WeRead Powered by ReaderPub
De complete werken van Joost van Vondel. Op de Aankomste van de Koninginne van 't Zuiden te Hierusalem, [etc.] cover

De complete werken van Joost van Vondel. Op de Aankomste van de Koninginne van 't Zuiden te Hierusalem, [etc.]

Chapter 9: PINXTER-ZANG, OP DE STEM VAN MARIA LOF-ZANG.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A sequence of devotional and occasional poems treats Christian subjects through lyrical and didactic verse. Recurring motifs include mortality, resurrection, the Last Judgment, Christ's passion and ascension, and Pentecostal inspiration. Several pieces are rendered as psalm-based songs, meditative translations, and liturgical odes that address communal worship moments. The tone shifts between admonition and consolation, urging moral renewal, strengthened faith, and readiness for divine reckoning.

PINXTER-ZANG,
OP DE STEM VAN MARIA LOF-ZANG.

Na Kristus' Hemelvaart,
De Apostelen, vergaard
Eendrachtelijk te gader,
Verwachtten voor haar hoofd
Den Trooster, die beloofd
Haar was van God den Vader.
De[1] Pinkster-feest verscheen,
Als snellijk viel beneên
De Geest, daar elk op hoopte;
Die, als een winds gedruisch,
Terstond vervulde 't huis,
En met een vier haar[2] doopte.
De Twaalve zag men hier
Omschenen met een vier,
Omstraald met vierge tongen;
Haar sprake zonder tolk
Verbaasde 't uitheemsch volk,
Van alzins ingedrongen.
"O, wonder is 't," zegt de een,
"Dat die van Galileên
Al 's werelds talen konnen!"
Een ander zegt: "zij zijn
Verzopen in den wijn,
En van den drank verwonnen!"
"Neen, neen!" roept Cefas blij,
"'t Is Joëls profecij,
Die God aan ons vervulden;
Ten ende Jakobs huis
Werd kondig[3], wie aan 't kruis
Nam op hem 's werelds schulden."
Den hamer Gods hier sprak,
De steenen harten brak;
Wij zijn vol schuld bevonden
Aan 's Heeren bloed; wat raad?
"Elk een," zegt Peter, "laat'
Afwasschen al zijn zonden!"
Drie duizend zielen daar,
Boetvaardig, wonderbaar,
Zich Kristus niet en schamen;
Zij volgen Jezus' wet,
Zij waken in 't gebed,
En zijn één ziel te zamen.

[1] Thans het; maar verg. boven, blz. 2b, aant. 4.

[2] Even als in 't eerste coeplet, voor hen.

[3] Vername.