WeRead Powered by ReaderPub
Anna Karenina cover

Anna Karenina

Chapter 179: XXXVI.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

The novel interweaves two principal narratives: one traces a married woman's passionate affair and the social, familial, and moral consequences that follow; the other follows a thoughtful man as he seeks purpose, wrestles with questions of work, faith, and the rhythms of rural life. Through detailed scenes of domestic routine and society, the book examines marriage, fidelity, isolation, public reputation versus inner life, and the search for meaning, contrasting urban social pressures with personal conscience and the restorative presence of the natural world.

XXXVI.

Toen Lewin zijn vrouw had verlaten, hernam hij den loop zijner gedachten en, in plaats van in het salon terug te keeren, waaruit de stemmen tot hem doordrongen, bleef hij nog op de ballustrade van het terras leunen.

Het was reeds geheel donker. In het zuiden, waarheen hij zijn blik gericht had, hingen geen wolken; deze waren naar het noorden getrokken. Daar lichtte nog somwijlen een bliksemstraal en werd het verwijderd geluid van den donder gehoord. Lewin luisterde naar het geluid der regendruppen, die van den linden vielen, en staarde naar de hem bekende Cassiopea en den melkweg, die dit sterrebeeld met zijn vertakkingen doorkruiste. Bij ieder lichten van den bliksem verdwenen de sterren, maar verschenen kort daarna weer op dezelfde plaats, alsof een zeker treffende hand ze daarheen geslingerd had.

"Welke bekommering brengt mij in verwarring?" vroeg hij zich zelf, terwijl hij gevoelde, dat de twijfel zich in zijn ziel steeds meer begon op te lossen.

"Ja, de eenige ontwijfelbare openbaring van Gods bestaan zijn de wetten van het goede en het booze; die wetten, die ik erken in het diepst van mijn ziel en die mij vereenigen met allen, die ze erkennen gelijk ik; en deze vereeniging van menschelijke wezens, die het zelfde geloof in de hoofdzaken verbindt, noemt men de Christelijke kerk. En de Israëlieten, de Muzelmannen, de Buddhisten?" dacht hij, terugkomende op een vraagstuk, dat hem kritiek toescheen. "Deze millioenen menschen, zouden zij verstoken zijn van de grootste der weldaden, die alleen aan het leven waarde en beteekenis geeft?" Hij peinsde. "Maar de vraag, die ik mij stel, is die van de verbinding der verschillende godsdiensten met de Godheid? Is het niet de openbaring van God aan het heelal met zijn nevelsterren en planeten, die ik tracht te doorgronden? Is het goed, hardnekkig de koude logica te doen optreden op een oogenblik, dat mij een zekere overtuiging is geschonken, die ontoegankelijk is voor de rede? De slotsommen der sterrekundigen zouden valsch en onnauwkeurig zijn geweest, indien zij niet gegrond geweest waren op één meridiaan, op één horizon, en evenzoo zouden mijn overtuigingen geen redelijken zin hebben, indien ze niet waren verbonden met de openbaring, die mij het Christendom heeft geschonken, en die ik altijd kan toetsen aan de stemmen in mijn binnenste. De betrekkingen der andere godsdiensten met de Godheid zullen altijd voor mij ondoorgrondelijk blijven en ik heb het recht niet ze na te vorschen."

"Ben je nog altijd hier?" vroeg plotseling Kitty's stem. Zij had denzelfden weg naar het salon als hij gekozen. "Er is toch niets dat je hindert?" En zij zag hem bij het sterrelicht opmerkzaam in het gelaat.

Maar zij zou de uitdrukking er van niet hebben kunnen onderscheiden, als niet een nogmaals nawerkend weerlichten haar was te hulp gekomen. Toen zij eene kalme blijmoedigheid in zijn trekken las, lachte zij hem toe.

"Zij begrijpt mij," dacht hij; "zij weet waaraan ik denk. Moet ik het haar zeggen? Ja. ik zeg het haar."

Maar juist toen hij wilde beginnen te spreken, zeide zij: "Hoor, Kostja, doe me het genoegen en ga eens naar de hoekkamer en kijk eens, of alles voor Sergej behoorlijk in orde is gebracht. Ik kan er zelf niet wel heengaan. Zie ook eens, of men er de nieuwe waschtafel in gebracht heeft."

"Best, ik ga er heen," zeide hij en kuste haar.

"Neen, ik moet het haar niet zeggen," dacht hij, toen zij heenging om in het salon terug te keeren. "Het is een geheim, dat slechts mij zelf van nabij betreft, en mijn woorden zouden het haar niet kunnen doen begrijpen. Het is een nieuw gevoel, dat mij niet plotseling veranderd, doorgloeid en in verrukking gebracht heeft zooals ik verwacht had, evenmin als vroeger mijn vaderlijke liefde voor Mitja; ook deze kwam niet plotseling en verrassend. Dit gevoel.—ik kan het geen anderen naam dan het geloof geven, is onder droefheid en smart onmerkbaar in mijn ziel gedrongen en heeft zich daar ingeplant."

"Even als vroeger zal ik waarschijnlijk voortgaan mij te ergeren over Iwan den koetsier, evenzoo zal ik polemiseeren en mijn denkbeelden onjuist uitdrukken; evenals vroeger zal een muur het allerheiligste mijns harten afsluiten voor anderen, zelfs voor mijn vrouw die ik evenals vroeger verantwoordelijk zal maken voor mijne dwalingen, om er daarna weer berouw over te hebben, en evenzoo als tot hiertoe zal ik met mijn verstand niet begrepen waarom ik bid, en ik zal toch bidden—: maar mijn innerlijk leven heeft zijn vrijheid veroverd; het zal niet meer de speelbal zijn der omstandigheden, en mijn geheele leven, elke minuut van mijn bestaan heeft onbetwistbare en diepe beteekenis, die het in mijn macht staat in elk mijner handelingen te leggen: die van het goede."

NOTEN

[1] pud, Russisch gewicht van veertig pond.

[2] Een soort Russisch wittebrood.

[3] Een onder aanhoudende bekruising gebruikelijk gebedsformulier.

[4] Thérèse's, dames der Russische demi-monde.

[5] Uit te spreken Sereoscha, een teedere benaming voor Sergei.

[6] Uitdragersmarkt.

[7] Nummer één is in een Russisch schoolattest het slechtste predicaat.

[8] De boterweek is de tijd voor de groote vasten.

[9] Een soort jachtwagen.

[10] Het haas in het oud gedicht: Reinaert de Vos.

[11] De persoon belast om de moeder te vervangen.

[12] Een mannenklooster, beroemd door zijn zangers.

[13] "Oblomow", een roman van Gouscharow, welks held een beeld is van de gepersonificeerde Russische luiheid en bij wie alle gaven te gronde gaan.

End of Project Gutenberg's Anna Karenina, by Lev Nikolaevica Tolstoi