WeRead Powered by ReaderPub
De komedianten cover

De komedianten

Chapter 25: VERKLARING
Open in WeRead

About This Book

Het verhaal speelt zich af in een regenachtige, overvolle stadswijk waar een drukbezochte taveerne het centrum van het sociale verkeer vormt; binnen mengen zich matrozen, weggelopen slaven, dieven, religieuze volgelingen en rondtrekkende artiesten tussen het eten, de oliepitten en de rook. Via korte scènes en waarnemingen ontvouwt zich een panorama van dagelijkse strijd en vermaak, waarin sociale ongelijkheid, religieuze rituelen, schijnheiligheid en theatrale vertoning elkaar kruisen en het morele en materiële leven van de bewoners in scherpe, soms ironische tonen belicht wordt.

VERKLARING

van niet algemeen bekende Latijnsche woorden, in den Tekst van den Roman gebruikt.

Abacus: schenktafel, met doorboorde vakken, om de spitse wijnkruiken in te zetten.

Abolla: regenmantel.

Acta diurna: nieuwsbericht.

Acus Matris: navel der Moeder (acus = naald).

Adulescens: jeune premier, jongeling.

Admissio: particuliere audiëntie.

Ædilibus Curulibus: door de Curulische magistraten, naar de Sella Curulis of ambtsstoel, waarin zij zaten.

Ædilen: gemeente-bestuursleden.

Area palatina: paleisplein.

Archimimus: eerste mimus of danser.

As: de eenheid van het muntstelsel, eerst een pond, in latere eeuw lichter en lichter geworden.

Atellana: nastuk of boert, zooals vroeger in de stad Atella in Campanië gespeeld werd.

Atrium: voorhof.

Aularium of Aulæum: tooneelgordijn, dat om een kabel onder de planken wegrolde.

Auxilia: hulptroepen uit de koloniën.

Belluarius: wilde-beestentemmer.

Bombyx: zijde.

Caliga: soldatenschoen.

Capistrum: fluitband der dubbelfluit, om de kin sluitend.

Capsarius: kleederbewaarder.

Carpentum: wagentje op twee wielen.

Carpere diem: den dag plukken.

Cataclista: wit priestergewaad.

Caterva: troep.

Cathedra: leunstoel.

Caupo: waard.

Cavea: benedenruimte in den schouwburg.

Cena: avondmaal.

Chlamys: feestmantel voor mannen en vrouwen.

Choragium: regie en alles wat de uitbeelding van het stuk betreft.

Choragus: regisseur, aanvoerder van het koor.

Cinædus: ballet-danser, meestal in dubbelzinnige beteekenis, als scheldnaam gebezigd.

Clare adplaudere: klinkend toejuichen.

Columnarius: boef, die tusschen de zuilen der portieken schuilde.

Comœdus: tooneelspeler.

Cuneus: wigvormige rij banken in den schouwburg.

Cornicularius: ordonnans, die een eereteeken, een hoorn, droeg aan zijn helm.

Cothurnus: tooneelschoen voor de tragedie, broos.

Dacicus: bijnaam van Domitianus als overwinnaar der Daciërs en daarna naam der gouden munten, die hij liet slaan.

Decanus: onderofficier.

Decurio cubiculariorum: opperkamerheer.

Delicatus: fatje.

Denarius: zilveren munt, tien as waard.

Dies Sanguinis: Dag des Bloeds.

Distichon: twee-regelig gedicht, bestaande uit een hexameter en een pentameter.

Diverbium: samenspraak.

Domina: vrouwe.

Dominus-gregis: meester van den grex of troep, directeur.

Ecloga: herdersdicht.

Exodus of exodium-spel: naspel.

Exostra: draaibaar zij-tooneel.

Fallus: mannelijk lid.

Fengiet: spiegelsteen uit Cappadocië.

Fibula: kuischheidsgordel, gesp.

Fornix: gewelf; publiek huis.

Frigidarium: koude-badzaal.

Gens: familie; groep van familiën.

Hastatus: lansdrager.

Heptaforum: draagstoel, door zeven dragers getorst (vermoedelijk door zes, met een zevenden, die telkens een der zes anderen verving).

Histrio: tooneelspeler.

Hypocaustum: centrale-verwarmingsskachel in onderaardsch gewelf.

Ilex: steeneik.

Janitor: portier.

Kordax: een zekere Tango-dans.

Lacerna: mantel.

Lanista: schermmeester.

Laserpicium of Silfium: een geurig kruid.

Laticlavia: toga van Senatoren met purperen rand en strepen.

Lectus-pavonius: bed in den vorm van een pauw.

Legionarius: soldaat van een legioen.

Leno: waard van een publiek huis; Lena, waardin.

Ludi Megalesia: spelen, ter eere der Groote Godin Rheia Kubele, Moeder der Goden.

Ludus: school.

Manipel of Manipulus: compagnie.

Manumissio: vrijlating van slaven (met de hand een teeken gevende).

Matrona-jongen: jongen, die de Matrona speelt of deftige vrouwe-rol.

Meretrix: courtizane.

Miles Glorisus: type van den Bluffenden Krijgsman.

Mirmillo of Murmillo: zwaardvechter met een visch op den helm.

Moretum: gerecht, dat men tijdens de feesten (Megalezia) der Groote Godin at.

Mystes: Isis-priester.

Nonæ: vijfde dag der maand, behalve van Maart, Mei, Juli en October, waarin de Nonæ de zevende was.

Nymfæum: bassin met fontein.

Orarium: zakdoek.

Ostiarius: portier.

Psaltherion: verschillende muziekinstrumenten.
Spadix:
Tonarion:

Pædagogium: leerschool.

Palla: mantel der matrona.

Palliata: in Grieksche dracht (pallium) vertoond hooger blijspel.

Palliolum: manteltje.

Persona: masker.

Personatus: gemaskerd.

Petaso: varkenshaas.

Planipes: ongeschoeid.

Præcinctiones: ommegangen, corridors.

Prætor: de hoogste magistraat na de Consuls.

Promiscua salutatio: algemeene audiëntie.

Proscænium: gedeelte van het tooneel vóór de scæna of tooneelmuur.

Quadriga: vierspan.

Retiarius: zwaardvechter met net en drietand, die tegen den mirmillo streed.

Rhetor: leermeester in de welsprekendheid.

Rudis: schermroede, door den Keizer vereerd als afscheid aan den gladiator.

Saltatio: dans.

Salutatio: audiëntie.

Senarius: zesvoetig jambiesch.

Senex: grijsaard, père-noble.

Septenarius: zevenvoetig jambiesch.

Servus currens: dravende slaaf.

Sestertius: twee-en-een-halve as.

Siparium: tweede (achter-) tooneelgordijn, dat weg schoof.

Sistrum: muziekinstrument uit Egypte.

Soccus: tooneelschoen voor de komedie.

Soleæ: sandalen voor thuis.

Solœcismus: taalfout tegen de woordvoeging.

Stadium: renbaan.

Stola: gewaad der matrona.

Stupidus-græcus: Grieksche clown.

Subsellium: zetel in den schouwburg voor senatoren.

Suffibulum: sluier, huif der Vestaalsche Maagden.

Synthesis: licht huis- of tafelgewaad.

Tepidarium: lauwe-badzaal.

Tessera: toegangsbiljet.

Titulus, didascalia: programma.

Tonstrix: kapster, barbierster.

Triclinium: eetzaal.

Vale, Valete: gegroet.

Velarium: gordijn, doek, zeil.

Vasculum: bassin.


N.B. Voor de verklaringen zijn geraadpleegd:

Latijnsch Woordenboek van Dr. K. E. Georges, op nieuw bewerkt door Prof. Dr. Engelbregt

en I. J. G. Schelleri, Lexicon Latino-Belgicum Autorum-Classicorum curante Davide Ruhnkenio.

Colofon

Beschikbaarheid

Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.

Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie team op www.pgdp.net.

Codering

Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het corr-element.

Documentgeschiedenis

  1. 2009-08-24 Begonnen.

Externe Referenties

Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.

Verbeteringen

De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:

Bladzijde Bron Verbetering
18 .. ....
21 -
28 ..? ....?
37 .. ....
39 .. ....
43 bedelpriester bedelpriesters
43 .. ....
44 hun hen
44 .. ....
47 ... ....
49 .. ....
51 krijtwit krijt-wit
52 .. .. ....
55 , .
57 de [Verwijderd]
61 .. ....
64 ... ....
74 ...... ....
83 beâamde beaâmde
91 beâamden beaâmden
110 [Niet in bron] .
126 Aedilibus Ædilibus
131 tilulus titulus
161 overmogen overmorgen
174 .. .. ....
176 barsten barstten
190 .. ....
195 slank heupige slank-heupige
201 [Niet in bron]
228 Alexandrie Alexandrië
231 .. ....
232 .. ....
237 [Niet in bron] ,
237 Carthago Karthago
242 [Niet in bron] .
254 heef heel
277 schuchtér schuchter
277 helmèn helmen
292 Cecilius Cecilianus
294 gladiatoren gladiator
303 . ,
307 Alxandrië Alexandrië
309 in een ineen
310 miunten minuten
313 . ,
319 ; ,
320 .. ....
321 dominis-gregis dominus-gregis
324 nieuwgierigheid nieuwsgierigheid
328 ... ....
329 .. .. ....
337 honderde honderden
339 dén den