“Je bent zeker zoo vervuld geweest van je engagement, dat je het heelemaal niet vreemd vond dat mama en ik plotseling voor twee dagen uitgingen,” zei ze tot Frits aan den avond van den dag, waarop mevrouw d’Ablong en zij teruggekomen waren.
“Grootmama zeide dat alles een verrassing wezen moest,” zei Frits, en ik heb dus heel gedwee naar niets gevraagd. Wij hebben ons erg goed gehouden, is het niet, Roodkapje?”
“Ja, dat dunkt mij ook.”
“Jij moet nu ook maar eens gauw een keuze doen, Cilly,” zei grootmama lachend en met een veelbeteekenend knikje.
“Dat is niet meer noodig, grootmoedertje, dat weet u wel,” zei Cécile, trotsch het hoofd in den nek werpend. “Het is nu bijna September en over een dag of tien wordt mijn engagement publiek.”
“O Cilly, hoe aardig! Maar wat heb je dat prachtig geheim gehouden! En wie is de gelukkige?” vroegen Frits en Elsje te gelijk.
“Mijn aanstaande man is van adel en heeft een buitenplaats even buiten Utrecht,” zei Cécile fier. “Hij heet Victor,—Jonkheer Victor van den Berkenhorst. Je kent hem wel een beetje, Frits.”
“Jawel,” zei Frits peinzend. “Heb ik hem niet ontmoet op dat bal bij mevrouw van Rensen van den winter?”
“Ja, hij ziet er heel knap uit, lang en blond. Hij studeert nog, maar hij is heel gauw klaar. Wij hadden zoo graag ons engagement eerder publiek gemaakt, maar zijn vader is een maand of vijf geleden gestorven en nu wilde zijn moeder liever dat wij tot het najaar wachtten. Mama en ik zijn nu een paar dagen bij haar geweest; zij woont beelderig mooi in Utrecht.”
“Niet zoo prettig als wij wonen zullen, toch zeker,” fluisterde Elsje zacht tot Frits. “Ik vind het zoo heerlijk dat ik mijn verdere leven niet in een stad zal behoeven door te brengen, en dat wij grootmama zoo dicht in de buurt zullen hebben.”
“Als je maar geen last van mij krijgt,” zei de oude
dame lachend. Zij had Elsje’s laatste woorden juist gehoord.
“Daar zijn wij niet bang voor, is het wel Roodkapje?” vroeg Frits.
“Neen, in ’t geheel niet,” antwoordde Elsje ernstig. “Ik ben juist zoo heel dankbaar dat ik grootmama dan werkelijk met recht bij dien naam zal mogen noemen.”
A.C. Kuipers boeken voor oudere meisjes.
Illustratie uit “Een lastige dochter”.
Een lastige dochter.
Geïllustreerd door Wenckebach.
| Prijs | ingenaaid | ƒ 2.40; |
| gebonden | ƒ 2.90. |
“Wat mooi, heel mooi is? Dat is het in weinig bladzijden vertelde scènetje op school, als de meisjes elkaars werk moeten corrigeeren, en er één is, ‘zoo’n raar kind’, dat ’t niet zetten kan dat ze elkaars fouten bedekken en ‘mademoiselle’ beliegen. Er zijn meer van die trekjes in ’t boek, ook is het heele figuurtje van de jeugdige hoofdpersoon een doorloopend gelukkige creatie.”
Dagblad v. Z-H. en ’s-Grav.
Anneke.
Illustratie uit “Anneke”.
Geïllustreerd d. Wenckebach.
| Prijs | ingenaaid | ƒ 1.50; |
| gebonden | ƒ 1.90. |
Er is zelfs volstrekt geen intrigue in ’t boek en het draagt zelfs niet het karakter van een roman. Het is een eenvoudige vertelling van drie heldinnen, drie dappere en moedige meisjes uit één gezin, wier meisjesjaren al vroeg gelouterd worden door den ernst des levens maar ook verhelderd door de zonnestraaltjes van het echte huiselijk geluk.
Dagbl. v. Z.-H. en ’s-Grav.
Vincent Loosjes—Uitgever—Haarlem.
Een prachtig jongensboek
Twee echte jongens.
Door Ch. Krienen,
Hoofd eener School te ’s-Gravenhage.
Geïllustreerd door
C. van der Sluys.
Prijs ingenaaid f 1.50; gebonden f 1.90.
Een frisch, ferm jongensboek is deze geschiedenis van “Twee echte Jongens”. Zoodra we beginnen te lezen zijn we er al “in”, met belangstelling zijn we ineens verdiept in de aardige tooneeltjes op school, “Waarom GIJS een klap om de ooren krijgt en Meester een gedicht op ’t bord schrijft”.—Maar het is een belangstelling die tegelijkertijd een groote bewondering afdwingt voor de kranige wijze waarop dit stuk jongensleven geschreven is, boeiend van het begin tot het eind. Hoe voelen we mee met MAX en ERNST, de twee vrienden! Hoe goed zien we ze voor ons! Hoe weet telkens de schrijver door een enkel woord, een enkele uitdrukking, ons een duidelijk beeld te geven van wat er omgaat in die jongensharten!
Het is een boek, dat geen enkele jongen ongelezen uit de handen zal leggen!
Vincent Loosjes—Uitgever—Haarlem.