WeRead Powered by ReaderPub
Het Haarlemmer-Meer-Boek cover

Het Haarlemmer-Meer-Boek

Chapter 1: HET HAARLEMMER-MEER-BOEK
Open in WeRead

About This Book

Het werk biedt een historisch en technisch overzicht van de groei van het Haarlemmermeer en de voorgestelde droogmaking. Het documenteert met kaarten, metingen en beschrijvingen hoe kleinere meren samenvloeiden tot een steeds groter water, welke dorpen en landschappen daardoor verdwenen en welke risico’s voor omliggende gebieden en Amsterdam ontstonden. Daarnaast bespreekt het de technische plannen, financiële en juridische maatregelen, en argumenten voor landwinning en dijkverbetering, en richt het pleidooien tot overheden en lokale belangen om uitvoering van de droogleggingswerken mogelijk te maken.

Het Haarlemmer-Meer-Boek.

HET
HAARLEMMER-MEER-BOEK

Dertiende Druk.

TE AMSTERDAM, BIJ
G. J. A. BEIJERINCK.
1838.

GEDRUKT BIJ C. A. SPIN.

J. A. LEEGHWATER
EN
HET HAARLEMMER-MEER.

OP HET UITMALEN VAN ’T HAERLEMMERMEIR.

AEN DEN LEEUW VAN HOLLANT.

Uitheemsche vyanden te zitten in de veeren,

Te slingeren den staert groothartigh over zee;

Is ydel, als uw long, geslagen aen het teeren,

Inwendigh vast vergaet; en gy, van hartewee,

Zoo deerlijk zucht, en kucht, en loost, by heele brokken,

Het rottende ingewant te keel uit in de golf.

Wat baet het met uw’ klaen al ’t oost en west te plokken,

Naerdien u bijt in ’t hart dees wreede Waterwolf,

Belust om over u eerlang te triomfeeren?

o Lantleeuw, waek eens op, en wek met eenen schreeu

Al ’t Veen, de Kennemaer, en Rynlands oude Heeren,

Met d’Aemsterlanders op, tot noothulp van hun’ Leeuw,

Men sluite met een’ dijk dees pest, die u komt plagen.

De Wintvorst vliegh’ er met zyn molewieken toe.

De snelle Wintvorst weet den Waterwolf te jagen

In zee, van waar hy u quam knabblen, nimmer moê.

De Veenboer zit en wenscht dees waterjaght te spoeien,

En ’t Veenwijf roept: hy ruimt, de Lantleeuw weit op ’t ruim

En zuight zyn long gezont aen d’uiers van de koeien.

Zoo wint de Lantleeuw lant: zoo puurt hy gout uit schuim.

Vondel.