog wel omdat jij het bent.

Ik maakte dat ik weg kwam en ging zoolang de kranten lezen. Mijn zoontje mocht in den leuningstoel plaats nemen en Caruso begon te zingen. Gérard luisterde met volle aandacht. Bij het tweede lied uit "La Tosca" kwamen hem de tranen in de oogen. Hij snelde op den zanger toe, nam zijn hoofd tusschen zijn handen en gaf hem op beide wangen een zoen, terwijl hij uitriep:

—Papa heeft nog niet genoeg gezegd! Het is nog mooier!

Caruso, ontroerd zong toen nog de cavatine uit "Faust" en overhandigde hem een groot portret, waarop hij schreef:

"Aan mijn vriendje Gérard Schürmann, voor de groote artistieke voldoening die hij mij heeft geschonken."

Toen hij met mijn zoontje beneden kwam, weigerde hij mijn dank in ontvangst te nemen.

—Ik ben je veel meèr dank schuldig, want nog nimmer heeft iemand me zoo'n vreugde bereid als je jongen, toen hij mij in zijn ontroering om den hals vloog. Zijn kussen hadden voor mij meer waarde dan de grootste triumphen.


Toen Caruso in Philadelphia zong, kreeg hij een uitnoodiging tegen een fabelachtig honorarium bij een bekend milliardair te komen zingen. Caruso werd in een fraai-ingerichten salon gebracht, waar zich tot zijn verbazing niemand anders bevond, dan de milliardair en een klein hondje. Voor dit "publiek" ving Caruso aan een zijner schoonste aria's te zingen, maar na de eerste tonen begon het hondje woedend te keffen. De milliardair verhief zich nu van zijn zitplaats en zei: "Ik dank u zeer. Thans kunt u ophouden en heengaan—ik wilde slechts weten of Toby ook janken zou, wanneer u zong....!"


Paoli.

Door Pedro Gailhard, den uitstekenden directeur van de opera, wiens vroegtijdig heengaan door velen nog steeds wordt betreurd, werd Paoli, ontdekt. Hij liet hem debuteeren als Arnold in "Wilhelm Tell" en ik moest toegeven, dat hij een zeer fraaie stem had. Niettegenstaande hij in het duo met Mathilde bleef steken, hetgeen men toeschreef aan zijn zenuwachtigheid van debutant, prees de geheele muzikale pers dezen nieuwen zanger en voorspelde hem een groote toekomst.

In de meening, dat er met deze "fort tenor" eer viel in te leggen, engageerde ik hem terstond voor een tournée door Europa, doch verzuimde verdere inlichtingen te nemen.

De buitenlandsche directies namen de contracten terstond aan en de tournée beloofde een groot en voordeelig succes te worden. Paoli vroeg mij een voorschot van 10.000 francs om zich de noodige kostuums te laten maken, welk bedrag ik hem dan ook terstond uitbetaalde.

Twee weken voor de première, komt de tenor mij opzoeken en vertelt mij dat hij van de vijf rollen, die hij verplicht is te zingen er niet één kent. Hij moet nog minstens een maand den tijd hebben ze met behulp van een zangleeraar in te studeeren.

Wat te doen? Met groote moeite verkreeg ik van de directies uitstel en droeg den heer Alger op hem in den kortst mogelijken tijd de rollen te helpen instudeeren.

Na verloop van een maand ontving ik volgend schrijven, dat mij zeer onaangenaam verraste.

Het spijt mij zeer U te moeten inlichten, dat ik met Paoli niet naar wensch kan slagen. Deze tenor heeft een prachtig geluid, maar niet het minste geheugen. Wat ik hem den eenen dag geleerd heb, is hij den volgenden weer vergeten. Ik geloof niet, dat hij in staat is meer dan één romance of duo te onthouden. Daarom zie ik liever van verdere moeite af.

Een onderhoud met Paoli bevestigt dit schrijven en hij kwam er tenslotte openlijk voor uit mij om den tuin geleid te hebben, toen hij beweerd had vijf verschillende rollen te kennen.

Natuurlijk vroeg ik terstond mijn tien duizend francs terug. Hij bekende ze reeds opgemaakt te hebben.

Per aangeteekenden brief liet ik hem toen weten, dat ik zijn contract inmiddels vernietigd had, omdat hij van zijn kant zijn verplichtingen niet na kon komen.

Als eenig antwoord ontving ik van het "Tribunal de Commerce" een bevelschrift 25000 francs schadevergoeding te betalen wegens contractbreuk. Ik had Paoli zijn rollen maar eerst op proef moeten laten zingen, vóór ik hem engageerde.

Natuurlijk ging ik in appèl en het hof liet aldus de kwestie uitvechten. Het benoemde drie scheidsrechters, zangers van naam en leeraren aan het Conservatoire: Melchissédec, Delmas en Alvarez en gelastte Paoli voor hen het repertoire te zingen, waarop hij zich verbonden had.

Paoli was wel zoo wijs niet te verschijnen en nimmer heb ik hem, noch een centiem van mijn tienduizend francs teruggezien.


Jeanne Granier.

In 1887 had ik een contract afgesloten met het Apollo-theater te Madrid voor een serie voorstellingen met Louise Theo. Haar succes in "Adam en Eva" door haar in den Nouveautés schouwburg te Parijs gecreëerd bleef aanhouden, zoodat de diva in de onmogelijkheid verkeerde Parijs te verlaten. Daar ik de directie te Madrid mijn woord gegeven had op een bepaalden tijd over te komen, was ik genoodzaakt naar een andere ster uit te zien. Tot wie kon ik mij toen beter wenden dan tot Jeanne Granier, de operette diva bij uitnemendheid? Wij werden het terstond eens. Ik zou haar een cachet van 2000 francs per voorstelling uitbetalen voor een minimum van zeven-en-twintig opvoeringen naar keuze uit haar repertoire, hetzij des avonds of "en matinée": "De kleine Hertog", "Giroflé-Girofla", "La Marjolaine", "La Petite Mariée" en "De dochter van Mme Angot". Met haar engageerde ik den bariton Vauthier en Delmas, die weldra triumfen zou vieren in "Carmen" en "Manon" in de "Opera-Comique", den komiek Coutard, de dugazon Mme Caïsso Sablairolles, de duegna Mme Henri, den dirigent Salvator Guerra en een koor van vier en twintig dames en vijftien heeren, in het geheel een gezelschap van ongeveer vijftig personen.

De kosten—het materiaal en de kostuums inbegrepen—kwam mij op 5600 francs per voorstelling te staan, een enorm bedrag, dat mij evenwel niet afschrikte gegeven de schitterende recettes, die ik het vorige jaar in dezelfde steden met Anna Judic en een gewoon comédie-vaudeville gezelschap gemaakt had.

Ik was in de meening een goeden slag te slaan en veel succes te oogsten en vol vertrouwen ondernam ik de reis naar Madrid, waar ik op veler steun rekenen kon.

De recette van den eersten avond bedroeg 7500 francs. Het Hof was aanwezig en dientengevolge de geheele Madridsche aristocratie. Was de voorstelling nu ook maar een succes geweest! De zaal bleef echter ijskoud, niettegenstaande de moeite, die Jeanne Granier als "De kleine Hertog" zich gaf om het publiek te ontdooien.

Den volgenden avond met "La Petite Mariée" hadden wij een groot succes. Toch, wij maakten slechts 2500 francs recette.

In Madrid hangt alles van den eersten avond af. Dan beslist het publiek gedurende de pauze of het toegangsbewijzen in abonnementen zal omruilen of met die eerste voorstelling genoegen neemt, al naar gelang van het succes. Zonder abonnementen is het in Spanje niets gedaan. Een succesvolle première, al zijn de volgende opvoeringen veel minder, brengt geld in kas, omgekeerd kan men de kas gerust sluiten. Dit laatste troffen wij helaas. De zestien opvoeringen maakten gemiddeld hoogstens 2300 francs. Sommige avonden ontving ik niet meer dan 900 francs bruto.

Na Madrid bezochten wij Barcelona, waar we het al niet veel beter troffen. Den 26 Juni was er feest van den schutspatroon der stad en iedereen had mij gezegd, dat ik dien dag met een matinée veel geld zou verdienen. Ik besloot het er op te wagen en Jeanne Granier een extra 2000 francs te geven. Men had de waarheid gesproken. Er werd voor 11300 francs plaatsen genomen, de eerste uitverkochte zaal bij deze "tournée". Niet weinig in mijn schik over dit buitenkansje, was ik bij het openen der loketten naar den schouwburg gegaan. Een piccolo spreekt mij daar aan.

—Usted senor Schürmann?

—Ja, vriend.

—Hier is een brief.

Ik open hem en mijn verwondering kent geen grenzen, toen ik lees: "Reken niet op mijn komst. Er is vanmiddag een schitterend stierengevecht, dat ik beslist wil bijwonen."