WeRead Powered by ReaderPub
Beknopte geschiedenis van het vaderland cover

Beknopte geschiedenis van het vaderland

Chapter 38: § 38.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

Het werk biedt een beknopt chronologisch overzicht van het gebied dat nu Nederland heet, begint bij geografische kenmerken, prehistorische bewoning en Romeinse overheersing, en behandelt vervolgens de vroege middeleeuwse vestiging van Germaanse stammen, de ontwikkeling van feodale verhoudingen en de opkomst van regionale graven en hertogen. Het volgt Bourgondische en Habsburgse bestuurlijke perioden, de religieuze en politieke spanningen die tot een opstand en de vorming van een republiek leidden, en beschrijft de republikeinse staatsinrichting, maritieme macht, commerciële expansie via compagnieën en de grote Europese conflicten. De tekst sluit af met de neergang van de Republiek, Franse overheersing en de totstandkoming van een moderne monarchie in de 19de eeuw.

§ 38.

Eindblik op den toestand des lands.

Zoo is dan het plan, in de eerste paragraaf aangekondigd, volvoerd en wederom een beknopte geschiedenis van Nederland te boek gesteld. Nog bestaat dat rijk, aan welks geschiedenis de vorige bladzijden zijn gewijd. Behalve de bijna 31,000 vierkante mijlen met nagenoeg 18,000,000 inwoners, die het in vreemde werelddeelen bezit, beslaat het in Europa een oppervlakte van ruim 600 vierkante mijlen, waarop een bevolking woont van ruim 312 millioen. Ongeveer 23 gedeelte van den grond is bebouwd. Landbouw, veeteelt, handel, fabrieken en vischvangst blijven voortdurend de bronnen van het bestaan der ingezetenen. De haringvangst, ofschoon zij sinds een tiental jaren weder eenigszins begint op te komen, heeft veel geleden door den wedijver van Engelschen en Duitschers, en de walvischvangst is van weinig beteekenis. De handel, dien Nederland drijft, is nog steeds wereld- en binnenlandsche handel. Al is de eerste, in vergelijking met andere landen en van hetgeen hij is geweest, niet meer, wat hij weleer was, nog is hij belangrijk en verdient den naam van wereldhandel. De voorwerpen van dien handel zijn voornamelijk de voortbrengselen van landbouw en veeteelt, benevens de koloniale waren.

Wat de Nederlandsche nijverheid betreft, zij heeft geen ongelukkiger tijdperk gekend, dat het twintigtal jaren, dat verliep tusschen de omwenteling van 1795 en de oprichting van het koninkrijk der Nederlanden. Gedurende het vijftienjarig tijdvak, dat met 1815 aanvangt, begon er wel op nieuw eenig leven te komen in het fabriekwezen van Noord-Nederland; maar de nijverheid van dit deel van het koninkrijk bleef verre, zeer verre ten achteren bij die van het Zuiden. Na de omwenteling van 1830 geraakte de nijverheid in ons vaderland geheel aan ’t kwijnen. Dit kwam, behalve uit den staatkundigen toestand en uit de ophooping der staatsschuld, uit de geringe geneigdheid der fabrikanten voort, om aan den eisch des tijds te voldoen en de stoomkracht op het fabriekwezen toe te passen. Doch allengs is de Nederlandsche nijverheid na de afscheiding der Zuidelijke gewesten weder opgekomen. Daarentegen kwijnt de scheepsbouw. Moge dus, in vergelijking met vroegere eeuwen, Nederlands bloei in den handel niet zijn toegenomen, in ’t stuk der nijverheid is dit stellig het geval. Een andere lichtzijde van den tegenwoordigen toestand ziet men in de staatsschuld, waarvan het bedrag sinds de laatste twintig jaren regelmatig is verminderd.

Dat de letterkunde sinds den val der Republiek (zie blz. 167) een belangrijke schrede voorwaarts heeft gedaan, zal wellicht niet met grond kunnen worden staande gehouden. Toch heeft het zestig- of zeventigjarig tijdvak, sedert verloopen, op meer dan op één beroemden naam te wijzen. Er stonden schrijvers op, die aan de voortbrengselen hunner pen bekendheid of grooten roem verschaften. De namen dier schrijvers heeft de Geschiedenis der letterkunde opgeteekend. Hier kan slechts op een paar van de voornaamsten worden gewezen, in de eerste plaats op Bilderdijk. Op veelzijdiger ontwikkeling, dan Willem Bilderdijk, een Amsterdammer (1756-1831) zichzelf gaf, kunnen weinigen bogen. Wijsbegeerte, oude en nieuwe talen, wis- en natuurkunde, rechtsgeleerdheid, geschiedenis, geneeskunde, godgeleerdheid, niets was hem vreemd. Een vruchtbaarder schrijver heeft Nederland niet aan te wijzen. Het hoogst staat hij als dichter. Alle dichtsoorten beoefende hij, buiten het blijspel, en in alle bracht hij meesterstukken voort. In het heldendicht leverde hij den Ondergang der eerste wereld, een grootsch maar onvoltooid gewrocht; in het leerdicht de ziekte der geleerden; in den lierzang de ode aan Napoleon. Op het gebied der taal schreef hij een Spraakleer. Op het veld van de geschiedenis van ’t Vaderland leverde hij een werk, waarvan de hoofdstrekking een doorloopende bestrijding is van Wagenaar (zie blz. 167). Tot heden toe is het aan dit geschrift niet gelukt, den ouden Wagenaar te verdringen.

In menig vers heeft Bilderdijk de herstelling van Nederlands nationaliteit bezongen. In ’t jaar dier herstelling stierf een andere dichter, wiens naam voorzeker bij geen Nederlander onbekend is, welke op die nationaliteit prijs stelt. Dit is Jan Frederik Helmers, die in zijn Hollandsche natie, een middelsoort tusschen het helden- en het lierdicht, den roem verheerlijkt, door het Nederlandsche volk behaald, zoowel te land als ter zee, op het veld der wetenschappen en op dat der fraaie kunsten.

Een Nederlander, die zijn vaderland lief had, was Helmers. Niet minder deed dit Hendrik Tollens Cz., in 1780 geboren te Rotterdam, overleden te Rijswijk in 1856. Was Cats de eerste Nederlandsche volksdichter geweest, de eerenaam van de tweede te zijn geweest komt Tollens toe. Immers behalve zoo menige andere zang op onderwerpen van Nederlandsche historie, die dit mede bevestigt, getuigt hiervoor het door hem vervaardigde volkslied: „Wien Neêrlands bloed door de adren vloeit” Een groot aantal van ’s dichters verzen zijn gewijd aan den huiselijken haard. De meest bekende zijner gedichten zijn: het tafereel van den vierdaagschen zeeslag, Beilink, het turfschip van Breda, enz. en op het gebied der beschrijvende poëzie: het tafereel van de overwintering der Hollanders op Nova-Zembla.

Van de prozaschrijvers uit de eerste helft dezer eeuw behoort bovenal Jan Hendrik van der Palm te worden aangehaald, hoogleeraar in de Oostersche talen te Leiden. Hij was de eerste prozaschrijver van zijn tijd. Onder zijn geschriften bekleeden de Bijbelvertaling met aanteekeningen, de Bijbel voor de jeugd en de Salomo, een uitbreiding van de spreuken, een eerste plaats. In deze en andere zijner werken vindt men, bij diepte van gedachten, een krachtigen en rijk geschakeerden, doch ook helderen en lossen stijl. Onder al die werken staat geheel op zichzelf het Geschied- en Redekunstig gedenkschrift van Nederlands herstelling, dat heden ten dage meer om den vorm, dan om den inhoud, de aandacht trekt. Van der Palm, die hoogbejaard in 1841 overleed, leefde te midden van een aantal uitstekende mannen op het gebied der letterkunde, als Kinker, Borger, Da Costa.

Zullen de wijsgeerige, de dichterlijke en de taalkundige geschriften van Johannes Kinker zijn naam lang voor de vergetelheid bewaren, alleen de Ode aan den Rijn zal dien van Elīas Annes Borger doen voortleven. Izaäk da Costa is de voortreffelijkste van Bilderdijks leerlingen. Hij streed, als Bilderdijk, voor de rechtzinnige gereformeerde leer. Welk een gloed hij als dichter had, ziet men in zijn Wachter, wat is er van den nacht?, waarin hij de omkeeringen op staatkundig gebied van ’t jaar 1848 voorspelt, in zijn Slag bij Nieuwpoort en andere verzen. In 1860 overleden, was Da Costa een tijdgenoot van Bogaers, de Génestet, van Lennep en Beets, die, waar men van de hedendaagsche Nederlandsche letterkunde gewaagt, in de eerste rijen staan. Als bewijs van het keurige dichttalent van Bogaers wordt, onder meer, doorgaans De tocht van Heemskerk naar Gibraltar aangehaald. De Génestets Leekedichtjes zijn bij jong en oud bekend, evenzeer als de Camera obscura van Hildebrand, d. i. Beets. Van het genoemde viertal is Beets de eenige, die nog leeft. Bogaers werd in 1870, de Génestet in 1861, van Lennep in 1868 door den dood weggerukt. Van Lenneps werken zijn vooral gedichten en romans in proza. De laatste hebben hem gemaakt tot den gevierden schrijver, van wien elk iets heeft gelezen. Voor den beste dier romans houdt men Ferdinand Huyck.

 


TIJDREKENKUNDIG OVERZICHT

DER

BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN HET VADERLAND.

     
§ 1. Nederland in de laatste eeuwen vóór Christus’ geboorte en onder de heerschappij der Romeinen.
  Jaren n. C.
Oorsprong der Zuiderzee 839.
De Dollard ontstaat 1277.
De Biesbosch ontstaat 18 Nov. 1421.
Men begint op het dijkwezen te letten ongev. 900 of 1200.
De Friezen, de Bataven, de Kaninefaten, de Tubanten, de Brukteren geraken onder de heerschappij der Romeinen 100-1 v. C.
Drusus onderwerpt de Friezen.  
Opstand der Friezen.
Corbŭlo beteugelt hen. 47.
Claudius Civīlis stelt zich aan ’t hoofd van den opstand der Bataven 69.
De Friezen, de Kaninefaten en andere stammen verbinden zich met de Bataven.
Claudius Civīlis hernieuwt het verbond met Rome.—Cereālis 70.
 
§ 2. De Franken en de Saksen in Nederland en België.—Deze landen worden een bestanddeel van het Frankische rijk.—De invoering van het leenstelsel en van den Christelijken godsdienst.—De Noormannen.
 
Herhaalde invallen der Franken, n.l. der Saliërs, in de Nederlanden sinds ongev. 300.
Zij vestigen zich hier ongev. 361.
Nederland en België behooren tot Austrasië sedert 511.
De landstreek bij den IJsel is het gebied der Saksen sedert ongev.
400-500.
Grenzen der Friezen.  
De naam der Bataven en die der Kaninefaten verdwijnen sinds 400-500.
Onderwerping der Friezen aan Karel den groote 785.
Willebrord, Wulfran en Winfried of Bonifacius bekeeren of doopen de Friezen.  
Willebrord eerste bisschop onder de Friezen.  
Ontmoeting van Wulfran met Radboud te Hoogwoude 719.
Dood van Bonifacius te Dokkum 5 Juni 755.
Kerkrechtelijke verdeeling dezer landen in den tijd der Franken in bisdommen.—Staatsrechtelijke verdeeling in hertogdommen, graafschappen, schoutambten.—Burgerlijke verdeeling in volken of landen, elk land in gouwen, elke gouw in marken.—De aloude marken.  
Het land bestuurd door drie hertogen en door graven.—Oorspronkelijke beteekenis van ’t woord „graaf”.—Schepenen.—Aan ’t hoofd der schoutambten staan schouten.—De standen der bevolking: vrijen, liten, slaven of lijfeigenen.  
Heriold, Roruk en Hemming laten zich doopen.—Lodewijk de vrome geeft Heriold Dorestad of Duurstede en omstreken, Roruk Kennemerland en Hemming Zeeland 826.
Einde van de heerschappij der Noormannen in deze streken 885.
Verdrag van Verdun.—Lotharĭus I verwerft bijna geheel België en Nederland, Karel de kale Vlaanderen, Artois en een deel van Zeeland 843.
Het aandeel van Lotharĭus I komt aan Duitschland 870 en 879.
 
§ 3. Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien van andere streken van ons land.—De wisselingen in de opperheerschappij dezer landen na het verdrag van Verdun.—Staten, die in het Zuiden en in het Noorden verrijzen.—Aard en uitbreiding der grafelijke macht.
 
De Nederlanden en België zijn een bestanddeel van Lotharingen, en van Neder-Lotharingen sedert 965.
De meeste Nederlanden worden erfelijke leenen, waarschijnlijk ongev. 800-1000.
Meerdere gouwen komen aan één graaf sedert 1000-1100.
Het geheele land verdeeld tusschen den graaf van Gelder, dien van Holland en den bisschop van Utrecht 1100-1200.
In plaats van Neder-Lotharingen ontstaan, voor en na, verschillende zelfstandige staten, als het hertogdom Brabant, het markgraafschap Namen en het graafschap Henegouwen.  
Het bisdom Luik.  
Het graafschap Limburg wordt een hertogdom sedert 1000-1100.
Maastricht voor een gedeelte een bezitting van den bisschop van Luik, voor een ander deel een op zichzelve staande rijksstad.—Karel V scheidt deze stad van het Duitsche rijk af en voegt ze aan Brabant toe.  
Het graafschap Luxemburg wordt een hertogdom 1354.
Antwerpen is een markgraafschap van het Duitsche rijk en wordt door den hertog van Brabant bestuurd 900-1000.
De heerlijkheid Mechelen komt aan Vlaanderen 1357.
Artois en Kroon-Vlaanderen leenen van Duitschland.  
Noordelijk Vlaanderen, Rijks-Vlaanderen, een leen van Duitschland.  
Hendrik II geeft Rijks-Vlaanderen in leen aan Boudewijn IV, graaf van Vlaanderen, die Zeeland bewester Schelde wederom in achterleen geeft aan Dirk III, graaf van Holland 1007.
Karel de eenvoudige geeft aan Dirk I eenige stukken grond 922.
Dirk III sticht een sterkte tusschen de Merwede en de oude Maas.—Hendrik II doet hem tevergeefs den oorlog aan 1018.
De stad Dordrecht.  
De naam „graaf van Holland” komt op.  
De graaf van Holland tevens graaf van Zeeland 1323.
Gelderland bestaat uit de graafschappen Gelder en Zutfen.—Eerste graaf van Gelder en Zutfen hendrik 1138.
Keizer Lodewijk verheft reinoud II of den zwarte tot hertog van Gelderland 1339.
De bisschop van Utrecht door de kanoniken van de vijf kapittelkerken gekozen sedert 1122.
Friesland sedert Karel den groote beheerscht door graven.  
De heerlijkheid Westerwolde.  
Uitbreiding bij trappen der macht van den graaf van Holland.  
De beden.De privilegiën.  
 
§ 4. Holland onder de graven uit het Hollandsche huis.
 
Huis van Holland 922 (1018)-1299.
Dirk I, Dirk II, Arnoud, Dirk III, Dirk IV, Floris I, Dirk V, Floris II, Dirk VI, Floris III, Dirk VII, Willem I, Floris IV, Willem II, Floris V, Jan I.  
Willem II komt tegen de West-Friezen om bij Hoogwoude 1256.
Floris V bedwingt de Kennemerlanders.—Hij onderwerpt de West-Friezen, de Waterlanders en de Drechterlanders 1282 en 1287.
Dirk VI belegert Utrecht.— Herbert—Dirk breekt het beleg op ongev. 1145.
Floris III overlijdt te Antiochië 1190.
Willem, later willem I, vecht mede voor Acre 1191.
Hij neemt Damiate in 1219.
Hij ontruimt het 1221.
De Damiaatjes in de groote of St. Bavo’s kerk te Haarlem sinds 1550.
Dirk VII sterft.—Ada.—Ada door Adelheide uitgehuwd aan Lodewijk, graaf van Loon 1203.
Lodewijk uit Holland verdreven 1204.
Willem I wordt graaf.  
Willem II, de stichter van ’s Gravenhage, tot Roomsch koning benoemd 1247.
Floris V beoorloogt de heeren Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden.  
Gijsbrecht doet afstand van Muiden.  
Herman doet afstand van Woerden.—De beide heeren doen afstand van hun alodiën, die zij als leenen terugkrijgen.  
Eduard I, koning van Engeland, verplaatst den stapel der Engelsche wol van Dordrecht naar Brugge en Mechelen 1295.
Floris V sluit zich bij Philips IV of den schoone aan 1296.
Gerard van Velzen en de overige saamgezworenen dooden Floris V 1296.
Jan.—Wolfert van Borselen aan ’t hoofd der regeering 1297.
Hij wordt te Delft omgebracht 1299.
Jan draagt het bewind voor vier jaren aan Jan van Avennes op.—Jan I sterft 1299.
 
§ 5. Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche en het Beiersche huis.
 
Instelling der stad- of stedehouders door jan II.  
De Vlamingen, aangespoord door Jan van Renesse, vallen in Zeeland en Holland 1303.
Zij worden gestuit bij het Manpad 1304.
De eer der zege komt toe aan Witte van Haamstede en Willem van Oostervant.  
Willem III de goede 1304-1337.
Waarschijnlijke invoering der beden.  
Hij roept voor ’t eerst, met de edelen, de schepenen der steden van Holland en Zeeland op.  
Verdrag van Willem III met Lodewijk I van Nevers, graaf van Vlaanderen, bekrachtigd door Lodewijk van Beieren.—Lodewijk ziet van de leenhulde wegens Zeeland bewester Schelde af.—De graaf van Holland tevens graaf van Zeeland 1323.
Willem III geeft zijn dochter Margareta aan keizer Lodewijk ten huwelijk.  
Willem IV 1337-1345.
Hij komt om bij Stavoren 1345.
Lodewijk beleent Margareta met Holland, Zeeland en Friesland 1346.
Margareta vertrekt naar haar graafschappen, doch keert spoedig naar Beieren terug.  
Willem wordt verbeider.  
Lodewijk van Beieren sterft.—Karel IV keizer 1347.
Verdrag tusschen Margareta en Willem.—Zij erkent Willem als graaf van Holland en Zeeland en als heer van Friesland.—Willem zal haar jaarlijks ongeveer 30,000 gl. en een zekere som op eens betalen 1349.
Margareta herroept haar gift en begeeft zich naar Henegouwen.  
Hoekschen en Kabeljauwschen.  
Het buskruit voor ’t eerst hier te land gebruikt.  
Margareta staat Holland, Zeeland en Friesland aan willem V af, die belooft, haar een jaargeld te zullen betalen.—Zij behoudt Henegouwen 1354.
Margareta overlijdt te Quesnoi 1356.
Willem V gaat naar Quesnoi 1357.
Albrecht wordt ruwaard.  
Willem V sterft.—Albrecht 1389-1404.
Krijgstocht van Albrecht naar Friesland.  
Hij huwt zijn dochter Margareta uit aan Jan zonder vrees, zijn zoon Willem aan Margareta, een dochter van Philips den stoute.  
Zijn jongste zoon Jan wordt bisschop van Luik.  
In de meeste steden van Holland treden burgemeesters met een raad op.  
Albrecht sterft 1404.
Willem VI 1404-1417.
Hij richt een staand leger op.  
Willem VI sterft 1417.
Jakoba van Beieren geboren 1401.
Jan van Touraine sterft 1417.
Geschillen tusschen Jakoba en Jan van Beieren of Jan zonder genade.  
Jakoba huwt Jan IV, hertog van Brabant en Limburg, markgraaf van Antwerpen, stichter van de hoogeschool te Leuven 1418.
Verdrag van Jakoba met Jan van Beieren 1419.
Jan van Brabant verpandt Holland en Zeeland aan Jan van Beieren 1420.
De staten van Brabant ontzetten Jan van Brabant van het bewind.  
Jakoba trouwt met Humphrey, hertog van Glocester 1422.
Jan van Beieren overlijdt 1425.
Philips de goede erfgenaam van Jan van Beieren.  
Holland en Zeeland blijven Jan van Brabant getrouw.—Henegouwen huldigt Humphrey en Jakoba.—Jakoba’s troepen vermeesteren Schoonhoven.—Allaert Beilink wordt levend begraven 1425.
Humphrey verlaat deze landen.—Jan van Brabant benoemt Philips den goede tot ruwaard van Holland en Zeeland 1425.
Jan van Brabant sterft 1427.
Een geestelijk gerechtshof te Rome verklaart de echtverbintenis met Glocester voor onwettig 1428.
Verdrag te Delft.—Philips de goede wordt erkend als ruwaard en erfgenaam van Holland, Zeeland, Friesland en Henegouwen; Jakoba zal niet hertrouwen, dan met toestemming van haar moeder, van Philips en van drie stenden der landen; zij zal een gedeelte trekken van de inkomsten der graafschappen 1428.
Frank van Borselen wordt stadhouder van Philips over Holland en Zeeland.—Hij huwt Jakoba, verliest het stadhouderschap, doch wordt graaf van Oostervant.  
Jakoba verliest de grafelijke waardigheid 1433.
Zij sterft 1436.
 
§ 6. Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische huis.
 
Jan zonder vrees wordt gedood op de Yonnebrug 1419.
Philips de goede 1433-1467.
Hij verkrijgt Bourgondië, Vlaanderen, Mechelen, Franche-Comté, Artois en Salins 1419.
Hij koopt Namen van graaf Jan III 1421.
Jan sterft.—Namen komt aan Philips 1429.
Hij erft van een neef Brabant, Limburg, Antwerpen 1430.
Jakoba staat hem Holland, Zeeland, Friesland en Henegouwen af 1433.
Hij koopt Luxemburg en neemt het in bezit in 1451.
De vroedschap en rijkheid.  
Philips de goede richt het hof van Holland op 1428.
Instelling van den geheimen of grooten raad 1455.
Vergadering der Algemeene Staten te Brussel 25 April 1465.
De dagvaart van Holland voor ’t eerst staten genoemd 1428.
De zes steden dier staten: Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, Amsterdam, Gouda.—’s Lands advocaat.  
Staten van Zeeland.—Drie leden, de abt van Middelburg, de edelen en de vijf steden.  
Instelling van de orde van het gulden vlies 1430.
Uitvinding der boekdrukkunst òf door Laurens Janszoon Coster van Haarlem, òf door Johan Gutenberg te Mains ongeveer 1455.
Willem Beukelszoon van Biervliet.—Hij sterft 1397.
De buizen.  
Karel de stoute 1467-1477.
Hij vestigt den grooten raad te Mechelen 1474.
Hij richt een staand leger ruiterij op 1471.
Verdrag van Karel met Arnoud van Egmond.—Arnoud verpandt hem Gelderland voor 300,000 gl. en benoemt hem tot erfgenaam 1471.
Bijeenkomst van Karel en Frederik III te Trier 1473.
Karel de stoute sneuvelt bij Nancy in een slag tegen Réné, hertog van Lotharingen 1477.
Maria 1477-1482.
Lodewijk XI vermeestert Bourgondië, bespringt Artois en Picardië, zelfs Franche-Comté, bedreigt Vlaanderen.  
Holland en Zeeland verkrijgen het groot-privilegie.  
Maximiliaan wordt Maria’s echtgenoot 1477.
Frankrijk geeft Franche-Comté en Artois, op eenige steden na, terug 1493.
Maria sterft.—Maximiliaan wordt voogd voor Philips II of den schoone 1482.
 
§ 7. Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het Oostenrijksche huis.
 
Opstand van Gent en Brugge.—Gevangenschap van Maximiliaan te Brugge 1488.
Jan van Schaffelaar komt te Barneveld om 1482.
Einde van het oproer van het kaas- en broodvolk, alsmede van den strijd der Hoekschen en Kabeljauwschen 1492.
Maximiliaan wordt keizer van Duitschland 1493.
Philips II of de schoone 1494-1506.
Bij zijn inhuldiging weigert hij het groot-privilegie te erkennen.  
Philips trouwt met Johanna 1496.
Dood van Isabella, koningin van Castilië 1504.
Philips aanvaardt het bewind over dit rijk, maar sterft 1506.
Maximiliaan wederom regent over de Nederlandsche staten.  
Karel geboren te Gent 1500.
Karel V aanvaardt het bewind over de Nederlandsche staten 1515.
Hij volgt Ferdinand II den katholieke te Arragon op 1516.
Hij wordt keizer van Duitschland 1519.
George van Saksen verkoopt hem zijn rechten op Friesland voor 350,000 gl. 1515.
De Friezen erkennen hem als heer 1524.
Hendrik van Beieren staat hem de wereldlijke macht over Utrecht en Overijsel af 1528.
Groningen erkent hem als heer des lands 1536.
Karel van Gelder staat hem de heerschappij over Drente af 1536.
Willem van Gulik en Kleef staan hem Gelderland af 1543.
De zeventien gewesten.  
 
§ 8. Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de Middeleeuwen.
 
De graaf van Gelder eigent zich eenige rechten der kroon toe 1200-1300.
Lodewijk van Beieren benoemt reinald II of den zwarte tot hertog 1339.
Samensmelting der steden en edelen tot één lichaam van landsstenden 1418.
De naam staten komt in Gelderland in zwang 1477.
De hoofdsteden der vier kwartieren: Nijmegen, Roermond, Zutfen, Arnhem.  
Leden van den landdag: de bannerheeren, de ridderschappen, de steden.  
Stamhuizen, die over Gelderland het bewind hebben gevoerd: Gelder, Gulik en Egmond.  
Graven uit het huis Gelder.  
Reinald II graaf tot 1339.
Hertog Reinald II sterft 1343.
Reinald III volgt hem op.  
Geschil tusschen hem en Eduard.—De partijschappen der Hekerens en Bronkhorsten.  
Eduard wint den slag bij Tiel 1361.
Reinald staat hem den titel en de rechten van hertog af 1361.
Eduard sterft.—Reinald III wordt weder hertog en sterft 1371.
Het huis GulikWillem I 1372.
Hij wordt hertog van Gulik.  
Reinald IV.  
Hij sterft 1423.
Het huis Egmond.—De landsstenden erkennen arnold als hertog 1423.
Adolf, gesteund door Katharina van Kleef, stelt zich aan ’t hoofd der misnoegden.  
Adolf laat Arnold van het slot te Grave naar Buren voeren 9 Jan 1465.
Karel de stoute middelaar tusschen vader en zoon.—Hij laat Adolf gevangen zetten 1471.
Arnold verpandt Gelderland voor 300,000 gl. aan Karel den stoute 1471.
Hij sterft 1473.
Karel de stoute onderwerpt Gelderland 1473.
Karel de stoute sneuvelt.—Dood van Adolf van Gelder 1477.
De Gelderschen stellen karel van Gelder aan hun hoofd 1492.
Karel van Egmond bijna meester van geheel Gelderland 1513.
Maarten van Rossum.  
Karel van Egmond sterft 1538.
Willem van Gulik en Kleef staat Gelderland aan Karel V af 1543.
 
§ 9. Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente, Friesland en Groningen gedurende de Middeleeuwen.
 
De staten van Utrecht beschreven sinds 1400-1500.
Drie leden dezer staten: de geëligeerden, de edelen, de stad Utrecht en wellicht mede de kleinere steden.  
De naam Overijsel opgekomen 1400-1500.
Leden der staten: de ridders en de steden Deventer, Kampen, Zwol.  
De kastelein of burggraaf van Koevorden.—De landdag van Drente.—De ridders en de eigenerfden.—Hendrik van Beieren staat de wereldlijke macht over Utrecht aan Karel V af 1528.
Overijsel erkent Karel V, in plaats van Karel van Egmond, als heer 1528.
Drente komt aan Karel V 1536.
De geschillen der Schieringers en Vetkoopers sedert omtrent 1300.
Zware watervloeden in Friesland.  
Maximiliaan verpandt Friesland aan Albrecht van Saksen-Meiszen voor 300,000 gl. en bevestigt hem in het erfpotestaatschap 1498.
Albrecht sterft.—Hendrik en George 1500.
De Friezen roepen Karel, hertog van Gelderland, in 1508.
George staat Friesland voor 350,000 gl. aan Karel V af 1515.
Groote Pier.  
Karel V heer van Friesland 1524.
Albrecht van Saksen-Meiszen door Maximiliaan tot heer van Groningen benoemd 1499.
Karel, hertog van Gelderland, in Groningen.  
Groningen erkent Karel V als heer 1536.
De landsvergadering van Friesland.—De afgevaardigden van Oostergo, Westergo en Zevenwouden.  
De grietmannen.  
Drie kwartieren der Ommelanden: Hunsingo, Fivelingo, Westerkwartier.  
Westerwolde een heerlijkheid tot 1795.
De Staten-Generaal leenheeren van Westerwolde sedert 1594.
De stad Groningen koopt die heerlijkheid voor ruim 140,000 gl. 1619.
De staten bestaan uit de eigenerfden en uit andere afgevaardigden uit de drie kwartieren.—Later komt de stad erbij.  
 
§ 10. De Nederlanden onder het bewind van Karel V.
 
Karel V heer van de zeventien Nederlandsche gewesten 1543-1555.
De groote visscherij verschaft aan meer dan 20,000 huisgezinnen het onderhoud.—De haring jaarlijks op de kusten van Engeland en Schotland gevangen 24 Juni-25 November.
1500 haringbuizen, alleen uit Enkhuizen 140, loopen in zee.  
De pekelharing.—De bokking.  
De Noordsche compagnie sinds 1614.
250 schepen uitgerust voor de walvischvangst 1600-1700.
Antwerpen.—Meer dan 1000 vreemde handelshuizen.—De beurs telt meer dan 5000 bezoekers.—Amsterdam.—Fabrieken.  
Begin der Nederlandsche letterkunde ongeveer 1200.
Jakob van Maerlant en de spiegel historiael.  
Het Vlaamsch.—Reinaert de Vos.  
De Rederijkerskamers.  
Verdrag van Augsburg.—Alle Nederlandsche gewesten zullen geheel onafhankelijk van Duitschland zijn, maar onder de hoede van dit rijk staan, mits een zeker aandeel in de rijkslasten dragende 1548.
Maria gouvernante 1530.
De raad van state, de geheime raad en de raad van financiën sedert 1531.
Oproer te Gent.—Karel vordert een bede ven 400,000 gl. van Vlaanderen, welke Gent weigert mede te betalen.  
Vonnis, door Karel over de stad geveld 1540.
Wessel Gansfort, Rudolf Agricŏla.— Gerrit Gerritsz. of Desiderius Erasmus sterft 1536.
Meer dan Luthers stelsel verbreidt zich dat van Calvijn in Nederland.  
De Wederdoopers.—De Doopsgezinden of Mennonieten.—Menno Simons Roomsch priester te Witmaarsum tot 1536.
Hij is een tijdlang leerling van Ubbo Philips.  
Karel V vaardigt elf plakkaten tegen de hervorming uit.  
Inquisiteurs ingesteld 1522.
50,000 menschen om des geloofs wille, naar men zegt, onder Karels regeering ter dood gebracht.  
Afstand en overdracht der Nederlanden aan Philips II te Brussel 25 Oct. 1555.
Karel overlijdt in ’t klooster Yuste 1558.
Karels natuurlijke kinderen: Margareta en Don Jan van Oostenrijk.  
Willem van Oranje.  
 
§ 11. De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva.
 
Philips II 1555-1581.
Margareta van Parma, getrouwd met Octavius Farnese, hertog van Parma, landvoogdes der Nederlanden.—Karel, baron van Barlaimont president van den raad van financiën—Viglius of Wigele van Aytta van Zuichem van den geheimen raad.—Leden van den raad van state: Antonius Perenot, de prins van Oranje, Lamoraal, graaf van Egmond, later de Montmorency, graaf van Hoorne.  
Willem van Oranje stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht; Egmond van Vlaanderen en Artois; Johan van Ligne, graaf van Aremberg, van Friesland, Groningen, Drente en Overijsel; de baron van Barlaimont van Namen.  
Twee liniën in het huis van Nassau sedert 1250.
De jongste is die van Nassau-Dillenburg.  
Willem, een zoon van Willem den rijke van Nassau-Dillenburg, geboren 1533.
Willem de rijke heeft vijf zonen: Willem, Jan den oude, Lodewijk, Adolf en Hendrik.  
Willem erft het prinsdom Oranje van zijn neef Réné.  
Antonius Perenot geboren in Franche-Comté.  
Paus Paulus IV vaardigt de bul over de bisdommen uit 1559.
De zaak zelve begint werkelijkheid te worden 1561.
Sommige zetels eerst bezet 1570.
18 bisschopszetels opgericht, 3 aartsbisdommen en 15 bisdommen.  
Perenot en Granvelle, tevens tot kardinaal benoemd, wordt aartsbisschop van Mechelen.  
De vreemde troepen worden verwijderd 1560.
Viglius laat zich geheel door Granvelle leiden.  
Willem, Egmond en Hoorne weigeren in den raad van state zitting te nemen, zoolang Granvelle er komt.  
Philips beveelt Granvelle het land te verlaten 1564.
Willem, Egmond en Hoorne nemen weder zitting in den raad van state.  
Egmond naar Spanje gezonden 1565.
Het compromissum met Lodewijk van Nassau en Hendrik van Brederode als hoofden 1565.
Drie- of vierhonderd edelen, leden van dit verbond, bieden de landvoogdes een verzoekschrift aan.—De naam geuzen 5 April 1566.
De moderatie wordt moorderatie genoemd.  
Floris van Montmorency, baron van Montigny, en Jan van Glimes, markies van Bergen, vertrekken als gezanten naar Spanje 1566.
De hagepreeken in zwang.  
De beeldenstorm 1566.
Oranje, Egmond en Hoorne staan de landvoogdes in de vervolging der beeldenstormers getrouw ter zijde.  
Margareta bewerkt de ontbinding van het compromissum en doet het prediken der hervormden staken.  
Egmond legt den eed van trouw aan den koning af.—Hoorne onttrekt zich tegelijk aan ’s konings dienst en aan de bevordering van Oranje’s plannen.  
Willem neemt zijn ontslag als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht en gaat naar Duitschland.—Meer dan honderd duizend lieden volgen hem.—Onder hen Philips van Marnix, heer van St. Aldegonde.  
Maximiliaan Hennin, graaf van Boussu, bij voorraad stadhouder van Holland.  
Alvārez de Tolēdo, hertog van Alva, komt als kapitein-generaal aan ’t hoofd van een leger van ongeveer 17,000 man in de Nederlanden 1567.
 
§ 12. De Nederlanden onder ’t bestuur van Philips’ landvoogd Alva.
 
Alva heeft buitengewone volmacht.  
Margareta verwerft haar ontslag en vertrekt naar Italië.—Alva algemeen landvoogd 1567.
De raad van beroerte of bloedraad opgericht.  
Egmond en Hoorne te Brussel ter dood gebracht 5 Juni 1568.
Standbeeld ter hunner eer in die stad opgericht 1864.
Montigny, op een vonnis van den bloedraad, in ’t geheim in Spanje geworgd 1570.
Bergen bezwijkt 1567.
Alva laat Philips Willem, graaf van Buren, van Leuven oplichten 1568.
Willem grijpt naar de wapens.—Lodewijk van Nassau zegeviert bij Heiligerlee.—Aremberg sneuvelt, maar ook Adolf 1568.
Alva verslaat Lodewijk bij Jemmingen 1568.
Ontwerp van Alva omtrent de belastingen: een heffing voor eens van 1 pct.; de tiende penning; de twintigste penning.  
Alva begint met Brussel 1572.
De Watergeuzen.  
De driekleurige vlag de nationale vlag der Nederlanden sedert 1572.
Elizabeth verbiedt haar onderdanen, den Watergeuzen te verstrekken, wat zij behoeven.—Onder bevel van Lumey, graaf van der Marck, eischen zij Brielle op 1 April 1572.
Boussu beproeft vruchteloos de stad te hernemen.  
Vlissingen staat op.—Veere voor de vrijheid gewonnen.—Enkhuizen, Dordrecht, enz. volgen.—Vele steden van Gelderland, Utrecht, Overijsel, Friesland nemen bezettingen van den prins in.  
De vergadering van Dordrecht 19 Juli 1572.
Willem hier erkend als gouverneur-generaal en als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht.  
Zutfen en Naarden openen de poorten voor Frederik 1572.
Haarlem insgelijks 1573.
Alkmaar houdt zich staande.  
Alva vertrekt.—Hij heeft 18.600 menschen door de handen des scherprechters laten ombrengen 1573.
 
§ 13. De Nederlanden gedurende het bewind van Requēsens en van Don Jan van Oostenrijk.—De Unie van Utrecht.
 
Don Louis de Requēsens.  
Middelburg geeft zich aan den prins over 1574.
De slag bij Mook.—Lodewijk en Hendrik van Nassau komen om 1574.
Het beleg van Leiden hervat.—Jan van der Does.—Pieter Adriaansz. van de Werff 1574.
De dijken doorgestoken en de sluizen opengezet.  
De dag van ’t ontzet 3 Oct. 1574.
De stad verwerft een hoogeschool.  
Requēsens sterft 1576.
De raad van state aanvaardt het bewind na den dood van Requēsens.—De raad van beroerten houdt op te bestaan 1576.
De Spanjaarden nemen Zierikzee bij verdrag in.—Opstand der Spaansche troepen op Schouwen 8 Nov. 1576.
De Spaansche furie.—Op Willems voorstel komen afgevaardigden uit het meerendeel der Zuidelijke gewesten te Gent bijeen.  
Pacificatie of bevrediging van Gent 8 Nov. 1576.
Don Jan van Oostenrijk.  
Het eeuwig edict, niet onderteekend door Willem, Holland en Zeeland Febr. 1577.
De verrassing van Namen 1577.
Willem wordt ruwaard van Brabant.  
Eenige edelen roepen Matthīas in het land.—Matthīas door de algemeene staten tot landvoogd benoemd onder beperkende voorwaarden 1578.
Matthīas ’s prinsen griffier.  
De Algemeene Staten erkennen Don Jan niet langer als landvoogd.  
Willem van Oranje opgebracht in den Roomsch-katholieken godsdienst.  
Hij gaat tot den hervormden godsdienst, naar de begrippen van Calvijn, over 1573.
Alexander Farnese, hertog van Parma, komt in de Nederlanden 1578.
Henegouwen, Artois, Douai, enz. keeren onder ’s konings gezag terug Jan. 1579.
Verdrag van Atrecht.  
Don Jan sterft Oct. 1578.
De Unie van Utrecht 22 en 23 Jan. 1579.
Zij wordt geteekend door Jan, Holland, Zeeland, (met uitzondering van Middelburg), Utrecht, de Ommelanden en een deel van Gelderland 23 Jan. 1579.
Willem teekent Mei 1579.
De overige deelen van Gelderland treden toe 1579 en 1580.
Drente voegt zich bij de Unie April 1580.
Overijsel komt bij de Unie 1591.
Friesland sluit zich bij gedeelten aan 1579-1598.
Maurits brengt de stad Groningen bij de Unie 1594.
Antwerpen, Gent, Brugge voegen zich erbij.  
 
§ 14. Van de Unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek van Zeven Vereenigde Nederlanden.
 
George van Lalaing, graaf van Rennenberg, teekent de Unie.—Hij valt van haar af en brengt de stad Groningen, Drente en een deel van Overijsel onder de Spaansche heerschappij terug.—Steenwijk blijft behouden 1580.
Rennenberg sterft 1581.
Ban van Philips over Willem opgemaakt.  
Dit stuk afgekondigd in de Nederlanden Aug. 1580.
Afzwering van Philips II in den Haag door de Algemeene Staten 26 Juli 1581.
Holland draagt Willem de hooge overheid op.—De overige gewesten bekleeden Frans van Anjou met het oppergezag 1581.
Matthīas verlaat het land 1581.
Anjou komt in de Nederlanden 1581.
Zijn macht aan banden gelegd.—Zijn titel is hertog van Gelderland en Brabant, graaf van Holland en Zeeland, enz.  
Jan Jaureguy, een bediende van d’Anastro, wondt den prins te Antwerpen Maart 1582.
Anjou’s troepen bemachtigen Duinkerken, enz. Jan. 1583.
De Fransche furie te Antwerpen.  
Anjou sterft 1584.
Balthăsar Gerard of Guyon.  
Hij, de zesde, die Willem van Oranje naar het leven staat, doodt den prins te Delft 10 Juli 1584.
Hij wordt ter dood gebracht.  
Parma verovert Maastricht 1579.
Hij verovert Vlaanderen.  
Hij neemt de meeste steden van Brabant.  
Marnix van St. Aldegonde verdedigt Antwerpen veertien maanden lang.  
Antwerpen geeft zich bij verdrag aan Parma over 17 Aug. 1585.
De scheiding van ’t Zuiden en ’t Noorden voltooid.  
Onderhandelingen van Holland om Willem tot „graaf van Holland en Zeeland” te verheffen.—Gouda en Zeeland toeven.  
Willem Lodewijk stadhouder van Friesland.  
De Algemeene Staten richten een nieuwen raad van state op en stellen Maurits aan ’t hoofd hiervan.  
De Staten-Generaal dragen de oppermacht over deze landen aan Hendrik III op.—Hetzelfde aanbod aan Elizabeth gedaan.—Zij zendt hulp tegen het bezetten van Brielle, Vlissingen en Rammekens 1585.
Robert Dudley, graaf van Leicester, verschijnt aan ’t hoofd van hare troepen Dec. 1585.
De Staten-Generaal bekleeden Leicester met de algemeene landvoogdij.  
Maurits stadhouder van Holland en Zeeland 1585-1625.
Johan van oldenbarnevelt advocaat van den Lande.  
Een verbod van uitvoer maar ’s vijands land uitgevaardigd.  
Leicester vertrekt naar Engeland 1586.
De Staten-Generaal wijzigen het plakkaat over den handel.  
De leer van de souvereiniteit der staten komt op.  
Leicester keert naar de Nederlanden terug 1587.
Leicesters poging om Maurits en Oldenbarnevelt op te lichten mislukt.  
Zijn aanslag op Amsterdam slaagt evenmin.  
Noord-Holland verklaart zich tegen Leicester, op Medemblik en Hoorn na.  
Door Elizabeth van zijn ambt ontslagen, gaat hij voor goed naar Engeland 1587.
Er komt een andere bevelhebber der Engelsche troepen.  
 
§ 15. De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde Nederlanden.
 
De medewerking der staten tot de regeering in Holland begint 1572.
De medewerking der Algemeene Staten tot de regeering begint 1576.
De staten der verschillende gewesten nemen zelven de hooge overheid in handen.—Vestiging van de Republiek der Vereenigde Nederlanden 1588.
Gelderland.—Drie kwartieren: Nijmegen, Zutfen en Arnhem.  
De bannerheeren niet meer als afzonderlijk lid gedoogd.  
Leden der staten: de edelen of ridderschap en de steden.—Elk kwartier heeft één stem.  
Holland.—Negentien stemmen, de edelen één, de steden achttien.  
Zes groote en twaalf kleine steden.—De pensionarissen.  
Het hof van Holland.  
De hooge raad opgericht 1582.
Zeeland aan het rechtsgebied van dien raad onderworpen.  
De advocaat van den lande.—Hij heet raadpensionaris sedert 1630.
Zijn werkkring.  
Zeeland.—De eerste edele en zes steden.—Zeven stemmen.—De abt van Middelburg geraakt uit de vergadering der staten.  
De waardigheid van eerste edele komt later achtereenvolgens aan Maurits, Frederik Hendrik, Willem II, Willem III, Willem IV, Willem V.  
Utrecht.—Drie leden en drie stemmen.—De geëligeerden, de edelen en de stad Utrecht, benevens een paar kleinere steden.  
De secretaris van staat.  
Friesland.—Vier kwartieren: Oostergo, Westergo, Zevenwolde en de elf steden.—De landdag.—Elk kwartier heeft één stem.  
Overijsel.—Twee leden: de edelen uit de kwartieren Salland, Twente en Vollenhoven, en de steden Deventer, Kampen en Zwol.—De ridderschap stemt hoofd voor hoofd; elke stad heeft één stem.  
Groningen.—Twee leden en twee stemmen; de stad en de Ommelanden.—Drie kwartieren der Ommelanden: Hunsingo, Fivelingo en ’t Westerkwartier.—Bij staking van stemmen beslist de stadhouder.  
Drente.—Twee leden, niet meer dan achttien ridders en zes-en-dertig eigenerfden, en drie stemmen.  
 
§ 16. Vervolg.
 
De Staten-Generaal.—Zeven stemmen.  
De werkkring van den raad van state beperkt tot het beheer der krijgszaken en van de financiën sedert 1593.
De unie van Utrecht de grondslag der Staten-Generaal.—Dit lichaam bestaat slechts uit de afgevaardigden van de staten der zeven gewesten na 1585.
Drente uitgesloten.  
Vraag omtrent de overstemming en art. 9 der unie.  
De raad van state telt twaalf leden, buiten de stadhouders.—Hoofdelijke stemming.  
De aandeelen in de algemeene lasten.  
De admiraliteit.  
Vijf collegiën, dat van de Maas, van Amsterdam, van Middelburg, van Noord-Holland, òf te Hoorn, òf te Enkhuizen, dat van Dokkum, hetwelk naar Harlingen wordt verplaatst in 1645.
De admiraal-generaal voorzitter der vijf collegiën en van ieder in ’t bijzonder.  
De stadhouder of gouverneur.  
De gouverneur vanwege de Staten-Generaal kapitein-generaal en admiraal.—De gouverneur veelal kapitein-generaal van het gewest.—Hij verkiest uit voordrachten der vroedschappen de leden dezer lichamen.  
In Friesland afzonderlijke stadhouders tot 1748.
Doorgaans is die van Friesland het tevens van Groningen en Drente.—De gouverneur van Holland ook steeds in Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijsel tot stadhouder benoemd.  
Einde der stadhouderlooze tijdperken in de vijf laatstgenoemde gewesten 1672, 1747.
Het stadhouderschap en de overige waardigheden erfelijk verklaard in het huis van Oranje-Nassau, ook in de vrouwelijke linie 1747.
 
§ 17. De onoverwinnelijke vloot.—Maurits’ krijgsbedrijven.—De afstand van Nederland door Philips II.—De eerste zeeslagen van den tachtigjarigen oorlog.
 
Philips II verkrijgt de heerschappij over Portugal 1580.
Sixtus V schenkt Engeland aan de kroon van Spanje 1587.
De armāda.—Alonzo Peter de Guzman, hertog van Medīna-Sidonia.  
Nederlaag der armāda door de Engelsche vloot en daarop door de Engelschen en de Nederlanders.—Terugtocht.—Een derde keert terug Oct. 1588.
Zeeland slaat een gedenkpenning.  
Maurits 1590-1625.
Maurits wordt stadhouder van Utrecht en Overijsel 1590.
Hij wordt het van Gelderland 1591.
Oldenbarnevelt.  
Maurits verrast Breda 1590.
Hij verovert Zutfen 30 Mei 1591.
Deventer geeft zich over Juni 1591.
Delfzijl overrompeld.—Nijmegen gaat over.  
Steenwijk en Koevorden vallen 1592.
Geertruidenberg veroverd 1593.
Groningen geeft zich over aan Maurits en Willem Lodewijk 24 Juli 1594.
Voorwaarden: alleen de hervormde godsdienst; de stad en de Ommelanden één gewest met Willem Lodewijk als stadhouder.  
Drente verkiest Willem als stadhouder 1595.
Parma sterft 1592.
Albert van Oostenrijk.  
Philips Willem komt in deze landen terug.—Hij vestigt zich te Breda.  
Maurits behaalt de zege bij Turnhout.—Maurits heeft 1000 ruiters en verliest 10 man.—2000 dooden en 500 gevangenen 1597.
Philips II schenkt de Nederlanden aan Isabella en Albert.—De aartshertog en de infante.—Het Zuiden en het Noorden gaan voor goed uiteen.  
Philips II sterft.—Philips III 1598.
Nieuw verdrag van Nederland en Engeland.  
De aartshertogen.—Ondernemingen van Noord-Nederland tegen Duinkerken.—Maurits scheept zich in met een leger van ongeveer 15,000 man.—De aartshertog heeft 12,000 man.—Zege van Maurits bij Nieuwpoort 2 Juli 1600.
Woordenwisseling tusschen Maurits en Oldenbarnevelt te Nieuwpoort.  
Ostende drie jaren lang verdedigd.—Ambrosius Spinŏla verovert het 1604.
De oorlog te land gestaakt 1607.
Reinier Klaassens vliegt bij St. Vincent in de lucht 1606.
Zege van Jakob van Heemskerk in de baai van Gibraltar.—Hij komt om 1607.
 
§ 18. Het twaalfjarig bestand.—De oprichting der Oost-Indische compagnie.
 
Elizabeth sterft 1603.
Jakob I sluit vrede met Spanje 1604.
Versperring der Schelde voor de Engelsche schepen.  
Philips III verbiedt allen handel van Nederland op zijn staten 1598.
Onderhandelingen tusschen de aartshertogen en de Republiek 1607.
Twee vorderingen van den vijand maken den vrede onmogelijk.—Hendrik IV zendt gezanten.  
Wapenstilstand te Antwerpen.—De aartshertogen verklaren, ook uit naam van den koning van Spanje, de Vereenigde gewesten voor onafhankelijk.—Het bestand zal twaalf jaren duren.—Ieder zal behouden, wat hij heeft April 1609.
Eenige schepen naar het Noorden gezonden 1594 en 1595.
Amsterdam rust een paar schepen uit.—Willem Barentsz. en Heemskerk op Nova-Zembla.—Barentsz. bezwijkt 1596.
Maatschappij van verre te Amsterdam.—Cornelis Houtman waarschijnlijk door haar naar Lissabon gezonden.—Pieter Dirksz. Keyser en Cornelis Houtman lichten met vier schepen te Texel het anker 2 April 1595.
Zij landen te Bantam Juni 1596.
Talrijke maatschappijen van verre opgericht, zoowel in Holland als in Zeeland.  
Olivier van Noort stevent den aardbol om 1598.
Oprichting van de Vereenigde Oost-Indische compagnie.—Monopolie, haar door de Staten-Generaal verleend.—Kapitaal van ongeveer 612 millioen.—Zes kamers: Amsterdam met 12, Zeeland (te Middelburg) met 14, Delft, Rotterdam, Enkhuizen en Hoorn elk met 116 van den inleg 1602.
73 bewindhebbers, wier getal kan dalen tot 60.—De vergadering van zeventienen.—Rechten der compagnie.  
De Portugeezen geven het kasteel op Amboina over 1605.
De compagnie vestigt zich ten deele op Ternate, Timor en de overige Molukken.—Pieter Both eerste gouverneur-generaal 1610.
Zijn verblijf is op Ternate.—De raad van Indië.Jan Pietersz. Coen.—Coen verovert Jakătra en verheft de factorij onder den naam Batavia tot hoofdplaats 1619.
De compagnie verwerft Formōsa en bouwt er Zelandia 1624.
Samenzwering van Engelsche kooplieden op Amboina.—Tien ter dood gebracht 1523.
 
§ 19. De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het bestand schokken.
 
Jakob Arminius wordt hoogleeraar te Leiden. 1603.
De praedestinatie.  
Franciscus Gomarus.  
Arminius sterft. 1609.
De Remonstranten, naar de remonstrantie zoo geheeten, sedert 1610.
De Contra-Remonstranten.  
Willem Lodewijk de raadsman van Maurits.—Jakob I staat de Contra-Remonstranten voor 1616.
Engeland geeft, tegen betaling van 3,000,000 gl., d. i. van ruim 13 der toen nog verschuldigde som, de pandsteden aan de Republiek terug 1615.
Maurits gaat naar de Kloosterkerk 1617.
François van Aerssen, heer van Sommelsdijk, op verzoek van Lodewijk XIII, als gezant uit Frankrijk teruggeroepen 1613.
Hij wordt een van het zeven- of achttal.  
Oldenbarnevelt is tegen het opdragen van hooger gezag aan Maurits.  
Jakob I raadt het houden eener nationale synode aan.  
De meeste provinciën de zaak der Contra-Remonstranten toegedaan.  
Utrecht en Holland grootendeels voor de Remonstranten.  
De scherpe resolutie, door de meerderheid der staten van Holland genomen 4 Aug. 1617.
Waardgelders.  
Geheel getal voor Holland 1800.—De staten van Utrecht nemen er ruim zeshonderd aan.  
Twee besluiten der Staten-Generaal Juni 1618.
De deputatie der Staten-Generaal met Maurits komt te Utrecht 25 Juli 1618.
Maurits dankt op de Neude de waardgelders af 31 Juli 1618.
Hij verandert de vroedschap der stad Utrecht.—Gillis van Ledenberg neemt zijn ontslag als secretaris der staten.  
Plakkaat der Staten-Generaal, goedgekeurd door de zes provinciën en zes steden uit Holland, aangaande de afdanking der waardgelders 21 Aug. 1618.
Twee geheime besluiten der Staten-Generaal 28 en 29 Aug. 1618.
De luitenant van de lijfwacht des stadhouders neemt Oldenbarnevelt gevangen.—De Groot, Hogerbeets en Ledenberg gekerkerd 29 Aug. 1618.
De prins kiest andere leden in de vroedschappen van Hollands steden Sept. 1618.
De drie gevangenen verhoord ten overstaan eener commissie uit de Staten-Generaal.—Ledenberg heeft zich reeds gedood.  
Vier-en-twintig buitengewone rechters benoemd.  
Hogerbeets pensionaris van Leiden sinds Oct. 1617.
Vonnissen, over de drie geveld.  
Oldenbarnevelt onthoofd 13 Mei 1619.
De nationale synode te Dordrecht 13 Nov. 1618.
Veroordeeling van de gevoelens der Remonstranten 6 Mei 1619.
De akte van stilstand.  
De synode stelt de voornaamste leerstukken der Nederlandsche hervormde kerk vast.  
De Staten-overzetting of Statenbijbel voltooid 1635.
 
§ 20. De hernieuwing van den oorlog na het bestand.—De oprichting der West-Indische compagnie.—De aanslag op het leven van Maurits en zijn dood.
 
Hogerbeets en de Groot naar Loevestein overgebracht Juni 1619.
Hogerbeets wordt vergund, een buitenhuis nabij Wassenaar te gaan bewonen 1625.
Hugo de Groot ontsnapt.—Maria van Reigersbergen en Elsje van Houweningen Maart 1621.
Philips Willem sterft en laat Maurits al zijn bezittingen, ook Oranje na 1618.
Vervolging der Remonstranten.—Tweehonderd hunner predikanten afgezet.—Ten minste tachtig verbannen.  
Door toedoen van Maurits worden Reinier van Groeneveld en Willem van Stoutenburg van hun ambten ontzet.  
Willem Lodewijk sterft 1620.
Ernst Kasimir stadhouder van Friesland 1620-1632.
Groningen en Drente nemen Maurits 1620.
Oprichting der West-Indische compagnie bij vergunning, voor vier-en-twintig jaren door de Staten-Generaal verleend 3 Juni 1621.
Eerste inleg ƒ 7,200,000.—Vijf kamers: Amsterdam met 49, Zeeland met 29, Rotterdam, Noord-Holland en die van Friesland met Groningen, elke met 19 aandeel.—Vier-en-zeventig bewindhebbers.—De generale vergadering bestaat uit 19 leden.  
Nieuw-Nederland en Nieuw-Amsterdam 1626.
Albert overlijdt.—De Zuidelijke Nederlanden vallen terug aan Philips IV.—Isabella landvoogdes 1621.
Isabella sterft 1633.
Maurits’ aanslag op Antwerpen mislukt 1624.
Spinŏla verovert Breda 1625.
Samenzwering tegen het leven van Maurits.—Stoutenburg vlucht en treedt in dienst van het Zuiden.—Vijftien personen onthoofd, o. a. Reinier van Groeneveld 1623.
Frederik Hendrik trouwt met Amalia van Solms 1625.
Maurits sterft, oud 58 jaren 23 April 1625.
 
§ 21. Het stadhouderschap van Frederik Hendrik.
 
De stadhouderlijke en de staatsgezinde partij.  
Frederik hendrik stadhouder van vijf gewesten.—De Staten-Generaal dragen hem de waardigheid van kapitein-generaal en admiraal op 1625-1647.
Groningen en Drente verkiezen den stadhouder van Friesland 1625.
De Remonstranten stichten te Amsterdam een seminarium 1630.
Het athenaeum te Amsterdam gesticht 1632.
Hugo de Groot bezoekt zijn vaderland 1631.
Hij moet weder vertrekken.  
Hij wordt gezant van Christīna aan ’t Fransche hof 1634.
Hij sterft te Rostock 1645.
Raadpensionarissen van Holland: Antonie Duik, Adriaan Pauw.—Jakob Cats.  
De prins neemt Grol in 1627.
Hij rukt met een leger tegen ’s Hertogenbosch op.—Een Spaansch en een Duitsch leger doen een inval in de Veluwe.—De stadhouder van Friesland aan ’t hoofd van een verdedigingsleger gesteld.—Een paar duizend man Nederlandsche troepen verrassen Wezel.—De vijanden ontruimen het grondgebied der Republiek.—’s Hertogenbosch geeft zich, na vier maanden, bij verdrag over 1629.
Frederik Hendrik en Ernst Kasimir dwingen Venlo en Roermond zich over te geven.—Maastricht belegerd 1632.
De vijand herneemt Venlo en Roermond.  
Ernst Kasimir gewond voor Roermond.—Hij sterft.—Hendrik Kasimir 1632-1640.
Verdrag met Maastricht.—De hervormde godsdienst wordt er toegelaten.—De bisschop van Luik behoudt er zijn oude voorrechten 1632.
Loncq vermeestert Olinda en het Recif 1630.
Piet Hein bemachtigt in de baai van Matanzas de Spaansche zilvervloot.—De waarde der kostbaarheden op ruim 1112 millioen geschat.—Uitdeeling van 50 pct. aan de deelhebbers 1628.
De West-Indische compagnie bezit in Brazilië de streek tusschen de rivier St. Francisco en Rio Grande 1636.
Johan Maurits van Nassau landvoogd van Nederlandsch Brazilië 1636.
De compagnie bezet St. Eustatius 1639.
Johan Maurits verovert St. George del Mina 1637.
Portugal herneemt zijn zelfstandigheid 1640.
De compagnie roept Johan Maurits terug 1644.
Het Recif en eenige forten gaan aan Portugal over 1654.
De Staten-Generaal verklaren Portugal den oorlog.  
Vrede te ’s Gravenhage.—Nederland doet voor 4,000,000 gouden crusado’s (8,000,000 gl.) afstand van Brazilië 1661.
De vrede wordt bekrachtigd 1663.
Frederik Hendrik leidt met een negental leden der Staten-Generaal de buitenlandsche staatkunde.  
Aanvallend en verdedigend verbond met Frankrijk 8 Febr. 1635.
Philips IV rust een armāda uit.—67 schepen, o. a. 33 galjoenen.—Don Antonio d’Oquendo.  
Maarten Harpertszoon Tromp levert hem met ruim honderd schepen slag bij Duins en behaalt de zege.—Dertien Spaansche schepen ontsnappen uit Duins.—Achttien keeren terug 21 Oct. 1639.
Hendrik Kasimir sterft.—Frederik Hendrik wordt stadhouder van Groningen en Drente 1640.
Willem Frederik stadhouder van Friesland 1640-1664.
Hij trouwt met Albertine Agnes 1652.
Willem wordt verloofd met Maria 1641.
Hij trouwt met haar 1644.
Frederik Hendrik, oud 63 jaren, sterft 14 Maart 1647.
 
§ 22. De vrede van Munster.—Blik op den toestand des lands.
 
Er is sprake van vrede sedert 1641.
Ferdinand III.—De gezanten van Zweden en van de protestantsche rijksvorsten komen bijeen te Osnabrück, die der Roomsch-katholieke staten te Munster.  
Het congres wordt geopend April 1645.
Zeeland en Utrecht er tegen, dat men, buiten Frankrijk, vrede sluit.—De Westphaalsche vrede geteekend 30 Jan. 1648.
Uitwisseling der ratificatiën te Munster 15 Mei 1648.
Zeeland treedt toe 30 Mei 1648.
Art. 1 van den vrede: De Vereenigde Nederlanden als vrije en onafhankelijke landen erkend.—Art. 3 en 5: De Staten-Generaal behouden hun veroveringen; de Spanjaarden beperken zich tot de vaart op Oost-Indië, gelijk zij nu is.—Art. 14: Sluiting der Schelde.  
De generaliteitslanden: Staats-Vlaanderen, Staats-Brabant met Maastricht en Staats-Limburg of de landen van Overmaas.  
Staats-Brabant poogt vruchteloos, als achtste gewest, tot de Generaliteit te worden toegelaten.  
De regeering van Maastricht tweeheerig.  
Art. 14 van den vrede: de schepen moeten op de Schelde inkomende en uitgaande rechten betalen en hun lading in Nederlandsche binnenschepen laten brengen.—De uitlegger bij Lillo.  
De Beemster, de Purmer en de Wormer gewonnen 1600-1700.
Leeghwater.  
De handel op de Levant.—Smyrna.—Handel op Rome, Venetië, Sicilië, Alexandrië, Caïro, Constantinopel, enz.  
Handel op Frankrijk.—De waarde van alles, wat Frankrijk aan Nederland levert, begroot op omstreeks 36,000,000 gl. 1658.
Handel op Rusland, Noorwegen, Zweden, Denemarken en de Oostzee.  
De Oostzee jaarlijks bevaren door vierduizend Nederlandsche schepen.  
Handel langs den Rijn, op Duitschland en Zwitserland.—De waarde van den handel op den Rijn jaarlijks geschat op honderd millioen.  
Handel op de Zuidelijke Nederlanden, op Groot-Britannië, Spanje en Portugal.—De handel in diamanten.  
De vrachtvaart.—De koopvaardijvloot van Nederland talrijker dan de schepen van alle volken van Europa tezamen.—De nijverheid.  
Amsterdam.  
Het nieuwe stadhuis, gebouwd o. a. door Jakob van Kampen, 1648, enz.
Coen keert naar het vaderland terug 1622.
Hij wordt op nieuw gouverneur-generaal 1627.
Antonie van Diemen verovert een fort van Ceylon op de Portugeezen 1638.
Malakka gaat van Portugal op de compagnie over 1641.
Japan breekt de buitenlandsche betrekkingen af, behalve met Sina en met de compagnie.—De factorij der compagnie te Desima.  
Verdraagzaamheid op ’t stuk van den godsdienst.  
De Roomsch-katholieken hebben geen volledige vrijheid van eeredienst.  
In Holland en Zeeland vele leden der Waalsche kerk.—Doopsgezinden, Remonstranten, Lutherschen, Joden.  
Zware belastingen.  
Het athenaeum te Franeker, door Willem Lodewijk en de staten van Friesland gesticht 1585.
De universiteit van Groningen door de staten van ’t gewest gegrondvest 1614.
De stad Utrecht sticht een academie 1636.
De provinciale academie te Harderwijk sedert 1647.
Latijnsche scholen.  
De lagere scholen staan onder de leiding der kerk.—In de heerlijkheden bezit de heer er ook grooten invloed op.  
Marnix van St. Aldegonde schrijver van den Bijenkorf der heilige Roomsche kerk.—Amsterdamsche Rederijkerskamer „in liefde bloeiende”.  
Pieter Cornelisz. Hooft, drossaart of drost van Muiden, schrijft Gerard van Velzen.  
Hooft, eigenlijk de eerste Nederlandsche geschiedschrijver, stelt de Nederlandsche historiën te boek, loopende over 1555-1587.
Hooft sterft 1647.
Joost van den Vondel 1587-1679.
Reien: de lofzang in den Lucifer en die der Amsterdamsche maagden in den Gijsbrecht van Amstel.  
Jakob Cats, geboren te Brouwershaven.—Ouderdom en Buitenleven, het huwelijk.  
Dood van Cats 1660.
Constantijn Huygens.—De korenbloemen.  
Rembrandt 1608-1659.
„De nachtwacht.”  
 
§ 23. Het stadhouderschap van Willem II.
 
De Staten-Generaal erkennen Karel II als koning.—Zij weigeren gehoor te geven aan de gezanten der Engelsche Republiek.  
Willem II volgt zijn vader in zijn bedieningen op, ook in het stadhouderschap van Groningen en Drente 1647, 1648.
Hij zoekt de Staten-Generaal tevergeefs te bewegen, zich voor Karel I in de bres te stellen.—Holland en Zeeland zijn er tegen.  
Ongunstige toestand van Hollands financiewezen.  
Tegen het goedvinden van den raad van state, van de Staten-Generaal en den prins ontslaan de staten van Holland een aantal manschappen.  
Aanvrage der Staten van Holland, om vijftig compagnieën vreemdelingen af te danken, alsmede de helft der ruiterij.  
Besluit der staten van Holland om voort te gaan met de afdanking 30 Mei 1650.
Brieven gezonden aan de kapiteins van een-en-dertig compagnieën voetvolk en twaalf eskadrons ruiterij.  
Buitengewone vergadering der Staten-Generaal, van den raad van state en de beide stadhouders.—Besluit 5 Juni 1650.
Bezending.—Dordrecht en Jakob de Witt.—De bezending slaagt hier niet, evenmin te Amsterdam, enz.  
Nieuwe onderhandelingen over de afdanking.—Verschil van 300 ruiters en ruim 300 voetknechten.  
Jakob de Witt met vijf leden der staten van Holland te ’s Gravenhage in hechtenis genomen 30 Juli 1650.
De zes worden naar Loevestein gebracht 31 Juli.
Willem Frederik breekt met de troepen tegen Amsterdam op 29 Juli.
Een ander deel der troepen geraakt bij Hilversum aan het dwalen.  
De Hamburger postbode brengt het bericht van den aantocht der troepen te Amsterdam 30 Juli.
De prins van Oranje komt bij het leger 31 Juli 1650.
Verzoek van Willem II en van de staten van Holland aan de Staten-Generaal.  
Verdrag.—Amsterdam voegt zich in het twistgeding over het krijgsvolk naar de zes provinciën.—De troepen zullen aftrekken 3 Aug. 1650.
De zes heeren in vrijheid gesteld.  
De prins gaat naar Dieren.—Hij sterft, oud ruim vier-en-twintig jaren 6 Nov. 1650.
Hij was door Frankrijk gewonnen, om den vrede te schenden.  
 
§ 24. De groote vergadering.—De eerste Engelsche zeeoorlog.
 
Willem Hendrik geboren 14 Nov. 1650.
Bezending der staten van Holland.  
De voogdij over den jongen prins opgedragen aan de weduwe van Willem II, aan die van Frederik Hendrik en aan Frederik Willem, getrouwd met Louise Henriëtte.  
Frederik Willem door Groningen en Drente tot stadhouder benoemd 1650.
Cats opent de groote vergadering, uit ruim 300 personen bestaande, 18 Jan. 1651.
Beraadslaging over de unie, de religie en de militie.  
Verklaring omtrent de religie.—Op het stuk van ’t krijgswezen wordt aan de staten der gewesten meer gezag en grooter bevoegdheid toegekend.  
Cats legt het ambt van raadpensionaris neer.—Adriaan Pauw wordt zijn opvolger 1651.
Gezantschap van ’t parlement naar Nederland gezonden.—Het verwerft gehoor in de groote vergadering.—Het stelt voor, een nauw verbond met Engeland te sluiten 1651.
Hiertoe bestaat weinig geneigdheid bij de Staten-Generaal.—Het parlement roept zijn gezanten terug 1651.
De akte van navigatie Oct. 1651.
Het getal der Nederlandsche vrachtschepen beloopt meer dan 11,000 1651.
Eischen der Engelschen omtrent het strijken der vlag en over de zaak van Amboina.—Zij nemen eenige vaartuigen der Nederlanders.  
Maarten Harpertsz. Tromp stoot bij Dover op Blake.—Het gevecht blijft onbeslist 29 Mei 1652.
Michiel Adriaansz. de Ruiter slaat Ayscue bij Plymouth 1652.
De driedaagsche zeeslag bij Portland tusschen Tromp en Blake blijft onbeslist Febr. 1653.
De slag bij ter Heijde tusschen Tromp en Monk.—Tromp sneuvelt 10 Aug. 1653.
Holland laat in Engeland de eerste stappen tot den vrede doen Maart 1653.
Dood van Pauw.—Johan de Witt raadpensionaris van Holland 1653.
Eenige gezanten der Staten-Generaal vertrekken naar Londen 1653.
Geheime briefwisseling van een of twee dier gezanten met de Witt.  
Ontwerp van vrede, aan de Nederlandsche gezanten medegedeeld, houdende het voorstel, dat de Staten-Generaal, noch de staten der gewesten den prins van Oranje of een zijner nakomelingen immer zullen aanstellen tot kapitein-generaal en admiraal of stadhouder Nov. 1653.
Cromwell protector van Groot-Britannië 1653.
Cromwell staat vast op het stuk der uitsluiting van den prins.  
Antwoord der Staten-Generaal op den voorslag der Engelsche Republiek.  
Cromwell verlangt de uitsluiting van de staten van Holland.  
De onderhandelingen over deze aangelegenheid blijven onbekend aan de Staten-Generaal en ’t meerendeel der staten van Holland.  
Vrede van Westminster.—De Nederlanders zullen in de Britsche wateren voor één of meer Engelsche oorlogschepen de vlag strijken.—Er zal recht worden gedaan wegens het op Amboina gebeurde.  
De vrede bekrachtigd door de Staten-Generaal 23 April 1654.
De vrede bekrachtigd door Cromwell 30 April 1654.
De Witt koestert de hoop, dat Cromwell ten aanzien der uitsluiting van inzicht zal veranderen 3 April 1654.
De Loevesteinsche factie.  
Cromwell volhardt.—De zaak der uitsluiting in de staten van Holland overwogen.—Veertien leden ervoor April en Mei 1654.
De akte van uitsluiting naar Engeland gezonden.  
Een vertoog van de Witt, met goedvinden van de meeste leden op naam der staten van Holland uitgegeven.  
 
§ 25. De Staat onder de leiding van de Witt.—De bemoeiingen der Republiek met den oorlog in ’t Noorden van Europa.—De tweede Engelsche zeeoorlog.
 
De Witt regelt Hollands financiewezen.  
De Witt let voortdurend op het zeewezen.  
Oorlog tusschen Karel X Gustaaf van Zweden en Polen 1655.
Jakob van Wassenaar-Obdam luitenant-admiraal van Holland.—Hij stevent naar de Oostzee.—Hij staat Frederik III bij 1656.
Zege van Wassenaar nabij Kroonenburg op Wrangel 1658.
De Ruiter landt op Funen en verovert Nijborg 1659.
De Ruiter door den koning van Denemarken met een gouden keten, alsmede met een jaarwedde van 2000 gl. begiftigd en in den adelstand verheven.  
Karel II beklimt den troon van Groot-Britannië 1660.
Hij reist van Breda naar Holland.—Karel beveelt de belangen van den jongen prins aan de Staten-Generaal en de staten van Holland aan.  
Intrekking der akte van seclusie Sept. 1660.
Beginsel van de Witt aangaande Engeland en Frankrijk.  
Verwerend verbond met Frankrijk April 1662.
Verdrag met Engeland Sept. 1662.
Overtuiging van de Witt omtrent de Spaansche Nederlanden.  
De graaf d’Estrades gezant van Frankrijk te ’s Gravenhage.—Onderhandeling tusschen hem en de Witt over het lot der Zuidelijke Nederlanden.  
De Engelschen vermeesteren Nieuw-Nederland met Nieuw-Amsterdam of New-York en nemen vele Nederlandsche koopvaardijschepen 1664.
Weerwraak van de Ruiter op de kust van Guinēa.  
De tweede Engelsche zeeoorlog.—Nederlaag, aan de Nederlandsche vloot toegebracht op de hoogte van Lowesthoff door den hertog van York.—Kortenaar sneuvelt.—Wassenaar-Obdam vliegt in de lucht 13 Juni 1665.
Vierdaagsche zeeslag.—De Ruiter aan ’t hoofd eener vloot van meer dan 100 zeilen, met over de 21,000 koppen bemand.—Hij wint den slag bij Foreland op prins Robert en Monk, hertog van Albemarle.—Ayscue met 3000 Engelschen gevangen.—Zes schepen veroverd 11-14 Juni 1666.
Gevecht bij Duinkerken.—De Ruiter wijkt voor Monk.—Cornelis Tromp Aug. 1666.
De staten van Holland ontslaan Tromp uit den dienst.  
De Engelschen steken 100 à 150 koopvaardijschepen in het Vlie in brand en verwoesten een gedeelte van Terschelling 1666.
Christoffel Bernhard van Galen doet een inval in Gelderland 1665.
Willem Frederik sterft.—Hendrik Kasimir II 1664-1696
Vrede van Kleef 1666.
Zeeland dringt weder op de verheffing van den prins aan.—De meerderheid der staten van Holland houdt het tegen.  
De staten van Holland nemen Willem Hendrik tot kind van staat aan April 1666.
Johan de Witt oefent het toezicht op die opvoeding.  
Ook Henri de Fleury de Coulan, heer van Buat, uit ’s prinsen dienst ontslagen.—Hij laat de Witt de Engelsche brieven lezen.—Buat op last der staten van Holland in hechtenis genomen Aug. 1666.
Het hof van Holland veroordeelt Buat ter dood.—Het vonnis voltrokken.  
Vredes-onderhandelingen te Breda 1667.
De Hollandsche vloot onder de Ruiter steekt in zee.—Cornelis de Witt gevolmachtigde der Staten-Generaal.—Tocht naar Chattam.  
De vloot voor den mond der Theems 17 Juni 1667.
Een smaldeel zeilt de Medway of het kanaal van Rochester op 20 Juni.
Abraham Krijnszoon vermeestert Suriname voor Zeeland Febr. 1667.
Vrede te Breda.—Beperking der akte van navigatie 31 Juli 1667.
 
§ 26. De triple alliantie en de vrede te Aken.—Het begin van den oorlog van 1672.
 
Philips IV sterft.—Karel II 1665.
Lodewijk XIV valt in de zuidelijke Nederlanden Mei 1667.
Hij verovert Charleroi, Doornik, enz.  
De Witt brengt een wapenstilstand tusschen Spanje en Frankrijk tot stand 1667.
Eeuwig edict 5 Aug. 1667.
William Temple verstaat zich te ’s Gravenhage met de Witt.—De triple alliantie komt in vier dagen tot stand.—Zwedens krijgsraad treedt toe Jan. 1668.
Spanje treedt toe 1669.
Vrede van Aken 1668.
Verdrag tusschen Lodewijk XIV en den rijksraad van Zweden 1672.
Geheim verdrag van Dover 1670.
De harmonie 1670.
De Staten-Generaal sluiten een verdedigend verbond met Spanje Dec. 1671.
De prins wordt tot kapitein-generaal voor een veldtocht benoemd Febr. 1672.
Verdragen met den keurvorst van Brandenburg en den keizer van Duitschland.  
Oorlogsverklaring van Lodewijk 7 April 1672.
De oorlogsverklaring van Engeland 7 April 1672.
Bernhard van Galen verklaart den oorlog 18 Mei 1672.
Maximiliaan Hendrik doet dit ook 1672.
Lodewijk XIV breekt op 11 Mei.
Hij trekt voorbij Maastricht, neemt Wezel, Emmerik en andere steden.  
Het Nederlandsche leger bij den IJsel telt ruim 14,000 man voetvolk, 7000 ruiters en eenige duizenden gewapende landlieden.  
Het Fransche leger heeft 118,000 man, 2000 adellijke vrijwilligers en 200 stukken geschut.—Turenne en Condé.  
Het overtrekken bij het tolhuis te Lobith begin 12 Juni 1672.
Het leger der Republiek trekt op Utrecht terug.—De meeste steden van Gelderland en geheel Utrecht bezwijken binnen tien dagen.  
De stad Utrecht gaat over 23 Juni 1672.
Naarden geeft zich over.  
De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen veroveren een deel van Gelderland.—Hieruit verdrijven hen de Franschen.  
Zij onderwerpen Overijsel en Koevorden.  
De Franschen worden gedwongen, van Aardenburg af te deinzen.  
De Ruiter levert den slag bij Solebay tegen den hertog van York en d’Estrées.—Het voordeel aan den kant van de Ruiter.  
Eischen van Lodewijk.—Vorderingen van Engeland Juni 1672.
 
§ 27. Het vervolg van den oorlog van 1672.—De dood der gebroeders de Witt.—De verheffing van Willem III.
 
De staten van Holland steken de dijken door.—Toerusting van Amsterdam.  
Aanslag op den raadpensionaris 21 Juni 1672.
Jakob van der Graaf door het hof van Holland ter dood veroordeeld.—Het vonnis voltrokken 29 Juni.
De schilderij te Dordrecht vernield.—Vruchtelooze aanslag tegen den ruwaard.—Aanval op het huis van de Ruiter.  
Belofte van de wethouders te Veere 21 Juni 1672.
De vroedschap te Dordrecht draagt het stadhouderschap aan Willem op.—De ruwaard onderteekent het gedwongen 29 Juni.
De staten van Zeeland benoemen Willem tot stadhouder 2 Juli.
Die van Holland doen het 3-4 Juli.
Willem III 1672-1702.
De Staten-Generaal benoemen hem tot kapitein-generaal der unie.  
De onderhandelingen met Engeland komen op den voorgrond, die met Frankrijk op den achtergrond.  
Voorwaarden, door Willem III aangeboden aan Karel II.  
De Witt verwerft zijn ontslag als raadpensionaris 4 Aug. 1672.
Vonnis tegen Willem Tichelaar 1670.
Zijn beschuldiging tegen Cornelis de Witt.—Betuiging van de Witt.—De pijnbank.—Het vonnis 20 Aug. 1672.
Samenrotting van ’t volk te ’s Gravenhage.—De de Witten omgebracht te midden eener gewapende menigte van 1100 tot 1200 menschen 20 Aug.
De prins belet de vervolging van ’t misdrijf en geeft Tichelaar een jaargeld.  
Caspar Fagel tot raadpensionaris van Holland benoemd 20 Aug.
De staten van Holland machtigen den prins, de wet te verzetten 27 Aug.
Verzetting der wet in Zeeland.  
De hertog van Luxembourg doet een inval in Holland Dec. 1672.
Hij overvalt Zwammerdam en Bodegraven.—Hij trekt terug.  
De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen belegeren Groningen zes weken lang.—Karel van Rabenhaupt.—De bisschop blaast den aftocht met een verlies van ongeveer 5000 man.—De stad mist omtrent 100 menschen 27-28 Aug. 1672.
Eybergen verrast Koevorden.—Meindert van Thijnen 30 Dec. 1672.
Driedaagsche storm bij de kust van Holland Juli 1672.
Zege van de Ruiter bij Kijkduin op d’Estrées en prins Robert 21 Aug. 1673.
Willem verovert Bonn Nov. 1673.
Vrede van Westminster 19 Febr. 1674.
De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen sluiten vrede 1674.
Utrecht, Gelderland en Overijsel weder tot het bondgenootschap toegelaten.—Willem III verandert de regeering der steden van de drie gewesten.  
Holland en Zeeland verklaren het stadhouderschap, de Staten-Generaal het kapitein-generaal-admiraalschap erfelijk in de mannelijke linie des prinsen van Oranje.  
Utrecht en Overijsel volgen dit voorbeeld 1674.
Gelderland doet het ook 1675.
Groningen draagt aan Hendrik Kasimir II het erfstadhouderschap op 1674.
De staten van Gelderland bieden den prins den titel „hertog” aan.—Het aanbod wordt van de hand gewezen.  
Willem III levert den slag van Senef.  
De Ruiter naar de Middellandsche Zee gezonden.—Drie slagen tegen du Quesne, o. a. bij den Etna, waar Nederland zegeviert, maar de Ruiter sneuvelt 1676.
Willem III trouwt met Maria 1677.
Vrede van Nijmegen 10-11 Aug. 1678.
 
§ 28. Willem III.—De negenjarige oorlog.—De Spaansche erfopvolgingsoorlog.
 
Verbonden van Nederland met Leopold I, het grootste gedeelte van het Duitsche rijk en Spanje 1686.
Fagel wordt gemeen overleg met den stadhouder tot plicht gesteld.  
Willem III houdt zich niet te stipt aan de voorrechten der steden.  
Er komen réfugiés in Nederland.—Zij worden edelmoedig ontvangen 1685.
Wenk van d’Avaux aan Lodewijk XIV.—Deze koning waarschuwt Jakob II, maar tevergeefs.  
De Nederlandsche vloot legt in de haven van Torbay aan Nov. 1688.
Willem trekt naar Londen.—Jakob vlucht naar Frankrijk.  
Willem en Maria als koning en koningin van Groot-Britannië uitgeroepen 1689.
Fagel sterft.—Antonie Heinsius 1689.
Lodewijk verklaart aan de bondgenooten den oorlog 1688, 1689.
Het Weener-verbond 1690.
De negenjarige oorlog.  
Luxembourg zegeviert op Willem bij Steenkerken 1692.
en bij Landen en Neerwinden 1693.
Almonde en Russel overwinnen Tourville bij la Hogue 1692.
Vrede van Rijswijk.—Lodewijk erkent Willem III als koning van Engeland en staat hem het prinsdom Oranje weer af 1697.
De handel geschokt.  
Engeland betaalt ruim 7,000,000 gl. aan Nederland 1689, enz.
Hendrik Kasimir II sterft.— Johan Willem Friso volgt hem in Groningen en Friesland op onder regentschap van Amalia van Anhalt-Dessau 1696-1711.
Drente draagt het stadhouderschap op aan Willem III.  
Peter bezoekt Nederland.—Hij houdt zich eenige dagen te Zaandam op.—Hij timmert een schip op de werf te Amsterdam 1697.
Peter hervat het bezoek 1717.
Twee verdragen tusschen Engeland, Nederland en Lodewijk XIV over de landen der Spaansche kroon.  
Leopold sluit zich niet bij dit verdrag aan.  
Karel II sterft.—Zijn testament verklaart Philips van Anjou tot eenigen erfgenaam der kroon van Spanje 1 Nov. 1700.
Philips V begeeft zich naar Spanje 1701.
Het groote of Haagsche verbond.—Leopold I, Engeland, Nederland 1701.
Frederik I van Pruisen, het Duitsche rijk, Portugal en Savoye voegen zich erbij.  
Willem III sterft Maart 1702.
Hij poogt tevergeefs Johan Willem Friso tot opvolger in zijn waardigheden te doen verkiezen.  
De staten van Holland geven in de vergadering der Staten-Generaal te kennen, dat zij het voornemen hebben, de aangelegenheden te laten, zooals zij zijn.—De staten der overige gewesten, alsmede die van Drente, volgen hun voorbeeld.  
De zaken der regeering teruggebracht op den voet van 1651.
Het driemanschap: Johan Churchill, graaf, daarna hertog van Marlborough, Eugenius van Savoye, Antonie Heinsius.  
Rooke en Callenburgh nemen Gibraltar in.—Engeland eigent zich de stad toe 1704.
Een der bevelhebbers van de krijgsbenden der Republiek is Johan Willem Friso.  
Slag bij Ramillies.—Marlborough verslaat Villeroi 1706.
Slag bij Oudenaarde.—Marlborough en Eugenius verslaan Vendôme en den hertog van Bourgondië 1708.
Slag bij Malplaquet.—Dezelfden verslaan Villars 1709.
Lodewijk XIV wendt zich om vrede tot Heinsius 1709.
De onderhandelingen worden afgebroken.—Zij worden te Geertruidenberg hervat 1710.
Zij worden weder afgebroken.  
Jozef I sterft.—Karel VI keizer van Duitschland 1711.
Terugroeping van Marlborough en val van het whig-ministerie.  
Johan Willem Friso verdrinkt aan den Moerdijk, oud 24 jaar 1711.
Zijn gemalin, Maria Louise, brengt een zoon ter wereld, Willem Karel Hendrik Friso 1711.
Vrede te Utrecht.—Bijeenkomst der gezanten 1712.
Philips V behoudt Spanje en de bezittingen buiten Europa.—De Nederlanden verwerven een voordeelig verdrag van handel en inkomende rechten April 1713.
De barrière: Namen, Doornik, Meenen, Warneton, Yperen, Veurne, Knokke.—Dendermonde gemengd garnizoen 15 Nov. 1715.
Frederik Willem I ziet, tegen schadeloosstelling, van zijn rechten op Oranje af, hetwelk aan Frankrijk komt.  
 
§ 29. Blik op den toestand des lands in de laatste helft der 17de en het begin der 18de eeuw.
 
De Spaansche erfopvolgingsoorlog vermeerdert de schuld der Republiek met 350 millioen.  
Antonie Heinsius wijzigt zijn denkbeelden naar de omstandigheden.  
De handel gedaald sinds 1672.
Nieuwe belastingen.  
De haringvisscherij neemt af sedert 1700.
De walvischvangst in verval.  
De Noordsche compagnie houdt op te bestaan 1645.
Achteruitgang der fabrieken en manufacturen sedert 1648.
Johan Maatsuiker 1653-1678.
De Portugeezen van Ceylon verdreven.  
Negapatnam veroverd.  
Palembang wordt schatplichtig.  
Cornelis Speelman dwingt den vorst van Makassar tot een nadeelig verdrag.  
Jan van Riebeek keert uit Indië naar het vaderland terug 1648.
Hij sticht een volkplanting aan de Kaap de goede hoop April 1652.
De Sinees Coxinga valt Zelandia aan.— Coyet.—Hambroek.—Zelandia gaat bij verdrag over 1662.
Cornelis Speelman.  
Het gezag der compagnie wint velt op Ternate, Tidor en de overige Molukken.  
Het Noorden van Celēbes afhankelijk van de compagnie ongev. 1700.
De Preanger-landen afhankelijk van de compagnie 1704.
Soerabaya afhankelijk van de compagnie 1741.
De naam „Matāram” vervangen door die der vorstendommen, Soerakarta en Djokjokarta 1755.
De sultan van Bantam staat de rechten van opperhoogheid op de westkust van Borneo aan de compagnie af 1778.
De compagnie doet een uitdeeling van 65 pct. 1671.
De retourvloten.  
De koffijboom in Neêrlandsch Indië gekweekt ongev. 1700.
De West-Indische compagnie bekomt Berbice.  
Eenige Amsterdamsche kooplieden worden eigenaars van Berbice.  
Essequībo door de Zeeuwen gesticht ongev. 1600.
Van Essequībo gaat Demerary uit.  
Beide staan onder de kamer van Zeeland.  
Suriname door de West-Indische compagnie ten deele aan Amsterdam afgestaan.  
De Staten-Generaal ontbinden de West-Indische compagnie 1674.
Er ontstaat een nieuwe compagnie.—50 bewindhebbers.—De vergadering van tienen 1675.
De uitdeelingen blijven doorgaans beneden 5 pct.  
De correspondentiën.  
Eerste verdrag van dien aard te Zierikzee 1652.
Antonides van der Goes.—„De Ystroom.”—Hij overlijdt 1684.
Justus van Effen.—„De Hollandsche Spectator.”—Hij sterft 1735.
Christiaan Huygens, de uitvinder der slingeruurwerken, sterft 1695.
Herman Boerhave.—Hij overlijdt 1738.
 
§ 30. Het stadhouderschap van Willem IV.
 
De Republiek sluit vrede met den dey van Algiers 1726.
Zij teekent de pragmatieke sanctie.—Karel VI heft de Oost-Indische compagnie op 1731.
Heinsius overlijdt 1720.
Simon van Slingelandt 1727-1736.
Zijn ontwerpen.  
Willem Karel Hendrik Friso wordt stadhouder van Groningen 1718.
Hij wordt stadhouder van Drente en Gelderland 1722.
Beslissing van ’t geschil over de erfenis van Willem III.—Willem Karel Hendrik Friso erlangt de meeste heerlijkheden, op Nederlands bodem gelegen.—Van Oranje behoudt hij niets dan den titel 1732.
Hij trouwt met Anna 1734.
Hij verkrijgt Dillenburg en andere streken in Nassau.  
Karel VI sterft 1740.
De Staten-Generaal geven hulpgelden aan Maria Theresia.  
Zij zenden troepen.  
De slag van Fontenai.—Lodewijk XV doet een inval in Staats-Vlaanderen 1747.
De vroedschap te Veere besluit, den prins tot stadhouder te verkiezen April 1747.
De staten van Zeeland stellen den prins tot stadhouder aan 28 April.
Het volk geraakt te Rotterdam en te Delft op de been.  
De staten van Holland benoemen den prins als stadhouder 3 Mei.
De staten van Utrecht benoemen den prins tot stadhouder 3 Mei.
De Staten-Generaal benoemen hem tot kapitein-generaal-admiraal 4 Mei.
De staten van Overijsel benoemen hem tot stadhouder 10 Mei.
De prins neemt zitting in den raad van state.  
willem IV 1747-1751.
De Staten-Generaal benoemen hem tot stadhouder en kapitein-generaal over de landen van Overmaas.  
Zij dragen hem dezelfde waardigheden over de andere Generaliteitslanden op.  
De staten der gewesten verklaren het stadhouderschap, de Staten-Generaal het kapitein-generaal-admiraalschap erfelijk, ook in de vrouwelijke linie 1747.
Het opperdirecteur-gouverneurschap van O. en W. Indië den prins door de bewindhebbers opgedragen 1749.
De pachters pachten de belastingen op de gemeene middelen voor een aantal maanden.—Opschuddingen hierover in Friesland, in Groningen, te Amsterdam.—De pachterijen in Friesland, Groningen, Utrecht en Holland afgeschaft 1748.
De collecte ingesteld.  
Overijsel houdt zich deels aan de pachterijen, deels aan de collecte.  
De Franschen nemen Bergen-op-Zoom bij verrassing in 1747.
Vrede te Aken.—De Republiek krijgt het verlorene terug, alsmede de barrière-steden, maar grootendeels geslecht 1748.
Pieter Stein sedert 1749.
Verzetting der wet te Amsterdam en in de meeste overige steden van Holland 1748.
Verzetting der wet in de steden van Gelderland, Overijsel, Friesland en Groningen.  
Bepaling, door Willem IV gemaakt ten gunste der fabrieken van zijde enz.—De staten van Holland volgen dit voorbeeld 1749.
De Staten-Generaal stellen hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk Wolfenbuttel als veldmaarschalk aan 1750.
Willem IV sterft Oct. 1751.
 
§ 31. Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van den hertog van Brunswijk en het stadhouderschap van Willem V tot het begin van den oorlog tusschen Engeland en Nederland.
 
Anna gouvernante en voogdes van Willems zoon Oct. 1751.
Hij wordt geboren 1748.
Willem V 1751-1795,
overl. 1806.
De hertog van Brunswijk tot vertegenwoordiger van den kapitein-generaal benoemd.  
Hij houdt een wakend oog op ’s prinsen opvoeding.  
Frederik II staat de goederen, vroeger geërfd, voor een groote som aan Willem V af 1754.
Zeeoorlog tusschen Frankrijk en Engeland 1756.
Engeland wijkt in meer dan één opzicht af van de vroeger gesloten verdragen.—Het brengt een menigte Nederlandsche koopvaardijschepen op.—Zijn kapers.  
Nadeelen, den handel toegebracht door Algiers en Marokko.  
Grieven tegen de gouvernante.—Zij sterft 1759.
De hertog van Brunswijk voogd 1759.
Friesland beschouwt Maria Louise, Maike-Moei, als regentes.  
Vrede van Parijs 1763.
Willem V, 18 jaren oud, aanvaardt de hooge ambten 1766.
Het opperdirecteur-gouverneurschap over de compagnieën enz. wordt hem opgedragen.  
De hertog van Brunswijk door Willem V, door Holland en door de overige gewesten met ruim 600,000 gl. begiftigd.  
De akte van consulentschap onderteekend door Willem V en den hertog 3 Mei 1766.
Willem V trouwt met Frederika Sophia Wilhelmina.  
Drie kinderen uit dit huwelijk gesproten: Frederika Louise Wilhelmina, later gehuwd met Karel George August, erfprins van Brunswijk.  
Willem Frederik geboren 1772.
Willem George Frederik geboren 1774.
Willem George Frederik, later generaal in dienst van Frans II, sterft 1799.
De staatsgezinde partij of die der patriotten of keezen.  
De partij der Oranjemannen of Oranjeklanten.  
Beklag van Yorke over den handel, uit St. Eustatius door Nederlanders gedreven.—De Staten-Generaal verbieden den toevoer van krijgsbehoeften naar de Amerikaansche volkplantingen 1775.
De sluikhandel wordt niet gestaakt.  
Oorlog tusschen Engeland en Frankrijk.  
Frankrijk sluit een handelsverdrag en verbond met de Vereenigde Staten van Noord-Amerika 1778.
Mededeeling van William Lee aan Jan de Neufville te Aken.  
Een ontwerp-verdrag opgesteld door de Neufville en door Lee 1778.
Henry Laurens president van het congres der Amerikaansche staten 1777.
Hij vertrekt van Philadelphia naar Nederland.—Het schip bij New-Foundland genomen door een Engelsch fregat.—De in zee geworpen doos opgevischt 10 Sept. 1780.
Rusland, Zweden en Denemarken sluiten het stelsel eener gewapende onzijdigheid 1780.
De Staten-Generaal besluiten toe te treden.  
Nederlands gezanten te Petersburg onderteekenen het verdrag.  
De Republiek verzendt haar brieven ter kennisgeving van de aansluiting aan de Noordsche mogendheden.—Engeland verklaart den oorlog aan de Zeven Gewesten 1780.
 
§ 32. De oorlog van Engeland en Nederland.—De geschillen der Republiek met Jozef II.—De binnenlandsche oneenigheden en de komst der Pruisen.
 
200 koopvaardijschepen, met een waarde van 15,000,000 gl., in de Engelsche havens opgebracht Jan. 1781.
St. Eustatius en de kust van Guinēa vallen in handen der Engelschen.—Berbice, Demerary en Essequībo stellen zich onder hun hoede.  
De Franschen hernemen St. Eustatius en geven het aan de Staten-Generaal terug 1781.
Zij heroveren Berbice, Demerary en Essequībo en nemen ze in bewaring 1782.
Engeland bemachtigt Negapatnam.  
De Staten-Generaal verleenen een konvooi aan een aantal koopvaarders.— Johan Arnold Zoutman met 15 oorlogschepen.—Slag met zeven schepen aan weerszijden tegen Hyde Parker bij Doggersbank.—De Engelschen deinzen het eerst af 5 Aug. 1781.
Vrede van Versailles Jan. 1783.
Vrede te Parijs.—Negapatnam komt aan Engeland Mei 1784.
Jozef II verlangt, dat de Staten-Generaal de steden der barrière ontruimen.—Het gebeurt 1781.
Nieuwe geschillen tusschen Jozef II en de Staten-Generaal over de opening van de Schelde 1783.
Een oorlogschip onder Oostenrijksche vlag wil zich onttrekken aan het onderzoek van den uitlegger.—Het wordt genomen, maar kort daarna weder ontslagen 1784.
De keizer laat een leger naar de grenzen der Republiek oprukken.  
Vrede te Fontainebleau.—Lillo en Liefkenshoek aan Jozef afgestaan en een som van 912 millioen aan hem uitgekeerd.—Frankrijk neemt 412 millioen voor zijn rekening 1785.
Het geheim van ’t bestaan der akte van consulentschap wordt verbroken.—„De dikke hertog” gaat heen 1784.
Exercitie-genootschappen of vrijkorpsen 1783.
De Staten van Holland verbieden het dragen of roepen van Oranje Febr. 1785.
Een burger van ’s Gravenhage door een lid van een exercitie-genootschap gewond Sept.
De staten van Holland beperken het gezag van den kapitein-generaal van ’t gewest.  
De prins verlaat met zijn gezin ’s Gravenhage 1785.
Hij vestigt zich op het Loo, later te Nijmegen.  
Geschillen te Elburg en te Hattem.—De staten van Gelderland gelasten den stadhouder, krijgsvolk naar Hattem en Elburg te doen oprukken en bezetting in die steden te leggen.—Vele regeeringsleden en inwoners dezer steden vluchten naar Kampen of elders 1786.
Zware vonnissen geveld tegen de hoofdpersonen der beweging.  
De staten van Holland schorsen den kapitein-generaal van hun gewest in dit ambt en ontheffen den raadpensionaris van de verplichting, in gemeenschappelijk overleg met den stadhouder te handelen.  
Er is oneenigheid tusschen de Staten-Generaal en de staten van Holland, oneenigheid tusschen deze en die van Gelderland.—De stadhouder vergeleken bij een Nero en Alva.  
De patriotten rekenen op Frankrijk, de stadhouderlijke partij op Engeland of Pruisen.  
De staten van Holland dragen de verdediging van hun gewest aan een commissie van defensie, uit vijf personen bestaande, op, die te Woerden zetelt.—Het vliegend legertje.  
De prinses gaat van Nijmegen op reis naar ’s Gravenhage.—Bij de Goejanverwellesluis verzoekt haar de commissie van defensie, niet verder te gaan Juni 1787.
Frederik Willem II eischt een schitterende voldoening.—Tevergeefs.  
Karel Willem Ferdinand, regeerend hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel, rukt met een leger van ongeveer 20,000 man de Nederlanden binnen.—De Pruisen bezetten de stad Utrecht.  
Amsterdam geeft zich over 1787.
De wet alom door den stadhouder verzet.  
Laurens Pieter van de Spiegel raadpensionaris 1787.
De zegevierende partij neemt op vele plaatsen wraak op de patriotten.—De Pruisen staan haar hierbij ten dienste.—In sommige provinciën een amnestie met vele uitzonderingen afgekondigd.  
Duizenden uitgewekenen vestigen zich in de Zuidelijke Nederlanden en in Frankrijk.  
 
§ 33. De val der Republiek.—Blik op den toestand des lands.
 
De Pruisen verlaten, met een vrij grooten buit beladen, de Nederlanden 1788.
De Republiek sluit een verdedigend verbond met Engeland en met Pruisen, waarbij deze mogendheden het erfstadhouderschap waarborgen 1788.
Willem Frederik treedt in het huwelijk met Frederika Louise Wilhelmina 1791.
Willem Frederik George Lodewijk geboren 1792.
Willem Frederik Karel geboren 1797.
Marianne geboren 1809.
De tweedracht duurt voort.  
Eenige hervormingen in ’t financiewezen.  
Frankrijk geraakt in oorlog met Pruisen en Oostenrijk April 1792.
De patriotten sporen de nationale conventie aan, haar beginselen op de Nederlandsche Republiek te gaan toepassen.  
De conventie verklaart den oorlog aan den koning van Engeland en aan den stadhouder der Vereenigde Nederlanden 1 Febr. 1793.
Dumouriez, geleid door Hendrik Willem Daendels, trekt de grenzen van Nederland over.—Hij neemt eenige vestingen, doch moet terugtrekken.  
De Zuidelijke Nederlanden bij den vrede van Campo Formio aan Frankrijk afgestaan 1797.
De koning van Pruisen zendt geen troepen naar de Zuidelijke Nederlanden.—Strijd van Willem Frederik en Frederik tegen de Franschen.  
De bondgenooten verliezen den slag bij Fleurus 1794.
Val van het schrikbewind.—De regeering van Frankrijk helt tot den vrede over.—Daendels.  
Pichegru en Daendels rukken Nederland binnen Dec. 1794 en Jan. 1795.
Willem V scheept zich met zijn gezin in 18 Jan. 1795.
Hij gaat naar Engeland en blijft er tot 1800.
Verzwakking der zeemacht van Nederland sinds 1750.
Adriaan Valkenier 1737-1741.
Gevechten nabij Batavia tusschen de Nederlanders en de Sineezen, waarin de laatsten worden verslagen 8 Oct. 1740.
Volgens besluit van den raad van Indië heeft de moord der Sineezen plaats.—Ruim 10,000 van hen vallen 9 Oct.
Gustaaf Willem baron van Imhoff 1741.
Hij is de stichter van Buitenzorg.  
Achteruitgang der Oost-Indische compagnie.—Zij sluit elk jaar haar boeken met een tekort van eenige millioenen sinds ongev. 1750.
De uitdeelingen beloopen 20 tot 1212 pct.  
De vrijstelling van de vaart verleend ten opzichte van sommige plaatsen der West-Indische compagnie 1600-1700.
Dezelfde vergunning gegeven ten aanzien van de kust van Guinēa, Essequībo en Demerary 1700-1800.
Cornelis Janssen, hoogleeraar te Leuven, later bisschop te Yperen.  
Hij sterft 1638.
Zijn werk Augustīnus komt uit 1640.
Rome verbiedt het.  
De Jansenisten benoemen hun eersten aartsbisschop, die te Utrecht zetelt 1723.
De Herrenhutters vestigen zich te Zeist 1746.
Jan Nieuwenhuizen sticht de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen 1784.
Willem van Haren.—De Friso.  
Onno Zwier van Haren.—De Geuzen.  
Elizabeth Bekker, eerst getrouwd met Wolff, woont later tezamen met Agatha Deken.—Sara Burgerhart.—Willem Levend.  
Zij verlaten het vaderland 1787.
Jan Wagenaar eerste klerk ter secretarie te Amsterdam 1760.
Hij sterft 1773.
De Vaderlandsche Historie.  
 
§ 34. De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland.
 
Een comité tot de zaken van den Oost-Indischen handel en bezittingen ingesteld.—Een comité tot de zaken van de koloniën en bezittingen in Afrika en Amerika ingesteld.  
Het Haagsche verdrag.—De Bataafsche Republiek betaalt 100,000,000 gl., staat Maastricht, Venlo en Staats-Vlaanderen af en laat Fransche bezetting in Vlissingen toe.  
Een der geheime artikels: een leger van 25,000 man Franschen zal worden bezoldigd, gekleed en gevoed.  
De assignaten.  
Groot-Britannië legt embargo op Neêrlands schepen vóór 16 Mei 1795.
Het verklaart den oorlog aan de Bataafsche Republiek Sept.
Java is de eenige bezitting, die Nederland behoudt 1801.
De nationale vergadering komt bijeen 1 Maart 1796.
De Staten-Generaal ontbonden.  
Twee partijen, de unitarissen, als Pieter Vreede, Gogel, Schimmelpenninck, en de foederalisten, als Vitringa.  
De tweede nationale vergadering geopend 1 Sept. 1797.
Coup d’état van Daendels en anderen 22 Jan. 1798.
De constitueerende vergadering, representeerende het Bataafsche volk.—Zij stelt het ontwerp eener grondwet op Maart 1798.
Stemming.—Het ontwerp wordt aangenomen April.
Hoofdinhoud der staatsregeling, afgekondigd 1 Mei 1798.
De oppermacht berust bij het vertegenwoordigend lichaam.—Het bestaat uit twee kamers.—Het heeft de wetgevende, vijf directeuren de uitvoerende macht.—Acht departementen, b. v. dat van de Eems.—Er zal één algemeene kas voor de geldmiddelen zijn.—De amalgame.—Scheiding van kerk en staat.—Bezoldiging van de leeraren en dienaars der hervormde kerk uit ’s lands kas.  
Afschaffing van de pijnbank.—Het Gemeenebest één en ondeelbaar verklaard.—Volkomen gelijkstelling van allen voor de wet.—Alle heerlijke rechten en wat verder van het leenstelsel afkomstig is vernietigd 1798.
Landing van Frederik, hertog van York Aug. 1799.
Daendels wijkt.  
De vijand wordt door Brune en Daendels bij Bergen verslagen 19 Sept.
Hij wordt door hen bij Castricum verslagen 6 Oct.
De erfprins van Oranje vertoeft te Alkmaar.—Hij keert naar Engeland terug.—Hij gaat naar Brunswijk 1800.
Napoleon knoopt met de meerderheid der directeuren onderhandelingen aan.  
De meerderheid van ’t uitvoerend bewind roept het volk tot de stemming op 1 Oct. 1801.
De staatsregeling wordt aangenomen.  
Inhoud der staatsregeling van 1801.
Aan ’t hoofd der Republiek staat een staatsbewind van twaalf personen met een wetgevend lichaam.—Groot gezag van het staatsbewind.—Namen der departementen: Holland, Zeeland, Brabant, Overijsel, enz.  
De algemeene vrede te Amiëns.—Rutger Jan Schimmelpenninck.—Engeland geeft de Republiek al haar volkplantingen terug, uitgezonderd Ceylon.—De schadeloosstelling voor het huis van Oranje-Nassau zal niet ten laste komen der Republiek Maart 1802.
De schadeloosstelling bestaat uit Fulda en eenige andere streken.  
Willem V staat deze landen aan zijn oudsten zoon af 1803.
Willem V sterft 1806.
Napoleon ontneemt Willems zoon deze staten 1807.
Napoleon verklaart Groot-Britannië den oorlog 1803.
Engeland herneemt bijna alle buitenlandsche bezittingen van Nederland.  
Nederland levert den consul troepen, schepen en millioenen.  
Napoleon wordt keizer.  
Schimmelpenninck moet een nieuwe grondwet opstellen 1805.
Het ontwerp wordt door Napoleon en het volk goedgekeurd.  
De derde staatsregeling 1805.
Rutger Jan Schimmelpenninck raadpensionaris.—Wetgevend lichaam van 19 leden.—Een staatsraad van zeven leden.  
Drente als landschap aan de acht departementen toegevoegd.  
Algemeene belastingen ingevoegd.  
Wet op het lager onderwijs van Schimmelpenninck 3 April 1806.
Vierde staatsregeling Juni 1806.
lodewijk napoleon koning van Holland.—Wetgevend lichaam van 39 leden.—Staatsraad van 13 leden.  
De Nederlandsche krijgslieden strijden mede 1806, 1807.
Vrede van Tilsit.—Jever en Oost-Friesland, tegen den afstand van Vlissingen en de tafel dezer stad, met Holland vereenigd 1807.
Het koninkrijk in tien departementen verdeeld.  
Oost-Friesland wordt een elfde departement 1807.
Ramp te Leiden.—Het Rapenburg in puin.—Meer dan 200 huizen omvergeworpen, honderden beschadigd.—De koning stelt op alles orde.—152 menschen komen om 12 Jan. 1807.
Het continentaal-stelsel 1806.
Verscherping van ’t besluit.  
Een Engelsche vloot steekt in zee Juli 1809.
Walcheren, Schouwen en Duiveland veroverd.—De vijand ontruimt Zeeland 1809.
Verdrag tusschen Napoleon en Lodewijk.—Zeeland, Brabant, een gedeelte van Gelderland en een klein deel van Holland komen aan Frankrijk Maart 1810.
Napoleon zendt nieuwe troepen en douaniers.  
Lodewijk wil Amsterdam tot het uiterste verdedigen.—Hij doet afstand van de kroon ten behoeve van zijn tweeden, toen oudsten, zoon Lodewijk Napoleon, onder regentschap van Hortensia.—Hij verlaat heimelijk het paviljoen bij Haarlem 1 Juli 1810.
Hij gaat naar Bohemen.—Hij overlijdt 1846.
Ministers van Lodewijk: Karel Hendrik Verhuell, van Maanen.  
De Bataafsche Republiek neemt alle bezittingen en schulden der gewezen Oost-Indische compagnie over 1798.
Het oppergezag komt aan het uitvoerend bewind 1798.
Het komt aan het staatsbewind 1801.
Het bestuur in handen gesteld van den raad der Aziatische bezittingen, dat van West-Indië opgedragen aan den raad der Amerikaansche koloniën.  
Lodewijk benoemt Daendels tot gouverneur-generaal van Indië Jan. 1807.
 
§ 35. Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.—Het herkrijgt zijn onafhankelijkheid.
 
Inlijving van het koninkrijk Holland bij Frankrijk 9 Juli 1810.
Charles François Lebrun, hertog van Plaisance, wordt luitenant-generaal.—Amsterdam de derde stad van het keizerrijk.  
Het code Napoleon ingevoerd.—De renten der staatsschuld getierceerd.  
De departementen worden Fransche departementen met prefecten.—Hunne namen: Zuiderzee, Bouches de l’Escaut, Ems-Occidental.  
Maires.  
De conscriptie ingevoerd 1811.
Het besluit wordt uitgestrekt tot de laatste drie jaren.  
De Celles.  
De censuur.—’t Verbranden van Engelsch fabriekgoed te Rotterdam, Groningen, enz. somtijds voor een waarde van een half millioen.  
De bevolking van Amsterdam neemt bij duizenden af.  
De politie.—Het onderwijs.—Taal en letterkunde.  
De hoogescholen van Leiden en Groningen blijven in wezen.—De overige worden hoogescholen van den tweeden rang of worden opgeheven.  
De Engelschen veroveren Java en de overige volkplantingen 1811.
De Nederlandsche vlag blijft op Desima waaien.  
Overtocht over de Berezina 1812.
Napoleon stelt de garde d’honneur in.  
De inlijving doet Nederland een stelsel van algemeene wetgeving deelachtig worden.  
Johan Melchior Kemper en Anton Reinhard Falck.  
Bijeenkomst van Gijsbert Karel van Hogendorp, van der Duyn van Maasdam, den graaf van Stirum en drie andere mannen te ’s Gravenhage.  
De slag bij Leipzig.—De zes Haagsche bondgenooten nemen eenige voorbereidende maatregelen.  
De Fransche troepen ontruimen Amsterdam en gaan naar Utrecht 14 Nov. 1813.
De gouverneur-generaal en de andere ambtenaren volgen.  
De bevolking van Amsterdam geraakt op de been en keert zich tegen de wachthuizen der tolbeambten, enz. 15 Nov.
Een zeker aantal der aanzienlijkste ingezetenen neemt het bestuur der stad voorloopig op zich.—Falck.  
De graaf van Stirum en de zonen van van Hogendorp vertoonen zich met de oranje-kokarde.—De graaf van Stirum aanvaardt de betrekking van gouverneur van den Haag 17 Nov.
Amsterdam volhardt bij zijn onzijdige houding.  
Te Amsterdam komt hierin een verandering 24 Nov.
Rotterdam en andere steden treden insgelijks toe.  
Woerden door de Franschen overvallen.  
De prins landt op den vaderlandschen bodem 30 Nov.
De prins neemt de waardigheid van souvereine vorst aan, onder voorbehoud eener grondwet 2 Dec.
De vijand ontruimt de andere gewesten.  
De Engelschen dragen tot de bevrijding van Zeeland bij 1814.
Bülow en de kozakken doen het in Gelderland, Overijsel, Groningen en Friesland.  
Op last van Lodewijk XVIII wijkt Verhuell uit den Helder 4 Mei 1814.
De Nederlanders herwinnen Delfzijl 23 Mei
De souvereine vorst benoemt een commissie ter samenstelling eener grondwet 21 Dec.
Van Hogendorp voorzitter dezer commissie.—Zijn schets.  
Het ontwerp der grondwet is gereed 2 Maart 1814.
600 notabelen benoemd.  
474 dezer notabelen stemmen met voor of tegen over dit ontwerp in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.—Een overgroote meerderheid is ervoor 29 Maart 1814.
Inhuldiging van den vorst in de Nieuwe Kerk 30 Maart.
Inhoud der vijfde grondwet.—Vrijheid van godsdienst, gelijkheid voor de wet, onafhankelijkheid der rechterlijke macht.—Negen provinciën: Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijsel, Drente, Groningen, Friesland, Brabant.—Texel, Vlieland, Terschelling, Wieringen, Urk en Marken behooren tot Holland, Schokland tot Overijsel, Ameland en Schiermonnikoog tot Friesland, Rottum tot Groningen.—Één kamer van volksvertegenwoordigers, groot 55 leden, te benoemen door de staten der provinciën.—De leden der Staten-Generaal stemmen zonder last of ruggespraak.—De provinciale staten bestaan uit leden der ridderschap en van de stedelijke raden.—Deze leden gekozen door kiezers.—De gouverneurs.—De godsdienst van den vorst is de hervormde.—Gerechtshoven.—Een hooge raad.  
Verdrag met Engeland.—Nederland herkrijgt de volkplantingen, die het op den 1sten Jan. 1803 heeft bezeten, met uitzondering van de Kaap de goede hoop, Demerary, Essequībo en Berbice Aug.
Napoleon landt bij Cannes 1 Maart 1815.
Willem Frederik aanvaardt de koninklijke waardigheid over Noord- en Zuid-Nederland, alsmede over Luik 16 Maart.
Verdragen met Engeland, Oostenrijk, Rusland en Pruisen.—Het koninkrijk der Nederlanden opgericht.—Luxemburg, als groothertogdom, aan Willem afgestaan.—Willem doet afstand van de Nassausche vorstendommen, alsmede van hetgeen men in 1803 aan zijn huis heeft toegekend.—Luxemburg blijft een der staten van den Duitschen bond uitmaken.  
Napoleon heeft ongeveer 160,000 man onder de wapens.—Het leger der Engelschen en der Nederlanders, onder den hertog van Wellington, en dat der Pruisen, onder Blücher, tellen nagenoeg 230,000 man.  
Blücher verliest den slag bij Ligny 16 Juni
Ontmoeting bij Quatre-Bras.—De prins van Oranje dringt Ney terug.  
Veldslag bij Waterloo.—Verschijning van Bülow, enz.—De erfprins gewond 18 Juni.
Napoleon bewoont St. Helena sinds 16 Oct.
Willem I 1815-1840, overl. 1843.
Hij benoemt een commissie ter wijziging van de grondwet.—Hij verleent zijn oudsten zoon den titel „prins van Oranje.”—De grondwet van 1815 bekrachtigt dit.  
De commissie voltooit haar werk Juli 1815.
De 110 leden der Staten-Generaal van ’t Noorden nemen het ontwerp eenparig aan Aug. 1815.
1603 notabelen in het Zuiden bijeengeroepen.—Maurice Jean Magdeleine de Broglio verklaart zich tegen het ontwerp.  
De meerderheid dier 1603 keurt het af.  
De koning verklaart de grondwet voor aangenomen.  
De zesde grondwet.—Wijzigingen, door haar in de vorige gemaakt: opheffing van ’t artikel, rakende den godsdienst van den koning; Eerste Kamer van 40 tot 60 leden, door den koning voor hun leven te benoemen; de Tweede Kamer zal uit 110 leden bestaan en in ’t openbaar beraadslagen; de landelijke stand wordt vertegenwoordigd in de staten der provinciën; vrijheid van drukpers; het koninkrijk zal uit zeventien gewesten bestaan; Luxemburg zendt ook vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal.—De zeventien gewesten: behalve de negen, Zuid-Brabant, Limburg, Luik, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Henegouwen, Namen, Antwerpen.—Brabant wordt Noord-Brabant.  
Tweede vrede van Parijs.—Nederland krijgt eenige landstreken, welke gehecht worden aan Henegouwen, Namen en Luxemburg.  
 
§ 36. Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van België.
 
De militaire Willemsorde ingesteld April 1815.
De ridderorde van den Nederlandschen Leeuw 29 Sept. 1815.
De prins van Oranje trouwt met Anna Paulowna 1816.
Uit ’s prinsen huwelijk spruiten o. a.: Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk geboren 1817.
Willem Frederik Hendrik of prins Hendrik, tijdens zijn leven luitenant-admiraal en stedehouder in Luxemburg geboren 1820.
Hij overlijdt Jan. 1879.
Wilhelmina Maria Sophia Louise of prinses Sophia geboren 1824.
Zij trouwt met Karel Alexander Augustus Jan 1842.
Hij wordt groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach 1853.
Prins Frederik der Nederlanden trouwt met Louise Augusta Wilhelmina Amalia 1825.
Lord Exmouth en Theodoor Frederik baron van de Capellen bombardeeren Algiers.—Verdrag met den dey van Algiers.—Meer dan 1000 Christenslaven in vrijheid gesteld Aug. 1816.
Het koninkrijk der Nederlanden geraakt in ’t bezit zijner Oost- en West-Indische koloniën.  
Het staande leger bestaat uit vrijwilligers, de nationale militie uit vrijwilligers en uit lieden, door de loting hiertoe verplicht.—De militie komt één maand in ’t jaar onder de wapens.  
Utrecht krijgt een veeartsenijschool, Seraing een fabriek voor machines.  
De slavenhandel afgeschaft 1818.
Straatwegen.  
De Spoorweg van Haarlem naar Amsterdam geopend 24 Sept. 1839.
Willem I laat het „Nieuwe Diep” aanleggen.  
Het Noord-Hollandsche Kanaal voltooid 1825.
Het Apeldoornsche Kanaal 1830.
De Zuid-Willemsvaart begonnen 1822.
De Dedemsvaart.—De baron van Dedem overl. 1851.
Een ontwerp ter droogmaking van ’t Haarlemmermeer door de Tweede Kamer der Staten-Generaal verworpen 1838.
Normaalscholen en modelscholen ten koste van de staatskas opgericht.  
Het hooger-onderwijs voor het Noorden bij besluit geregeld 2 Aug. 1815.
Het hooger-onderwijs voor het Zuiden bij besluit geregeld 25 Sept. 1816.
De hoogescholen van Leiden, Utrecht, Groningen en Leuven.  
Academiën gesticht te Gent en te Luik.—Harderwijk en Franeker worden rijks-athenaeën.  
Harderwijk opgeheven 1817.
Franeker opgeheven 1843.
De militaire academie te Breda.—Het instituut voor de marine te Medemblik (thans te Nieuwe Diep).  
Regeling der protestantsche kerkgenootschappen 1816.
De Nieuwe Nederlandsche wetgeving ingevoerd 1 Oct. 1838.
De Maatschappij van weldadigheid gesticht 1821.
De koloniën Frederiksoord, Veenhuizen, Ommerschans.—Johannes van den Bosch.
De Nederlandsche Handelmaatschappij opgericht 1824.
De Oost-Indische bezittingen: de factorij op Desima, Java, de kleine Soenda-eilanden, Sumātra ten deele, Borneo ten deele, Celēbes, de Molukken, Banka, de Riouwsche eilanden, Malakka.  
Verdrag met Engeland.—Malakka aan dit rijk afgestaan tegen hetgeen het op Sumātra bezit en tegen Billiton 1824.
Daendels gaat, als gouverneur-generaal, naar de kust van Guinēa en overlijdt er.  
Godard Alexander Gerard Philips baron van de Capellen gouverneur-generaal der Oost-Indische bezittingen 1816.
Opstand van Diepo Negoro in Djokjokarta 1826.
Diepo Negoro gevangen genomen.—De opstand gedempt 1830.
Van de Capellen teruggeroepen.—Johannes van den Bosch 1830.
Het cultuurstelsel.—De baten.  
Van den Bosch keert naar het vaderland terug 1833.
Hij wordt graaf en sterft 1844.
Vergunning, gegeven aan de leden der Staten-Generaal, om, bij het afleggen van den eed, zoodanig voorbehoud te nemen, als het geweten hun voorschrijft.  
Geschrift van de Broglio en de overige bisschoppen.—Hij wordt door het gerechtshof te Brussel tot deportatie veroordeeld 1817.
Hij vlucht.—De naam van den bisschop tegelijk met twee zware misdadigers ten toon gesteld.  
Besluit omtrent de taal 1819.
Het zal van kracht zijn 1823.
Geen vijfde deel van de officieren van het leger zijn Belgen.  
De schuldenlast.  
Besluit omtrent het collegium philosophicum, te Leuven te vestigen, 14 Juni 1825.
Besluit om het laten onderwijzen der kinderen buiten ’s lands te belemmeren.  
De „liberale” of „vrijzinnige” Franschgezinde partij.—Zij wenscht geheele vrijheid van drukpers en van onderwijs.  
Zij vereenigt zich met die der geestelijken.—Verzoekschriften.—De Tweede Kamer der Staten-Generaal als in twee vijandelijke legerplaatsen verdeeld.  
Stelsel des konings.  
De unie tusschen de beide partijen in België 1828.
Willem I sluit een concordaat met Leo XII 1827.
De verplichting van ’t bijwonen der lessen van ’t collegium opgeheven.  
De beperkende bepalingen nopens het gebruik der landstaal ingetrokken.  
De Potter en anderen veroordeeld tot een zeker aantal jaren ballingschap.  
Omwenteling in Frankrijk.—Karel X van den troon gestooten 27-29 Juli 1830.
 
§ 37. De opstand van België en het koninkrijk der Nederlanden sedert 1830.
 
In den schouwburg te Brussel wordt de „muette de Portici” gegeven 25 Aug. 1830.
Volkshoopen scholen samen.—Plundering 25 Aug., 10 uur ’s avonds.
Oprichting eener gewapende burgermacht, die de Brabantsche kleuren aanneemt 27 Aug.
Oproer te Luik, enz.  
De koning roept de Staten-Generaal buitengewoon op te ’s Gravenhage.—De prins van Oranje en prins Frederik krijgen bevel, naar Brussel op te trekken 28 Aug.
Een bezending gaat naar den prins.  
Intocht van den prins van Oranje binnen Brussel 31 Aug.
Aanval van prins Frederik op Brussel.—De koninklijke troepen trekken uit de stad terug 26 Sept.
De Tweede Kamer der Staten-Generaal neemt het besluit, het rijksbestuur te splitsen en de grondwet te herzien 29 Sept.
Voornaamste eischen der Belgen.—Scheuring in ’t leger.  
De Potter staat zes weken mede aan ’t hoofd van ’t voorloopig bestuur te Brussel.  
Tweede zending van den prins van Oranje naar België.—Hij wordt teruggeroepen.  
De conferentie te Londen geopend Nov. 1830.
Koele ontvangst van den prins van Oranje in ’t Noorden.  
Dibbets handhaaft het gezag der regeering te Maastricht.—Opstand te Antwerpen.—David Hendrik baron Chassé.  
Bombardement van Antwerpen.—Koopman 27 Oct. 1830.
Wapenstilstand.  
Hoofdgedachte der conferentie.—Willem I roept het volk van Noord-Nederland te wapen.—Duizenden manschappen stroomen naar de grenzen.  
Protocollen der conferentie.—Scheiding van Nederland en België.— 1631 der schuld ten laste van België 20 en 27 Jan. 1831.
Het nationaal congres komt te Brussel bijeen 10 Nov. 1830.
Het sluit het huis van Oranje-Nassau van den troon uit.—Het verwerpt de protocollen van Januari.  
Het congres draagt het oppergezag voorloopig op aan Surlet de Chokier.  
Het congres benoemt Leopold van Saksen-Koburg-Gotha tot koning der Belgen 4 Juni 1831.
Hij aanvaardt de regeering en belooft, de zeer vrijzinnige grondwet, door het congres samengesteld, te zullen eerbiedigen 21 Juli.
Hij sluit een tweede huwelijk met Louise 1832.
De achttien artikels.—De rechten van het huis van Oranje-Nassau op Luxemburg voor twijfelachtig verklaard.—België uitzichten geopend op het bezit van Maastricht.—België vrijgesteld van het overnemen van een deel der schuld van Oud-Nederland Juni 1831.
Johan Karel Jozef van Speyk vliegt in de lucht Febr. 1831.
De prins van Oranje en prins Frederik hebben bijna 36,000 man.  
De Belgische legers tellen omtrent 30,000 man.—Aan ’t hoofd van het leger van de Schelde staat de Ticken de Terhove, aan ’t hoofd van het leger van de Maas Daine.  
Het leger van de Schelde staat nabij Antwerpen, het andere in het Limburgsche.  
De tiendaagsche veldtocht 2-12 Aug. 1831.
De doorbreking tusschen de vijandelijke legers is geschied 5 Aug.
Slag bij Hasselt.—Daine’s legers verstrooid 8 Aug.
Slag bij Leuven.—Leopold.—De Belgen verslagen 12 Aug.
Gérard rukt België binnen.—Op herhaald verzoek van den Britschen gezant staat de prins een wapenstilstand toe.  
De conferentie hervat haar beraadslagingen Aug. 1831.
De vier-en-twintig artikels.—Een deel van Luxemburg, tegen den afstand van een deel van Limburg, aan België toegekend.—Maastricht blijft aan Nederland voorbehouden.—België zal worden belast met een jaarlijksche rente van 8,400,000 gl. ongev. 15 Oct.
Leopold onderteekent dit ontwerp-verdrag 15 Nov.
Willem I weigert de onderteekening.  
Overeenkomst van Frankrijk en Engeland.—Embargo 22 Oct. 1832.
Gérard rukt België met 90,000 man binnen.  
Chassé geeft hem, na 19 dagen, de puinhoopen der citadel van Antwerpen bij verdrag over.—Koopman vernielt de vloot.—De bezetting der citadel en de bemanning der vloot als krijgsgevangenen naar Frankrijk gevoerd.  
Het status quo.  
Het embargo opgeheven Mei 1833.
De koning neemt de 24 artikels aan 14 Maart 1838.
Bewering der Belgen.  
Eindverdrag.—België wordt een afzonderlijk rijk.—Het aandeel, door België jaarlijks, van 1 Jan. 1839 af, te betalen in de rente der staatsschuld, is 5,000,000 gl.—Het Duitsche verbond en de groothertog staan de westelijke helft van Luxemburg aan België af.—België ziet van een gedeelte van Limburg af, zoodat aan Nederland het deel blijft, dat aan den rechteroever der Maas ligt, alsmede Maastricht en het gebied ten n. van een lijn, getrokken van de zuidelijkste punt van Noord-Brabant naar de Maas, ten n. van Stevensweert 19 April 1839.
Deze streek van Limburg heet „hertogdom.”—Behoudens Maastricht en Venlo, maakt zij een deel uit, zoowel van Nederland, als van het Duitsche verbond.  
Vreemde verhouding van Limburg tot Duitschland.  
De betrekking van Limburg met Duitschland geheel verbroken 1866.
Holland gesplitst in Noord- en Zuid-Holland.—Het koninkrijk bestaat uit tien provinciën en uit het hertogdom Limburg 1840.
De oudste zoon van den kroonprins trouwt met Sophia Frederika Mathilde 1839.
Dood van Sophia Frederika Mathilde, als koningin der Nederlanden Juni 1877.
Uit dit huwelijk spruiten Willem geboren 1840.
en Alexander geboren 1851.
Dood van Willem Juni 1879.
Wenschen van het Noord-Nederlandsche volk: openlegging van den toestand van ’s lands financiën, waarborgen tegen misbruik van gezag, verantwoordelijkheid van ’s konings ministers, enz.  
De koningin overlijdt 1837.
De koning doet op het Loo afstand van de kroon en draagt ze aan zijn oudsten zoon over 7 Oct. 1840.
Willem I, nu „graaf van Nassau,” huwt de gravin d’Oultremont de Wigimont 1841.
Hij leeft bij afwisseling te Berlijn, in Silezië, op het Loo.—Hij overlijdt 12 Dec. 1843.
willem II in de Nieuwe Kerk te Amsterdam ingehuldigd 28 Nov. 1840.
Het tijdelijk beheer van het departement van financiën opgedragen aan Floris Adriaan van Hall Sept. 1843.
Ontwerp van van Hall.—De leening van 127,000,000 naar 3 p.c. zoo goed als volgeteekend 1844.
Herziening der grondwet 1848.
Luxemburg bekomt een afzonderlijke vertegenwoordiging 1841.
Het krijgt een nieuwe grondwet Juni 1848.
Grondwet van 1848 voor Nederland: De kroon erfelijk in de beide liniën van het huis van Oranje.—De koning heeft de uitvoerende macht en deelt de wetgevende macht met de Staten-Generaal.—Hij heeft het opperbevel over de land- en zeemacht en het opperbestuur der koloniën.—De ministers verantwoordelijk aan de natie.—De leden der Eerste Kamer, negen-en-dertig, door de provinciale staten benoemd uit de hoogst aangeslagenen in de directe belastingen.—Zij hebben zitting voor negen jaren.—De leden der Tweede Kamer gekozen door de meerderjarige burgers, die een zekere som in de directe belastingen betalen.—Ouderdom dertig jaren.—Zitting voor vier jaren.—Hun aantal is 75.—De commissaris des konings.  
Willem II sterft te Tilburg 17 Maart 1849.
willem III 1849.
Het droogmaken van ’t Haarlemmermeer voltooid Juni 1848-1853.
Een bisschoppelijk bestuur der Roomsch-katholieke kerk ingevoerd.—Utrecht aartsbisdom 1853.
Uitvaardiging van verschillende wetten.  
Wet op het lager onderwijs 1857.
Wet op het middelbaar onderwijs 1863.
Wet op het Hooger Onderwijs 1876.
Afstand der kust van Guinēa aan Groot-Britannië Febr. 1871.
Begin van den oorlog tegen den sultan van Atjeh Mrt. 1873.
Dood der koningin 1877.
Dood van prins Hendrik Jan. 1879.
Dood van den kroonprins Juni 1879.
 
§ 38. Eindblik op den toestand des lands.
 
Nederland bezit in vreemde werelddeelen bijna 31,000 vierkante mijlen met nagenoeg 18,000,000 inwoners.—Het beslaat in Europa ruim 600 vierkante mijlen en heeft een bevolking van ruim 312 millioen.—Bedrijven.—Tijdperken der nijverheid sinds 1795.
Willem Bilderdijk een Amsterdammer 1756-1831.
Zijn veelzijdigheid.—De ondergang der eerste wereld.—De ziekte der geleerden.—De ode aan Napoleon.—Zijn Spraakleer.—Zijn Geschiedenis van ’t Vaderland.  
Jan Frederik Helmers.—De Hollandsche natie.—Hij sterft 1813.
Hendrik Tollens geboren te Rotterdam 1780.
Hij is overleden te Rijswijk 1856.
Zijn volkslied.—Zijn meest bekende gedichten.  
Jan Hendrik van der Palm.—Zijn geschriften.  
Hij overlijdt 1841.
Johannes Kinker.  
Elīas Annes Borger.—De ode aan den Rijn.  
Izaäk da Costa.—Wachter, wat is er van den nacht?Slag bij Nieuwpoort.—Hij overlijdt 1860.
Adriaan Bogaers.—De tocht van Heemskerk naar Gibraltar.—Hij overlijdt 1870.
Petrus Augustus de Génestet.—Leekedichtjes.—Hij overlijdt 1861.
Nikolaas Beets of Hildebrand.—De Camera obscura.  
Jakob van Lennep.—Ferdinand Huyck.—Hij overlijdt 1868.