WeRead Powered by ReaderPub
De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius) cover

De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius)

Chapter 33: Hoofdstuk XXIII.
Open in WeRead

About This Book

A concise guide for non-specialists that explains Confucian thought through an introduction to its core principles, historical background, and a biographical account of Confucius; it presents translations and commentary on central texts—Choeng Yoeng (the Mean), Ta Hiŏh (the Great Learning)—and selected fragments from Loen Yü (the Analects). The commentary clarifies key terms, offers interpretive notes, and contrasts existing renderings to help readers understand how Confucian ideas inform social and familial institutions. Combining explanatory essays, historical context, and annotated translations, the work aims to make classical Chinese philosophy accessible without requiring prior sinological training.

[Inhoud]

Hoofdstuk XXIII.

Hierop (n.l. op hem, die reeds de opperste „Chʼing” bezit) volgt hij, die het kromme cultiveert (d. i. het onvolmaakte in hem volmaakt). Van kromheid kan „Chʼing” komen. Deze „Chʼing” [124]wordt (als in vorm) zichtbaar. Van (als in vorm) zichtbaar wordt zij gemanifesteerd. Van gemanifesteerd wordt zij schitterend. Schitterend zijnde beweegt zij (andere menschen en dingen). Bewegende doet zij veranderen. Doende veranderen transformeert zij.

Alleen hij, die de opperste Chʼing heeft onder den Hemel, kan (andere menschen en dingen) transformeeren.

Heeft Tszʼ Szʼ het in Hoofdstuk XXII gehad over degenen, die reeds van nature de opperste „Chʼing” hadden (Vergelijk ook Hfdst. XX. No 9), in dit hoofdstuk behandelt hij degenen, die eerst het kromme (onvolmaakte) in zich nog recht (volmaakt) moeten maken. Is dat kromme eenmaal recht gemaakt, dan is eveneens de „Chʼing” bereikt, die de Wijze al had (Zie Hfdst. XX. No 9: „Maar als het werk volmaakt is, is het resultaat ’t zelfde”).