Vijftiende Les.
Korelativoj op ial en iam.
Korelativoj op ial duiden reden of oorzaak aan.
Ial = ergens om, om de een of andere reden, bijv.:
Li ne povis veni ial = Hij kon om de een of andere reden niet komen.
Kial = waarom, om welke reden, bijv.:
Kial li estis en la urbo? = Waarom was hij in de stad?
Tial = daarom, om die reden, bijv.:
Tial mi venis = Daarom kwam ik.
Ĉial = overal om, om elke reden, bijv.:
La knabo ridis ĉial = De jongen lachte overal om.
Nenial = nergens om, om geen enkele reden, bijv.:
Mi iras hejmen nenial = Ik ga nergens om naar huis.
Korelativoj op iam hebben betrekking op den tijd.
Iam = eens, ooit, op zekeren tijd, op een of anderen tijd, bijv.:
Mi venos vidi iam = ik zal eens komen zien.
Kiam = wanneer, op welken tijd, bijv.:
Kiam vi venos? = Wanneer komt gij?
Kiam = toen, in de beteekenis van als, wanneer, zoodra, bijv.:
Kiam li venis, li estis bonvena = Toen hij kwam, was hij welkom.
Ni estis elirontaj, kiam li alvenis = Wij zouden uitgaan, toen hij kwam.
Tiam = dan, toen, op dien tijd, destijds, bijv.:
Tiam estis tempo por foriri = Dan was het tijd om te vertrekken.
Ĉiam = altijd, ten allen tijde, steeds, bijv.:
Li laboras ĉiam = Hij werkt altijd.
Neniam = nooit, nimmer, op geen enkel oogenblik, bijv.:
Li venas neniam = Hij komt nooit.
Voorvoegsels ek- en re-.
Ek- duidt een werking aan, die aanvangt of van korten duur is, bijv.:
| dormi = slapen, | ekdormi = inslapen. |
| kanti = zingen, | ekkanti = aanheffen, beginnen te zingen. |
| krii = roepen, | ekkrio = uitroep. |
Re- duidt een herhaling der handeling aan, bijv.:
| vidi = zien, | revidi = herzien. |
| veni = komen, | reveni = opnieuw komen. |
| trovi = vinden, | retrovi = opnieuw vinden, weervinden. |
Leer van buiten:
| koverto | omslag |
| historio | geschiedenis |
| fabelo | vertelling |
| fablo | fabel |
| verso | vers |
| poeto | dichter |
| poezio | dichtkunst |
| teatro | schouwburg |
| dramo | drama |
| verko | werk (letterkundig) |
| muziko | muziek |
| kolego | ambtgenoot |
| majstro | meester (in zijn kunst) |
| profesoro | leeraar |
| spirito | geest |
| animo | ziel |
| prudento | rede, verstand |
| kapabla | bekwaam |
| diligenta | vlijtig |
| saĝa | wijs |
| severa | streng |
| antikva | oud, antiek |
| admono | vermaning |
| dubi | twijfelen |
| konsili | aanraden |
| demandi | vragen |
| respondi | antwoorden |
| silenti | stilzwijgen |
| mensogi | liegen |
| prepari | bereiden |
| montri | toonen, aanwijzen |
| rakonti | vertellen |
| kalkuli | rekenen |
| konduti | zich gedragen |
| rekompenci | beloonen |
| laŭdi | prijzen, loven |
| admiri | bewonderen |
| puni | straffen |
| ordoni | gebieden |
| parkere | van buiten |
| vane | tevergeefs |
| okaze | toevallig |
| prosperi | bloeien, gelukken, slagen |
| aroganta | aanmatigend |
| perfidi | verraden |
| vitrokahelo | glasruit |
| kapti | vangen |
| okaze de | ter gelegenheid van |
Vertaling:
Reveni, revidi, rediri, retrovi, ekkanti, ekgliti, ekbruligi, ekkoni, rekoni, ekdormi, resendi, verkaĵo, verkisto, muzikanto, mensogulo, maldiligenta, saĝulo, represi, ekpensi, ekkomenci, rekomenci.
Vertaal in Esperanto:
Bewonderenswaardig, lovenswaardig, strafbaar, berekenbaar, pennedoosje, vertaler, begrijpelijk, gedicht, vertelling, begrijpelijk maken, wijzer, bezienswaardigheid, omstreken, bezoeker.
Vertaling:
Vivis iam reĝo, kiu havis du filojn. Kien vi iros morgaŭ? Kial vi plendas, vi devas esti gaja, ĉar vi estas sana kaj riĉa, kaj tamen vi ĉiam estas malgaja. Mi neniam vidis ankoraŭ tiajn belajn ĉirkaŭaĵojn. Morgaŭ mi iros al amiko kiu loĝas en domo ie sur la kampo, apud mia naskiĝurbo. Kial vi do foriras? La infaneto ploradis ial, sed la patrino ne sciis kial kaj ne povis trovi la kialon. Kiam mia amikino aŭdis, ke ŝi povas foriri, ŝi rapidiĝis hejmen. De tiam ili estas amikoj. Kiam vi vizitos vian fraton, tiam salutu lin de mi. En la tiama tempo mi vizitis Parizon ĉiujare. Dek cigaroj kostas tridek cendojn, tial unu cigaro kostas tri cendojn. Tiu malsanulo ĉial estas malkontenta. Mi ĉiam leviĝas tre frue. Vi ĉiam estas malkontenta; vi ĉiam deziras ion multe pli belan. Mi ĉiam iras al la teatro. La infanoj ridas ĉial. En tiu ĉambro mi vidis nenian pentraĵon. Malesperu neniam. Mi neniam vidis ion de via laboro. Mi nenial forlasos vin. La knabo batis sian fratinon nenial. La forkurinta infano nenie estis videbla.
Vertaal in Esperanto:
Eens zag ik een groote stad, waarin altijd groene boomen stonden. Waarom deedt gij dat? Komt gij ergens om (om een of andere reden)? Neen, ik kom nergens om. Wanneer men iets doen moet, wil men gaarne het waarom weten. Daarom (om die reden) kwam ik gisteren niet. Gij moet niet overal om lachen. Gij deedt beter nergens aan te denken. Wanneer ik u de geschiedenis zal verteld hebben, dan zult gij begrijpen, waarom hij dat deed. Zaagt gij ooit zulke schoone omstreken? Neen, ik ben nog nooit in Amsterdam geweest. Zijt gij ooit gestraft geworden? Muziek is altijd aangenaam als ze goed is. Toen ik was ingeslapen, begon ik te droomen. Zij heffen een lied aan. Na langen tijd sliep ik in en droomde een schoonen droom. Herinnert gij u nog den dag, dat gij den eersten keer naar school gingt? Die dag is niet licht te vergeten (onvergetelijk). De onderwijzer staat voor de klasse en gebiedt den kinderen, dat zij zullen zwijgen (silentu). Het onderwijs begint. Indien de leerlingen zeer vlijtig zijn geweest, zal de onderwijzer hun een mooie geschiedenis vertellen. Hebt gij uw portefeuille verloren? Ik heb er een gevonden. U spreekt dat woord niet goed uit. Toon mij uw hand en ik zal u zeggen wie gij zijt. Verstaat gij mij? Neen, mijnheer, ik heb u niet verstaan. Ik moet hem bewonderen. Hij liegt alsof het gedrukt is. Antwoord, wanneer men u iets vraagt. De leerlingen waren zeer vlijtig.
Lees- en Vertaaloefening:
MALFELIĈA KOMERCISTO.
Juna homo, kiu en sia urbo havis nenian okupon, venis Londonon por serĉi helpon ĉe unu sia parenco. Tiu ĉi lasta donis al li kelkan nombron da ĉapoj kaj konsilis al li stari sur la strato kaj vendi ilin. Ĝoja, ke li nun povos iom perlabori, la junulo prenis la ĉapojn kaj iris kun ili sur unu homplenan straton kaj sidiĝis en unu oportuna anguleto. Vespere li revenas al la parenco, kaj tiu ĉi demandas: Nu, ĉu vi multe vendis? Ha, malgaje respondas la junulo, eĉ unu ĉapon mi ne vendis! Ĉu vi al neniu proponis? kion do vi faris la tutan tagon? Mi tenis la ĉapojn bone kaŝitajn en mia korbo, por ke la polvo ilin ne malbonigu, sed proponi al iu mi ne trovis okazon en la daŭro de la tuta tago, ĉar el la granda amaso da homoj, kiuj pasis antaŭ mi, ĉiuj havis jam ĉapojn sur la kapoj.
Zestiende Les.
Korelativoj op iel en iom.
Korelativoj op iel duiden de manier of wijze aan.
Iel = op de een of andere wijze, bijv.:
Iel li devis trovi laboron = Op de een of andere manier moest hij werk vinden.
Kiel = hoe, op welke manier (vragend), bijv.:
Kiel vi fartas? = Hoe vaart u?
Kiel = als, zooals (betrekkelijk), bijv.:
Diru ĝin, kiel vi volas = Zeg het, zooals gij wilt.
Tiel = zoo, op die manier, derwijze, bijv.:
Tiel vi devas uzi la plumon = Zoo moet gij de pen gebruiken.
Ĉiel = op elke manier of wijze, bijv.:
Li povas skribi ĉiel = Hij kan op elke manier schrijven.
Neniel = geenszins, op geen enkele manier, in ’t geheel niet, bijv.:
Mi povis skribi al li neniel = Ik kon hem op geen enkele manier (in ’t geheel niet) schrijven.
Korelativoj op iom hebben betrekking op de hoeveelheid en worden gevolgd door da indien zij een zelfst-n.w. voorafgaan.
Iom = wat, een beetje, een weinig, bijv.:
Pruntu al mi iom da mono = Leen mij een weinig geld.
Kiom = hoeveel, welke hoeveelheid (vragend), bijv.:
Kiom da mono vi havas? = Hoeveel geld hebt gij?
Kiom = als (betrekkelijk), bijv.:
Diru al mi tiom, kiom vi scias = Zeg mij zooveel, als gij weet.
Tiom = zooveel, zulk een hoeveelheid, bijv.:
Li havas tiom da mono = Hij heeft zooveel geld.
Ĉiom = alles, de gansche hoeveelheid, bijv.:
Li donis ĉiom = Hij gaf alles (van hetgeen hij had).
Neniom = niets, niemendal, bijv.:
Estis neniom de la meblaro en la domo = Er was niets van de meubelen in huis.
Het achtervoegsel um.
Het achtervoegsel um heeft geen vaste beteekenis, en het verdient daarom aanbeveling de onderstaande woorden, welke de meest voorkomende met um zijn, uit het hoofd te leeren.
| aerumi | = luchten. |
| akvumi | = drenken, bevochtigen. |
| amindumi | = het hof maken. |
| arĝentumi | = verzilveren. |
| brulumo | = ontvlamming, ontsteking. |
| buŝumi | = muilbanden, buŝumo = muilband. |
| butonumi | = toeknoopen. |
| cerbumi | = malen, tobben. |
| datumi | = dateeren, dagteekenen. |
| gustumi | = proeven. |
| kalkanumo | = hak (van een schoen), kiel (van een schip). |
| kolumo | = boord, kraag. |
| komunumo | = gemeente. |
| krucumi | = kruisigen. |
| kulerumi | = opscheppen. |
| laktumo | = hom (afgeroomde melk). |
| lotumi | = verloten. |
| malvarmumi | = kouvatten, malvarmumo = verkoudheid. |
| manumo | = manchet. |
| martelumi | = behameren. |
| mastrumi | = huishouden. |
| nazumo | = lorgnet, knijpbril. |
| ombrumi | = beschaduwen. |
| orumi | = vergulden. |
| palpebrumi | = lonken, knipoogen. |
| parazitumi | = schuimen, klaploopen. |
| partumo | = breuk of deel (wiskunde). |
| pensiumi | = pensioneeren. |
| plenumi | = vervullen. |
| proksimume | = ongeveer. |
| sapumi | = inzeepen. |
| serpentumi | = zich kronkelen. |
| ventumi | = waaien (met waaier), ventumilo = waaier. |
Leer van buiten:
| scienco | wetenschap |
| arto | kunst |
| gusto | smaak, neiging |
| religio | godsdienst |
| pacienco | geduld |
| pasio | drift, hartstocht |
| kolero | gramschap, woede |
| timo | vrees |
| humoro | gemoedsgesteldheid, luim |
| pastro | priester |
| almozo | aalmoes |
| tombo | graf |
| leĝo | wet |
| rajto | recht |
| paco | vrede |
| komerco | handel |
| potenca | machtig |
| fiera | trotsch |
| modesta | zedig |
| ĵaluza | afgunstig |
| egala | gelijk |
| efektiva | wezenlijk, werkelijk |
| agi | handelen |
| bapti | doopen |
| beni | zegenen |
| preĝi | bidden (tot God) |
| permesi | toestaan |
| saluti | groeten |
| voki | roepen |
| prezenti | aanbieden |
| danci | dansen |
| juĝi | oordeelen |
| savi | redden |
| pafi | schieten |
| inviti | uitnoodigen |
| konduki | geleiden |
| gardi | bewaken |
| festi | feestvieren |
| kondamni | veroordeelen |
| militi | strijden |
| vundi | kwetsen |
Vertaling:
Dancejo, fiereco, militisto, militistaro, gardisto, pafilo, tombejo, malpermesi, singardema, ekpafi, devo, komercisto, ĵaluzeco, almozulo, modesteco, saluto, kondukanto, kondamnato, milito.
Vertaal in Esperanto:
Rechter, verhinderen, gerechtsgebouw, gerechtshof, kunstenaar, feest, humorist, handelbaar, geestigheid, vreedzaam, kwetsbaar, kanon, salvo (aanhoudend schieten), schutter, schietbaan.
Vertaling:
Iel mi perdis mian poŝtranĉilon. Kial vi ne respondas? respondu iel. Li estas iom fiera. La kafo estas iom tro malvarma. Ĉu vi volas doni al mi iom da akvo? Iel vi devas devigi tiun malobean knabon. Ĉu mi povas iel servi al vi? Kiel estas la vetero? Kiel mia bofrato rakontis tion al mi, tiel ĝi estas. Mi ne scias kiel min savi. Kiom da pomoj vi volas havi? Je kioma horo vi deziras ke la servisto veku vin? Donu tiom, kiom estas necesa. Via onklo estas tiel malavara kiel afabla. Tiel perdi la tempon estas malagrable. Malfortuloj ĉiel devas vivi singardeme. Li volas vendi al mi ĉiom. Mi mendis tagmanĝon kaj formanĝis ĉiom. Li neniel atendis aŭdi tian belan historion. Li skribis malbonege, oni neniel povas legi lian leteron. Mi komprenis nenion el tio, kion li diris. Kiu volas havi ĉiom, ofte akiras neniom. Hieraŭ ni estas vidintaj la vidindaĵojn de via urbo. Tiu akvo ne estas trinkebla, ĝi estas malpura. Mia frato estas tre kredema, li kredas ĉion, kion oni rakontas al li. Kiun libron vi preferas, tiun kun la verda koverto aŭ tiun-ĉi kun la ruĝa koverto? Mi preferas la verdan ol la ruĝan.
Vertaal in Esperanto:
Heb een weinig geduld. Op de een of andere manier moet gij ons helpen. Hij vertelde mij hoe trotsch zij was. Ik weet zelf niet hoe er over (over het) te denken. Hoeveel tijd hebt gij noodig om naar de stad te gaan? Op welke manier lezen blinde menschen? Zoo te handelen is zeer onvoorzichtig. Zooveel wijn kan ik niet drinken. Geef mij evenveel melk als koffie. Geef mij alles wat drinkbaar is. Hij heeft al (de gansche hoeveelheid) het geld. Esperantisten helpen elkander op elke manier. Wij hebben dat heelemaal niet (in ’t geheel niet) noodig. Gij behoeft u geenszins te verontrusten. De zieke heeft gedurende twee dagen niets gegeten. Gelooft gij, dat hij niets geen geld bij zich heeft? Toen ik uw brief ontving, deelde ik alles aan mijn vriend mede, maar hij heeft mij nog niets geantwoord. Hebt gij uw lees- en rekenboek bij u? Neen, ik heb ze vergeten. Gij zijt zeer vergeetachtig. Hij is afgunstig op uw vooruitgang. De priester zegende de menigte. Gij handelt tegen den godsdienst door zoo te spreken. Hartstocht is een slechte eigenschap. Geduld is zulk een groote schat.
Lees- en Vertaaloefening:
ANEKDOTO DE SWIFT.
Kiam Swift prenadis novajn servantinojn, li ĉiam diradis al ili, ke ili en lia domo devas antaŭ ĉio observadi du aferojn: unue, fermi post si la pordon, kiam ili venas en ĉambron, kaj due—denove fermi la pordon, kiam ili eliras. Unu fojon unu servantino petis de li la permeson iri al la festo de edziĝo de ŝia fratino. Tre volonte, diris Swift, mi eĉ donos al vi ĉevalon kaj servanton por akompani, kaj vi povas ambaŭ kune veturi. Tute ekster si de ĝojo, la servantino, elirante, lasis la pordon ne fermita. Kvaronon da horo post ilia forveturo Swift ordonis seli alian ĉevalon kaj sendis sur ĝi rapide alian servanton kun la ordono revenigi ilin. Tiu ĉi trovis ilin en la mezo de vojo, kaj ĉu ili volus aŭ ne—ili devis veturi returne. Tute depremita, la knabino eniris en la ĉambron de sia sinjoro kaj demandis, kion li ordonos. Nenion pli ol nur ke vi fermu post vi la pordon, li diris kaj lasis ŝin post tio ĉi denove forveturi.
(El Fundamenta Krestomatio.)
Zeventiende Les.
Korelativoj op ies.
Korelativoj op ies geven een bezit te kennen.
Ies = iemands, bijv.:
Ies ĉapelo falis en la akvon = Iemands hoed viel in het water.
Kies = wiens (vragend), bijv.:
Kies ĉapelo estas tiu? = Wiens hoed is dat?
Kies = wiens, wier (betrekkelijk), bijv.:
La knabo, kies libro kuŝas tie ĉi, estas malsana = De knaap, wiens boek hier ligt, is ziek.
Ties = diens, dier, bijv.:
Ties laboro estas la plej bela = Diens werk is ’t mooist.
Ĉies = ieders, elks, van ieder, bijv.:
Li prenis ĉies propraĵon = Hij nam ieders eigendom.
Nenies = niemands, van niemand, bijv.:
Het voorvoegsel fi en het achtervoegsel aĉ.
Deze geven beiden een minachtende beteekenis aan het stamwoord, waarvan fi op de innerlijke en aĉ op de uiterlijke eigenschap doelt, bijv.:
| fiĉevalo = paard met streken, | ĉevalaĉo = knol. |
| fiviro = man met slechte eigenschappen, | viraĉo = vent, kerel. |
| fivirino = vrouw met slechte eigenschappen, | virinaĉo = wijf. |
Het achtervoegsel ĉj(o) dient om verkleinende, liefkoozende mannelijke persoonsnamen te vormen; men voegt den uitgang na den 2en tot den 5en letter van den naam, bijv.: Miĥaelo = Michiel, Miĉjo = Michieltje.
| Petro = Pieter, | Peĉjo = Pietje. |
Het achtervoegsel nj(o) wordt gebruikt op dezelfde wijze als ĉj(o), doch dient voor vrouwelijke persoonsnamen, bijv.:
Mario = Marie, Manjo = Marietje.
Emilino = Emilia, Eminjo = Emilietje.
De uitdrukking Moŝto is een beleefdheidstitel, die dient voor alle Nederlandsche titels, als: Majesteit, Heiligheid, Excellentie, WelEdele, WelEdelGestrenge, Hoogedelgeboren, enz. Wanneer de waardigheid van den te noemen persoon het woord Moŝto voorafgaat, dan neemt die waardigheid den vorm van het bijv. n.w. aan, bijv.:
Zijne Majesteit de Koning = Lia reĝa Moŝto.
Zijne Excellentie Graaf.... = Lia grafa Moŝto....
Zijne Heiligheid de Paus = Lia papa Moŝto.
Leer van buiten:
Vertaling:
Ekplendi, posedaĵo, poŝtisto, ekĵeti, mallibera, libereco, reĝino, regnano, malliberejo, domaĉo, parolaĉi, fikomercaĵo, hundaĉo, skribaĉi, fiinfano, disflugi, deflugi, forflugi, deiri, disiri, foriri.
Vertaal in Esperanto:
Gevangene, gevangenschap, gelukwensch, bedelaar, vreesachtig, bang maken, dankbaar, beklagenswaardig, betreurenswaardig, benijdenswaardig, uitstrooien (werpen naar alle kanten), terugroepen, overdenken, welvaren, kunstmatig, beginnen te lachen, beginnen te weenen, beginnen te klagen.
Vertaling:
Ies perdo ne estas ĉiam ies gajno. Ĉies ideo estas diversa. Kies plumon vi uzis? Nenies, (ĝi) estas mia. Ties opinio ne multe valoras. Ĉu estas ies tiu ĉi pinglo? Ĉu tiuj estas la gepatroj, kies infanoj ludas kun la viaj? La mono ne estas ties, kiu ĝin trovas. Ĉies traduko estis bona. Mi estas nenies malamiko. La fervoraj infanoj estos rekompencataj, sed la malfervoraj infanoj estos punataj. Ĉu vi scias kie estas la adresaro de Roterdamo? En mia libertempo de la antaŭa jaro mi vizitis la plej sudan (zuidelijk) parton de nia lando, kaj admiris la belan pejzaĝon (landschap). Li ne povas kompreni min aŭ ne volas kompreni min. Kiam ni estis revidintaj nian fraton, ni estis tre feliĉaj, ke li estas en tia bonfarto. Ĉar mi ne volis akcepti rekompencon pro mia konsilo, mi resendis al li la donacojn. Nenio estas perfekta. Mi tute ne estas certa, ĉu vi estas prava. Vi estas malprava. La verda stelo estas signo de Esperanto.
Vertaal in Esperanto:
Iemands hoed viel in het water. Is dit paard van iemand? Van wien is dit papier? De vrouw, wier zoon viel, is ongelukkig. De man, wiens kind in het water viel, sprong van de brug. De moeder zeide: Wie niet wil gehoorzamen, diens straf zal groot zijn. Wees niet allemans vriend. Over deze zaak wil ik gaarne ieders meening hooren. Niemands hoed lag meer op de tafel. Ik heb niemands hulp noodig. Waar hebt gij mijn penhouder gelegd? Ik legde hem juist bij het overige schrijfgereedschap. Kan iemand mij zeggen, wie gelijk heeft? Het boek, dat mijn vriend geschreven heeft, is waardig gelezen te worden. Hij kon niet komen wegens zijn werk. Wij hebben alle bezienswaardigheden van Amsterdam bezocht. De kinderen houden niet van stil zijn en zitten, maar loopen en stoeien gaarne den ganschen dag. Ik ben niet zoo lichtgeloovig uwe leugenachtige woorden te gelooven, en ik raad u aan nooit meer over die zaak te spreken, want gij zoudt u vele vijanden maken. Ter gelegenheid van den verjaardag harer moeder leerde mijn nichtje een versje van buiten. Het geschenk van den koning was prachtig. Waarom draagt gij niet allen hetzelfde teeken?
Lees- en Vertaaloefening:
SEVERA BIBLIOTEKISTO.
Ĉiu el la regimentoj, kiuj staras en Parizo, posedas propran bibliotekon, kies gardisto estas ordinare ia maljuna sub-oficiro, kiu estas multe pli kompetenta en aferoj militaj, ol en literaturo. Unu leŭtenanto de la maristaro sendis unu fojon en tian bibliotekon sian servanton kun la komisio, ke li alportu al li el la biblioteko la 9an volumon de la vortaro de Larousse (kun la literoj I. J. K.). Post unu horo la soldato alportas al li la volumon unuan, raportante al li, ke la bibliotekisto ne povis doni la naŭan volumon al persono, kiu ne legis la ok unuajn, kaj ke, traleginte tiujn ĉi, la leŭtenanto ricevos tion, kion li deziras.
(El Fundamenta Krestomatio.)
Achttiende Les.
Voegwoorden.
De voegwoorden dienen, om zinnen of zinsdeelen met elkander te verbinden en duiden meestal eenigermate de betrekking aan, die er tusschen de zinnen bestaat.
De voornaamste voegwoorden zijn:
De voegwoorden worden gevolgd:
a. door de aantoonende wijs, wanneer de werking als zeker wordt voorgesteld, bijv.:
Kvankam li estas malsana = Ofschoon hij ziek is.
b. door de voorwaardelijke wijs, wanneer de werking als verondersteld of voorwaardelijk opgegeven wordt, bijv.:
Se vi estus malsana, mi irus al vi = Indien gij ziek waart, zou ik naar u gaan.
c. door de aanvoegende wijs (die den vorm heeft van de gebiedende wijs), wanneer de werking als doel voorgesteld wordt, bijv.:
Ordonu ke li venu = Gebied dat hij kome.
Estas necese ke li iru = Het is noodig dat hij ga.
Anstataŭ en por worden altijd gevolgd door de onbepaalde wijs, bijv.:
Anstataŭ babiladi, laboru = Inplaats van te babbelen, werk.
Mi venas por vidi = Ik kom om te zien.
Antaŭ ol kan gevolgd worden door de onbep. wijs, en door de aant. wijs, bijv.:
Antaŭ ol foriri, li diris: = Alvorens weg te gaan, zei hij:
Antaŭ ol li foriris, li diris: = Alvorens hij weg ging, zei hij:
Se wordt gevolgd door de voorwaardelijke wijs, wanneer men zich bevindt voor een twijfelachtige zaak, afhangende van een veronderstelling of voorwaarde, bijv.:
Se vi volus, vi estus feliĉa = Indien gij wildet, zoudt gij gelukkig zijn.
Por ke wordt altijd gevolgd door de aanvoegende wijs, bijv.: Por ke oni rekompencu vin, konvenas, ke vi ĝin meritu = Opdat men u beloone, betaamt het, dat gij het verdient.
Ke wordt gevolgd door de aanvoegende wijs, wanneer de werking of de toestand afhangt van een bede, den wil, de begeerte, de noodzakelijkheid, de betamelijkheid of de verdienste, door het voorafgaande w. w. uitgedrukt, bijv.:
Vi meritas, ke oni pendigu vin = Gij verdient, dat men u ophange.
Aanmerking: De voegwoorden, evenals de betrekkelijke voornaamwoorden, worden altijd door een komma voorafgegaan. Het is in ’t Esperanto regel, in den zin een komma te plaatsen, waar die ook in ’t Nederlandsch voorkomt.
Wanneer het voorzetsel zonder gevolgd wordt door de onbepaalde wijs, dan wordt het vertaald door ne met het deelwoord, bijv.:
Zonder te groeten ging hij heen = Ne salutante, li foriris.
Uitdrukkingen met dan ook, zooals: wie dan ook, wat dan ook, waar dan ook, worden vertaald door ajn, bijv.:
Kiu ajn faros ĝin = Wie het (dan) ook zal doen.
Kion ajn vi faros = Wat gij (dan) ook zult doen.
Kie ajn vi estos = Waar gij (dan) ook zult zijn.
Voorvoegsels pra- en eks-.
Pra- heeft een oorsprong aangevende beteekenis, meestal betrekking hebbend op vervlogen tijden. Het kan beteekenen oer-, voor-, oud- en achter-, bijv.:
pratempo = oertijd; pragepatroj = voorouders; pranepo = achterkleinzoon; praonklino = oudtante.
Eks- beteekent voormalig, gewezen, oud, ex, bijv.:
| ekskapitano | = voormalig kapitein. |
| eksinstruisto | = gewezen onderwijzer. |
| eksmembro | = oudlid. |
| eksministro | = exminister. |
Leer van buiten:
| Dio | God |
| universo | heelal |
| globo | aardbol |
| mondo | wereld |
| naturo | natuur |
| astro | hemellichaam |
| suno | zon |
| radio | straal |
| lumo | licht |
| luno | maan |
| stelo | ster |
| ĉielo | hemel |
| aero | lucht |
| horizonto | gezichtseinder horizon |
| temperaturo | luchtsgesteldheid |
| frosto | vorst |
| neĝo | sneeuw |
| glacio | ijs |
| nubo | wolk |
| nebulo | nevel, mist |
| fulmo | weerlicht |
| vento | wind |
| maro | zee |
| lago | meer |
| bordo | oever, boord |
| insulo | eiland |
| monto | berg |
| valo | dal, vallei |
| fonto | fontein, bron |
| rivero | rivier |
| konko | schelp |
| greno | graan of koren |
| ponto | brug |
| vojo | weg, baan |
| dezerto | woestijn |
| trajno | trein |
| besto | dier, beest |
| leono | leeuw |
| tigro | tijger |
| lupo | wolf |
| vulpo | vos |
| azeno | ezel |
| aglo | arend |
| korvo | raaf |
| alaŭdo | leeuwerik |
| papago | papegaai |
| rano | kikvorsch |
| vermo | worm |
| serpento | slang |
| insekto | insect |
| abelo | bij (insect) |
| araneo | spin |
| formiko | mier |
| muŝo | vlieg |
| papilio | vlinder |
| promeni | wandelen |
| fali | vallen |
| droni | verdrinken |
| parfumi | welriekend maken, parfumeeren |
| penetri | doordringen |
| danĝere | gevaarlijk |
| for | ver, weg |
| nepenetrebla | ondoordringbaar |
Vertaling:
Eksurbestro, praavo, praarbaro, praa, eksoficiro, malluma, malseka, leonino, tigrino, azenino, lageto, rivereto, bestego, insulano, montano, leonido, azenido, stelaro, neĝero, glaciejo, glaciaĵo, glaciigi, insularo.
Vertaal in Esperanto:
Aanhoudende vorst, licht maken, donker maken, donker worden, waterval, stralen (w.w.), lichtstraal, beginnen te vriezen, slangenbeet, boekwinkel, boekhandelaar, adresseeren, afzender, slijpen (scherp maken), slijpsteen, mogelijk maken.
Vertaling:
Se li scius, ke mi estas tie ĉi, li tuj venus al mi. Ordonu al li, ke li ne parolu. Se la lernanto scius bone sian lecionon, la instruisto lin ne punus. Estas necese, ke li venu. Kiam vi ekparolis, ni atendis aŭdi ion novan, sed baldaŭ ni rimarkis ke ni trompiĝis. Li foriris, ne salutante. Permesu, ke mi diru tiun malagrablan veron. Mi deziras ke vi tuj respondu. Antaŭ ol ekparoli, oni devas pripensi. Ni revenos de la urbo je la sesa. Por ke mi aŭdu viajn vortojn, estas necese ke vi rediru ilin. Ne vidinte mian amikinon dum kvar jaroj, mi ne rekonis ŝin. Gardu, infanoj, ekkriis la patrino, tie estas granda hundo, kiu mordos vin. Mi neniam permesos, ke vi eliros ankoraŭ tiel malfrue. Estas via devo ke vi restu hejme, kaj gardu la infanojn. Kiam la gardisto venis en la plej malproksima parto de la ĝardeno, li aŭdis ion, sed vidante nenion, li foriris. Kian ajn libron vi legas, legu atente. Vi devas foriri kien ajn. Li devas fari tion kiel ajn. Ne estas permesate diri ĝin al kiu ajn. Donu al mi ion, kion ajn.
Vertaal in Esperanto:
Opdat gij morgen niet te laat zult komen voor den eersten trein, zal ik u om 5 uur wekken. De arme vrouw, die uit honger een brood stal, werd door den rechter niet veroordeeld. De gevangene bracht den tijd van zijn gevangenschap door met lezen (lezende). Ik kon niet verhinderen, dat mijn broeder u beleedigde, maar gij zijt zelf de oorzaak daarvan. Ik deed den kunstenaar mijn hartelijke gelukwenschen en hij accepteerde ze vriendelijk. Wij geven niet aan bedelaars, die aan de deur komen. Indien men oud wordt, heeft men gaarne een vreedzaam tehuis. Ik ben u zeer dankbaar voor het geschenk, dat gij mij met mijn verjaardag hebt geschonken. Het is betreurenswaardig, dat gij zooveel uitgaat en zoo weinig aan uw werk denkt. Overdenk toch, dat gij nu den ouderdom hebt, op welken men het gemakkelijkst leert. Hij strooide de graankorrels naar alle kanten uit. Wilt gij de dienstbode nog eens roepen, het is noodig, dat ik haar iets beveel. Ik verzoek u dit te doen, hoe dan ook. Gij kunt het in de kamer zetten, waar dan ook. Een van u moet het gedaan hebben, wie dan ook. Gij moet uit den salon gaan, waarheen dan ook. Zoodra het kleine meisje haar vader zag aankomen, begon het te lachen.
Lees- en Vertaaloefening:
MIRINDAĴOJ.
Okaze kunvenis kvar sinjoroj, grandaj majstroj kaj amantoj de mensogado. Longan tempon ili sidis silente, fine unu diras:—Ĉu vi aŭdis, kian sukceson havis Aramburo? Mi mem vidis, ke en la teatro estis tiel malvaste, ke oni ne povis aplaŭdi en horizontala direkto, sed aplaŭdis en vertikala.—Tre povas esti, diris la dua; kaj mi unu fojon estis en teatro, kaj prezentu al vi, tie estis tiel plenege, ke oni ne povis ridi en horizontala direkto, sed ridis en vertikala....—Ĉio ĉi estas malvera diris la tria; sed jen mi, kiam mi estis en Afriko, vidis negron tiel nigran, ke oni bezonis, por lin rigardi, ekbruligi kandelon.—Nu, tio ĉi ankaŭ estas malvera, diris la kvara; sed jen mi, kiam mi estis en Anglujo, mi vidis tie maldikan fraŭlinon, ke ŝi bezonis du fojojn eniri la ĉambron, por ke oni povu ŝin rimarki.
(El Fundamenta Krestomatio).