WeRead Powered by ReaderPub
Goden- en Heldensagen cover

Goden- en Heldensagen

Chapter 18: BELLEROPHONTES. (HOMERUS: ILIAS VI reg. 155 vlgg.)
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A collected retelling of classical myths that moves from cosmic origins and the reigns of primordial rulers to the rise of the Olympian gods, then through famous heroic cycles and tragic houses. It includes creation accounts, the Titanomachy, monstrous adversaries, and individual tales such as Prometheus and Epimetheus, the flood survivors, Orpheus and Eurydice, Phaëthon, Sisyphus, Perseus, Heracles and Theseus. Extended narratives treat the Argonauts, the Trojan War and the wanderings homeward, with later episodes about Aeneas and the Nibelung tradition. The edition is abridged and arranged for school readers, with selective retellings, occasional source notes, marginal epic references, and illustrative plates.

[Inhoud]

BELLEROPHONTES.

(HOMERUS: ILIAS VI reg. 155 vlgg.)

Een kleinzoon van dezen Sìsyphus was Bellerophontes. Hij had het ongeluk op jacht zijn broeder te dooden en moest daarom uit Corinthe vluchten. Zoo kwam hij bij den koning van Tiryns, die hem gastvrij opnam. Hier zocht de koningin de liefde te winnen van den jongen man, wien de goden schoonheid en kracht hadden verleend. Hij versmaadde haar echter en zij, geërgerd, klaagde hem nu aan bij haar man: hij zou, omgekeerd, met opvallenden ijver haar vriendschap hebben gezocht. De koning geloofde de lasterlijke beschuldiging; maar daar hij hem zelf niet wilde dooden, zond hij hem naar zijn schoonvader, koning Iobates van Lycië, en gaf hem een wastafeltje mee, dat in geheime teekens het verzoek bevatte den overbrenger te dooden. Iobates ook weer ontving hem vriendelijk; negen dagen lang onthaalde hij hem feestelijk, en negen stieren werden geslacht voor het maal. Den tienden dag echter vroeg hij hem naam en afkomst; toen gaf Bellerophontes hem het tafeltje over, dat hij mee had gekregen. De koning deinsde terug voor de bloedige opdracht; liever zond [22]hij zijn gast op ondernemingen uit, die hij bijna zeker met den dood zou bekoopen. Eerst gaf hij hem last de Chimaira te bestrijden, van voren een leeuw, van achteren een draak en een geit in het midden; hij doodde het monster. Daarna droeg hij hem op de Solymers te bevechten, een naburigen volksstam, die strooptochten maakte in het Lycische land; hij overwon hen. Verder werd hij uitgezonden tegen de Amazonen; zegevierend keerde hij terug uit den kamp. Eindelijk versloeg hij nog een bende Lyciërs, tegen hem in hinderlaag gelegd. Toen begreep Iobates dat zijn gast een bijzondere lieveling van de goden was; hij gaf hem een van zijn dochters tot vrouw en deelde met hem zijn rijk.

Later verhaalde men, dat Bellerophontes zijn overwinningen behaalde, gezeten op het paard Pègasus; uit den romp van de door Perseus gedoode Medusa zou dit dier zijn ontstaan. Nog nimmer had het een menschelijken ruiter gedragen; toen gaf Athene Bellerophontes een met goud beslagen teugel, dien het ros zich gewillig liet aanleggen. Pijlsnel vloog het voort, tot boven de rotskloof, waarin de Chimaira huisde, die nu door Sìsyphus’ kleinzoon werd afgemaakt.

Jaren lang leefde Bellerophontes in ongestoord geluk. Maar de voorspoed maakte hem overmoedig; hij begeerde zich met de goden op één lijn te stellen. Om nu door te dringen tot het paleis van Zeus op den hoogen Olympus, besteeg hij opnieuw den Pègasus. Toen trof de toorn van den hemelvader den verblinden sterveling; het paard, door Zeus wild gemaakt, steigerde hoog in de lucht en wierp den driesten ruiter ter aarde, zoodat hij jammerlijk omkwam. [23]