WeRead Powered by ReaderPub
Grashalmen cover

Grashalmen

Chapter 4: INLEIDING
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A loose, visionary sequence of free-verse poems that celebrates the individual self and the body while extending that intimacy into a broad civic and spiritual fellowship. The pieces range from brief lyrics to long, prose-like canticles and mix sensory catalogues, meditative address, and public exhortation to embrace equality, labor, nature, love, and mortality. Recurrent images and repetitive rhythms build a cumulative voice that moves between rapture, reflection, and plain observation, aiming to unite personal experience with a larger human community across urban and rural landscapes.

The Project Gutenberg eBook of Grashalmen

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Grashalmen

Author: Walt Whitman

Translator: Maurits Wagenvoort

Release date: December 6, 2004 [eBook #14281]
Most recently updated: October 28, 2024

Language: Dutch

Credits: Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed
Proofreading Team.

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK GRASHALMEN ***



"...............dit is geen boek,
Die 't aanraakt, raakt een mensch aan."
(W. W. "Tot ziens!")

WALT WHITMAN

GRASHALMEN

(LEAVES OF GRASS)

VERTAALD DOOR MAURITS WAGENVOORT

MET PORTRET VAN DEN DICHTER

1917


WERELDBIBLIOTHEEK

ONDER LEIDING VAN L. SIMONS.

UITGEGEVEN DOOR DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR—AMSTERDAM

GEDRUKT TER DRUKKERIJ "DE DEGEL", AMSTERDAM.



INLEIDING


Een korte inleiding schijnt mij gewenscht. Van een reis, in 1892, door de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, bracht ik als kostbaarste herinnering de Leaves of Grass van Walt Whitman mee. Tijdens mijn reis ging er geen dag om zonder dat ik iets van hem las, en nog lang daarna nam ik dagelijks het boek op om te herlezen. Diep was de indruk geweest, dien ik van den arbeid en het leven der Noord-Amerikanen had ontvangen, diep was de indruk, dien ik van de Leaves of Grass ontving. Deze poëmen, docht mij, geven een kort begrip van wat ik met bewondering en eerbied, soms met verbijstering heb gezien; zij zijn een verkleind beeld der geweldige republiek, het leven van Amerika verpuurd door liefde en denken van een universeel dichter. Toch geven zij meer dan de "athletiscihe republiek": zij openen heerlijke visioenen van wording, ontwikkeling en voortgang in steeds groeiend recht: het Universum aanschouwd door een Amerikaan, wien de Menschheid eens een plaats zal aanwijzen te midden der groot-edelsten van allen tijd.

Anderhalf jaar: te Chicago, Berlijn en Genua, gaf ik aan de vertaling van wat thans wordt gepubliceerd. Dit is niet de geheele Leaves of Grass, wel de geheele Whitman, zooals hij zich in de Leaves openbaart. De dichter herhaalt hier en daar wat hij gezegd heeft: er was geen reden die herhalingen te vertalen; buitendien liet ik mij door mijn smaak leiden. Er zijn enkele poëmen in de Leaves of Grass, die mij niet bezielen, wat natuurlijk aan mij en niet aan Whitman ligt. Zoo ook zijn eenig berijmd gedichtje Captain, my captain, dat ik onvertaald liet, uit eerbied voor het rijm, en wijl Whitmans karakter als dichter toch het heerlijkst in ongebondenheid zich uit. Niettemin was het denkbeeld mij een gruwel een salon-Whitman te geven. In mijn vertaling spreekt de bard zich uit met dezelfde zware en toch zoo zielvolle stem, die de zijne is, ruw soms, duister soms, maar altijd verheven, altijd menschelijk, altijd natuurlijk.

Mijn loon was mijn arbeid-zelf. Wat kon ik inderdaad van mijn vertaling verwachten? Behalve door Emerson, Whittier, Thoreau, in Amerika niet, in Europa, behalve door Tennyson en Rosetti, weinig gewaardeerd, is Walt Whitman arm en ongeacht gestorven, nadat hij, om de "onzedelijkheid" van de Leaves of Grass, uit een betrekkinkje aan een ministerie te Washington was ontslagen. Wat ik niet verwachtte, een kleine twintig jaar geleden, was het bezwaar om Grashalmen gedrukt te krijgen. Indien ik Whitman fatsoenlijk had willen maken—wat men een bloemlezing noemt, uit zijn Leaves of Grass—zou ik niet bijna vijf jaren hebben behoeven te wachten voor een uitgever geneigd was althans een deel van Walt Whitmans werk te publiceeren. Dit evenwel leek mij toen beneden den eerbied dien ik voor den bard gevoelde: mijn vertaling zou in haar geheel of niet verschijnen. Zij verschijnt nu, wel is waar niet in haar geheel, maar toch in haar schoonste fragmenten.

Wàt, in dezen tegenspoed, kon mij teleurstellen? Niets. Walt Whitman kon wachten, ik had geen haast. Indien mijn levensgeluk afhankelijk ware geweest van mijn literair succes, zou ik zeer beklagenswaard zijn. Mijne boeken vinden weinig lezers: het verlies daarvan is niet geheel aan mijn kant. Het verwonderde noch ontmoedigde mij, dat ik jaren had te wachten eer men mijn Grashalmen wilde publiceeren. De anderhalf jaar met Whitman doorleefd, schonken mij een levenswinst, die noch door eenig succes kon vermeerderd, noch door eenigen tegenspoed kon verminderd worden.

Over Walt Whitman en zijne Leaves of Grass wil ik hier weinig zeggen. Mijn vertaling geeft de maat aan van de bewondering en de liefde die ik voor deze heerlijke twee-eenheid gevoel. Misschien toch kunnen een paar verklarende woorden hem een of twee lovers meer winnen. Men moet de Leaves of Grass niet nemen als gedichten, Walt Whitman niet als dichter. Om een paar dichters van onderscheiden genie te noemen: Keats, Kloos, Heine, Verlaine: naar hun beteekenis is Walt Whitman geen dichter. Noch kan hij gemeten worden naar welken dichter ook: zijn zangen zijn als symphonieën, en men denkt soms aan Beethoven, wanneer men hem leest.

De oer-dichter was de man, door veel strijd, veel denken, veel leven hoog en groot geworden, richter, leider, priester, zanger van zijn volk. Hij verkondigde wat recht was, deugd, liefde en schoonheid. Wat hij sprak was de natuurlijke wijsheid van een God-gewijde ziel, door innerlijke aanschouwing en nog meer door het vuur des levens gelouterd. Maat en rijm kende hij niet, van verzen had hij nooit vernomen, wat men poëzie noemt had geen zin voor hem, maar beter dan eenig ander wist hij wat harmonie was en schoonheid. Hij had de menschheid lief en kende haar zwakheid en lijden, haar kracht en vreugde. Hij bezat dien oppermoed, die, geboren uit een onbedaarlijke zucht naar vrijheid, voorbeschikt om alleen en hoog te staan te midden der menschen. Het leven had enkel bekoring en de dood geen verschrikking voor hem. Dus had zijn volk hem erkend als richter van allen, leider van allen, priester en zanger tevens. Ziehier, in de tweede helft der negentiende eeuw, in een samenleving, de Noord-Amerikaansche, die nog aan het begin harer geestelijke vorming staat, de oer-dichter in Walt Whitman herboren, maar verworpen door zijn volk, omdat de menschen van heden niet natuurlijk kunnen zijn.

Aldus moet de lezer Whitman beschouwen, wil hij hem begrijpen; zijne poëmen, zijne zangen zijn geen gedichten; het zijn visioenen; uitspraken, wetten, poëzie, zoo gij wilt, maar poëzie als erts, zooals het gevonden wordt in de Ilias, in het Nibelungenlied, in de Veda's, in de Psalmen, in het Hooglied.

Wie lezen wil om zich te amuseeren, poëzie wil genieten als een zoete zielestreelinig, bekoorlijk door fraaie rijmen, lichten cadans en gedachten zwevend tusschen banaliteit, weemoed en burgermans verliefdheid, dien heeft Walt Whitman zelf terecht gewezen: de Leaves of Grass zijn niet voor hem of haar. Wien het gegeven is vrij te zijn van voor-oordeel, wie de schoonheid kan zien, ook wanneer zij in ongewonen vorm verschijnt, wie zich-zelf wil geven aan den dichter en het lezen steeds wil afwisselen door lang en rustig nadenken, dien opent Whitman grootsche verschieten van sterke liefde in de goddelijke eenheid van lichaam en ziel, dien schenkt hij moed, hoop en zelfvertrouwen.

Wat mijn vertaling betreft: zij zal hare gebreken hebben, maar, wie mij ook het tegendeel zegge, ik weet dat zij goed is, als geheel. Whitmans vlucht door Tijd en Ruimte, niettemin, is soms zoo verheven, dat ik hem slechts heb kunnen volgen door lager te Wijven dan hij; op andere punten is de vertaling, onder het werk-zelf, en, natuurlijk zonder dat die bedoeling voorzat, beter geworden dan het oorspronkelijke. Ik gewoel temeer vrijmoedigheid dit te zeggen, wijl ik bij mijn werk geholpen werd door een dier vrouwen, die door een waarlijk hemielsche eigenschap alles verbeteren wat zij aanraken. Onze vriendschap-zelve belet mij haar te noemen, maar wanneer ik, zooals ik hiermeê doe, Grashalmen aan haar opdraag, geef ik haar slechts terug wat zij mij geleend heeft, wetende, dat ik voor mijn leven haar schuldenaar blijf, ook waar mij slechts van haar de nagedachtenis rest.

Sevilla, Oct. '98. M. W.

's-Hage'17.


UIT: INSCRIPTIES


MIJN LIED IS VOOR HET IK


Mijn lied is voor het ik, is voor den mensch des eigen levens,

Maar van mijn lippen klinkt het woord Democratie, het woord

En-Masse.


Mijn lied geldt fysiologie van hoofd tot voeten,

Mijn muze is niet enkel gezicht, niet enkel ziel, ze is beiden

en dus meer dan ieder waard:

Mijn lied geldt dan het vrouwelijke volkomen even met het

manlijke.


O Leven onbedwingbaar in uw passie, polsslag, kunnen;

Kracht en Vreugde zijn uw namen, geroepen, gij, tot het vrije

doen door goddelijke wetten.

Mijn lied geldt den modernen mensch.



TOEN IK HET BOEK GELEZEN HAD


Toen ik het boek gelezen had, de veel geroemde levensschets,

Vroeg ik mij af: is dit dan wat de schrijver noemt een menschenleven?

En zoo zal iemand, ben ik dood en heen, beschrijven wat hij

noemt mijn leven?

Alsof iemand in waarheid iets weet van mijn leven,

Terwijl ik zelf vaak denk weinig of niets te weten van wat in

waarheid is mijn leven.

Een paar wenken, een paar sleutelwoorden en aanduidingen

Tracht ik in dit boek ten eigen nut te schrijven.



WERPT VOOR MIJ NIET UW DEUREN DICHT


Werpt voor mij niet uw deuren dicht, gij koude boekzalen,

Want wat op uwe doorgebogen planken 't meest ontbreekt en

wat gij 't meest behoeft, dat breng ik u.

Uit den strijd zelf opkomende, heb ik dit boek gemaakt;

De woorden van dit boek zijn niets, let enkel op zijn ziel, de

ziel is alles,

Dit boek is eenig in de wereld, dit boek heeft niets van

andere boeken, dit boek wordt door het verstand alleen

niet gevat.

Uit ieder blad, uit ieder woord vloeit u de heete stroom des

levens te gemoet.





VAN PAUMANOK UIT (fragmenten)



1.


Van visch-gelijkend Paumanok uit, waar ik geboren ben,

Wel gewonnen en opgevoed door een treffelijke moeder,

Na in vele landen te hebben gedoold, vriend van menschen-drukke

straten,

Toever in Mannahatta[1], mijn stad, of op de Zuider-savanna's,

Dan als soldaat in 't kamp, of dragend geweer en ransel,

straks mijngraver in Californië,

Boersch in mijn huis in Dakota's wouden, sober mijn maal

met een dronk bronwater.

Nu ingetogen tot aanschouwing en bepeinzing in stille eenzaamheid,

Ver van de plaats waar het voetstapgeschuifel der menigte

druischt, gelukkig en dankbaar,

Bewust van den frisschen, vrijen gids, den stroomenden

Missouri, bewust van de machtige Niagara,

Bewust van de buffelskudden, grazende op de vlakten, den

harigen, sterkborstigen stier,

Door aarde en rotsen en bloemen der vijfde maand ervaren,

door sterren, regen en sneeuw getroffen,

Na des lachvogels lied en des bergvalks vlucht te hebben

bestudeerd,

Na in den ochtendstond het lied te hebben gehoord van den

weêrgalooze, den eenzamen lijster der moeras-ceders,

Eenzaam als hij, in het Westerland zingend, neem 'k mijn

vlucht voor nieuw een wereld.



[1] New-York.



2.


Victorie, Unie, Geloof, twee-een zijn, tijd,

De onverbrekelijke tezaam-gevoegden, schatten, mysterie,

Beschaving als natuurwet, de kosmos, en de nieuwe arbeid.


Aldus het leven,

Hier is wat op kwam na zooveel weeën en krampen.


Hoe wonderlijk en tevens: hoe reëel!

De goddelijke aarde onder onze voeten, boven ons hoofd

de zon.


Zie den aardkloot wentelen,

De vader-continenten bijeengegroept ter zij,

De continenten van heden en toekomst, Noord en Zuid, en de

landengte daar tusschen.


Zie, onafzienbre ongebaande landen,

En steeds gewijzigd, als in een droom gezien, woelt daar het

leven,

Ontelbre menigten trekken over hen voort.

Nu zijn ze bedekt met een volk, dat de beschaving leidt, dat

kunsten leven doet, dat al wat goed is lief heeft.


Zie, heenvloeiend door de tijden,

En voor mij uit een oneindigheid van menschen die mij

hooren.


Met vasten en gelijken tred gaan zij hun weg, en nimmer

rusten zij,

En altijd volgen anderen, Americanos, een honderdtal millioenen,

De eene generatie doet wat zij vindt te doen en volgt het

voorgeslacht,

Een andere generatie komt en doet wat is te doen en volgt

dan in haar spoor.


Zij gaan en keeren het gelaat eerst zijwaarts, achterwaarts

vervolgens, naar mij luisterend,

De oogen in het gaan op mij gericht.



3.


Americanos! overwinnaars! humaniteitsarmeeën!

Voorwaarts! Nooit rust de eeuw! Libertad! Menigten!

Aan u een reeks van zangen.


Zangen van de prairiën,

Zangen van den ver weg vloeienden Mississippi, neerwaarts

naar de Mexicaansche zee,

Zangen van Ohio, Indiana, Illinois, lowa, Wisconsin en Minnesota,

Zangen als een stroom uit Kansas' harte vloeiend en voortsnellend

in en naast rivieren,

Uit het hart van Amerika zelf schietend door hare polsen als

vloeiend vuur, dat al doet leven.



4.


Neem deze zangen dan, Amerika, neem hen ten Zuid en

neem hen ten Noord,

Bereid hun overal een welkom, want zij zijn leven van uw

leven,

Verklaar hen Oost en West, want zij verklaren u,

En gij, Verleden, heb hen lief, want zij hebben ook liefde

voor u.


Eén in gedachten was ik met vervlogen tijden,

Ik zat aan de voeten der groote meesters en luisterde

naar hen,

Nu, ware 't mogelijk, o dat de groote meesters konden terugkomen

en luisteren naar mij.


Zal ik, in dezer Staten naam, de Oudheid smaden?

Weet ik dan niet, dat zij de kinderen zijn dier Oudheid, en

haar verklaren?



5.


Gestorven dichters, filosofen, priesters,

Gij martelaars, gij zoekers, kunstenaars, verdwenene

regeerders,

Gij die in verre landen uw taal eens tot nieuw leven riept,

Gij natiën eens gevreesd, nu klein, vergeten of vervallen,

Voor ik saluut breng aan wat er van uw geest nog in ons

naleeft durf ik niet uitgaan tot mijn arbeid,

Ik heb met u een wijl geleefd en beken dat gij bewondering

verdient,

Ik denk: nooit kan iets grooter zijn dan het is, niets kan ooit

meer verdienen dan het verdient,

Ik heb, voor ik u losliet, u gedachtenvol een langen tijd aanschouwd,

Nu sta ik hier op eigen plaats en in eigen tijd.


En met mij de landen vrouwelijk en mannelijk.

En met mij de erfgenamen der wereld vrouwelijk en mannelijk,

en met mij het vuur der materie,

En met mij het ideaal: verklaring van God, door allen openlijk

erkend,

De altijd voor ons uit zwevende finale van wat daar zichtbaar

is,

De Al-voldoener, die, na lang gedwaald te hebben, nu zijn

weg kiest,

Ja, zij is hier, de Ziel, haar die ik liefheb.



6.


De Ziel,

Altijd en immer, vóór de aarde bruin en vast was levende,

vóór water keerde en weerkwam, ebbe en vloed, levende!


Niettemin zal ik de materie bezingen, omdat ik door haar

't schoonst de ziel bezing,

En ik zal mijn lichaam en mijn sterflijkheid bezingen,

Want dán en daardoor vloeit door mij het lied van ziel en

onvergankelijkheid.


Ik zal een lied zingen voor deze Staten, dat niet een hunner,

in wat omgaan ook, zij onderworpen aan een anderen Staat,

En ik zal een lied zingen, dat er overleg zij, bij dag en bij

nacht, tusschen al de Staten en tusschen elk twee-tal hunner,

En ik zal een lied zingen bestemd om gehoord te worden door

den President, vol van scherppuntige dreigende wapens,

En achter die wapens ontelbare ontevreden gezichten,