WeRead Powered by ReaderPub
De 'handel in blanke slavinnen'. cover

De 'handel in blanke slavinnen'.

Chapter 36: Codering
Open in WeRead

About This Book

This dissertation systematically analyzes the trafficking of women and girls into prostitution, defining the phenomenon, distinguishing domestic and cross-border forms, and cataloguing deceptive methods used by traffickers. It surveys the scale and causes, assesses preventive and repressive measures, and discusses general legal principles. A major portion reviews national laws and international declarations, comparing legislation and case approaches across numerous countries and regions. The work concludes with recommendations for legal and administrative responses and a postscript reflecting on evidence gathering and reform challenges.

Naschrift.

Na het afdrukken van dit proefschrift verscheen in het Zeitschrift für die gesamte Strafrechtswissenschaft (20ster Band 4es Heft) een artikel van Dr. jur. Karl Hatzig, getiteld “Der Mädchenhandel”.

In de literatuuropgave, die boven het opstel staat, mis ik een van de voornaamste bronnen en wel de rapporten van het Pénitentiair Congres in 1895 te Parijs vergaderd. De tijd ontbreekt mij eene uitvoerige kritiek te leveren over dit opstel, dat een dertigtal pagina’s druk bevat.

Nieuwe gezichtspunten in zake deze materie vind ik er niet in geopend. Integendeel de opvattingen, die de schrijver huldigt, stemmen in generali overeen met die, welke ik in mijn proefschrift neerlegde. Doch juist daarom bevreemdt het mij des te meer, dat het door Dr. Hatzig ontworpen artikel den indruk geeft als te zijn voorgesteld door iemand, wien het juiste karakter van den handel in blanke slavinnen onbekend is.

Zijn artikel luidt aldus:

“Wer gewerbsmässig eine Frauensperson zu Zwecken der gewerbsmässigen Unzucht anwirbt, wird mit Zuchthaus bestraft u. s. w.”

Men ziet, dat de vermelding van het bedriegelijk element in dit artikel verwaarloosd is, ten gevolge waarvan ook vele andere handelingen, die geheel buiten den meisjeshandel vallen en wellicht geen misdadig karakter bezitten, onder deze strafbepaling zouden vallen.

Op zich zelf staande daden van meisjeshandel wil S. blijkbaar ongestraft laten.

Stellingen.

I.

Het Justiniaansche Recht vorderde niet, dat het pas geboren kind, om rechtssubject te kunnen zijn, levensvatbaar was.

II.

Door welke omstandigheden de verantwoordelijkheid van den voogd voor ’t beheer van de goederen van een minderjarige ook moge verminderen, steeds zal vermindering van de hypotheekstelling toegestaan kunnen worden.

III.

De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand is na verloop van den bij art. 29 B. W. gevorderden termijn van drie dagen niet meer bevoegd tot ’t opmaken eener geboorteacte.

IV.

De aansprakelijkheid van den eigenaar van het schip en van de reeders krachtens art. 321 W. v. K. wordt beperkt door de bepaling van art. 372 W. v. K.

V.

Bij tweezijdige overeenkomsten, waaraan tijdens de faillietverklaring nog niet geheel is voldaan, heeft de tegenpartij het recht ontbinding te vragen ook dan, als de wanpraestatie na de faillietverklaring plaats heeft.

VI.

Het verlof tot dagvaarding op verkorten termijn ingevolge art. 7 B. Rv. kan in spoedeischende zaken worden verleend ook dan, wanneer op ’t oogenblik, dat het verzoek wordt gedaan, de gewone termijn van dagvaarding tegen de eerstvolgende terechtzitting nog kan worden in acht genomen.

VII.

Onder het “rijk in Europa” in art. 2 Wetboek van Strafrecht moet ook begrepen worden de luchtruimte boven het grondgebied van den Nederlandschen Staat in Europa. Ergo is een strafbaar feit gepleegd in een luchtvaartuig, zich bevindend in die luchtruimte, te berechten volgens de Nederlandsche Strafwet.

Wenschelijk is het op luchtvaartuigen voor de toepassing der strafwet bepalingen in het leven te roepen gelijk aan die, welke voor gewone vaartuigen bestaan.

VIII.

Art. 452 W. v. Sr. is van geen kracht tegenover hem, die een bordeel houdt in eene gemeente, waar het houden van bordeelen bij politieverordening verboden is.

IX.

Art. 452 W. v. Sr. voldoet niet aan het doel, dat zich de Heer van Houten voorstelde, toen hij het initiatief nam tot de opname van een artikel, dat eene strafbepaling moest inhouden tegen hen die personen, vooral minderjarige vrouwen, wie de bestemming van het huis onbekend is, in een bordeel lokken.

X.

Er is geen strafbare poging tot diefstal aanwezig, in geval de beklaagde met ’t oogmerk om diefstal te plegen een winkel is binnengetreden, zich over de toonbank heenbuigende, met ’t oogmerk om zich het eventueel daarin bevindend aan een ander toebehoorend geld wederrechtelijk toe te eigenen, de toonbanklade opent en zijn hand daarin steekt, doch in de volvoering van zijn voornemen wordt verhinderd door de afwezigheid van geld in die lade.

Wanneer ceteris paribus een offerbus toevallig ledig is, kan er evenmin sprake zijn van strafbare poging tot diefstal.

XI.

Het is als gevolg van de uitbreiding en vergemakkelijking van het moderne internationale verkeer van het grootste belang, dat aan het buitenlandsche strafvonnis onder zekere beperkingen een voor de recidive van invloed zijnde kracht toegekend wordt.

XII.

Zoolang tractaten over internationaal strafprocesrecht de internationale rechtshulp nog niet op ruimeren grondslag geregeld hebben, is het wenschelijk uit art. 68 Swb. voor binnenslands gepleegde misdrijven in alinea 2 het geval van “vrijspraak” te laten vervallen.

XIII.

Bij de toepassing van art. 1 der wet van 13 Aug. 1849 (S. 39), “tot regeling der toelating en uitzetting van vreemdelingen”, wordt steeds ten onrechte de uitdrukking “middelen van bestaan” geïnterpreteerd als te zijn synoniem met het uitoefenen van een beroep of ambacht e. d.

XIV.

Art. 6 van de wet van 1 Juni 1865 (S. 60), regelende de uitoefening der geneeskunst, verplicht den geneeskundige aan den inspecteur van het geneeskundig Staatstoezicht en aan B. en W. zijner gemeente kennis te geven van ieder geval eener ziekte, waardoor de volksgezondheid bedreigd wordt.

XV.

In strijd met de Gemeentewet is een veelvuldig in reglementen van orde voor gemeenteraden voorkomende bepaling, die bij de toepassing van art. 51 Gem. wet van deze gedachte uitgaat, dat de rijkswetgever den raad zou hebben vrijgelaten naar willekeur te bepalen, wanneer geacht moet worden, dat de stemmen staken hetzij dit plaats hebbe na de eerste, hetzij na eene volgende stemming.

XVI.

Het is onverklaarbaar, hoe art. 14 der wet op de Regterlijke Organisatie en het Beleid der Justitie, zooals het gewijzigd is door de wet van 4 Juli 1874 (S. 90) “tot wijziging van de wettelijke bepalingen omtrent de regterlijke tucht” spreken kan van het recht van waarschuwing van den procureur-generaal bij den Hoogen Raad tegenover de andere voor hun leven benoemde ambtenaren van het Openbaar Ministerie, welke immers sedert de Grondwet van 1848 niet meer bestaan.

XVII.

Wenschelijk is het niet aan den arbeidsduur voor volwassen mannelijke arbeiders wettelijke beperking te stellen.

Colofon

Beschikbaarheid

Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.

Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie team op www.pgdp.net.

Deze editie is gebaseerd op de versie gescanned door Google Books (hier). Een ook buiten de VS toegankelijke versie van deze scans is beschikbaar op het Internet Archive (hier).

Codering

Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het corr-element.

Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens.

Documentgeschiedenis

  1. 2009-07-06 Begonnen.

Externe Referenties

Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.

Verbeteringen

De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:

Bladzijde Bron Verbetering
3 . ,
8 weives wives
8 weives wives
8 pasport passport
8 appearence appearance
8 [Niet in bron] .
10 welke welche
11 [Niet in bron] ,
14 scarceley scarcely
18 biografical biographical
18 withe white
19 abandonning abandoning
21
21 traficant trafiquant
21 dépot dépôt
22 embaucheé embauchée
22 [Niet in bron] .
22 pourque pour que
22 la quelle laquelle
22 enlévées enlevées
23 traficant trafiquant
24 Tijdens Terwijl
26 proxenète proxénète
26 »
27 bezadigheid bezadigdheid
n.v.t. [Niet in bron] ,
n.v.t. het in in het
28 van Van
29 »
30 [Niet in bron] .
32 waarzegters waarzegsters
35 . ,
36 in in-
37 [Niet in bron] .
38 [Niet in bron]
38 dirigeés dirigées
41 importeés importées
41 [Niet in bron] .
46 [Niet in bron] .
46
52 [Niet in bron] ,
53 plaçeurs placeurs
57 samenstel samenspel
58 individuëele individueele
59 eventuëele eventueele
59 Onmiddelijk Onmiddellijk
62 . ,
66 politietoezich politietoezicht
67 des das
67 officieële officiëele
68 Frankfort Frankfurt
74 Genêve Genève
74 Neûchatel Neuchâtel
75 bijbeltexten bijbelteksten
78 [Niet in bron] .
80 plaçeurs placeurs
81 medeplichheid medeplichtigheid
81 eventuëele eventueele
96 [Verwijderd]
105 . [Verwijderd]
106 Oostenrijk-Hongarijë Oostenrijk-Hongarije
109 . ,
117 franduleux frauduleux
117 werkelijk werkelijkheid
117 versehaffen verschaffen
117 ,
121 verrekering verrekening
138 prostitutuée’s prostituées
140 bebauched debauched
147 Udited United
148 connexion connection
149 bemoeiïngen bemoeiingen
152 [Niet in bron]
152 Bewustsein Bewusstsein
152 [Niet in bron]
155 uidrukkelijke uitdrukkelijke
156 Masnahmen Massnahmen
156 Iemand Jemand
158 o º
158 voltooiïng voltooiing
160 meisjesh an de meisjeshandel
161 . ,
161 eemigreeren emigreeren
161 Täuschnung Täuschung
164 eventuëel eventueel
164 . ,
167 . [Verwijderd]
168 posible possible
168 étre être
170 auta aura
171 on ou
171 [Niet in bron]
173 Liége Liège
174 . [Verwijderd]
175 execution exécution
175 onbruikboarheid onbruikbaarheid
176 Bevorderd Bevordert
177 [Niet in bron] .
182 [Niet in bron] .
187 proxénétisime proxénétisme
188 [Niet in bron] ,
190 op op-
195 [Niet in bron]
195 [Verwijderd]
196 Der De
197 debauche débauche
198 prostituée’s prostituées
199 terruggezonden teruggezonden
200 gewinsüchtigem gewinnsüchtigem
208 proxénetisme proxénétisme
209 en en en
209 [Niet in bron] .
211 [Niet in bron] .
211 Verführing Verführung
212 [Niet in bron] .
216 [Niet in bron]
218 Strafgesgeb. Strafges.geb.
218 afdaar aldaar
222 repratriement repatriement
222 Penitentiaire Pénitentiaire
223 eventuëel eventueel
225 propre proper
228 officieële officieele
229 o 2
229 2o
230 , [Verwijderd]
234 [Niet in bron] ,
235 eventuëele eventueele
235 fant faut
239 en [Verwijderd]
240 [Niet in bron]
240 pepleegd gepleegd
240 propre proper
243 [Niet in bron] .
244 aaugeworven aangeworven
246 Eventuëele Eventueele
249 [Niet in bron] ,
259 eventuëel eventueel