Een half uur later werd er aan haar deur getikt. "Come in!" riep ze, denkend dat het Dr. Hearty was, die haar kwam roepen, doch de deur ging langzaam open en niet Miss Hearty, maar een meisje van een jaar of dertien met lang, blond haar, kwam bedeesd nader. Zij hield het hoofd wat voorover gebogen en de blauwe oogen keken zoo schuchter en te gelijk zoo nieuwsgierig dat Hedwig er plezier in had en lachend zei:
"Kom maar gerust wat dichter bij en bekijk mij eens goed, want dat wil je toch zeker graag, niet waar? Wie ben je eigenlijk? Ik ben een Duitsch meisje en jij...."
"I am English," zei het meisje, terwijl al de verlegenheid uit haar gezicht verdween en zij eveneens vroolijk lachte. "I am Mrs. Dimbleby's daughter. Are you ready for your supper?"
Terstond gleed Hedwig van het bed af, ten zeerste "ready for her supper," zooals ze zeide. Nog even vroeg zij aan het meisje hoe zij heette en "Dorothy" klonk het weer bedeesd, toen knikte het blonde hoofdje haar nog even vriendelijk toe en verdween Dorothy weer, zacht en behoedzaam zooals zij gekomen was.
In de zitkamer stond de tafel gedekt en werd Hedwig beleefd, met een kleine buiging, begroet door Mr. Dimbleby, den heer des huizes, die er als een echte gentleman uitzag. Terwijl hij een stoel voor haar aanschoof, een paar lage vaasjes met primula's op de tafel zette, vingerdoekjes op de borden legde, het servet met de mooie papaverteekening gladstreek en den schotel met ham bij het bruine brood voor Dr. Hearty neerzette, kon Hedwig duidelijk opmerken dat zijn dochtertje sprekend op hem geleek en van hem hare beschaafde manieren hebben moest. Ook in Mr. Dimbleby's oogen lag de stil-vroolijke trek, dien zij in Dorothy's oogen had ontdekt. Zij sprak er met Dr. Hearty over, toen Mr. Dimbleby het vertrek verlaten had.
[Dorothy Dimbleby.]
"Het moet een bizonder aardige verhouding zijn tusschen die twee," zei Dr. Hearty. "De moeder is ook heel lief, maar zwak. Zij zijn om haar in Devonshire komen wonen en Dorothy is hun eenigst kind. Zij vindt het heerlijk hier, gaat nog school natuurlijk, maar is toch ook reeds de rechterhand van haar moeder. Met haar vader moet zij dikwijls de grootste pret hebben en allerlei grappen uithalen. Zij zou misschien wel een prettige leerling zijn, niet waar? Maar ik vrees, dat zij aan Duitsche lessen voor haar nog niet toe zijn."
Neen, daaraan werd door de ouders van Dorothy blijkbaar voorloopig niet gedacht, maar aardig was het zoo goed als Hedwig en zij al heel spoedig samen over weg konden. Reeds den eersten ochtend, toen Hedwig een poosje vóór Miss Hearty in de zitkamer verscheen, raakte zij druk met Dorothy, die bezig was het ontbijt klaar te zetten, in gesprek en hadden zij zoo'n plezier samen om een zoutvaatje, dat op een zeer dwaze manier van de tafel rolde, dat zij maar niet op konden houden met lachen. Toen de tafel in orde was en Dorothy vroeg of zij den bacon maar zou gaan halen, verzocht Hedwig haar eerst nog een beetje bij haar te blijven praten, maar Dorothy zei, plotseling weer ernstig en bedeesd dat zij nog stof af moest gaan nemen op de bovenkamer. "Dan zal ik je even helpen!" riep Hedwig, die na haar goede nachtrust in een bizonder opgewekte stemming was en Dorothy nam haar mee naar boven naar een groote, zonnige kamer, waar al hare schatten waren ten toon gesteld en naast een kastje vol boeken, snuisterijen, teekeningen en groote kaarten met mooi gedroogde bloemen, een bruin houten kist stond. "Daar is van alles in," verklaarde Dorothy, "en daar spelen we mee, mijn vriendinnen en ik, als wij een vrijen middag hebben. Dan houden wij hier allerlei voorstellingen en dan helpt vader dikwijls mee om alles in orde te maken. Moeder komt dan kijken. Maar den laatsten tijd is er niet veel van gekomen, omdat moeder nogal ziek is geweest en wij moeten nu wachten tot zij weer wat sterker is...."
Zij dribbelde ijverig heen en weer met haar stofdoek en gaf handig en vlug aan de kamer een netter aanzien. Toen moest zij weer naar beneden, eerst den bacon en de eieren voor de gasten halen, toen haar moeder, die laat opstond, haar ontbijt brengen, toen de bedden afhalen en de waschtafels in orde brengen, daarna zelf ontbijten en eindelijk naar school gaan, wat zij deed met een welgemoed: "Good-bye" voor Hedwig, die haar bij het raam stond na te kijken.
Als zij om twaalf uur uit school thuis kwam, wachtte haar allerlei huishoudelijk werk, dat haar moeder niet had kunnen af maken, dan weer school en lessen, een wandeling met Mr. Dimbleby, wat werken in den tuin en dan naar bed. Dorothy Dimbleby wist wèl weg met haar tijd en vond dat zij "een echt heerlijk leven" had! Zingend, zonneschijn brengend waar zij maar kon, altijd bereid de handen uit de mouw te steken, soms tot in het overdrevene bescheiden, dan weer uitgelaten vroolijk, maar door de haar aangeborene beschaving des harten, nooit brutaal of onhebbelijk, zóó was Dorothy Dimbleby,-een levenslustig en zacht klein vrouwtje en de trots van hare ouders.
"Ach, dat dit schepseltje nu juist geen Duitsche gouvernante noodig heeft!" zuchtte Hedwig, toen zij een week bij de Dimbleby's hadden gewoond en Dorothy meer en meer hadden leeren kennen. "Maar ik heb er des te meer een noodig," zei Dr. Hearty dan en met veel ijver gaf Hedwig haar iederen dag haar Duitsche les en babbelde op de wandelingen Duitsch met haar. Die "nooit te vergeten wandelingen" schreef zij in hare brieven naar huis. "Maar zal ik wel ooit iets van deze gelukkige dagen vergeten? Alles is even heerlijk! Ik voel me weer volkomen gezond en houd iederen dag meer van Dr. Hearty, die als een moedertje voor me zorgt en in één woord allerliefst is. Wij bespreken heel veel samen, ook ernstige dingen. Iederen avond, als het zoo plechtig stil is om ons heen en de zee er uit kan zien alsof zij sluimert, leest Miss Hearty mij een Engelsch gezang voor en doen wij samen een kort gebed en Zondag zijn wij voor 't eerst samen naar de kerk geweest. Wij aten toen vroeg en wandelden daarop naar Torquay, een prachtige tocht, waarop wij van den weg af aldoor de zee konden zien, die dien dag vrij woest was met hooge, witte koppen op de rollende golven. Er woei een frissche wind en de stengels der bloemen en de lichtgroene punten aan de dennentakken bewogen al heen en weer. Het was heerlijk wandelweer en Torquay onbeschrijflijk mooi! Lang bleven wij er niet, omdat we nog naar Cockington wilden en daar in de schilderachtige kerk den avonddienst wenschten bij te wonen. Ik stuur u hierbij een afbeelding van de kerk; is zij niet mooi? De dienst was eenvoudig, maar wel indrukwekkend. Wij dronken later een kopje thee bij kennissen van de Dimbleby's, die in een alleraardigste cottage wonen en ook weer overal bloemen hadden staan. Ik kreeg een grooten ruiker vergeet-mij-nieten mee en gaf er later een tuiltje van aan Dorothy, die de bloempjes droogde en opplakte en eronder schreef: "From my dear German friend."...."
Het waren vroolijke, zorgelooze dagen, zooals Hedwig zich niet herinnerde er ooit te voren in haar leven te hebben gekend. Slechts een enkel regenbuitje kwam nu en dan de zon verdrijven; dan lieten zij in de prettige zitkamer een vuurtje aanleggen en werkten samen Duitsch, lazen, schreven brieven, speelden spelletjes met Dorothy en schaterden het soms uit om de dwaze raadsels, die Dr. Hearty als uit de mouw wist te schudden. Maar als het mooi weer was, brachten zij nagenoeg den geheelen dag buiten door, tochten makend over de heuvels en door de bosschen of langs de rotsen en de zee, om soms in een of anderen bakkerswinkel in een gemoedelijk achterkamertje, waar het vol bloemen stond, een tweede ontbijt te gebruiken en tegen den avond met primula's en jong groen beladen, thuis te komen.
Het was na zulk een dag dat Hedwig op een avond de zitkamer van frissche bloemen stond te voorzien, toen Dr. Hearty zich bij haar voegde met de woorden:
"Als je nu klaar bent met al dat gescharrel, hoop ik dat je ook eens een oogenblikje voor mij over hebt."
Hedwig keek snel op. Dr. Hearty en zij waren er aan gewend geraakt elkaar schertsend op deze wijze toe te spreken en te plagen, maar er klonk thans iets ernstigs in den toon van Miss Hearty's stem, dat Hedwig trof. Zij liet heel den schat geurige viooltjes, die zij met zooveel moeite verzameld had, uit hare handen vallen en vroeg haastig:
"Is er wat?"
Miss Hearty knikte en glimlachte even. "Maak eerst je bloemen maar netjes in orde, dan zal ik het je zeggen."
Zoo vlug mogelijk stak Hedwig de dunne steekjes in het water, toen ging zij over Dr. Hearty zitten en vroeg dringend:
"Nu?"
"Zou je graag in Manchester wonen?" vroeg Dr. Hearty zonder eenige verdere inleiding.
"In Manchester? Nooit geweest!" zei Hedwig snel. "Is dáár werk voor me?"
"Hoogst waarschijnlijk wel. Kijk eens, men heeft mij vroeger eens verteld en toevallig een paar dagen voordat wij op reis gingen, nog eens weer, dat er in Manchester groote behoefte is aan iemand, die goed Duitsch onderricht kan geven aan scholen, zoowel als aan privaat-leerlingen. Ik heb de zaak nu eens grondig onderzocht en het resultaat is zoo bevredigend dat ik wel geloof je te mogen voorstellen, het erop te wagen en je in Manchester te vestigen."
"Dat zou ik heel graag willen," zei Hedwig met vuur. "Maar ... hoe zou ik dan in het begin ... ja, waarvan moet ik dan leven, zoo lang ik nog geen of weinig lessen heb?"
"Daarover heb ik ook gedacht. Ik ken in Manchester een goed home, waar je voorloopig althans zoudt kunnen wonen. De directrice is een vriendin van mij en zal zeker heel vriendelijk voor je zijn. Natuurlijk kan zij je niet voor niets in huis nemen, maar als je mij nu bepaald een genoegen doet door wat geld van mij te leenen, waarmee je bij voorbeeld voor een half jaar gered zoudt zijn, dan wil je dat toch zeker wel aannemen?"
Hedwig legde beide handen op de hare. "Ik weet niet hoe ik u danken moet," zei ze eenvoudig.
"Dat is dus afgesproken. Nu zou ik zeggen, als wij nu nog een dag of tien hier bleven en dan van hieruit alles beschreven, was dat het geschiktste. Ik heb aanbevelingen voor je bij twee families en bij de directrice van een school, waar Duitsch onderwijs verlangd wordt en daar kun je dus dadelijk werk van maken. Gaat dit naar wensch, dan volgen de andere lessen ook wel."
"Ik kan u niet zeggen hoe zulk een werkkring mij aantrekt," zei Hedwig. "Er is maar één ding jammer bij...."
"En dat is?"
"Dat Dr. Hearty niet in Manchester woont," zei Hedwig met glinsterende oogen.
"Ja, als je aan 't flikflooien gaat, moeten wij maar van het onderwerp afstappen," zei Miss Hearty lachend. "Ik had je anders juist nog willen vertellen dat er misschien een kennis van mij, toevallig juist uit Manchester, hier in de buurt op Luscombe Castle bij Dawlish, komt logeeren. Het zou aardig wezen als wij haar nog zagen. We moeten in ieder geval morgen maar eens naar Dawlish toe wandelen en Luscombe Castle gaan zien; maar ga nu vóór het avondeten een kwartiertje rusten, want je bent weer één en al opgewondenheid."
Hedwig ging gehoorzaam heen, al was zij tot rusten allerminst gestemd. Op den rand van haar bed zat zij met een dankbaar en verruimd hart naar de zee te kijken en naar de schaduwen op de lichtroode rotsen, waarop de gouden brembloesems wuifden. "Heerlijk, heerlijk!" fluisterde zij een paar malen. "Wat zal ik nu mijn best gaan doen!"
Het was of de zon nog nooit zóó mooi had geschenen als den volgenden dag, toen Dr. Hearty en zij naar Dawlish toe wandelden. Hedwig was uitgelaten en zong en huppelde langs den weg als een kind, zich niet storend aan de opmerkingen van Miss Hearty dat dit volstrekt niet "quite English" was!
Zij werd wat stiller, toen zij het schilderachtige Dawlish achter zich lieten en de hooge, donkere dennen en ceders in het gezicht kregen, die het heuvelachtige park van Luscombe Castle zoo bizonder mooi maken.
"Weet je wat nu een raar geval is? Dat ik niet aan Mr. Dimbleby gevraagd heb of het kasteel wel voor 't publiek te zien is," zei Dr. Hearty, toen zij den ingang van Luscombe naderden.
[Luscombe Castle bij Dawlish (Devonshire).]
"Kom, laten wij maar door loopen! Het ziet er zóó prachtig uit," zei Hedwig. "Als wij nu zeggen dat wij heel uit Londen komen...."
"O zoo! Dus dan wil jij het woord wel doen zeker?"
"Met plezier," zei Hedwig terstond, maar zij zag toch een beetje vreemd op, toen zij juist op dat oogenblik bij het hek een man zagen staan, die rustig naar de beide dames stond te kijken.
"Dat zal de tuinman wezen," zei Dr. Hearty. "Je treft het dat hij daar juist staat. Vraag het hem nu maar gauw."
"Zeker," zei Hedwig. Toen zich tot den man wendend, die dadelijk beleefd zijn pet afnam, "wij kunnen immers het park en het kasteel wel zien, niet waar?"
"O ja, het park in ieder geval wel. Zal ik u dan den weg maar wijzen?" antwoordde de man bereidvaardig.
"Graag," zeiden Dr. Hearty en Hedwig als uit één mond en nu begon er een liefelijke wandeling door het schoone, boschrijke park van Luscombe. De man vertelde dat er vroeger een oude boerderij gestaan had en dat eerst in 't begin der 19^e eeuw het tegenwoordige kasteel was gebouwd en de meeste der tegenwoordige, zware boomen waren geplant. Hij deelde een en ander mede op een onderhoudende, soms geestige wijze en de beide dames, die achter hem liepen, waren het er-misschien wel wat heel hoorbaar!--over eens dat hij: "a very nice man indeed" en "quite gentlemanly" was.
Toen zij dicht bij Luscombe Castle waren, vroeg Hedwig weer:
"En het kasteel, is dat ook te zien? Kan dat misschien even voor ons gevraagd worden?"
De man dacht een oogenblik na. "Ik wil het wel voor u vragen," zei hij met een fijn glimlachje, "maar ik weet niet of het toegestaan zal worden."
"Wij zullen maar in hoop leven en geduldig hier op u blijven wachten," zei Dr. Hearty, waarop hij beleefd boog en verdween.
Het duurde niet lang of een ander, een knecht in livrei, verscheen in zijn plaats en vroeg of de dames maar zoo goed wilden zijn hem te volgen, "het kasteel stond voor haar open."
Van pure blijdschap kneep Hedwig Miss Hearty even in den arm, maar de dokter fronste de wenkbrauwen. "Deftig zijn!" fluisterde zij en trok daarbij zoo'n dwaas gezicht dat Hedwig groote moeite had het bevel te gehoorzamen.
Zwijgend volgden zij nu den knecht naar een marmeren vestibule, toen een breede gang met hooge palmen door en eindelijk naar een kleine, vroolijke kamer, waar bij een raam een dame thee zat te schenken, en waar zij, tot haar niet geringe verwondering, bij een ander raam den man zagen staan, die haar door het park den weg gewezen had en-die niemand anders bleek te zijn dan de eigenaar van het kasteel!
Dr. Hearty was de eerste, die van hare verbazing bekwam en in welgekozen bewoordingen verontschuldigingen maakte over de dwaze vergissing. "Het deed mij veel genoegen te hooren," was het vroolijke antwoord, "dat ik "a nice man" en "quite a gentleman" was! Mag ik u nu eens aan mijne vrouw voorstellen? Van Dr. Hearty hebben wij ook hier in Devonshire natuurlijk veel hooren spreken en ik wist dat zij hier in de buurt haar vacantie doorbracht. Is deze jonge dame geen Engelsche?"
Hedwig zelf bracht hem op de hoogte en nu verzocht de vrouw des huizes de dames te gaan zitten en een kopje thee te gebruiken en toen deze verkwikking genoten was, werd het fraaie kasteel werkelijk bezichtigd, waarna Dr. Hearty en Hedwig afscheid namen van de vriendelijke menschen met de belofte nog eens terug te zullen komen vóór haar vertrek.
HOOFDSTUK XIII
Een rijk Leven.
Enkele dagen later regende en woei het vrij hard. In den haard der zitkamer werd een vuurtje aangelegd en spoedig dansten de gele vlammen vroolijk om een blok beukenhout. Dr. Hearty en Hedwig keken er naar, terwijl zij Hedwig's aanstaanden werkkring te Manchester bespraken en een circulaire opstelden, die Hedwig zou laten drukken en rond sturen en waarin "Fräulein Hedwig Eiche from Hannover"-Hedwig's geboorteplaats lag in de provincie Hannover-hare diensten als onderwijzeres in het Duitsch aanbood. "Erg gelukkig dat je juist uit dat gedeelte van Duitschland komt," zei Dr. Hearty, "dat is dadelijk hier in Engeland een goede aanbeveling, omdat Hannoversch Duitsch als zoo mooi bekend staat."
Hedwig verheugde er zich ook over. Zij was in een bizonder opgewekte stemming, die nog verhoogd werd door de gunstige berichten, haar zooeven in een brief van haar moeder gezonden. Clärchen had het oude plan om ook gouvernante te worden, opgegeven en was op weg om een flinke huishoudster te worden. Zij ging iederen dag van 's ochtends tot 's avonds naar een groot doktersgezin, waar zij als Stütze der Hausfrau werkzaam was. Zij had het er heel prettig en verdiende goed en haar moeder had ook volop werk; zij hoopten nu langzamerhand zooveel te besparen dat zij Hedwig eens konden komen bezoeken, als zij goed en wel te Manchester gevestigd was!
Hedwig zelf bouwde ook allerlei luchtkasteelen en Dr. Hearty deed er druk aan mee; zij meubelden reeds in gedachten een huisje, dat Hedwig eenmaal bewonen zou, als zij met hare Duitsche lessen fortuin had gemaakt. "Ik neem al vast geen schommelstoel, dat weet ik ten minste wel," zei Hedwig lachend, terwijl zij naar hartelust heen en weer zat te schommelen voor het vuur, "want daaraan ben ik hier veel te veel verslaafd geraakt, maar in ieder geval...."
Wat zij in ieder geval al of niet doen zou, kwam niemand ooit te weten, want juist op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt en kwam Dorothy binnen met een briefje voor Dr. Hearty. "Van Luscombe Castle; er wordt op antwoord gewacht," zei ze.
Hare oogen keken heel nieuwsgierig, terwijl Miss Hearty het briefje las, maar zij bleef toch zwijgend wachten, evenals Hedwig, die onafgewend naar Miss Hearty's gezicht zat te kijken en het "heerlijke schommelen" thans geheel naliet. Dr. Hearty glimlachte even, toen zij het briefje weer dichtvouwde, maar zij sprak geen enkel woord. Bedaard schreef zij een antwoord en overhandigde dit aan Dorothy en eerst toen deze weer verdwenen was, zei ze langzaam en als in gedachten:
"Dat is dus overmorgen...."
"Overmorgen? Wat is er overmorgen?" vroeg Hedwig snel.
"Gunst ja, ik had je waarlijk wel eerst mogen vragen of je er wel lust in hadt; het spijt me dat ik daaraan niet gedacht heb. Nu, je kunt je altijd nog bedenken."
"Lust in hadt! Maar waarin dan toch?" vroeg Hedwig ongeduldig. "Spreek toch niet zoo in raadselen!"
"Ik zal duidelijk zijn als jij je kalm houden wilt," zei Dr. Hearty, die er plezier in had haar te plagen.
"Maar ik ben zoo kalm als wat!"
"En je schommelt niet eens!"
"Alsof dàt een bewijs van kalmte was!" riep Hedwig lachend uit. "Enfin, ik ben al weer druk bezig. Kijk maar!"
Zij bracht den schommelstoel duchtig in beweging en keek de dokter vragend aan.
"Er zal overmorgen een dineetje wezen op Luscombe Castle," zei Miss Hearty, "en daar wil men ons graag bij hebben. Mijn vriendin uit Manchester komt vandaag."
"Een dineetje! Hoe verrukkelijk!" riep Hedwig, opspringend uit haar stoel. Toen opeens met een verslagen gezicht: "Maar ik heb geen enkele japon, die daarvoor mooi genoeg is."
"Geen japon? Och kom...."
"Neen, wezenlijk niet. Die Iersche mousseline is totaal versleten en verder heb ik weinig anders dan eenvoudige blouses en een paar donkere japonnen."
"Ja, dat gaat niet, vooral nu niet, nu ik juist een beetje eer met je moet inleggen. Mijn zijden japon kan ik je moeielijk leenen, die zal ik zelf aan moeten trekken en buitendien...."
"Buitendien zouden mijn beenen er dan ook een heel eindje uitsteken," zei Hedwig, terwijl zij naast Miss Hearty ging staan en lachend op haar neer zag. "Ik ben wel iets grooter dan u!"
"Oneerbiedig kind! Maar hoe zullen wij raad schaffen? Dorothy zal ook niets hebben. Zij is wel nogal groot voor haar leeftijd, maar toch nog bijna geheel een kind...."
Daar kwam Dorothy-iets heel ongewoons voor haar-ongevraagd weer binnen. "Ik dacht...." zei ze met een kleur, "u hebt mij toch niet geroepen?"
"Neen Dorothy Dimbleby, wij hebben je niet geroepen," zei Miss Hearty, de hand op haar schouder leggend, terwijl Dorothy nog dieper bloosde, "maar je komt toch alsof je geroepen waart." En Miss Hearty vertelde haar wat het geval was.
"Maar ik ben grooter dan Fräulein Eiche, wel een half hoofd!" riep Dorothy terstond uit. "En als zij mijn nieuw wit japonnetje aan wil trekken, dan zal ik dat een heele eer vinden! Ik heb het nog maar eenmaal gedragen op een danspartijtje dezen winter en het is volstrekt niet kinderachtig gemaakt. Zal ik het gauw even halen? Dan kan Fräulein Eiche het dadelijk eens passen."
"Heel graag, maar dan moet je eerst aan Mrs. Dimbleby vragen of die er in 't geheel niets tegen zou hebben...."
"O, moeder vindt het wel goed, dat weet ik zeker!" riep Dorothy; hare oogen tintelden van plezier. Zij was al bij de deur om weer weg te snellen, toen Miss Hearty haar terugriep; Hedwig zat met een vroolijk gezicht toe te kijken.
"Sta eens vlug op, Fräulein Hedwig Eiche van Hannover," zei de dokter, "en meet eens even met Dorothy of zij werkelijk de langste is."
"Ik ben grooter, ik weet het zeker; heusch!" riep Dorothy opgewonden.
Zij bleek inderdaad grooter dan Hedwig te zijn, al was het geen "half hoofd" en triomfantelijk liep zij nu de kamer uit om haar japon te halen.
"Alleraardigst om dadelijk met dat aanbod aan te komen," zei Hedwig.
"Ja, 't is een lief schepseltje! Als dat witte japonnetje jou nu maar past en goed staat; je bent gelukkig niet dik! En ... er kan altijd wat aan veranderd worden...."
"Daar ben ik al weer," riep Dorothy, hijgend de kamer inkomend met het lichte kleedje over den arm. "Moeder vindt het uitstekend. Kijk!" En zij hield de japon aan de mouwen in de hoogte om haar in al haar schoonheid te laten zien.
"Hoe beeldig mooi!" zei Hedwig, bewonderend naar het neteldoeksch japonnetje kijkend, dat smaakvol gegarneerd was en er met het geplooide blouselijfje "volstrekt niet kinderachtig" uitzag, zooals Dorothy nogmaals met ijver opmerkte.
"Wel jammer dat er niet een klein sleepje aan is," zei Dr. Hearty peinzend.
"Een sleep? O, ik met een sleep!" riep Dorothy uit, in de handen klappend. "En ik moet nog veertien worden! Maar moet Fräulein Eiche nu niet eens passen? En ... mag ik er dan bij blijven?"
"Natuurlijk," zeiden de beide dames als uit één mond.
In een paar minuten tijds had Hedwig nu, door Dorothy geholpen, het aardige toiletje aangetrokken, dat haar tot aller vreugde, inderdaad vrij goed paste; alleen konden de halfkorte mouwen en de, voor eene volwassene jonge dame, beslist te korte rok niet blijven zooals zij waren. "Ik heb nog een heel stuk van die kant, waarmee het lijfje gegarneerd is; zal ik die even halen? Dan kan die misschien onder aan de mouwen worden gezet," zei de bereidvaardige Dorothy, "en in den rok zijn onder de strooken twee opnaaisels, dus die kan gemakkelijk langer worden gemaakt." En meteen was zij alweer de kamer uit.
Ze kwam terug met de mooie kant en met haar werktaschje. "Mag ik het doen?" vroeg ze gretig. "Mag ik die opnaaisels lostornen?"
"Wel zeker, heel graag," en Miss Hearty nam de mouwen onder handen, Hedwig de eene helft van den rok en Dorothy de andere en onder gelach en gepraat werd het werk verricht, terwijl de regen buiten tegen de ramen kletterde en het vuur in den haard des te helderder vlamde. Mrs. Dimbleby kwam ook even binnen om te vragen of zij ook helpen kon en groot was de pret, toen ook Mr. Dimbleby aan de deur klopte en zijne diensten kwam aanbieden!
Natuurlijk steeg Dorothy's opgewondene belangstelling ten top, toen de gewichtige dag daar was en zij, tot haar innige trots, zelf de laatste hand mocht leggen aan Hedwig's toilet, dat haar nu, dank zij de aangebrachte veranderingen, werkelijk heel goed stond, al ontbrak nog steeds de sleep! Miss Hearty zag er onberispelijk deftig uit in zware, grijze zijde en toen het rijtuig met haar en Hedwig wegreed, keek de geheele familie Dimbleby het na, als kon zij zich daardoor eenigszins een voorstelling maken van het genot, dat op Luscombe Castle zou worden gesmaakt.
Dorothy mocht dien avond langer opblijven dan gewoonlijk om op den terugkeer der beide dames te wachten en zoodra zij het rijtuig meende te hooren aankomen, snelde zij naar buiten. Even stond zij bewonderend te kijken naar de sterren, die zich in de diepblauwe zee weerkaatsten, toen keek zij verlangend uit naar het naderende rijtuig.
Toen het al dichter en dichter bij kwam, viel het haar op dat zij geen handen zag wuiven door de geopende raampjes; zij had toch beslist gezegd dat zij hier zou staan wachten! Snel liep zij een eind den weg op. Het wàs het rijtuig toch wel?
Ja, daar zag zij duidelijk het gezicht van Miss Hearty, dat haar vriendelijk toeknikte. Hedwig zat naast haar, maar keek niet naar buiten; zij hield het hoofd voorover gebogen. Dorothy kon nu ook zien dat zij een grooten bos varens en grassen in de hand hield. Maar waarom keek zij toch niet op?
Op een drafje liep Dorothy naar het rijtuig toe; haar lang, blond haar wapperde in den avondwind. Zij riep den koetsier toe dat zij het portier wel open zou doen en keek Dr. Hearty vragend aan, toen deze haar goeden avond zeide. Hedwig volgde zwijgend en het rijtuig reed weg.
"Wat prachtige varens!" riep Dorothy uit. "Zijn die uit Luscombe Park?"
"Ja," klonk het zacht. Een oogenblik was alles stil, toen riep Hedwig, terwijl zij voor Dorothy staan ging:
"O Dorothy, het spijt me zoo vreeselijk, maar ik vrees dat je japon voor goed bedorven is!"
"Bedorven?" stamelde Dorothy en haar gezicht betrok.
"Het is nog op het allerlaatst gebeurd," zei Hedwig. "Ik had er werkelijk zoo goed opgepast en was er zoo trotsch op dat ik er zoo keurig uitzag en het was zoo'n heerlijke avond! Maar ik was al te goede maatjes geworden met een van de aardige, jonge hondjes op Luscombe en toen wij afscheid hadden genomen en naar het rijtuig liepen, holde hij ons door het park na, sprong om mij heen en beet opeens uit louter speelschheid een groot gat in de japon. Ik hoorde wel even iets scheuren en hoopte dat het maar een torntje was; eerst in het rijtuig zag ik hoe leelijk de scheur was. Kijk! Ach, het spijt mij veel meer dan ik je zeggen kan."
Zij gingen het huis in en bekeken de japon bij het ganglicht. Het dartele hondje had zijn scherpe tandjes wel krachtig in het neteldoek gezet; er was een leelijke scheeve scheur, dwars in den rok, boven de strooken.
"Het is wel een beetje jammer," zei Dorothy met een aardige poging om de zaak luchtig op te vatten, "maar eigenlijk kan niemand het helpen."
"Willen de dames niet liever naar boven gaan?" klonk nu de stem van Mr. Dimbleby boven aan de trap. "Mijn vrouw heeft nog wat thee en beschuitjes klaar gezet."
"Wij komen," riep Dr. Hearty terug en allen gingen naar boven, waar Mr. en Mrs. Dimbleby verlangend stonden te wachten om iets van het dineetje op Luscombe Castle te hooren. Terstond stond Dorothy naast haar moeder en fluisterde haar in:
"Zeg als 't je blieft dat het niet erg is, dat het heelemaal niets is!"
"Wat kindje?"
"Ja, Mrs. Dimbleby, het is wèl erg," zei Hedwig, die Dorothy's woorden opgevangen had, "en het spijt mij zoo vreeselijk...."
Dr. Hearty bracht de verbijsterde Mrs. Dimbleby op de hoogte en nu volgde er een bekijken en vragen en passen en beraadslagen van belang, waarbij Dorothy op den arm van haar vader geleund, lachend toeluisterde. Zij knikte opgeruimd, toen hij zeide: "Als dat japonnetje niet meer deugt, zullen wij er toch maar niet te veel om treuren, vindt je wel? Gelukkig dat Fräulein Eiche zelf niet gewond is!"
"Ja, en ik ben toch blij dat Fräulein Eiche iets van mij gedragen heeft," zei Dorothy met vuur.
"Maar nu moet Fräulein Eiche zelf nog eens even wat zeggen," zei Hedwig nu met luider stem. "Allereerst...." en zij ging naar Dorothy toe en gaf haar een kus. "Je hebt je zóó goed gehouden, daar moet ik je even voor bedanken. Ik kan onmogelijk zeggen dat ik wou dat wij maar niet naar Luscombe Castle gegaan waren, want ik heb zooveel plezier gehad dat ik heelemaal niet kan uitdrukken hoeveel.... Alles was even prettig en iedereen was even vriendelijk voor me, Dr. Hearty's vriendin uit Manchester niet het minst! Maar over het diner zal Dr. Hearty straks nog wel willen vertellen; ik wou nu zeggen dat Dorothy mij stellig beloven moet dat zij, zoodra dat kan, eens bij mij in Manchester komt logeeren en daar dan een nieuw japonnetje...."
"Neen, neen, neen!" viel Dorothy in. "Ik wil dolgraag eens bij u komen logeeren, maar een nieuwe japon wil ik niet hebben, nooit!"
"Zoo? Ik ben blij dat ik je dat hoor zeggen," zei Dorothy's vader lachend. "Dat komt goedkoop voor mij uit!"
"O, van u wel," zei Dorothy dadelijk en zij trok haar vader aan zijn baard en begon met hem te stoeien en het was een gelach en een pret van belang-een geheel ander tooneeltje dan Hedwig zich een uur geleden voorgesteld had te zullen zien!
Met een verlicht hart bond zij de mooie varens en grassen van Luscombe bij elkaar; die wilde zij drogen en over eenige dagen mee naar Manchester nemen en als een herinnering aan een "volmaakt prettigen avond", op haar kamer in het home aan den muur hangen. Dr. Hearty's vriendin had haar allerlei inlichtingen omtrent Manchester gegeven en ook namen opgeschreven van families, die, naar zij stellig meende te weten, goed Duitsch onderricht voor hunne kinderen zochten en Hedwig verlangde thans weer aan het werk te komen, al wist zij dat het haar niet licht zou vallen afscheid te nemen van Devonshire en de Dimbleby's en ... van Dr. Hearty!
Toen het eindelijk zoo ver was, toen zij op een mooien Meiochtend het gezin Dimbleby vaarwel hadden gezegd en weer in den trein zaten om, na enkele uren samen gespoord te hebben, elkaar Gods zegen toe te wenschen en verschillende richtingen uit te gaan, de dokter naar Londen en Hedwig naar Manchester-toen hield Hedwig zich goed! Verkwikt door hare heerlijke vacantie, met nieuwen moed bezield, vol hoop op de toekomst, kwam zij te Manchester aan.
Reeds om de stad heen was het rookerig en somber, niet het minst in Hedwig's oogen, thans verwend aan de heldere, frissche tinten en geuren van het bekoorlijke Devonshire en terwijl zij het perron overliep, stak zij even haar gezicht in den ruiker grassen en varens, die zij niet in den koffer had willen pakken,-uit vrees dat zij zouden bederven,-maar in de hand met zich meedroeg. Toen zij het met den koetsier van een vigilante eens was geworden over den prijs, zette zij haar taschje even op den grond en legde er de varens bovenop, om een oogenblik al haar aandacht te schenken aan haar koffer, die met horten en stooten op het imperiaal werd gezet. Hoe groot was echter haar ontsteltenis en-ook haar lachlust!---toen zij, zich omkeerend om haar taschje en bouquet weer op te nemen, ontdekte dat het paard bezig was met zichtbaar welgevallen de nog sappige varens en grassen op te peuzelen, waarvan thans nog maar enkele, half afgebeten exemplaren over waren! Die liet Hedwig liggen; het was te treurig om zulke overblijfselen van vervallen grootheid als herinnering aan den onvergetelijken avond op Luscombe Castle te bewaren! Hoofdschuddend ging zij de vigilante in.
Zij werd in het home met groote vriendelijkheid ontvangen en kreeg een eenvoudige, nette kamer, waar zij tot haar verrassing een kom vol gele primula's zag staan-een geschenk van Dr. Hearty, zooals de directrice haar vertelde-en, ook zeer tot haar blijdschap, een briefje vond liggen van een dame, die haar circulaire ontvangen had en haar den volgenden dag over lessen wenschte te spreken....
[Illustration: Sneeuwwitje en de prins.]
[Illustration: De zeven dwergen.]
Zoo begon het leven van Hedwig Eiche in het groote Manchester, dat haar thans-na vele, vele jaren van hard en energiek werken-zóó lief geworden is dat zij er met warme ingenomenheid van getuigen kan: "Ik zou nergens anders willen wonen!"
En wat zal ik hier nu nog bijvoegen? Alleen over de meisjesjaren van Hedwig Eiche heb ik willen spreken; wenschte ik ook nog haar zeer merkwaardig leven in Manchester te schetsen, het zou te veel worden.
De lessen kwamen, langzaam in het begin, toen sneller en steeds in grooter getale, omdat het meer en meer als een voorrecht begon beschouwd te worden Duitsch onderwijs te krijgen van Fräulein Eiche van Hannover, die door haar opgewekte en interessante wijze van les geven, ook in de Duitsche letterkunde, naam maakte en de harten won.
Daarbij was zij ook buiten de lesuren vaak bezig voor hare leerlingen; menig mooi tableau of aardige tooneelvoorstelling, voor een of ander schoolfeest in orde gemaakt, bewezen dit. Dikwijls nam-en neemt!--zij voor dit doel een bekend sprookje, dramatiseerde dit en was niet alleen de raadsvrouw der meisjes bij het instudeeren en bij de repetities, maar wist ook, door middel van haar vroolijke fantazie en vlugge vingers, aanwijzigingen en hulp te verleenen voor ieder kostuum en voor iedere tooneeldecoratie. Zoo werden bij een voorstelling van Sneeuwwitje de tekst, de kleeding en de rolverdeeling geheel door haar gemaakt en geregeld en wist zij het publiek-het feest had plaats in de groote gymnastiekzaal van een meisjesschool-in verrukking te brengen door den door haar vervaardigden prachtigen troon, die, saamgesteld uit oude kisten, een hoeveelheid rood satinet en goudpapier, een werkelijk schitterenden indruk maakte en het koninklijk paleis in Sneeuwwitje zeer goed kleedde!
Zeker zal zij bij dergelijke gelegenheden nog wel eens gedacht hebben aan Tieka von Zercläre en aan de fraaie voorstelling van Crusoe en Vrijdag, zoo wreed door Tieka's moeder verstoord!
Of na den zonnigen, gelukkigen tijd in Devonshire haar leven verder zonnig bleef? Verre van dien. Een rijk leven was het en een leven vol afwisseling, maar een gemakkelijk en onbezorgd leven werd het nooit en-zou met Hedwig Eiche's karakter ook weinig in overeenstemming zijn geweest. "Niet te veel zoetigheid, dat bederft de maag," kon zij met groote opgewektheid zeggen, als hare vrienden verontwaardigd waren, wanneer zij te kampen had met stugge leerlingen, met het-toen vooral heerschend-echt Engelsche vooroordeel tegenover een "foreigner", met veeleischende ouders of een ongehoord lompe bejegening, die ook haar zelden gespaard bleef. Haar stoere werkkracht, haar warme liefde voor haar werk, haar eigenaardige humor, haar krachtig geloof in Gods trouwe liefde, hielden haar staande, waar zwakkere karakters zouden zijn bezweken.
-Welk een triomf was het, toen werkelijk de dag daar was, waarop zij het wagen dorst het home te verlaten en een huisje te huren, dat zij naar haar eigen smaak kon inrichten en waar haar moeder en Clärchen, Dr. Hearty en Dorothy Dimbleby, Mrs. Rowley uit Chester en vele, vele anderen, haar kwamen bezoeken en zich gelukkig voelden! Wat werd menige eenzame Duitsche gouvernante en kinderjuffrouw in de vriendelijke kamers, waar het nooit aan bloemen ontbrak-hartelijk welkom geheeten en getroost en bemoedigd en wat drong Fräulein Eiche er sterk op aan dat zij toch altijd weer zouden komen, iederen Zondag maar, als zij vrij waren en geen andere uitnoodiging hadden. En hoe breidde dat Duitsche kringetje in het groote Manchester zich uit en hoe verwonderde men er zich dikwijls over dat Hedwig Eiche bij alles wat zij deed, toch steeds nog tijd scheen te kunnen vinden voor meer!
Nagenoeg al wat Duitsch en arm was of anders hulp noodig had in Manchester, leerde haar kennen en liefhebben tot de gebrekkige, oude Duitsche vrouw toe, die iederen Zaterdag gretig naar haar bezoekje uitzag, omdat zij dan grappige, vroolijke dingen te hooren kreeg, die haar lachen deden met dien kinderlijk blijden lach, die bij oude, zwakke menschen zoo aangrijpend treffen kan. Hoe helder glinsterden-en hoe glinsteren nog ieder jaar-om Kersttijd de lichten van de kerstboomen door Hedwig Eiche voor hare vele Duitsche vrienden aangestoken en welk een verkwikkende glans straalt er af van het leven van een moedig werkende, onzelfzuchtige vrouw, die ook buiten haar werkkring om, helpt en zorgt en gezonde vroolijkheid brengt, waar zij maar kan en die, de groote lasten dapper dragend, van de ontelbare, kleine verdrietelijkheden des levens lachend zegt dat zij onmisbaar zijn en zeer heilzaam en gewaardeerd moeten worden, "omdat zij ons leeren flink bij de pinken te zijn en niet droomerig en lui onzen weg te gaan."
NOTEN:
O, lijken de dagen niet saai en lang,
Als alles maar lukt en niets gaat verkeerd?
En is uw leven niet ontzettend eentonig,
Als er niets is om over te morren?