WeRead Powered by ReaderPub
Goden- en Heldensagen cover

Goden- en Heldensagen

Chapter 11: DE HELDENTIJD. IN VIER TIJDPERKEN. (OVIDIUS: METAMORPHOSEN I reg. 89 vlgg.)
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A collected retelling of classical myths that moves from cosmic origins and the reigns of primordial rulers to the rise of the Olympian gods, then through famous heroic cycles and tragic houses. It includes creation accounts, the Titanomachy, monstrous adversaries, and individual tales such as Prometheus and Epimetheus, the flood survivors, Orpheus and Eurydice, Phaëthon, Sisyphus, Perseus, Heracles and Theseus. Extended narratives treat the Argonauts, the Trojan War and the wanderings homeward, with later episodes about Aeneas and the Nibelung tradition. The edition is abridged and arranged for school readers, with selective retellings, occasional source notes, marginal epic references, and illustrative plates.

[Inhoud]

DE HELDENTIJD.

IN VIER TIJDPERKEN.

(OVIDIUS: METAMORPHOSEN I reg. 89 vlgg.)

Onder de regeering van Kronos werden de menschen geschapen; men beleefde toen het gouden tijdperk. Er heerschte eeuwige lente op aarde en een zachte wind streelde in de zoele lucht de bloemen, die zonder zaaien geworden waren. De bodem droeg vrucht ook zonder dat hij bewerkt werd, en zwaar hingen de aren over den ongeploegden akker. Zonder dwang van wetten en bepalingen deden de menschen wat goed en rechtvaardig is; vrees voor straf bestond niet en toch was ieder, zonder de bescherming van een overheid, veilig. Geen schepen, op jacht naar winst, bevoeren nog de zee, geen grachten omgaven de steden, krijgstrompet en harnas waren onbekend; in rustigen vrede bracht men zijn leven door.

Toen Kronos echter naar den Tàrtaros was verbannen en Zeus de regeering had aanvaard, maakte dit gouden tijdperk plaats voor het zilveren. De jaargetijden ontstonden en de korte lente werd nu gevolgd door den zomer, door herfst ook en winter. Huizen werden gebouwd, voren getrokken, en in moeizamen arbeid moest de oogst aan den bodem ontworsteld worden.

Als derde volgde het koperen tijdperk, reeds geneigd naar de wapens te grijpen, maar aan eigenlijke misdaad toch nog vreemd.

Eindelijk brak als vierde het ijzeren tijdperk aan. Toen weken schaamtegevoel en zin voor waarheid en [12]goede trouw; list en bedrog en inhaligheid deden hun intocht. Het verlangen om hun schatten te vermeerderen dreef de menschen op zee en in de diepten der aarde; het harde ijzer en het verderfelijke goud werden aan de oppervlakte gebracht. Schrikkelijke wapens werden nu gesmeed en bloedige oorlogen volgden elkaar op. Men leefde van roof; de vriend was voor den vriend, de broeder voor den broeder niet meer veilig. Ook de eerbied voor de goden was verdwenen, en diep verontwaardigd wendden dezen zich af van het menschelijk geslacht.