TERUGVAL IN HET UTOPISME.
… „Wat is het anarchisme in den grond anders dan een nieuwe vorm van het zuivere revolutionisme als methode, met klein-burgerlijke idealen als doel?”…
Werner Sombart.
In vergelijking met een vroegere phase, is het anarchisme zoowel in zijn politieke als in zijn literaire uitingen, tegenwoordig hoogst mak en gedwee. Men kan zeggen dat, naarmate het eenigszins terrein is beginnen te winnen in de arbeidersbeweging, het aan revolutionair élan tamelijk wel alles heeft ingeboet. Hoogstens eens hier en daar nog sporen van de oude wildheid, hier of daar verspreid nog wel eens een enkele aanslag, maar voor het overige is het doodstil geworden in zijne gelederen. Ja, wie de tegenwoordige geschriften van de „wetenschappelijke” anarchisten nagaat, zal daarin niets anders vinden dan een voorkeur voor de uiterste vredelievendheid. Noch van revolutionisme, noch van terrorisme meer eenig spoor; de taktiek van het geweld wordt tegenwoordig als niets met het anarchisme uitstaande hebbend, verworpen.
„Zoolang menschen over andere menschen heerschen of heerschen willen, was er geweld: oorlog, moord, aanslagen. De wereldgeschiedenis wemelt ervan, zij is zelfs daaruit samengesteld. Maar altoos kwam het geweld van boven af.… Het anarchisme … is geen bevorderaar van het geweld; integendeel, het is zijn doelbewuste vijand. Waar ooit een anarchist van een misdaad, van geweld beschuldigd werd, daar was het niet het anarchisme, die hem tot dit geweld verlokt of gedreven had, maar … de tot in haar binnenste geschokte menschelijke natuur, die uit toorn of vertwijfeling geen anderen uitweg zien kon dan dood en vernietiging”.…15
Hoe dit nu verder ook moge wezen, een feit is het, dat de eigenlijke „revolutietaktiek” blijkbaar is afgezworen; dat de methode om door middel van „de bestudeering der technische en chemische wetenschappen”—gelijk het vroeger listig heette, waar men openlijk niet durfde aansporen tot het werpen van dynamietbommen—te trachten de burgerlijke maatschappij te terroriseeren en op hare grondslagen te doen wankelen, als ondoeltreffend is verlaten. Wie eens goed wil zien, hoezeer het anarchisme, in den „wetenschappelijken” zin althans, zijn karakter geheel heeft veranderd en zich tot de meest vredelievende en meest zoetsappige „leer” van de wereld „ontwikkeld” heeft, moet maar eens Kropotkine’s „Paroles d’un révolté” (Woorden van een opstandige) uit het jaar 1885 vergelijken met hetgeen door hem tegenwoordig over de methode en de taktiek van het anarchisme geschreven wordt.
Vroeger geheel de wilde romantiek van den Blanquistischen opstandeling; thans niets dan de resultaten van dikwijls heel belangrijke, maar, wat originaliteit betreft, gansch onbeteekenende onderzoekingen van een kamergeleerdheid, die wel iets van pedanterie heeft en naar de lamp riekt. De korte inhoud van het hoofdstuk over de „taktiek van het anarchisme,” in Kropotkine’s allerjongste wetenschappelijke geschrift, munt door niets bizonder methodisch’, noch door iets bizonder taktisch’ uit. Het is samen te vatten in den raad aan de anarchisten om te „studeeren” en speciaal om de geschiedenis eens te „bestudeeren,” wat natuurlijk op zichzelf niet bijster revolutionair is. Deze studie zou nog tot revolutionaire resultaten kunnen leiden, mits daarbij niet de methode gevolgd worde, die Kropotkine speciaal op het gebied der geschiedenis gebruikt, want deze is allesbehalve revolutionair, integendeel in hooge mate spitsburgerlijk.
Dit neemt evenwel niet weg, dat het eigenlijk anarchisme, als deel van de sociale beweging van de laatste dertig jaren, geboren is uit de wederopleving van twee tendenzen die het moderne socialisme overwinnen moest en meerendeels dan ook overwonnen heeft. Het zijn de romantiek in de voorstellingen van de ontwaakte arbeidersmassa en de sporadische neiging om telkens in het oude utopisme terug te vallen.
Daardoor werd het anarchisme, gelijk het zich voornamelijk in de romaansche landen demonstreerde, een renaissance (wedergeboorte) van het haken naar de revolutie en het verlangen om de maatschappelijke ontwikkelingsphase van het kapitalisme, die nog komen moest, óver te springen en met pak en zak liefst dadelijk in den communistischen hemel te vallen. Nà de storm- en drangperiode van de bommenwerperij, nà de bittere ervaring, dat langs dien weg niet anders dan de zeer wrange vruchten van de reaktie te oogsten waren, ontstond op dien bodem een uitgebreide anarchisten-litteratuur, die, met Kropotkine’s „Verovering van het Brood” ingeleid, door Grave, Faure, Malato, Malatesta etc. werd voortgezet. Deze literatuur is een uiting van dekadentie (verval).
Wij zagen reeds bij eene voorafgaande behandeling van het communistisch anarchisme, gelijk het zijn ontstaan aan zijnen vader Kropotkine te danken heeft gehad, welk een voorstelling dit zich maakt van de eigenlijke verovering van de communistische maatschappij en wij zullen thans de gelegenheid hebben om dezen gedachtengang nog wat nader te ontleden.
De kinderlijke voorstellingen, hoe de revolutie er eigenlijk zal komen en hoe die revolutie zal moeten leiden tot de communistische maatschappij, zijn het eerste kenmerk van dat revolutionaire utopisme geweest. Wij zullen zoo straks zien wat er van is overgebleven.
Over de „komende revolutie” te redeneeren, te discuteeren en er gansche vertoogen over te houden, was in het algemeen eenmaal het kinderspel van de pas-geboren arbeidersbeweging. In de hoofden van hén die pas revolutionair werden, d.w.z. het gevoel van verzet tegen de heerschende toestanden in zich voelden ontwaken, weêrspiegelde zich de gansche arbeidersbeweging als een bloedige herleving van de revolutiegedachte, die niet het minst in Frankrijk een sterk klein-burgerlijk idealistische traditie had. Over het algemeen kwam dit redeneeren over de „naderende” revolutie voort uit een geweldige overschatting van de gevolgen die de door het kapitalisme onder de massa der menschen veroorzaakte sociale ellende zou hebben. Het was de karikatuur van de socialistische kritiek op de kapitalistische maatschappij, samengevat onder den meer bekenden naam van de „Verelendungstheorie”, die natuurlijk iets geheel anders zegt.
Het is het meest kenteekenend voor deze literatuur, dat zij ten tijde van perioden van crisis in de nijverheid is ontstaan, en aan de eigenaardige gevoelens, die de massa, welke niet sociaal-demokratisch is opgevoed en geschoold, in zulke tijden van ellende geheel beheerschen kan, dan ook trachtte te beantwoorden.
De eerste groote en ernstige crisis die de nijverheid in Europa hevig aangreep, kwam na een periode van intensieven bloei in 1873 en breidde zich tot 1880 uit over zoowat alle moderne industrielanden. Het was aanvankelijk een beurscrisis, die zich evenwel eenige jaren later over de gansche nijverheid uitstrekte: 1875 crisis in de kolen- en ijzerindustrie; 1878 een zware crisis in de katoennijverheid, die vooral Engeland geweldig aanpakte; daarop, na eenige jaren van opbloei, wederom in 1882 het begin van een nieuwe, even hevige crisis, die van uit Frankrijk haren loop begon en tot in het begin van het jaar 1890 bleef aanhouden.
Deze crisissen wierpen de arbeiders, bij duizenden tegelijk, als werkeloozen, als de overcompleeten, op de straat en de stemming die zoodanige gebeurtenissen onder de arbeidersmassa te voorschijn roepen, vormt een bij uitstek geschikten bodem voor de bovenaangeduide soort van literatuur. Zij stelt zich een verandering van de maatschappij niet anders voor den geest dan in den vorm van een of andere, min of meer plotselinge catastrophe, die uitbreekt zonder dat men er eigenlijk op verdacht kan zijn. Daaraan ontleent dan ook het beeld der voorbereiding van de aanstaande revolutie dat Kropotkine, Grave e. a. geven, zijn ontstaan. Als alles maar op papier klaar is, zoo meenen dezen, dan weet het opgestane volk den dag na de revolutie wel alles te vinden.
Er is in deze bladzijden reeds meer op gewezen, dat men er bij de beoordeeling van het anarchisme, zooals het zich in de arbeidersbeweging voordeed, rekening mee moet houden dat het altoos meer van stemmingen dan van eenigerlei methode is uitgegaan. En het is dan ook een stemming waarop deze gansche revolutietheorie, deze leer eener plotselinge catastrophe gebaseerd was. Doch, een stemming is iets dat niet blijft, dat wisselt, en het is dan ook hieraan te wijten dat men van die verschillende oude methoden van het anarchisme thans niet meer hoort reppen. Zij verdwenen met de stemming die zij tot basis hadden.