WeRead Powered by ReaderPub
De complete werken van Joost van Vondel. Davids Lofzang van Jeruzalem cover

De complete werken van Joost van Vondel. Davids Lofzang van Jeruzalem

Chapter 19: Lijk-dicht, OP HET OVERLIJDEN[1] VAN D. COENRADUS VORSTIUS, GEWEZEN PROFESSOR DER H. GODHEID, TOT LEIDEN.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

Een poëtische uitbreiding op Psalm 122 bezingt Jeruzalem en wisselt rouw over verwoesting af met vreugde over herbouw, waarbij tempel, paleis en priesterlijke rituelen uitgebreid worden uitgestald. Offers, heilige muziek en de liturgische sfeer krijgen levendige beschrijvingen, terwijl het verlangen naar verzoening en de komst van de Messias terugkerende thema's zijn. De stad wordt voorgesteld als paradijselijk centrum van majesteit, rechtspraak en vrede, met rijke natuur- en bouwbeelden. Naast het loflied omvat de verzameling ook korte occasionele gedichten, zoals een grafschrift en een huwelijksode, die verschillende toonzettingen en sociale gelegenheden belichten.

Lijk-dicht,
OP HET OVERLIJDEN[1] VAN
D. COENRADUS VORSTIUS,
GEWEZEN PROFESSOR DER H. GODHEID, TOT LEIDEN.

Nu rust hij, die versmaad in ballingschap moest leven,
En bonsde van 't altaar den Afgod[2] van Geneven,
Dien grouwel, die 't vergift schenkt uit een goude kroes,
En 't lieflijk aanschijn Gods afschildert als de Droes;
Als hij de afloting[3] van zoo menig duizend stammen
Ter Helle stuurt, en pijnt met eindelooze vlammen,
Nadat ze zijn tot kwaad genoodzaakt buiten schuld,
Opdat, kwansuis, haar maat rechtvaardig werd'[4] vervuld.
Dit kon geleerdheids roem niet lijden zonder straffen,
Als hij den Cerberus driehoofdig hoorde blaffen,
Doen smeedd' hij ketenen, opdat hij temmen mocht
Den uitgelaten vloek van 't lasterlijk gedrocht.
Der Hellen afgrond woedt, en staat geweldig tegen,
Braakt dampen uit zijn kolk, die, Hemel-hoog gestegen,
Bezwalken dik de lucht; opdat 't genade-rijk,
Dees goedheid, niet, gemeen, bestraal' een iegelijk.
De Vorst[5], nu afgestreên, gedwongen te vertrekken,
Voor broeder Esau vlucht, en kiest uitheemsche plekken:
En volgt des waarheids spoor, op 't redelijke pad:
Geeft God zijn ziel, zijn lijf de Vrederijke stad[6].

[1] 29 Sept. 1622, te Tonningen in Holstein, waar hij, als Remonstrantsch balling, kort te voren was aangekomen.

[2] Het door Calvijn voorgestane Godsbegrip, met den, als "gruwel" door Vondel gebrandmerkte leerstelling der eeuwige verkiezing en verwerping.

[3] nakomelingen.

[4] worde.

[5] Klankspeling op Vorstius' naam.

[6] Het bekende toevluchtsoord der Remonstrantsche ballingen, Frederikstad aan de Eider, waar V. (den 2den Oct.) begraven werd.