WeRead Powered by ReaderPub
Het Esperanto in Twintig Lessen cover

Het Esperanto in Twintig Lessen

Chapter 96: Verkortingen.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

Een praktisch zelfstudie- en schoolleerboek in twintig lessen dat stapsgewijs Esperanto introduceert: het alfabet met speciale letters en tweeklanken, fonetische uitspraak en klemtoonregels, en de basisgrammatica — lidwoord, zelfstandig en bijvoeglijk naamwoord, werkwoordsvormen en bijwoorden — met vaste uitgangen (o, a, i, e) en meervoudsregels. Het behandelt woordvorming met voor- en achtervoegsels, biedt oefeningen en korte leesoefeningen, en bevat toelichtingen en vergelijkingen met het Nederlands plus pedagogische opmerkingen om zelfstandig leren te ondersteunen.

Verkortingen.

e. = ekzemple = bijvoorbeeld.
k. a. = kaj aliaj = en anderen.
k. c. = kaj ceteraj = en overige.
k. s. = kaj similaj = en dergelijke.
i. a. = inter alie = onder anderen.
k. sekv. = kaj sekvantaj = en volgende.
k. t. p. = kaj tiel plu = en zoo voort, enz.
t. e. = tio estas = dat wil zeggen.
Do. = doktoro = dokter.
Fino. = fraŭlino = mejuffrouw.
Po. = profesoro = professor.
So. = sinjoro = mijnheer.
Sino. = sinjorino = mevrouw.

Herhalings-Oefeningen.

1.

Toen de politie kwam, gingen de menschen uiteen. Hij sprong op, hief een lied aan en liep weg. Ik zal dadelijk terugkomen. Het kind is bezig haar moeder te kussen. Hij doodde twee vijanden. Hij vulde het huis met rook. Het huis werd vol rook. De zeelucht maakt mij gezond. Ik moet hier weer genezen. Het stormde den geheelen nacht. Een vonk kan gevaarlijk zijn. Goede vriendschap is zeer aangenaam. Noch ik, noch hij heeft het gezien. De eetschaal was ledig. Dat boek is niet waard om gelezen te worden. Zijne woorden waren niet te begrijpen. Wees niet zoo vergeetachtig. Het zwaard moet in de schede zijn. Hebt gij dat ooit gehoord? Neen, nog nooit. Ik spreek van het kind. Het kind heeft zijn pen verloren. Haar vader is gestorven. Hebt gij een grooten hond en heeft hij mooie ooren? Opdat gij de kinderen niet zult wakker maken, is het noodig, dat gij niet zoo babbelt. Een honderdtal kinderen zijn in den tuin. 3 × 3 = 9, 3/4 × 3/4 = 9/16, 1/3 × 1/3 = 1/9. Hoe laat is het? Half tien. Van die twee broeders is hij de grootste. Hij is de beste van al mijn vrienden. Dit huis is van steen gebouwd. De portier opende de deur voor mij. Gisteren werd de bedrieger bedrogen. De cursus zal 5 maanden duren. Verleden Zondag heeft hij mij bezocht. Het adresboek van Rotterdam is groot.

2.

Het boek, dat hier ligt, behoort aan mijn broeder, die nu ziek is. Ik heb hem nog niet gezien, maar hij zal spoedig komen. Waar gaat gij heen? De suikerpot is op de tafel, maar er is geen suiker in. Het wordt reeds avond en het weer is koud; laten wij naar binnen gaan. De zon begon reeds onder te gaan, maar het was nog zeer warm. Het werk maakte mij moede, daarom ging ik spoedig naar bed. Het feest begon, zoodra het bestuur aangekomen was. Hij woont tegenover de kerk in een groot huis. Volgens mijne meening is het wonen hier gezond; een ziek mensch kan hier spoedig gezond worden. Ongeveer de helft van de vogels stierf van de koude; de overigen vlogen naar het Zuiden. De gierigaard vreest steeds, dat men zijne bezittingen zal stelen. De molenaar is een vriend van den wind, doch te veel wind is niet goed voor den molen. De oogarts is uit de stad; indien gij geholpen wilt worden, moet gij naar een anderen dokter gaan. Die man is 60 jaar oud, maar hij ziet er uit als een persoon van 40 jaar. Gij doet zeer verstandig, door zoo te handelen. Ik zal onderzoeken, wie van u allen dit gedaan heeft. Hij is een vriend van mij, daarom mag hij elken dag komen. Hij glimlachte, terwijl hij mij een hand gaf. Het aantal menschen, dat kan zwemmen, is zeer groot.

3.

Het is noodig, dat gij vlugger loopt, anders zult gij veel te laat op uw werk aankomen. Met de eene hand wees hij naar mij, terwijl hij de andere hand in den zak stak (metis). Eén van u allen heeft het gezegd, dat is zeker; nu zal ik moeten onderzoeken wie het gezegd heeft en dus de zondaar is. Een kers is een lekkere vrucht; het is jammer, dat men ze het geheele jaar niet kan koopen. Een pereboom is een boom, waaraan peren groeien. Mijn inktkoker brak in drie stukken en al de inkt viel op het boek. Zij verzorgt hare kinderen niet goed; de andere vrouw zorgt beter voor hare kinderen. Ik ben reeds dikwijls in Amsterdam geweest; het aantal malen is niet te raden. Hij verzekerde ons, dat alles, wat hij zei, de zuivere waarheid was, maar het was niet te bewijzen. Het is niet te wenschen, dat hij vóór 6 uur thuis komt, want zijn middagmaal moet nog klaar gemaakt worden. Door het slechte weer kon ik u niet vroeger bezoeken. Het geleende geld stelde mij in staat, zulke groote inkoopen te doen. Ik ben u dankbaar voor de hulp, welke gij mij gegeven hebt. De president van Frankrijk heeft verleden jaar ons land bezocht. Ik schreef aan den WelEd. Heer J. P. te Z., alwaar ook mijn broeder woont. Ik weet niet of gij dat moet doen of ik. Of het morgen mooi weer is, of dat het regent, ik ga toch uit. Hij viel dood op den grond; wij droegen hem weg en waarschuwden zijne ouders. Zonder om te kijken, liep hij mij voorbij. Nieuwsgierige menschen kijken dikwijls om.

4.

Ik heb onder die menschen alles verdeeld, wat ik bezat. Oude menschen zijn zeer veranderlijk; zij willen nu eens dit, dan weer dat. De zieke was gedurende den geheelen dag omgeven door de geheele familie. Hoe minder geld hij heeft, hoe minder hij drinkt. Deze menschen wonen reeds drie jaar in een huis van steen. Heeft hij geen gelijk? Neen? In hoeverre heeft hij ongelijk? Van wien is deze beurs? Van niemand of van ieder? Voor den misdadiger staan overal netten, maar de hoofdzaak (ĉefafero) is, hem er in te vangen. Het glas brak in vier stukken. Dat paard zal niet vlugger loopen, hoeveel gij het ook slaat. Evenals ik, heeft ook hij zijne gebreken, maar zij zijn niet te zien; evenwel zij zijn niet te wenschen. Wat ’n reus! Zóó groot ben ik niet. Dat is niet wenschelijk. Ik vrees, dat een of ander ongeluk hem overkomen is. Eenige uren geleden zag ik iemand op de straat; nu zie ik niemand meer. Bij slecht weêr zou men thuis moeten blijven, doch een politieagent kan dat niet doen. Dat is ongelukkig genoeg, want daardoor vatten zij dikwijls kou. Het hoofd van onze school is een zeer streng mensch, doch hij heeft goede eigenschappen en dat is te prijzen. Deze scheepskapitein drinkt veel brandewijn; hij houdt niet van koffie. Leer deze heele les van buiten. Ik eisch, dat gij vroeger naar uw werk gaat. Geef mij s.v.p. een geldstuk, opdat ik brood kan koopen en geen honger behoef te lijden. Ik gaf hem een korf vol mooie peren. Ik zal het hem zeggen, zoodra ik hem zie. Er valt een zandkorrel in mijn oog; met een beetje water kan hij er uit.

5.

De koningin kwam het eerst aan. Haar geheele gevolg zou den volgenden dag komen. Hare Majesteit de koningin groette een ieder beleefd en ook zij werd door een ieder beleefd gegroet. De nieuwgekozene gaf een feestmaal. De hond leschte (trankviligi) zijn dorst, maar hij bleef nog zeer warm en moede. Leer deze les van buiten, opdat gij geene fouten zult maken. De kerk staat in het midden van het dorp. Zij is lid van de Roomsch-Katholieke kerk (eklezio). Behalve vijf gulden betalen, moest hij ook nog vijf dagen in de gevangenis doorbrengen. Toen ik het boek gelezen had, bracht ik het weg. Deze man is arm; zijn zoon is nog armer en zijn neef is de armste van alle familieleden. Toen ik naar buiten ging, zag ik, dat het weêr mooi was. Verstandige menschen zeggen steeds de waarheid, maar moeten ook kunnen zwijgen. Zij moeten alleen dán spreken wanneer het noodig is, want het is dikwijls noodig, dat men zwijgt. Zenuwachtige menschen zeggen nu eens veel te veel, dan weer kunnen ze geen enkel woord uitspreken. Indien het noodig mocht zijn, zoo ben ik steeds bereid u te helpen. Toen ik hem een gulden gegeven had, ging hij naar huis, dus, toen hij van mij een gulden ontvangen had, zag ik hem niet weer. Er zijn menschen in deze wereld, die nooit tevreden zijn; hoeveel men hun ook geeft, zij klagen steeds. Allerlei menschen gingen naar het feest, zoowel arme als rijke. Ik keek naar boven en zag drie vogels, welke boven op het dak zaten, terwijl vier vogels over het dak vlogen.

6.

Overal zocht ik een rijtuig, doch nergens zag ik er een. Wat voor belooning moet ik hem geven? Wiens mes dit is, diens vriend ben ik. Het kind wilde niet gehoorzamen, daarom werd het gestraft. Men kan dat doen zonder iemands toestemming. De burgemeester van onze stad heeft ons gisteren bezocht. Die man is zeer medelijdend, hij geeft altijd aan arme menschen. Dat bevel is niet uitvoerbaar (te doen). Alles, wat gij zegt, is belachelijk. Halverwege bemerkte ik, dat ik geen geld bij mij had. Beveel haar, dat zij stil is. Dien hond te slaan is een kinderachtigheid en bedenk, dat ik niet van schurkenstreken (schurk = fripono) houd. Het kind werd rood van schaamte. Een mensen, dien men veel laat werken, wordt moede. Het fleschje brak, maar het water bleef er in. Laat Jan komen om mijn koffer te dragen. Gij handelt in strijd met uw plicht. Ik zal wachten tot zij gezongen hebben. Het kind wierp eenige steentjes in het water. Gij zult berouw hebben over die zaak. De bliksem trof het kasteel, welks toren direct in brand vloog. In het jaar 2000 zal de wereld vergaan (perei). Morgen om 2.45 n.m. ga ik weg. Tien gedeeld door vijf is twee. Het is mooi weêr; zouden wij gaan wandelen? Neen laten wij rijden. Ik heb teveel broeders en zusters. Vandaag is het Vrijdag en morgen is het Zaterdag. Deze hond is niet te vertrouwen, hij bijt spoedig.

7.

Hoe minder hij arbeidt, zooveel te luier wordt hij. Waarom weet ik niet, maar toch lacht gij ergens om. Ik heb liever een glas wijn dan een wijnglas. Hij stond boven op den berg en keek naar beneden op het veld. Men hinderde mij zóó, dat ik mijn werk slecht maakte. De vader en zijn zoon gingen samen naar de kerk. Ik scheurde den brief aan stukken en strooide de stukken in alle hoeken van de kamer rond. Hij zeide dat hij mij niet gezien had, maar men kan hem slecht gelooven; men zegt dat hij een echte leugenaar is. Eerst ging ik naar Parijs, daarna naar Berlijn en eindelijk naar Antwerpen, doch nergens vond ik het verlorene terug. Als ik u morgen terug zie, zal ik zeer blij zijn, want het meest houd ik van oude goede vrienden. Door het lage water konden de schepen niet varen, de stuurlieden werden ontslagen en het overige scheepsvolk ontving pensioen. Gij allen zult getuigen zijn van de gebeurtenis, die plaats zal vinden (1 woord). Dat gezegde deed mij blozen, maar ik word niet gauw bang en liep niet weg. In hoeverre hij die belooning verdient, weet ik niet, maar ik verzeker u dat hij veel werkt, verbazend veel. Hij, die niet werkt, zal ook niet eten. Ik weet niet welke van die twee jongens de oudste is, maar ik geloof dat de grootste de jongste is. Het is mij onmogelijk, op zoo’n papier goed te schrijven, maar ik zal mijn best doen, opdat ik mij niet over mijn schrift behoef te schamen, en de menschen niet zullen zeggen: wat een slecht schrift (1 woord). Dat, wat mij niet raakt, zal mij niet ongerust maken. De man met wiens automobiel de dieven vluchtten, is nu gestorven; de misdadigers hadden hem bijna vermoord.

8.

Deze portier is een zeer sterke man; zijn voorganger was zeer zwak; ik zag hem eens vechten; hij viel op den grond en brak zijn been. De mijnwerkers moeten veel werken; schaapherders en politieagenten bijna nooit. Eene koe loopt vlug, een paard loopt vlugger, doch een hond loopt het vlugst. Nadat zij de appels gestolen hadden, gingen zij naar huis; zonder iets aan hunne ouders te zeggen, gingen zij naar bed, sliepen spoedig in en bleven rustig slapen tot 7 uur den volgenden morgen. Nadat het den halven dag had geregend, helderde de lucht op, de zon kwam te voorschijn en het weêr werd prachtig. Heden las ik een mooie vertaling van den brand te Scheveningen. De schrijver was verrukt over het prachtige gezicht, dat hij ’s morgens aan het strand (vert. zeeoever) genoot en over het nog veel mooiere gezicht, dat hij ’s avonds gedurende den brand waarnam. Weet gij wel, hoe laat het reeds is? Het is al kwart voor acht en de muziek begint om kwart over acht. Laten wij ons dus haasten, want ik verlang, dat gij het hoort. Toen ik het boek gelezen had, gaf ik het aan mijn zwager. Vroeger waren de menschen veel sterker dan in den tegenwoordigen tijd. Ik wensch, dat gij vroeger naar uw werk gaat; gij zijt altijd laat. Onze vroegere hoofdonderwijzer is nu hoofd der school in mijn geboorteplaats. In mijn tuin groeit een groote verscheidenheid van bloemen, maar de mooiste van allen is de roos. Vriendschap is zeer aangenaam, maar door een zoogenaamden vriend met een stok geslagen te worden, is geen bewijs van vriendschap. Hij is een groote schreeuwer; het schijnt, dat hij denkt, dat alle menschen doof zijn. Deze man heeft mooie appelboomen, maar indien gij iets moois wilt zien, ga naar mijn buurman, die heeft veel moois in den tuin. Om met een weegschaal te kunnen wegen, moet men gewichten hebben, opdat men het gewicht van een voorwerp kan bepalen.

9.

Ik zag eens een armen man. Al zijn kleeren waren versleten (verslijten = eluzi). Wat hij sprak kon niemand verstaan. Van overal kwamen kinderen aangeloopen om zoo’n vreemden man te zien. Ieder kind wilde hem het beste zien en gebruikte allerlei middelen, de anderen weg te drukken. Hij begon weer iets te spreken, maar daar hij te zacht sprak, kon men niets hooren. Iemand van de politie liep naar hem toe en vroeg hem, wie hij was, van waar hij kwam, hoe hij heette, wiens onderdaan hij was, waarom hij niet beter gekleed was, hoeveel kinderen hij had, wat zijn beroep was en wanneer hij hierheen gekomen was. De man keek den politieagent flink in de oogen en zei toen in het Esperanto: Ik spreek slechts de Spaansche taal en een weinig Esperanto. Gelukkig, zei de politieman, dat laatste spreek ik ook. Toen begon hij Esperanto te spreken en vroeg alles nog eens. Wat een geluk is dat voor mij, zeide de arme man; ergens ver van mijn vaderland met iemand te kunnen spreken. Daar, zeide hij, steeds wijzende naar het Zuiden, ligt mijn vaderland, mijn Spanje. Overal ben ik al geweest, doch nergens en nog nooit in zulke droevige omstandigheden als hier. Ik heb veel geld bij mij; ik zal u alles geven, zoodat ik niets overhoud. Zoo arm als gij misschien denkt, ben ik niet, doch ik heb een voorgevoel (antaŭsento) dat men mij om de een of andere reden het geld zal ontrooven (forrabi). Op de een of andere manier zal men misschien trachten dit te doen. Ik ben echter niemands vijand, ik heb totaal geen vijand, daarom kan het gebeuren, dat men mij heelemaal geen kwaad doet. Maar ik zal uwe vragen beantwoorden.

Ik ben een spaansch hoveling. Gij kent koning Alfonso? Nu, diens onderdaan ben ik. Om geen enkele reden zal ik voor u de waarheid verzwijgen. Ik had een of andere boodschap voor den koning van Denemarken. Wegens de spoorwegstaking kon ik Madrid op geen enkele manier verlaten en op last van den koning moest ik op elke manier trachten, Madrid te verlaten. Ik deed mijn best, want de koning wordt overal direct boos om, en ik moest een geldzending overbrengen. Ik verliet Madrid door middel van een luchtballon (aerostato), hopende te kunnen landen (surteriĝi) daar, waar geen staking heerschte. Ik nam geen voedsel mee en droeg mijn beste kleeren. De ballon daalde niet, voordat ik deze stad bereikte. Ginds nabij dat kleine huis ben ik geland. De menschen beroofden mij van al mijn kleeren en gaven mij deze vodden terug en ook het geld. Daarom heb ik zooveel geld bij mij. Ik verzeker u, ik ben een ieders vriend en wil niets kwaads doen. Mag ik om iemands hulp verzoeken? Natuurlijk, zeide de politieman en leidde den man, die beefde van koude, honger en dorst, naar het politiebureau, waar men voor alles zorgde.

10.

Toen wij het huis bereikt hadden gingen wij naar binnen. Aan den boom had hij een touw gebonden. Hij was door het leven wakker geworden. De verwelkte bloemen liggen in den tuin (verwelken = velki). Zijn gezicht was rood geworden van schaamte. Hij had den drank vervloekt door te zeggen: “Vervloekte drank” (vervloeken = malbeni). Het blad (tabulo) van de tafel was geheel gebarsten. Ik had hem om 5 uur gewekt. Eindelijk was het huis bereikt. De geel geworden bladeren lagen op den grond. Hij was door het leven wakker gemaakt. Ik zou de vloer aangeveegd hebben, indien hij niet zoo bedekt geweest was met zand. Ik zou niet zoo dik geworden zijn, indien ik niet zoo veel geld verdiende. Gisteren zag ik mijn ouden buurman nog; die was zeer oud geworden. Dit huis is gebouwd in het jaar 1910; mijn broer zou het gebouwd hebben, maar werd ziek en het duurde te lang eer hij weer gezond werd. Zonder aan zijn kinderen te denken, ging hij in de herberg en dronk zooveel, tot hij dronken was. Daar ik hem niet gezien had, wist ik daar niets van. Ofschoon het weinig geregend had, waren de rivieren goed bevaarbaar. Men zegt dat in het buitenland hongersnood (malsatego) heerscht, maar ik heb daarvan niets gelezen. Evenwel, ik zou het ook niet gelezen kunnen hebben, want ik moet de courant nog ontvangen. De meeren in Holland zijn bijna allen drooggemaakt (senakvigi); maar toen de menschen ze drooggemaakt hadden, kon het land nog niet dadelijk bewerkt worden.

Esperanto-Examens 11 October 1916.

Opgave Examen A.

Ter vertaling:

  1. 1. Als de kat ziek was, zou ze niet eten.
  2. 2. Uw huis is zeer oud, verkoop het.
  3. 3. Een viertal musschen zat op het dak.
  4. 4. Zij zeide het haar tweemaal.
  5. 5. In den herfst is het niet meer zoo warm als in den zomer.
  6. 6. Gij moet dat zoo goed mogelijk doen.
  7. 7. De soldaten marcheerden zingende door het dorp.
  8. 8. Vele gewonden sterven, verlaten op het veld.
  9. 9. Een mes snijdt goed als het scherp is.
  10. 10. Maria is de oudste van zijne zusters.
  11. 11. Des morgens verschijnt de zon opnieuw.
  12. 12. Ik herinner mij den naam van die bloem niet.
  13. 13. De kat sprong van den stoel op de tafel.
  14. 14. Wij reden (te paard) door een bosch waar de takken voortdurend onze schouders raakten en de vogeltjes voortdurend zongen tusschen de groene bladeren.
  15. 15. Mijn dochtertje had een gulden gespaard.
  16. 16. Te veel zout bederft het eten.
  17. 17. Het geheugen verzwakt als men oud wordt.
  18. 18. Die daad is zeer te betreuren.
  19. 19. Zijn slecht schrift is niet te lezen.
  20. 20. Hare voorouders leefden in Engeland.

Overzicht Korelativoj.

Kunnen veranderen: Plaats. Reden of oorzaak. Tijd. Manier of wijze. Hoeveelheid. Bezitter of eigenaar. (Persoon of zaak).
Soort. Hoedanigheid. Onbenoemd ding. Bepaalde persoon of zaak.
Grondwoorden. Ia Io Iu Ie Ial Iam Iel Iom Ies
de (het) een of andere, een zekere, eenigerlei. iets, het een of het ander. iemand, eenig, de een of andere persoon of zaak. ergens, op de een of andere plaats. ergens om, om de een of andere reden. eens, ooit, op zekeren tijd, op de een of andere tijd. op de een of andere wijze wat, ’n beetje, een weinig, iets. iemands, van den een of ander, van iets.
Vragend. Betrekkelijk. Uitroepend. Kia Kio Kiu Kie Kial Kiam Kiel Kiom Kies
welke, wat voor een, welke soort van. wat. wie, die, welke, dat, dewelke. waar, op welke plaats. waarom, om welke reden. wanneer, op welke tijd, toen, als, zoodra. hoe, op welke manier, hoedanig, als, zooals. hoeveel, welke hoeveelheid als. wiens, wier, van wie, welks.
Aanwijzend. Tia Tio Tiu Tie Tial Tiam Tiel Tiom Ties
zoodanig, dusdanig, dergelijk, zulk een, zulk een soort. dat. Tio ĉi dit. die, dat, diegene. Tiu ĉi dit. daar, ginds, op die plaats. Tie ĉi hier. daarom, om die reden. dan, toen, op dien tijd, destijds. zoo, op die manier, derwijze. zooveel, zulk een hoeveelheid. diens, dier, van die, deszelfs.
Verdeelend. Alles omvattend. Ĉia Ĉio Ĉiu Ĉie Ĉial Ĉiam Ĉiel Ĉiom Ĉies
elke soort van, iedere soort, elk, ieder. alles, alle, elk ding. ieder, iedereen, elk een. overal, op alle plaatsen. overal om, om elke reden. altijd, ten allen tijde, steeds. op elke manier of wijze. alles, de gansche hoeveelheid. ieders, elks, van ieder.
Ontkennend. Nenia Nenio Neniu Nenie Nenial Neniam Neniel Neniom Nenies
geen enkele soort van, geen enkel, geenerlei. niets, niet een enkel ding. niemand, geen, geen enkele. nergens, op geen enkele plaats. nergens om, om geen enkele reden. nooit, nimmer, op geen enkel oogenblik. geenszins, op geen enkele manier, in ’t geheel niet. niets, niemendal. niemands, van niemand.

UITGAVEN VAN W. ZWAGERS TE ROTTERDAM.


ESPERANTO-UITGAVEN.

A. BLOK. HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN, bewerkt voor Zelfonderricht. Cursus en Schoolgebruik, zevende druk ing. ƒ 1.10. gecart. ƒ 1.65.

A. BLOK. SLEUTEL OP HET ESPERANTO IN TWINTIG LESSEN, ten behoeve van Zelfstudeerenden en Onderwijzers in Esperanto, derde druk ƒ 0.50.

A. BLOK. ESPERANTO-ZAKWOORDENBOEKJE.

Esperanto-Nederl. en Nederl.-Esperanto ƒ 0.55.

Een populaire uitgave, waarin men de meest gebruikt wordende woorden en uitdrukkingen kan vinden. Het leent zich uitnemend om steeds bij zich te dragen.

MERKURIO (Rotterd. Esp.-Vereen.) HANDELSBRIEVENBOEK ESPERANTO-NEDERLANDSCH ƒ 1.20.

Voor Vereenigingen gelden tevens de getalsprijzen: bij 5 ex. ƒ 1.–, 10 ex. ƒ 0.90, 25 ex. ƒ 0.85, 50 ex. ƒ 0.80 per ex.

Leden van Vereenigingen kunnen dus dit uitnemende boekwerk, waar alle soorten brieven, ook voor particulier gebruik, in voorkomen, bij gezamenlijke bestelling voor een beduldend lageren prijs bekomen.

WAAR FAALT HET PLAN DER PACIFISTEN?

Esperanto, fundament voor wereldvrede? 10 ct.


UITGAVEN VAN W. ZWAGERS TE ROTTERDAM.

Inhoudsopgave

Colofon

Beschikbaarheid

Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.

Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op www.pgdp.net.

This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.org.

This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at www.pgdp.net.

Codering

Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het corr-element.

Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens.

Software en een woordenlijst voor het Esperanto zijn hier te vinden: http://www.xdobry.de/esperantoedit/index_en.html

De Esperanto Letters:

ĉ Ĉ c circumflex
ĝ Ĝ g circumflex
ĥ Ĥ h circumflex
ĵ Ĵ j circumflex
ŝ Ŝ s circumflex
ŭ Ŭ u breve

Documentgeschiedenis

  1. 2008-05-15 Begonnen.

Externe Referenties

Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.

Verbeteringen

De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:

Plaats Bron Verbetering
Bladzijde 11 [Niet in bron] .
Bladzijde 14 der den
Bladzijde 34 [Niet in bron] ,
Bladzijde 44 , .
Bladzijde 47 = ,
Bladzijde 48 folis falis
Bladzijde 50 . ,
Bladzijde 50 ( )
Bladzijde 51 werdt werd
Bladzijde 52 krjgen krijgen
Bladzijde 52 zuchen zuchten
Bladzijde 62 ĉi-krajono ĉi krajono
Bladzijde 63 bjv bijv
Bladzijde 67 legen liegen
Bladzijde 76 [Niet in bron] ...
Bladzijde 82 v vi
Bladzijde 89 hoeveelhed hoeveelheid
Bladzijde 96 Zi Zij
Bladzijde 97 [Niet in bron] .