WeRead Powered by ReaderPub
Heldensagen en Legenden van de Serviërs cover

Heldensagen en Legenden van de Serviërs

Chapter 79: De vlucht van het meisje.
Open in WeRead

About This Book

This collection assembles epic poems, ballads, and folktales drawn from an oral national tradition, opening with historical and cultural background and chapters on beliefs and customs. It presents long heroic narratives about legendary princes and leaders, a set of popular ballads, and numerous shorter folk tales that feature supernatural beings, tests of virtue, marriage motifs, animal helpers, trickery, and moral lessons. The volume also offers explanatory notes, a glossary, anecdotes, and colored illustrations that accompany many selections, providing both storytelling variety and ethnographic context.

[Inhoud]

De vlucht van het meisje.

Het meisje gaf voor dit wonder van nabij te willen aanschouwen, waarop de Doge hoffelijk het gordijn voor den ingang terzijde schoof, opdat zij beter zou kunnen zien. Het volgend oogenblik liep zij snel als een hinde naar het paviljoen van Prins Marko.

Marko sliep en was ten zeerste verbaasd, toen hij plotseling werd gewekt door de binnenkomst van zijn onverwachte bezoekster. Toen hij in het meisje zijn toekomstige vrouw herkende, sprak hij haar toornig toe: “Gij, meisje van lage geboorte! Is het betamelijk, dat gij mij tegen alle christelijke gebruiken in bezoekt?”

Het meisje boog diep en antwoordde: “O, mijn Heer, gij koninklijke Prins Marko! Ik ben geen meisje van lage geboorte, maar uit zeer edel geslacht. Gij hebt gasten medegebracht, die zeer slechte bedoelingen koesteren. Weet dan, dat mijn geleider, Styepan Zemlyitch, mij, uw bruid, verkocht aan den Doge van Venetië, voor drie laarzen vol goud! Indien gij dit niet kunt gelooven, zie dan hier. Hier is de baard van den Doge!” Zij maakte haar gewaad los en haalde daaruit den baard van den Doge te voorschijn en toonde hem dien.

Marko’s woede keerde zich nu tegen zijn trouwelooze vrienden en bij het aanbreken van den dag wikkelde hij zich in zijn mantel van wolfshuid en, nadat hij zijn zware knots had genomen, ging hij regelrecht naar den geleider van de bruid en naar den koom en sprak:

“Goeden morgen, o geleider van de bruid en koom! Gij leider, waar is uw schoonzuster? En gij, o koom, waar is uw kooma?” Steypan Zemlyitch bleef zwijgen als een steen, maar de Doge zei: “O, gij koninklijke Prins Marko. We bevinden ons in gezelschap van zeer zonderlinge lieden; men kan niet eens een grap maken, zonder dat men verkeerd wordt begrepen!”

Maar Marko antwoordde: “Uw grap is slecht, o Doge van Venetië! Waar is uw baard?” En nog eer de Doge in [102]de gelegenheid was te antwoorden, had de Prins zijn zwaard uit de scheede gehaald en zijn hoofd in tweeën gespleten.

Styepan Zemlyitch beproefde te ontvluchten, maar Marko snelde hem na en raakte hem met zijn vlijmscherp zwaard zoo, dat hij in twee helften op den grond viel.

Hierna keerde Marko naar zijn tent terug, beval den stoet verder te gaan en kwam zonder verdere ongevallen te Prilip aan.