WeRead Powered by ReaderPub
De Biezenstekker cover

De Biezenstekker

Chapter 6: VAN
Open in WeRead

About This Book

The narrative follows a hardened man newly released from prison who returns to a small rural community on Epiphany evening and must reckon with a remembered act of violence and the wary scrutiny of neighbors. The author sketches village life in vivid, realistic detail—inn rooms, tree-lined lanes, and singing children—and traces how social exclusion, household ties, and a volatile temperament complicate his attempts at reintegration. Encounters with family and townspeople shift between tension and tentative gestures toward reconciliation, while the prose examines culpability, shame, and the steady rhythms of everyday rural existence.

                         't Is van avond Driekoningenavond
                         En 't is morgen Driekoningendag.

Verwonderd bleef zij stilstaan. 't Was inderdaad Driekoningenavond en terstond herinnerde zij zich een dergelijken avond, zes jaar geleden, als Cloet, pas uit het gevang gekomen, haar schier vermoord had. Thans zou het zoo niet gaan. Dat lied klonk nu wel meer als een zang van verzoening, voor verlossing in haar oor. Zij luisterde het, tot 't einde toe glimlachend af en dan, hare deur opentrekkend, reikte zij aan een der zangertjes, een schoon, twaalfjarig meisje met diepe, zwarte oogen, eenen cent toe.

Zij kwam terug in hare keuken; maar, op het oogenblik nog eens het deksel van den ketel op te heffen, kwam het haar voor als hoorde zij een flauw, een zonderling geluid in 't nachtvertrekje. Had het gezongen liedje wellicht een der kinderen ontwaakt? 't Was beter niet, want zij hoefde met vader alleen te zijn. En stil, op hare kousen, stak zij 't deurtje open. Doch neen, alles was rustig, dáár: Jan en Pol lagen te ronken; Marie en Zulma sliepen met haar aangezichtje naast elkaar en eenzaam in zijn breed en lage bed, lag Julken, die den ganschen dag gewoeld had, steeds kalm en onbeweeglijk. Vrouw Cloet draaide 't nauw brandende lampje nog wat dieper in, week achteruit en stak het deurtje toe. Zij was nauwelijks in de keuken terug of een nieuw gejoel greep aan de voordeur plaats en hetzelfde fijn, slepend gezang weêrgalmde:

                      't Is van avond Driekoningenavond,
                      En 't is morgen Driekoningendag.

En nogmaals bleef zij, als begoocheld, luisteren en gaf na 't einde van het liedje, eenen cent.

Thans waren de aardappelen klaar. Zij nam den ketel van boven den haard weg en ging er, in het achterhuis, het sap afgieten. In het keukentje terruggekeerd hing zij hem nog eene wijl boven 't vuur en hield er het oog op gevestigd. En, terwijl ze daar stond wendde zij nog eens en met een soort van angst het hoofd naar 't slaapkamertje om. Had daar op nieuw geen zonderling geluid weêrklonken? Waren de kinderen bepaald wakker? Zij nam voor goed den ketel van het vuur, plaatste dien op de heete asch en ging terug in 't kamertje. Zij nam het lampje in de hand, draaide het lemmet op en kwam vooruit, tusschen de bedden. Zij keek naar Jan en Pol; zij sliepen. Zij keek naar Zulma en Marie; zij sliepen ook. Dan wendde zij zich tot het kleintje om.

Het lag, steeds rustig na dien dag van groote woeling, als verzonken in het lage, breede bed. Het hoofdje was van 't hoofdkussen gezegen; de handjes, als om zich te weerhouden, hielden de deken vast en 't mondje, dat half open hing, scheen iets te willen zeggen, iets te vragen.

Vrouw Cloet, gebogen kijkend, kwam nader met haar lampje.

«Slaapt ge?» vroeg ze stil en als het ware onvrijwillig. En vlug, aan eene zonderlinge ingeving gehoorzamend, vatte zij een der handjes vast.

Verbaasd, verschrikt, wipte zij achteruit. En eensklaps, terugkomend, lei zij hare hand op 't voorhoofdje. Hare oogen gingen wijd open, eene doodsche bleekheid overdekte haar gelaat en eén enkel, in hare keel verkroppend woord ontsnapte haar:

«Dood.....»

Zij had den tijd niet aan hare gevoelens lucht te geven. Iemand had op de voordeur geklopt en toen ze die geöpend had, stond Cloet vóór haar.

«Hij is dood» herhaalde zij werktuigelijk terwijl haar man binnen stapte.

Cloet, onthutst, staarde haar aan. «Wie dood!» vroeg hij eindelijk en als het ware met weèrzin.

Sprakeloos, haar oogen in de zijne, wees zij met de hand naar 't kamertje. Cloet, roerloos, volgde met den blik de aangeduide richting. En na een oogenblik somber nadenken, gedurende hetwelk 't besef van de gebeurtenis in zijnen geest van brute nederdaalde, zette hij zijn spade in den hoek van 't schutsel en keek schuins, met begeerige oogen, naar de dampende aardappels.

Zijn vrouw, verbaasd bij zulke diepe onverschilligheid, staarde hem wachtend aan. Maar ziende dat hij naar den haard ging om zich zelf van eten te bedienen, haastte zij zich voren en dischte hem zijn maal op.

Er heerschte eene lange stilte. Cloet had zich aan de tafel neêrgezet en was begonnen te eten. Het oog in zijn bord gevestigd, at hij onverpoosd, met vollen mond, gelijk een uitgehongerd dier. Hij scheen de tegenwoordigheid zijner vrouw zelfs niet op te merken, hij ademde krachtig en luid door de neusgaten en telkenmale hij iets noodig had: wat roggebrood, een mes, een lepel saus, keek hij herhaaldelijk en schuins naar de verlangde voorwerpen, alvorens die te nemen. Zijn vrouw, bewegingloos, stond aan de overzijde van de tafel recht.

«Gij, de eerste, zult hem 't woord toesturen en u niet laten ontmoedigen indien hij uwe poging tot verzoening niet dadelijk gunstig bëantwoordt» had de pastoor haar bevolen. En angstig, tevens met de gedachte van het doode kind en de begeerte tot verzoening bezig, wachtte zij naar een gunstig oogenblik om het gesprek heraan te knoopen. Doch dit oogenblik kwam niet en door hare gevoelens overweldigd kon zij niet langer het stilzwijgen uitstaan.

«Hij zal moeten afgelegd worden, niet waar?» vroeg ze schuchter, met de hand naar 't slaapvertrekje wijzend.

Hij mompelde iets dat zij niet kon verstaan en maakte, zonder het eten te staken, eene beweging met de schouders, alsof het hem niet aanging.

Onthutst, verschrikt, zonder hare vraag te durven herhalen, staarde zij hem aan. En na een oogenblik, in hare vrees van hem mishaagd te hebben aan het gesprek eene andere wending gevend:

«Mijnheer de pastoor is hier gisteren geweest, sprak zij en heeft gezeid dat hij u kan bezigen in zijnen tuin, nu, met het einde der maand, indien gij elders niet verhuurd zijt.»

Opnieuw knikte hij met het hoofd en stamelde iets binnensmonds, steeds etend en den blik, in zijne teil gevestigd houdend. En in de drukkende stilte welke weêrom heerschte, hoorde men voor de derde maal een dof gemurmel aan de voordeur, zoodra gevolgd van 't slepend, steeds herhaalde liedje:

                       't Is van avond Driekoningenavond
                       En 't is morgen Driekoningendag.

Noch hij, noch zij keken op, spraken een woord. Alleen Cloet, steeds etend, loerde sinds eenige stonden rechts en links over de tafel, alsof hij naar iets zocht; en schielijk zelf de stilte brekend vroeg hij, doch zonder 't oog op haar te vestigen:

«Hebt ge geen bier?»

Zij had er. Een volle kruik stond in de eetkast, die zij, in hare ontzetting, vergeten had op te disschen. Zij haalde die te voorschijn en schonk er hem een volle pint uit. Verkropt door zijn droog voedsel, ledigde hij die in eenen adem. Hij had gedaan met eten, hij stond op.

«Gaat ge slapen? vroeg zij dof.

Hij knikte met het hoofd en stak de deur van 't nachtvertrekje open. Zij draaide 't lampje in de keuken uit en volgde hem:

«Zeg, moeten wij hem toch niet afleggen?

«'t Kan mij niet schelen!» antwoordde hij ruw. Stom volgde zij hem voortdurend op.

Sinds hij van zijne vrouw gescheiden leefde sliep hij op den zolder; en zonder eenen blik voor 't doode kind dat daar onder lag, had hij het lampje in de hand genomen en was reeds langs den steilen trap. Werktuigelijk, zonder nog een woord te durven spreken, maar het oog, door heen de sporten, onweerstaanbaar op het lijk gevestigd, volgde zij hem steeds op.

Het bed stond daar omhoog, onder de pannen; en vooraleer hij den tijd had haar te vragen wat zij er kwam doen en, mogelijk, haar heen te zenden, zette zij zich vastberaden op de sponde neèr en zei, hem strak aanschouwend.

«Mijnheer de pastoor heeft het mij aldus bevolen.»

Hij zei geen woord maar zag haar aan en eene zonderlinge vlam schoot uit zijn grijze oogen. Krachtig ademend deed hij zijne kleêren uit en toen hij in zijn hemd stond boog hij neêr en nam den nachtpot van onder 't bed. Groot en struisch, tevens gebogen en vierkant van schouders en 't hemd, boven de breede rugbladeren, door twee ronde, zwartachtige zweetvlekken bezoedeld, keerde hij haar den rug toe. Haar japon viel neêr, zij kroop onder de grauwe sargen; en toen hij, na eenige stonden onbeweeglijkheid nederboog en den nachtpot terug onder het bed schoof, blies zij het lampje uit. Alles werd pikdonker. Cloet, al tastend, kroop in 't bed en voor de eerste maal sedert zes jaren sliep hij met zijne vrouw.


1 Vermoedelijk naar het Fransch «Mille noms de Dieu.».

De Bestuurder,
POL DE MONT.



MAX ROOSES

Schetsenboek ................................................. fr. 1 50
Nieuw Schetsenboek ............................................ » 1 50
Derde Schetsenboek, 2 dln. .................................... » 3 00
Over de Alpen ................................................. » 3 00
Op Reis naar Heinde en Verre, prachtuitgave fr. 5 00,
volksuitgave .................................................. » 2 50

REIMOND STIJNS

Ruwe Liefde, Oostvlaandersche zedenroman ...................... » 2 00
In de Ton, .................................................... » 2 60
Klein Leven.

H. SWARTH

Passiebloemen ............................................... gld. 1 50
Poëzie, op Holl. pap. ........................................ fr. 6 00
Beelden en stemmen ........................................... fr. 2 00
Verzen, op Holl. pap. ........................................ fr. 6 00

HERMAN GORTER

Mei, een gedicht, op Holl. pap. .............................. fr. 7 60

FR. VAN EEDEN

De kleine Johannes ........................................... fr. 4 00
Johannes Viator .............................................. fr. 8 20
Ellen ........................................................ fr. 3 75





Binnenzijde van achterplat

        Men teekent in bij denzelfden uitgever op:Zingende Vogels, oorspronkelijke bijdragen van Nederlandsche
dichters, verzameld door Pol de Mont, afleveringen
van ± 100 bl., telkens met een artistieke plaat, ex. à 2, en á ............. fr. 3 00
De Vlaamsche School, geïllustreerd tijdschrift, gewijd aan
fraaie kunsten en letteren;--redactie: Max Rooses. Pol de Mont,
Paul Buschmann enz. per jaar ................................................ » 10 00
De Toekomst, tijdschrift voor opvoeding en onderwijs, redactie:
Cornette, Pol de Mont en H. Temmerman, prijs per jaargang ................... » 6 00





BIBLIOTHEEK

VAN

NEDERLANDSCHE LETTEREN

LECTUUR VOOR IEDEREEN

BIJZONDER GESCHIKT

TOT VOORBEREIDING VAN DE STUDIE

DER NEDERLANDSCHE LETTERKUNDE

ZIJN VERSCHENEN:

1° PRUDENS VAN DUYSE, Bloemlezing,
2° LOUIS COUPERUS, Een Zieltje,
3° F. DE CORT, Liederen en Gedichten,
4° HOOFT, Sonetten en Liederen,
5° VAN DROOGENBROECK, Poëzie,
6° V.A. DE LA MONTAGNE, Landschappen en Binnenhuisjes.



Buitenzijde van achterplat


Verder zullen het licht zien dicht-en prozawerken van:J. ADRIAENSEN, ANTHEUNIS, JOAN BOHL, COENS (PENNING JR),CORNETTE,
  COUPERUS, DA COSTA, DAUTZENBERG, A. DE ROP, DE QUÉKER, MICHIEL DE
  SWAEN, AM. DE VOS, DROST, EMANTS, P. FREDERIQ, J. GEEL, GEZELLE,
  HANNAH, HEIJE, HEMKES, HEREMANS. E. HEYMANS-HERTSFELDT, HIEL,
  HOFFMANN VON FALLERSLEBEN, LANGENDIJK, JAN LUYKEN, J. NOLET,
  AUGUSTA PEAUX, POOT, ARY PRINS, RODENBACH BOOSES, SABBE, SAUWEN,
  G. SEGERS, SLEECKX, A SNIEDERS, STARING. R. STIJNS, HEL. SWARTH,
   TEIRLINCK, TERHAAR, TOLLENS, TONY, J. F. VAN CUYCK, VAN DER
  CRUYSSEN VAN OYE, VERSNAEYEN, VONDEL, VUYLSTEKE, O. WATTEZ,
  WELLEKENS J WINKLER-PRINS, J. F. WILLEMS Sr, ZETTERNAM, ENZ., ENZ..

              Eerstvolgende deeltjes:BUYSSE, De Biezenstekker HIEL, Gedichten: SLEECKX,  Hoe Mien zijn
  Bientje kreeg
; J. WINKLER PRINS, Gedichten; SNIEDERS, Sneeuwvlokje;
  G. ANTHEUNIS, Liederen en Gedichten; DE QUÉKER. De Tjeepeeuwer;
  RODENBACH, Poëzie, enz.

             Prijs per deel: 25 Centiemen.


COLOFON
  • Eerste publicatie: De Nieuwe Gids, jaargang 5 (1890), blz. 186 212.
  • Eerste publicatie in boekvorm: Gent, 1894, Algemeene Boekhandel van Ad. Hoste, Uitgever.
  • Dit elektronisch bestand is gebaseerd op de editie van 1894.
  • De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling, er zijn geen wijzigingen aangebracht.
  • De kwaliteit van het origineel is zodanig, dat niet altijd duidelijk is wat er precies staat.
  • Vreemde woorden of schrijwijzen, evidente en vermoedelijke zet- of schrijffouten zijn behouden gebleven.
  • Deze editie bevat heel wat inconsequenties met betrekking tot interpunctie, kapitalen, aanhalingstekens en het gebruik van lidwoorden. Deze zijn behouden gebleven.
  • Dialectwoorden worden soms verschillend gespeld, de schrijfwijze is behouden gebleven.
  • Bovenstaande schrijfwijzen zijn hyperlinks in de tekst die verwijzen naar de tabel onderaan dit colofon.
  • De paginanummers zijn verwijderd.
  • Spaties voor leestekens zijn verwijderd.
  • Het gebruik van guillemets («») is behouden gebleven.
  • Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn hersteld.
  • Voetnoten zijn verplaatst naar het einde van de tekst met de verwijzing.
  • Gedachtestreepjes zijn vervangen door --, gedachtesprongen door een lijn.
Johan Boelaert
26/01/2015


+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
|blz. 1         |éen                                   |wordt ook geschreven als: een, één,   |
|               |                                      |eèn                                   |
|blz. 2         |eerbeid                               |eerbied                               |
|blz. 3         |weêr                                  |wordt ook geschreven als: weer        |
|blz. 3         |was;                                  |was,                                  |
|blz. 3         |maar een gebuur--Rosse Tjeef had      |maar een gebuur--Rosse Tjeef--had     |
|blz. 3         |tegen hem getuigd--en hij             |tegen hem getuigd en hij              |
|blz. 4         |vóór                                  |wordt ook   geschreven als: voor      |
|blz. 4         |dáár                                  |wordt ook geschreven als: daar, dáar  |
|blz. 4         |al-licht                              |allicht, wellicht                     |
|blz. 4         |meê                                   |wordt ook geschreven als: meè         |
|blz. 4         |zóó                                   |wordt ook geschreven als: zoo         |
|blz. 5         |Keuze:                                |Keuze.                                |
|blz. 5         |weêrklonken                           |weerklonken                           |
|blz. 5         |»'t Is                                |«'t Is                                |
|blz. 5         |van avond                             |vanavond                              |
|blz. 5         |Driekoningendag,                      |Driekoningendag.                      |
|blz. 5         |stijl                                 |paal                                  |
|blz. 5         |de balie van een hofgat               |de omheining van een oprijlaan        |
|blz. 6         |heur                                  |haar                                  |
|blz. 6         |zijdewegel                            |zijweg, zijpad                        |
|blz. 6         |stronkeligen                          |stronkelen: struikelen                |
|blz. 7         |gekomen!                              |gekomen?                              |
|blz. 7         |dàt                                   |wordt ook geschreven als: dat         |
|blz. 7         |weêrlicht                             |weerlicht                             |
|blz. 8         |kniëen                                |wordt ook geschreven als: knieën      |
|blz. 9         |trekt                                 |Trekt                                 |
|blz. 9         |weèrzin                               |weerzin                               |
|blz. 10        |luikermes                             |vouwmes met houten handvat            |
|blz. 10        |weêrklonk                             |weerklonk                             |
|blz. 10        |terug kwam                            |terugkwam                             |
|blz. 11        |meè                                   |wordt ook geschreven als: meê         |
|blz. 11        |tersluips                             |tersluiks                             |
|blz. 11        |geëten                                |gegeten                               |
|blz. 11        |gëuite                                |geuite                                |
|blz. 12        |te vergeefs                           |tevergeefs                            |
|blz. 12        |voor goed                             |voorgoed                              |
|blz. 12        |nutt'en                               |nutten: het nuttigen van voedsel      |
|blz. 12        |verdome                               |verdomme                              |
|blz. 13        |wel is waar                           |weliswaar                             |
|blz. 13        |Om                                    |Op                                    |
|blz. 14        |onderbleven                           |onderblijven: niet hoog opgroeien,    |
|               |                                      |niet tot zijn wasom komen, klein,     |
|               |                                      |achterlijk blijven. © 2007 INL.       |
|blz. 14        |avorton                               |(archaïsch) misgeboorte               |
|blz. 14        |in stede                              |in plaats                             |
|blz. 14        |doorde                                |door de                               |
|blz. 14        |broêrs                                |broers                                |
|blz. 14        |het                                   |"In Vlaanderen ten platte lande       |
|               |                                      |worden veelal de jonge lui, 't zij    |
|               |                                      |knapen of meisjes, met het onzijdig   |
|               |                                      |lidwoord het aangeduid." Nota van     |
|               |                                      |Cyriel Buysse in Guustje en Zieneken, |
|               |                                      |1887                                  |
|blz. 15        |groes                                 |groeze: lof, loof, stronk             |
|blz. 15        |affecteerde                           |affecteren: voorgeven, den schijn     |
|               |                                      |aannemen                              |
|blz. 16        |exaspereerde                          |exaspereren: tot een uiterste opvoeren|
|               |                                      |verhevigen                            |
|blz. 16        |met gele sproeten vol het aangezicht  |vol gele sproeten in het aangezicht   |
|blz. 16        |was hij achter gebleven.              |was hij weggebleven.                  |
|blz. 17        |vijfcentstuk                          |wordt ook geschreven als:             |
|               |                                      |vijfcentenstuk                        |
|blz. 17        |neêrvallen                            |neervallen                            |
|blz. 17        |vorderpootjes                         |Uit het Duits - Vorderpfote: voorpoot |
|blz. 17        |»Van wien                             |«Van wien                             |
|blz. 18        |naïefheid                             |naïeviteit                            |
|blz. 19        |geprovoqueerd                         |geprovoceerd                          |
|blz. 19        |in eens                               |ineens, plotseling                    |
|blz. 20        |in eens                               |ineens, plotseling                    |
|blz. 20        |al- licht                             |allicht                               |
|blz. 20        |weêrom                                |wordt ook geschreven als: weèrom,     |
|               |                                      |weerom                                |
|blz. 20        |drift                                 |hartstocht                            |
|blz. 22        |lichje                                |lichtje                               |
|blz. 22        |De vale kaartje                       |De vale klaarte?                      |
|blz. 22        |lichaamtje                            |lichaampje                            |
|blz. 23        |sargen                                |dekens                                |
|blz. 23        |zijboven                              |zij boven                             |
|blz. 23        |«Neen                                 |Neen                                  |
|blz. 24        |neêrgelegd                            |neergelegd                            |
|blz. 24        |bevol                                 |beval                                 |
|blz. 25        |zien!                                 |zien?                                 |
|blz. 25        |deksel                                |deken                                 |
|blz. 26        |toen                                  |dan                                   |
|blz. 27        |gëavondmaald                          |geavondmaald                          |
|blz. 27        |zooeven                               |zo-even                               |
|blz. 27        |van pas gekookt                       |gaar                                  |
|blz. 29        |sap                                   |kookwater                             |
|blz. 29        |terruggekeerd                         |teruggekeerd                          |
|blz. 29        |op nieuw                              |opnieuw                               |
|blz. 29        |bepaald                               |dan tóch                              |
|blz. 29        |voor goed                             |voorgoed                              |
|blz. 29        |lemmet                                |kaarsenpit, lampenpit,                |
|               |                                      |lampenkousje                          |
|blz. 29        |geöpend                               |geopend                               |
|blz. 30        |dood;                                 |dood?                                 |
|blz. 30        |brute                                 |bruut                                 |
|blz. 30        |neêrgezet                             |neergezet                             |
|blz. 30        |bëantwoordt                           |beantwoordt                           |
|blz. 30        |van                                   |aan                                   |
|blz. 30        |heraan                                |weer                                  |
|blz. 31        |verkropt                              |kroppen: kroppend, met moeite slikken,|
|               |                                      |door de keel duwen                    |
|blz. 32        |slapen?                               |slapen?»                              |
|blz. 32        |afleggen?                             |afleggen?»                            |
|blz. 32        |en was reeds langs den steilen trap.  |en was reeds den steilen trap         |
|               |                                      |beklommen.                            |
|blz. 32        |door heen                             |doorheen                              |
|blz. 32        |neèr                                  |wordt ook geschreven als: neêr        |
|blz. 32        |kleêren                               |kleren                                |
+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++