WeRead Powered by ReaderPub
De Reis om de Wereld cover

De Reis om de Wereld

Chapter 48: V
Open in WeRead

About This Book

This work chronicles the extensive journey undertaken by a naturalist aboard a British naval vessel, detailing observations in natural history and geology across various regions encountered during the expedition. The narrative reflects on the significance of the voyage, which profoundly influenced the author's scientific theories, particularly regarding evolution and natural selection. It includes descriptions of diverse ecosystems, geological formations, and the flora and fauna observed, while also providing insights into the challenges faced during the journey. The text serves both as a travelogue and a scientific account, aiming to engage a general audience with its findings and experiences.

T

Tabanus (vlieg), 230.

Tagua-meer, Chili, 358.

Tahiti, 542–561; bewoners, 544, 553–560; flora, 544, 547–548, 552–553; gebergte, 548 e. v.; zendelingen op, 554, 556–558.

Talcahuano, 408, 409, 413.

Talen der Vuurlanders, 309.

Tamheid van vogels, 537–541.

Tanqui (eil.), 377.

Tapacolo (vog.), 366.

Tarn (berg in Vuurland), 317, 318.

Tasmanië, zie Van Diemensland.

Tatoueeren, het, 545, 566, 574.

Tehuelchen (Ind. stam), 144.

Tekenika (stam in Vuurland), 296.

Tenerife, Piek van, 437.

Terebra (schelpd.), 329, 334.

Teredo navalis (paalworm), 511.

Terrassen, van basalt, in Patagonië, 241 e. v.; op Van Diemensland, 600; grint of kiezel, te Coquimbo en Huasco, 463; in Patagonië, 231, 232; in de valleien der Andes, 427 e. v.

Tertiaire formaties, in de Pampas, 116; in Patagonië, 230 e. v., 251.

Teru-tero (vog.), 158.

Testudo nigra (schildpad), 516–520.

Thalassidroma pelagica (vog.), 219.

Theorie, der bergvorming, 422, 423; der koraalriffen volgens Darwin e. a., 626–649.

Theristicus melanops (vog.), 224.

Thynnus of Scomber (visch), 220.

Ti (plant), 553.

Tinamus (patrijs), 156.

Tinochorus rumicivorus (vog.), 131.

Tofua (vulk.), 647.

Toxodon (fossiel uit de Pampas), 173, 178, 210; T. (bij Punta Alta), 115, 116.

Trek der diersoorten, tafelland en gebergten belemmeren den, 179, 442.

Tres Montes, 381, 383, 577.

Trichodesmium (watermos), 30.

Tridacnidae (weekdieren), 619.

Trigonocephalus of Cophias (gift. slang), 134.

Tristan da Cunha, vogels op, 540, 613.

Trochidae (slakken), 325.

Trochilus (kolibrie); T. forficatus en T. gigas, in Chili, 367.

Troglodytes (vog.), 390.

Tropillas (troepjes van 40–100 stuks vee), 197.

Truganini, zie Lalla Rookh.

Tuamotu- of Lage Eilanden, 542, 627, 629, 645.

Tucano of pepervogel, 47.

Tucutuco (Ctenomys Brasiliensis), 75–78; verwante soorten, 116, 320.

Tufsteen- en lavakraters op de Galápagos-Eil., 502.

Tupungato (vulk.), 439.

Turco, el, (Chil. vog.), 365, 366.

Turdus pilaris (vog.), 365.

Turonien (formatie in het Boven-Krijt), 433.

Tyrannus savana (vog.), 189.

Tyran-vliegenvanger (Muscicapa of Myiobius), 80, 321, 390.

U

Uien als middel tegen puna (Chili), 436.

Uitsterven van diersoorten, 234–237.

Uji (Indiaansche naam voor reuzenslang), 138.

Ulvae, voedsel van de zeehagedis, 522.

Urubu, zwartkoppige, (vog.), 489.

Usnera plicata (mos), 517.

Uspallata-keten (Andes-geb.), 449, 450.

Uspallata-pas, 425, 439, 448, 480.

V

Vaccinium uliginosum (plant), 387.

Valdivia, 330, 401–406, 420.

Valle del Yeso, of Gips-Vallei (Andes), 432.

Valparaiso, 341, 363, 424, 454.

Van Diemensland, 320, 600–604; geologie, 603.

Vanellus cayanus (vog.), 158.

Vanessa cardui (kapel), 215.

Varenboomen, 571, 604.

Varenkruid, 562 e. v.

Varkenkonijn, zie Aguti.

Vastelanden, over de rijzing van groote, 646.

Veenvorming in Vuurland, enz., 387, 388.

Venda (herberg), 37, 38.

Venkel, 164.

Verband tusschen: aardbevingen en uitbarstingen, 420, 421; aardbevingen en weersgesteldheid, 473–475; de werking en geographische verspreiding van vulkanen en de niveauveranderingen der aardkorst, 647.

Verbena melindres (plant), 63.

Verdronken land bij de Behringstraat en in West-Indië, 180, 181.

Verkleuring der zee, 31–34.

Versteende boomen, 449, 450, 475, 476.

Vetgans, 267.

Vicugna of Vicogna, 484.

Viervoetige dieren, fossielen van groote, 114–119, 178 e. v., 210, 211.

Vilinco en Vilipilli, 397.

Villarica (vulk.), 420.

Virgularia Patagonica (zeeveder), 138, 139.

Visch, vliegende, 220.

Vleermuis (Desmodus), 39, 40.

Vleeschdiëet der Gauchos, 161, 162.

Vlieghoogte en vluchtwijdte der Condors, 245, 246.

Vogels, Parasiteerende, 78–80.

Voorhistorische uitbarstingen in Groot-Brittannië, 411, 412.

Vriendschaps-Eilanden, 647.

Vulkanen, in dit register genoemd: (Chili), Aconcagua, Antuco, Corcovado, Minchimavida, Osorno, Tupungato, Villarica, Yanteles. (Nicaragua), Coseguina. (Vriendschaps-Eil.), Amargura en Tofua.

Vulkanische bommen, 664.

Vultur aura (vog.), 86, 489.

Vuurland en bewoners, 274–309; bijgeloof en godsdienst, 288, 289, 309; kannibalisme, 287; klimaat en voortbrengselen, 328–331; land-fauna 320–323; natuurschoon, 281–283, 295, 300–301; oppervlakte, 322; talen, 309; woud-flora, 281–283, 317–320.

W

Waimate, N.-Zeeland, 567, 572.

Waiomio, 577, 578.

Wal- of damriffen, 626, 630–635, 637 e. v.

Walleechu-boom der Indianen, 97, 98.

Walvisch, rottende, voedsel der Vuurlanders, 286, 287.

Walvischvoedsel (bijnaam voor zwemmende krabben), 32.

Wanikoro (koraaleil.), 632, 633, 639.

Watervrees of hondswoede, 476, 477.

Waterzwijn, zie Capybara.

Wentelaar (Silurus), 186.

West-Eilandje, 621.

Whitsunday of Pinkstereiland, 626, 627.

Wigwam, Vuurlandsche, 285.

Wigwam-Kreek, 284.

Wild-veedrijvers, zie Gauchos en Guasos.

Wilde bananen, 551 e. v.

Wilde broodwortel, 553.

Wilde kalfsvoet, zie Arum.

Williams e. a., over het verkeer van Europeanen met andere rassen, 585–587.

Winterkoninkje, 321, 390, 511.

Witte Kaketoe, stam van den, 606.

Woestijncactus, 454, 469.

Wol in Nieuw-Z.-Wallis, uitvoer van, 598.

Wollaston (eil. bij Vuurland), 285.

Worger of Lanius (vog.), 80.

Wortel- of steltboomen, 670.

Wouden, in Australië, 588; Brazilië, 26, 35, 42–44, 51–53, 547, 677; Chili, 402, 403, 406; op Chiloë, 330, 370, 371, 395, 396; Nieuw-Zeeland, 575; in Noord-Amerika, 124; op San Pedro, 379; in Siberië, 124; Vuurland, 281, 318, 319.

Wratmeloenen (kanteloepen), 330.

X

Xanthorrhoea (grasboom), 605.

Xysticus (herfstdraadspin), 218.

Y

Yam- of broodwortel, 544.

Yanteles (vulk.), 357.

Yaquil, goudmijnen van, 358.

Ysbergen, 250, 301, 333–335, 339, 340.

Ysland, landvogels op, 336.

Yucca (Amerik. sierplant), 456.

Yzeren benden (geketende misdadigers in Australië), 581.

Yzerkruid, 63.

Z

Zaden, door de zee vervoerd, 611, 612.

Zee, insecten op, 214; levende kevers in, 215; het lichten der, 220–222.

Zee-anemoon, 624.

Zeeblazen, 624.

Zeeën, daling van de centrale gedeelten der bodems van groote, 646.

Zeehaas, 19, 624.

Zeehorizon, afstand van den 173.

Zeekraai, 614.

Zeemossen, 30, 31.

Zeepboom, 611.

Zeeraaf, 267.

Zeeschelpdieren op de Galápagos-Eil., aantal oorspronkelijke soorten, 527, 528.

Zeeschildpadden, 515, 527, 617.

Zeeslakken, 19, 20, 269, 270.

Zeewiervelden en hunne fauna, bij Vuurland, 323–326.

Zeezaagsel (bijnaam voor zekere watermossen), 30.

Zeezwaluw, 24, 614.

Zeezwijntje, zie Cabiai.

Zilvermijnen, 430, 466, 472.

Zonotrichia matutina (vog.), 78.

Zoölogische gebieden van N.- en Z.-Amerika, 178–181.

Zoöphieten, merkwaardige, 270–273.

Zorillo (Peruaansch stinkdier), 113.

Zoutmeer bij El Carmen, 94–96.

Zoutmeren in Patagonië en Siberië, 96.

Zuid-Afrika, groote viervoeters in, 123, 124.

Zuid-Amerika, klimaat enz. van het zuidel. deel van, 328 e. v.; landrijzing, 231.

Zuid-Georgië en de Zuid-Shetlands-Eilanden, klimaat enz. van, 335–337.

Zuidpool-stroom, invloed der temperatuur van den grooten, 503.

Zwaluw-stormvogel, 219, 391.

Zwanen-Eiland, 602.

Zwerfblokken, 232, 235, 250, 266, 334, 340; vervoer door gletschers en ijsbergen, 335; geograph. breedte en verspreiding, 335.