WeRead Powered by ReaderPub
Borneo van Zuid naar Noord cover

Borneo van Zuid naar Noord

Chapter 1: INHOUD.
Open in WeRead

About This Book

Een etnografisch getinte reisvertelling die een tocht over Borneo van zuid naar noord volgt, waarin militaire rapporten en plaatselijke geschiedenis afwisselen met ontmoetingen met Dajak-gemeenschappen, jachtpartijen, rivierpassages en gevechten met slangen en tegenstanders. De tekst combineert beschrijvingen van landschap, flora en fauna met observaties van rituelen, huwelijksgebruik, rechtspraak en begrafenisplechtigheden, en toont spanningen tussen koloniale troepen, lokale machthebbers en opstandelingen. Episodische hoofdstukken presenteren veldtochten, diplomatieke besprekingen en ceremonies, waarbij personages en lokale praktijken de culturele veelzijdigheid en de complexe verhoudingen op het eiland verbeelden.

The Project Gutenberg eBook of Borneo van Zuid naar Noord

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Borneo van Zuid naar Noord

Ethnografische Roman

Author: M. T. H. Perelaer

Release date: December 30, 2021 [eBook #67054]
Most recently updated: April 5, 2022

Language: Dutch

Original publication: Netherlands: Uitgevers-Maatschappij "Elsevier", 1881

Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg (This book was produced from scanned images of public domain material from the Google Books project.)

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK BORNEO VAN ZUID NAAR NOORD ***
[Inhoud]

[Inhoud]

BORNEO
van ZUID naar NOORD.

BORNEO
VAN
ZUID NAAR NOORD
ETHNOGRAFISCHE ROMAN
ROTTERDAM
UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ „ELSEVIER”
1881

[Inhoud]

SNELPERSDRUK VAN H. C. A. THIEME TE NIJMEGEN.

[Inhoud]

DEN HOOGGELEERDEN HEERE
Dr. P. J. Veth
Ridder van den Nederlandschen Leeuw en Kommandeur van de Leopolds-Orde, Hoogleeraar in de Indische taal-, land- en volkenkunde aan de Rijks Universiteit te Leiden, Voorzitter van het Aardrijkskundig Genootschap te Amsterdam, Officier d’Instruction publique van Frankrijk, enz. enz.
WORDT
deze Ethnografische Roman
ALS EEN BEWIJS VAN
HOOGACHTING EN ERKENTELIJKHEID
VOOR HETGEEN DOOR HEM
IN HET BELANG VAN DE KENNIS ONZER ZOO SCHOONE OVERZEESCHE BEZITTINGEN
GEDAAN IS EN GEDAAN WORDT
OPGEDRAGEN
TER
GELEGENHEID VAN ZIJN 40-JARIG PROFESSORAAT
DOOR
Zijn dienstwilligen dienaar en vereerder
M. T. H. Perelaer.
den Haag, 23 Juni 1881. [VII]

[Inhoud]

INHOUD.

       Bladz.

I.

Een militair rapport.—Vier deserteurs.—Baba Poetjieng.—Een brief.—Een medelijdende dokter.—Zijne overpeinzingen.—Luchtkasteelen.—66.000 gulden ekonomiën.—Klara du warst das Warten müde        1

II.

Eerste kennismaking met Tomonggong Nicodemus Djaja Nagara.—De beet eener slang.—Beraadslaging.—Een zondenbok.—De „titih”.—Een cholerauitvaart.—Een geweerschot, gevolgd door een kanonschot en een salvo.—De eerste maat van een begonnen liedje        15

III.

Een weinig geschiedenis.—De opstand in het Bandjermasinsche rijk.—Wanbestuur.—Pogingen tot herstel van grieven.—Verblindheid.—Vijf en twintig rietslagen.—De moordtooneelen te Kalangan        30

IV.

Nog wat geschiedenis.—Tactiek der inlanders.—Het Bandjermasinsche rijk met forten overdekt.—De oorsprong van het [VIII]fort te Kwala Kapoeas.—Hoe Nederland zijne nieuwe onderdanen verwelkomt.—Een vernietigde handel.—Wrevel en wrok.—Een drama aan de boorden der Kapoeas-rivier.—Poeloe Petak en Kwala Kapoeas        49

V.

De bezetting van Kwala Kapoeas.—Een militaire kampong.—De werving van het Nederlandsch Indische leger.—De zielenverkoopers.—„Die vader en moeder vermoord heeft, is nog te goed voor de Oost”.—De opstand der Zwitsers te Samarang.—De Zwitsers over den geheelen Archipel verspreid en Schlickeisen en Wienersdorf te Kwala Kapoeas geplaatst.—Plannen tot desertie        70

VI.

Een nachtelijk gefluister.—Lucullus voor een dier aangezien.—Het komplot.—Plannen van Johannes.—Een dankbare opiumsmokkelaar.—Johannes geeft bewijzen van zijne aardrijkskundige kennis.—Een mirakuleuse vischvangst.—La Cueille’s belofte.—Drinkwater.—Verdere maatregelen.—Het vertrek        87

VII.

Dronkenmans-foefje en dronkenmans-redeneering.—In zee.—Eene begrafenis.—Johannes in een Tjemara-boom.—Een jacht.—Een uitmuntende raad.—De Kahajan op.—Een Aeolus-harp.—In soengei Troessan.—In soengei Dahasan.—Een boschspook.—Een muskieten-vestje.—Verdere plannen.—„Pas op je kop”.—Een zwart pak.—Het afloopen van de „Onrust”        111

VIII.

Een nieuwbakken Dajak.—Een verfpartij.—De Arabier Sjech Mohamed Al Mansoer.—Al te mooie Dajaks.—In de wildernis.—De tong dient den blanken het meest.—De mandoor’s Dasso en Doeta.—Twee flesschen jenever en eenige poeders murias morphini.—De vogels geknipt.—Een welgemeende vloek        145

IX.

Op reis.—Een anti-muskietenmiddel.—De soengei Basarang. De Kapoeas.—Achter Poeloe Kanamit.—Het zinken van de [IX]„Tjipannas”.—Eene besnijdenis.—De varkenskop.—Een echt Dajaksch maal.—La Cueille wordt zeeziek.—Een vondst in het bosch.—Een Pangareran.—Het uitzetten der vischhaken        162

X.

Een kaaiman aan den haak.—Een jacht te water.—De verrichtingen van den Pangareran.—La Cueille en Johannes te water.—Een ex-voto.—Het zegeteeken.—Een Dajaksche stokerij.—De soengei Mantangei.—Onraad.—Gevecht met een boa constrictor.—Een slapend echtpaar door den boa overvallen.—De reis vervolgd.—Jacht op twee Dajaks        183

XI.

De gekwetsten naar Kwala Kapoeas.—De Mantangei en de Mengkatip.—Op onze schreden terug.—De kommandant op jacht.—In zee.—De raoeng.—De vervolging.—De schoener.—Een noodlottig schot.—De terugkeer.—De postcorrespondentie.—Eindelijk op het spoor        205

XII.

Vertrek van Mantangei.—„Petak bapoeti”.—Een nieuw soort van huwelijksgeschenk.—Borneo en Kalimantan.—Kotta Towanan.—Een kop gesneld.—La Cueille gekwetst.—Gevecht met de koppensnellers.—La Cueille onder behandeling.—Een laatste salvo pijltjes.—Een nachtwaak.—Verkenning in den morgenstond.—Eene begrafenisplechtigheid        223

XIII.

Vaart op de rivier.—Toxicologie.—De „siren en de ipoh”.—De soengei Moeroi.—Een vlot.—Op de Danau Ampang.—De „tanggirangs”.—Een wasinzameling.—De aanval.—Plotseling verlicht.—Het gevecht.—Een kamp op leven en dood.—„Blako ampoen”.—Een tooneel van onderwerping        245

XIV.

Karakter der inlandsche bevolking.—Veertien lijken op het vlot.—Damboeng Papoendeh verschijnt op het tooneel.—Vergeefsche tocht in de soengei-Mantangei.—Het „maroetas”.—Terug naar de Kapoeas.—Het nachtelijke schieten.—De reddende bijen.—Hulp in nood.—De scheiding.—Dichterlijke [X]beschouwing van het meer.—Tegenstelling.—Beschaving en barbaarschheid.—Het ontstaan der meren        266

XV.

Eenzaamheid.—Men nadert Kwala Hiang.—De aanval.—Kanon- en geweervuur.—De bezetting op de vlucht.—De plundering.—Eene illuminatie.—De kommandant van Kwala Kapoeas op vervolging.—Zijne nasporingen te soengei Naning en te soengei Mantangei.—Zijne aankomst te Kwala Hiang.—Vooruit naar kotta Baroe.—Eene monsterkaart        290

XVI.

Kotta Baroe.—Djoeragan Kaout.—Een figuur uit den opstand.—De echtgenoote eens opstandelings.—Geld tegen goed.—Vertrek van kotta Baroe.—De vaart wordt noordwest.—Borneo’s fauna.—Waarom er geen groote verscheurende dieren zijn.—De Batoe Banama in de Doesson.—De olifant en het stekelvarken.—Terreingesteldheid en flora in de hoogere streken.—Harimaoung Boekit        312

XVII.

Verhaal van Harimaoung Boekit.—Wat er te kotta Baroe gebeurd was.—Beraadslagingen.—Vooruit! naar kotta Djankang.—Steenkolen.—Aankomst te kotta Djankang.—Armeering en proviandeering.—Eene vrouw in eene kooi.—Wienersdorf wanhopig.—Johannes redeneerende.—De Zwitser poogt de kooi te openen.—De zielontvoering        335 [V]

XVIII.

Verdere maatregelen ter verdediging.—Dajaksche keukenbedrijvigheid.—De verzoeningseed.—Johannes redenaar.—Twee kanonschoten.—De aanval.—Harimaoung Boekit andermaal gered.—Wienersdorf in onmacht.—Een dankbare Poenan.—Een Dajaksche schoone.—Huwelijksaanvraag        1

XIX.

Discussie.—Wienersdorf onbillijk.—Een pleidooi voor een Dajaksch huwelijk.—Wienersdorf laat zich overreden Hamadoe te trouwen.—Een afgezant met een brief.—De kunst om officieele brieven voor te lezen.—Antwoord aan den afgezant—Onverdiend verwijt.—Het pakje aan zijn adres        24

XX.

Beraadslaging.—Het „blako ontong”.—De verdrijving van het ongeluk.—Een kanonsalvo.—De offerande.—Een nationale dans.—Weg met den tulband.—La Cueille verliefd.—La Cueille verloofd.—Zichtbare hemelsche interventie.—Eene conferentie verijdeld door twee geweerschoten.—Staaltjes van dankbaarheid.—Een drijvend eiland.—Een poging tot overrompeling.—Een duivelendans        46 [VI]

XXI.

Een ongelukkig schot.—Een stervende bode.—Lijkplechtigheid.—Het beleg opgeheven.—Beraadslaging.—Een paniek.—De vlucht—Het bad.—„Badjai hai”.—Eene vrouw gegrepen.—Het gevecht.—Een mineralenmagazijn.—Johannes weer als redenaar.—Een nieuw hoofd en een gezantschap benoemd.—Een uitvaart        68

XXII.

Toebereidselen voor de reis.—Een volksverhuizing.—Het „manobah”.—Onhandigheid.—Wienersdorf te water.—La Cueille brengt het er niet beter af.—Lachbui.—Einde der vischvangst.—„Kalampies”.—Een Dajaksch tribunaal.—Beëediging.—La recherche de la paternité.—De vingerproef.—Het „hagalangang” of het bewijs met de werpspies.—Nabreeuwen        91

XXIII.

De uitspraak der Sangiangs.—Wienersdorf en zijne aanstaande.—Hamadoe een diamant.—Moendoet in de keuken.—De steenkolen bij Kotta Djankang.—De proeven van La Cueille.—Zijne cokes.—Die steenkolen aan boord van de Boni.—De verspreiding der steenkolen op Borneo.—Een misverstand.—De goudzoekers.—De „sarok boelau” vertoornd.—Johannes met koorts bedreigd.—De goudsoorten in de Dajaklanden        116

XXIV.

Belofte maakt schuld.—Een Dajaksche ijzersmelterij.—Een blaasbalg.—De sarok boelau wreekt zich.—Harimaoung Boekit heeft de koorts.—Wienersdorf dokter.—Johannes bezweerder.—Een antoeën.—Eene Dajaksche legende.—Wedervaren van eene vrouwelijke antoeën.—Het ombrengen van een antoeën        140

XXV.

Tijding van Kwala Kapoeas.—Vertrek van Kotta Djankang.—Kotta Batoe Sambong.—De legende van den „batoe sambalajong”.—De Kiham Hoeras.—De bestijging van den waterval.—Koene zwemmers.—De boschbloedzuigers.—De nachtwaak.—Een fraai schot.—Voorwaarts de Kapoeas op.—De „karangan’s”.—Kotta Karangan        161 [VII]

XXVI.

Een Dajaksch ontbijt.—„Kalamboe-ei” en „bakatak”.—Een eiland.—De „boehies”.—Moordpartij.—De bezoarsteenen.—Een nieuw model soep.—In veilige haven.—De storm.—De „soho”.—Kotta Samoehing.—Oorlogsgeruchten.—Beraadslaging.—Niet terug; maar vooruit naar soengei Sirat.—De laatste dag op de Kapoeas        185

XXVII.

Het verhaal.—Soerapatti’s strooptocht langs de Kahajan.—De ontmoeting bij soengei Troessan.—Nederlaag.—Vernietiging van de Doessonsche heirmacht.—Aankomst te soengei Sirat.—Nachtelijk gevecht.—Het schoonmaken der koppen.—Het „parabah”.—Maatregelen voor den marsch.—Aankomst te kotta Hamiak.—Gevecht.—Verstrooiing der Doessonsche strijdmacht.—Menschenjacht.—Een Dajaksche lekkerbeet        208

XXVIII.

Lijkplechtigheid en lijkverbranding.—Het slachten der krijgsgevangenen.—Een gierenmaaltijd.—Een Doessonsche krijgsgevangene gered.—Berichten van de vijandelijke macht.—Beraadslaging.—Soengei Mantarat.—Over land naar soengei Minjangan.—Gebrek aan water.—De „ngaga’s”.—„Ramon petak kinan”.—Hamadoe dorstig.—Een overval.—Een batonnist        233

XXIX.

Kahio en orang oetan.—De reis hervat.—De ijzerhoutboom.—Aan de soengei Minjangan.—Stroomafwaarts.—Op de Kahajan.—Legende.—Kotta Dewa.—Aankomst te Kotta Oepon Batoe.—Beklimming van den rotswand.—Gevechten.—Een paar mijnen.—Schlickeisen verdwenen        256

XXX.

Vervolging.—Eene bende Doessonners overvallen.—De Kiham Batoe Naroi.—De rangkan tusschen twee vuren.—Schlickeisen gered.—De Kahajan op.—Harimaoung Boekit verwonderd.—Schlickeisen getoetangd.—Terug naar Oepon Batoe.—Vooruit naar soengei Miri        276 [VIII]

XXXI.

Triomftocht.—La Cueille’s neus opgewreven.—Tweestrijd van het Poenanhoofd en Hamadoe’s beslissing.—Souvent femme varie.—Ruilhandel.—Goudzoeken.—La Cueille in vervoering.—Hoe de schatten mede te nemen.—Een nieuwe wijze van handel drijven        294

XXXII.

Reisafspraken.—Rijkdom der goudgronden.—Vermoedelijke herkomst der goudafzettingen.—De diamant van den sultan van Matam.—De diamantdelving.—Het dagboek en de schedel van Georg Müller.—Huwelijksplechtigheden        312

XXXIII.

Vertrek van Kotta Rangan Hanoengoh.—De soengei Miri op.—De Njakatan.—Over land.—„Les noms des fous se trouvent partout”.—Een nieuw model kerkhof.—De Boekit Doesson.—Zijn flora.—La Cueille’s zitvlak op de linie.—De soengei Nanga Boenoet af.—Op de Kapoeas Bohong.—Een inktmeer.—Op het Batang Loepar gebergte        329

XXXIV.

De afdaling van het Batang Loepar gebergte.—Een Borneosche waterval.—De grens overschreden.—Simangang.—Afscheid.—Op de „Firefly”.—Een Sarawaksch fort.—Te Koetshing.—Aan boord van de „Rainbow”.—Te Singapore.—Vertrek naar Europa.—Besluit        346 [1]