WeRead Powered by ReaderPub
De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis cover

De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Chapter 35: Volledige titels der werken die in dit boek aangehaald worden.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

The author surveys the origins, historical development and meanings of modern Dutch family names, classifying them by source—patronymic, toponymic, occupational and descriptive—and tracing how social, linguistic and regional forces shaped their forms. The study combines etymological analysis with extensive name collections from multiple provinces, highlights dialectal spellings and morphological changes, and explains the shift from personal bynames to hereditary surnames. Attention to orthography, pronunciation and regional distribution clarifies common derivations and variants, while numerous illustrative examples show typical formations and patterns across different Dutch-speaking areas.

Volledige titels der werken die in dit boek aangehaald worden.

Dr. Ernst Förstemann, Altdeutsches Namenbuch. Nordhausen, 1856.

T. D. Wiarda, Ueber deutsche Vornamen und Geschlechtsnamen. Berlin und Stettin, 1800.

Johan Winkler, Een en ander over friesche eigennamen. In het tijdschrift De vrije Fries, dln. XIII en XIV. Leeuwarden, 1877 en ’81.

L. A. Te Winkel, Over de woorden met den uitgang ing. In A. De Jager’s Archief voor nederlandsche taalkunde, dl. I. Amsterdam, 1847.

Mr. L. Ph. C. Van den Bergh, Historische beschouwing der nederlandsche eigennamen. In A. de Jager’s Taalkundig magazijn, dl. IV. Deventer, 1842.

Gesta abbatum orti Sancte Marie. Gedenkschriften van de Abdy Mariengaarde in Friesland. Naar het te Brussel bewaarde handschrift uitgegeven, met Inleiding, Aanteekeningen en Register, door Æm. W. Wybrands. Leeuwarden, 1879.

Isaac Taylor, Words and Places: or, Etymological illustrations of history, ethnology and geography. London and Cambridge, 1865.

R. K. Driessen, Monumenta groningana veteris aevi inedita. Groningen, 1822–’30.

Ev. Wassenbergh, Verhandeling over de eigennaamen der Friesen. In Taalkundige bydragen tot den frieschen tongval. Leeuwarden, 1802.

Bernhard Brons Jr., Friesische Namen und Mittheilungen darüber. Emden, 1878.

Dr. Franz Stark, Die Kosenamen der Germanen. Weenen, 1868.

Karl Strackerjan, Die Jeverländischen Personennamen, mit Berücksichtigung der Ortsnamen. Jever, 1864.

Oorkonden der Geschiedenis van het Sint-Anthonij-Gasthuis te Leeuwarden, uit de 15de en 16de eeuw. Door de voogden dezer stichting naar de oorspronkelijke bescheiden uitgegeven. Leeuwarden, 1876.

W. Eekhoff, Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden. Leeuwarden, 1846.

H. v. R. Oudheden en gestichten van Vriesland tusschen ’t Vlie en de Lawers. Leiden, 1723.

Register van den aanbreng van 1511, en verdere stukken tot de floreenbelasting betrekkelijk, uitgegeven door het Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde. Leeuwarden, 1880.

C. Kilianus, Etymologicum teutonicae linguae sive Dictionarium teutonico-latinum. Utrecht, 1777.

De oude Tijd. (Een tijdschrift) onder leiding van David Van der Kellen Jr. Haarlem, 1869 en ’70.

De oude Tijd. Door J. Ter Gouw. Haarlem, 1871–’74.

Edw. Gailliard, Glossaire flamand. Brugge, 1879–’82.

J. van Lennep en J. Ter Gouw, De uithangteekens in verband met geschiedenis en volksleven beschouwd. Amsterdam, 1868.

Informacie up den staet, faculteyt ende gelegentheyt van de steden ende dorpen van Hollant ende Vrieslant, gedaen in den jaere MDXIV. Uitgegeven van wege de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Leiden, 1866.

Guido Gezelle, Loquela, Rousselaere, 1881 en vervolgens.

L. L. De Bo, Westvlaamsch Idioticon. Brugge, 1873.

J. Soutendam, Een wandeling langs Delfts straten en grachten. Delft, 1882.

J. P. Blok, Eene hollandsche stad in de middeleeuwen. Leiden, 1883.

J. Ter Gouw, Amsterdamsche kleinigheden. Amsterdam, 1864.

Behalven dezen nog vele opstellen, van verschillenden omvang, over nederlandsche geslachtsnamen, voorkomende in de 20 laatste jaargangen van het tijdschrift De Navorscher, 1865 en vervolgens. De meesten hier van zijn door my zelven geschreven.