WeRead Powered by ReaderPub
De Ridders cover

De Ridders

Chapter 30: Codering
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

Het stuk satiriseert een corrupte populistische leider door een komische rivaliteit te tonen tussen een nieuw bevoordeelde buitenlandse bediende en een botte worstenverkoper die om invloed over het volk wedijveren. Twee slaven zetten het verzet in gang, het koor van ruiters valt de demagoog aan, en een openbare wedstrijd op de volksvergadering bevat concurrerende redevoeringen, orakeluitspraken en een spottende eetwedstrijd. De worstenverkoper triomfeert, het volk wordt symbolisch verjongd en de demagoog wordt in diskrediet gebracht. Het drama mengt bijtende politieke satire, slapstick en koorzang om demagogie, vleierij en misbruik van populaire instellingen te hekelen en traditionele burgerdeugden te benadrukken.

Korte ophelderingen bij de Ridders van Aristofanes.

Vs. 15 Parodie van Euripides.
Vs. 17 Ongeveer „Ik heb geen lef in mijn donder.”
Vs. 19 Toespeling op Euripides’ moeder, die groentevrouw was.
Vs. 31 Parodie van een onbekend dichter.
Vs. 42 Démos Pyknítes, Démos van de Pnyx (heuvel waar het volk vergaderde).
Vs. 51 Drie obolen = ongeveer een kwartje, was de bezoldiging der rechters.
Vs. 55 Poging om de Grieksche woordspelingen terug te geven. Demosthenes herinnert aan zijne verdiensten bij Pylos.
Vs. 107 Zware roode wijn, afkomstig van den berg Pramnos op het eiland Ikaros.
Vs. 123 Bakis, beroemde oude waarzegger.
Vs. 159 Parodie van een onbekend (tragisch) dichter, zooals ontelbare malen bij Aristofanes.
Vs. 197 vgl. Parodie op den ouderwetschen epischen vorm en stijl der orakels.
Vs. 215 Woordspeling van démos = volk, en demós = vet. (Verschil van klemtoon).
Vs. 230 Een klassieke plaats voor de politiek en de schouwburgtoestanden in Athene.
Vs. 237 Dadelijk bij zijn eerste optreden komt de Paphlagoniër (Kléon) met verzonnen beschuldigingen, als een echte sykofant.
Vs. 242 Simon en Panaetios, aanvoerders van de ridders, overigens onbekend.
Vs. 254 Eukrates, volksleider, door A. bespot.
Vs. 265 De tekst is hier (en elders) jammerlijk bedorven, ik tracht er een zin aan te geven.
Vs. 279 Woordspeling, in plaats van scheepsmateriaal levert die kerel (zegt de Pa.) soepmateriaal aan den vijand der Atheners.
Vs. 321 Plaatsje bij Athene. „Vóórdat ik ver buiten Athene was, waren reeds mijn gekochte zolen onbruikbaar.”
Vs. 327 De zoon van Hippodamos, Archeptolemos, aristokraten te Athene, geestverwanten van A. en vijanden van Kléon en de demokratie.
Vs. 347–350 Nog tegenwoordig van toepassing op vele „demokratische” sprekers en leiders.
Vs. 355–358 Toespelingen op Pylos en den Peloponnesischen oorlog.
Vs. 361 Een duistere politieke toespeling.
Vs. 375 vlg. Demosthenes stelt voor een proef met hem te nemen, zooals men varkens behandelt.
Vs. 392 „hij sneed riemen van anderman’s leêr,” met het oog op Kléon’s bedrijf als leerlooier.
Vs. 394 Dit slaat op de te Athene gevangen Spartanen van het eiland Sfakteria.
Vs. 400–401 Misschien toespelingen op den dichter Kratinos als dronkaard; Morsimos wordt vaak als slecht tragisch dichter bespot.
Vs. 407 Dit is eene voor ons duistere toespeling, zooals vaak bij A.
Vs. 433 „uitvaren” is dubbelzinnig. Ook de Gr. tekst slaat op wind en zeevaart.
Vs. 448 vlg. Altemaal woordspelingen, die in het Ned. moeielijk zijn weer te geven.
Vs. 462 Kléon spreekt in timmermanstaal, om zich populair te maken.
Vs. 475 vlg. Alles parodie op het gemeene verklikkerige karakter van Kléon.
Vs. 511 Typhon, een mythologisch ondier, waarmede A. Kléon vereenzelvigt.
Vs. 529–530 Aanhalingen uit een blijspel van Kratinos (Cratinus, bij Horatius), met Eupolis en Aristofanes de grootste blijspeldichter.
Vs. 534 Kónnos, beroemd citherspeler, doodarm gestorven.
Vs. 537 Krátes, ook een bekend kluchtspelschrijver.
Vs. 563 Phormion, een populair Atheensch admiraal.
Vs. 566 het kleed = de péplos, plechtig aan Athene gebracht in den optocht der Panathenaeën.
Vs. 579–580 Met andere woorden, dat de ridders, zoodra de vrede gesloten is, weer als van ouds toilet kunnen maken, en als menschen van stand voor den dag kunnen komen.
Vs. 595 vlg. Het ridderkoor verhoogt het komisch effekt, door een loflied op de paarden, als een soort van stand. Al de nu volgende verzen slaan op een plundertocht, door Nikias met behulp van Atheensche ridders ondernomen, wier paarden in speciaal daarvoor ingerichte transportschepen waren overgebracht. De woordspelingen en toespelingen in vs. 600–610 gaan echter meestal voor ons verloren.
Vs. 615 Nicobulus = Winraad, vgl. Thrasybulus = Koenraad.
Vs. 641 „het traliewerk,” waardoor de leden van den raad en van de rechtbanken van het publiek werden afgesloten. De worsthandelaar of beulingventer paradeert hier met zijn onbeschaamdheid. De geheele passage, vs. 624–682, is een uitmuntende parodie van een Atheensche raadszitting.
Vs. 697 in het Gr. den „móthoon” dansen = een plompe onfatsoenlijke dans = ongeveer een „negerdans,” een „cake-walk.”
Vs. 728 Een soort oogstkrans, een twijg, voor de huisdeur opgehangen, als goed voorteeken.
Vs. 744 De worsthandelaar overtreft Kléon telkens, door plattere voorbeelden en grootere gemeenheid.
Vs. 762 Voorbeeld, aan een zeeslag ontleend.
Vs. 765 Drie beruchte sujetten te Athene.
Vs. 786 Harmodios (en Aristogiton), moordenaars van den tiran Hipparchos, als martelaars der vrijheid te Athene vereerd.
Vs. 794 Archeptólemos, vgl. vs. 327.
Vs. 813 Parodie op den Telephos van Euripides.
Vs. 877 Kléon snoeft dat hij een zekeren Gryttos, een homosexueel, zijn burgerschapsrechten had doen ontnemen.
Vs. 895 Silphium, laserpitium, was een duur stimulans, bij gerechten gebruikt, en bewerkte diarrhee, enz. Vandaar ook de woordspeling in vs. 899.
Vs. 901 Die Roodkop = Kléon.
Vs. 927 vlg. Kléon wordt voorgesteld als een lekkerbek, die van smulpartijtjes naar de volksvergadering loopt.
Vs. 948 „je zegelring.” De slaaf die voor het huishouden zorgde (tamias), had den zegelring van zijn heer, en alles achter slot en grendel.
Vs. 954 Woordspeling van demós = vet, en démos = volk, (vgl. vs. 215.)
Vs. 958 Kleónymos, de Grieksche Falstaff, steeds door A. bespot.
Vs. 969 Toespeling op een politiek proces uit dien tijd (?)
Vs. 979 Toespeling op een soort winkel in de havenstad Piraeus, die ik met een toespeling op onze „dertigcentbazaars” tracht weer te geven.
Vs. 984 Met z’n lepel en z’n stamper (dingen in een keuken onmisbaar) werkt Kléon in de staatskeuken, in de staatshuishouding.
Vs. 985–95 Een poging om de Gr. woordspelingen van het oorspronk. eenigszins terug te geven.
Vs. 1003 Bakis (en Glanis), (vgl. vs. 123.)
Vs. 1040 Toespeling op het beroemde orakel, dat de Atheners ontvingen voor de aankomst van Xerxes.
Vs. 1059 Woordspelingen met Pylos, in Messenië, het tooneel van Kléons heldendaden. Pylos beteekent „poort.” Ook vs. 1060 bevat in het Gr. een woordspeling, die in het Ned. verloren gaat. Maar zelfs in den oorspr. tekst zijn hier alle toespelingen niet duidelijk.
Vs. 1069 Philóstratos, berucht koppelaar te Athene.
Vs. 1077 Toespeling daarop dat de soldij der Attische soldaten niet geregeld werd uitbetaald.
Vs. 1080–85 Een reeks van woordspelingen op toen aktueele feiten en personen.
Vs. 1103 Theophanes, waarschijnl. een handlanger van Kléon.
Vs. 1118 Woordelijk: „Uw verstand, o volk, is aanwezig, en toch op reis.”
Vs. 1121 vlg. Deze beurtzang is de scherpste satire op de demokratie, die ooit geschreven werd.
Vs. 1169 Het kolossale beeld van Athene in het Parthenon, door Phidias uit ivoor en goud gemaakt.
Vs. 1172 „Pylosstrijdster,” enz. Al deze namen der godin Athene zijn parodistisch gebruikt.
Vs. 1189 Woordspeling met den bijnaam van Athene, als Pallos Tritogeneia.
Vs. 1206 d. i. ik word in onbeschaamdheid overvleugeld.
Vs. 1225 Parodie van een onbekend treurspeldichter.
Vs. 1236 Volgens de uitleggers een plaats waar men geslachte varkens de borstels afzengde.
Vs. 1245–46 Op de markt verkoopen was fatsoenlijker dan vóór de poort.
Vs. 1256 Phanos, particulier secretaris van Kléon?
Vs. 1257 Agorákritos, kan als meneer „Markttwist,” of zoo iets, worden vertaald.
Vs. 1263 „Praat„eners zijn de Atheners in de oudheid geweest, en zijn het nu nog.
Vs. 1264 vgl. Spotternij tegen bekende Atheensche sujetten.
Vs. 1274 vlg. De dichter geeselt hier alweer bekende en beruchte Atheensche sujetten.
Vs. 1291 Kleónymos, vgl. vs. 958.
Vs. 1301 vlg. Parodie op den lompenkoopman Hypérbolos, steeds door A. bespot, een verloopen demokraat, die een tocht tegen Karthago schijnt te hebben ondernomen.
Vs. 1324 „viooltjesbekranst” uit een beroemd loflied van Pindaros op Athene ontleend.
Vs. 1331 De krekel (cicade) werd door de Atheners gedragen, als zinnebeeld van hun oud geslacht, en als autochthonen (in het land zelf geborenen).
Vs. 1332 Slakken, kleine slakjes bezigden de rechters bij het stemmen. Dit vers beteekent dus „hij riekt niet meer naar processen.”
Vs. 1362 Hypérbolos, vlg. vs. 1301.
Vs. 1372 Kleónymos wordt hier en elders als lafaard, als „schildwegwerper” bespot.
Vs. 1374 A. bespot telkens de „heertjes” van zijn tijd. De volgende verzen parodieeren de gemaniereerde taal van die „viveurs.”
Vs. 1389 vlg. De woordspeling gaat hier verloren, omdat het Gr. woord „plengoffer” en „wapenstilstand” beteekent. Het Atheensche volk had recht op wapenstilstand sedert 445 v. C., maar Kléon had door zijn oorlogszuchtig optreden als het ware dien wapenstilstand weggestopt.
Vs. 1408 De vreemdelingen, die voor de Dionysos-feesten naar Athene kwamen, moeten de bestraffing van Kléon bijwonen.

Tooneelwerken

verschenen in de WERELD-BIBLIOTHEEK en de NEDERLANDSCHE BIBLIOTHEEK.

1e JAARGANG.

HENRIK IBSEN, De Steunpilaren der Maatschappij. Vertaald door F. Kapteijn, met inleiding van L. S. (W.B. no. 4).

MOLIÈRE, De Schelmenstreken van Scapin. Vertaald door S. J. Bouberg-Wilson (W.B. no. 16).

FRIEDRICH HEBBEL, Maria Magdalena. Vertaald door Louis Landry (W.B. no. 19).

SHAKESPEARE, Coriolanus. Vertaald door dr. Edw. B. Koster (W.B. no. 21).

2e JAARGANG.

BJ. BJÖRNSON, Boven menschelijke Kracht. Vertaald door Marg. Meyboom, met inleiding door L.S. (W.B. nos. 36/37).

HENRIK IBSEN, Een Poppenhuis (Nora). Vertaald door Marg. Meyboom, met inleiding door L. S. (W.B. no. 40).

GERHART HAUPTMANN, De verzonken Klok. Vertaald en ingeleid door Mr. Isidore Hen (W.B. no. 43).

SOPHOCLES, Antigone. Vertaald door dr. H. C. Muller (W.B. no. 44).

J. A. SIMONS-MEES, De Veroveraar. (N. B. no. I).

MULTATULI, Vorstenschool. Met voorwoord van Mevr. Douwes Dekker-Schepel (N. B. no. XVIII).

3e JAARGANG.

MOLIÈRE, Geleerde Dames. Vertaald door W. J. Wendel. (W.B. no. 67).

J. A. SIMONS-MEES, Atie’s Huwelijk. (N. B. no. XXIII).

ARISTOFANES, De Ridders. Vertaald door dr. H. C. Muller (W.B. no. 70).

Ter Perse:

J. BOUDIER-BAKKER, Het Hoogste Recht. (N. B.).

 

Colofon

Beschikbaarheid

Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.

Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie team op www.pgdp.net.

De Ridders (Grieks: Ἱππεῖς, Attisch Grieks: Ἱππῆς), is de vierde komedie van Aristophanes, een meester van de oude Attische ‘Oude Komedie’. Het stuk is een satire op het sociale en politieke leven van de stad-staat Athene, en neemt in het bijzonder de oorlogsmennende populist Kléon op de hak. Deze had Aristophanes vervolgd voor het beledigen van de stad in een eerder stuk, De Babyloniërs (426 v.Chr.). De schrijver had zijn wraak aangekondigd in De Acharniërs, en deze kwam met dit stuk.

De Ridders won de eerste prijs op het Lenaia-festival, toen het daar werd opgevoerd in februari 424 v.Chr.

Gerelateerde WorldCat catalogus pagina: 63929962.

Codering

Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.

Documentgeschiedenis

  • 2011-10-22 Begonnen.

Externe Referenties

Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.

Verbeteringen

De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:

Bladzijde Bron Verbetering
9 ,
11 -
26, 54, 57, 69, 84, 116, 116 [Niet in bron] .
53 : [Verwijderd]
73 , .
78 Goei Gooi