WeRead Powered by ReaderPub
Laatste verzen cover

Laatste verzen

Chapter 29: VERONICA.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A late collection of short lyric poems that blends devotional meditations, direct religious address, and concentrated nature imagery. Many items read like compact hymns or contemplative monologues that shift between folk scenes, seasonal observation, and inward moral reflection. The language retains older spelling and regional diction, yielding a dense, musical syntax and vivid sensory detail. Formally the pieces vary from brief verselets to longer narrative lyrics and often incorporate refrains and folk-song rhythms.

The Project Gutenberg eBook of Laatste verzen

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Laatste verzen

Author: Guido Gezelle

Release date: December 12, 2008 [eBook #27512]

Language: Dutch

Credits: E-text prepared by Anna Tuinman, Eline Visser, and the Project Gutenberg Online Distributed Proofreading Team (http://www.pgdp.net)

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LAATSTE VERZEN ***

 

E-text prepared by Anna Tuinman, Eline Visser,
and the Project Gutenberg Online Distributed Proofreading Team
(http://www.pgdp.net)

Opmerkingen van de bewerker

De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.

De voetnoten zijn verplaatst naar het eind van het gedicht.

Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel en spellingsverschillen binnen een gedicht zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een dunne rode stippellijn, waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is. Daarnaast zijn inspringingfouten ook gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een dunne oranje stippellijn, waarbij via een zwevende pop-up de inspringing in de Brontekst wordt weergegeven.

 


 

LAATSTE VERZEN

In deze volledige uitgave van Guido Gezelle’s Dichtwerken verschijnen:

I.DICHTOEFENINGEN.
II.KERKHOFBLOMMEN.
III.GEDICHTEN, GEZANGEN, GEBEDEN EN KLEENGEDICHTJES.
IV.LIEDEREN, EERDICHTEN ET RELIQUA.
V/VI.TIJDKRANS.
VII/VIII.RIJMSNOER.
IX.HIAWADHA’S LIED.
X.LAATSTE VERZEN.

Apart verscheen:

VERZEN, Tweede druk, ing. ƒ 3.90, geb. ƒ 4.50.

GEDICHTEN, samengesteld door Dr. J. A. Nijland, ing. ƒ 1.90, geb. ƒ 2.50, leer ƒ 3.50.

BLOEMLEZING, samengesteld door Dr. J. A. Nijland, Vijfde verbeterde druk, ing. ƒ 0.90, geb. ƒ 1.25.

MOTTO-ALBUM, met versieringen van J. de Praetere, geb. in linnen of gebatikt ƒ 1.50, geb. in leer ƒ 1.90.

KLEENGEDICHTJES, Eerste en Tweede bundel à ing. ƒ 0.25. geb. ƒ 0.50.

LAATSTE VERZEN, Derde druk, geb. ƒ 1.90.

GUIDO GEZELLE’S DICHTWERKEN

LAATSTE VERZEN

VIJFDE DRUK

L. J. VEEN—AMSTERDAM
1913

BOEK-, COURANT- EN STEENDRUKKERIJ G. J. THIEME, NIJMEGEN

’T ER VIEL ’NE KEER

(Herinnering aan Beethoven’s Septuor.)

’t Er viel ’ne keer een bladtjen op
het water
’t Er lag ’ne keer een bladtjen op
het water
En vloeien op het bladtje dei
dat water
En vloeien dei het bladtjen op
het water
En wentel-winkelwentelen
in ’t water
Want ’t bladtjen was geworden lijk
het water
Zoo plooibaar en zoo vloeibaar als
het water
Zoo lijzig en zoo lustig als
het water
Zoo rap was ’t en gezwindig als
het water
Zoo rompelend en zoo rimpelend
als water
Zoo lag ’t gevallen bladtjen op
het water
En m’ ha’ gezeid het bladtjen ende
’et water
’t En was niet ’t een een bladtje en ’t an-
der water
Maar water was het bladtje en ’t blad-
tje water
En ’t viel ne keer een bladtjen op
het water
Als ’t water liep het bladtje liep,
als ’t water
Bleef staan het bladtje stond daar op
het water
En rees het water ’t bladtje rees
en ’t water
En daalde niet of ’t bladtje daalde
en ’t water
En dei niet of het bladtje dei ’t
in ’t water.
Zoo viel der eens een bladtjen op
het water
En blauw was ’t aan den hemel end’
in ’t water
En blauw en blank en groene blonk
het water
En ’t blaadtjen loech en lachen dei
dat water
Maar ’t bladtje en wa’ geen bladtjen neen
en ’t water
En was nie’ meer als ’t bladtjen ook
geen water
Mijn ziele was dat bladtjen; en
dat water
Het klinken van twee harpen wa’
dat water
En blinkend in de blauwte en in
dat water
Zoo lag ik in den Hemel van
dat water
Den blauwen blijden Hemel van
dat water
En ’t viel ne keer een bladtjen op
het water
En ’t lag ne keer een bladtjen op
het water.

Roux St. Leo, 1859.


ONBEVLEKTE VROUWE

o Altijd onbevlekte Vrouwe,
ik ben onweerd, eilaas, dat ik uw licht aanschouwe,
zoo lang mij in dit tranendal,
verdoold gelijk een ooi en teenemaal vol zonden,
den waren weg en is gevonden,
o Moedermaagd, die mij tot God geleiden zal.
Hoe menigmaal was, in dit leven,
mijn ziele eilaas den vrede kwijt,
omdat ik, ver van u gebleven,
me in ’s werelds weelden had verblijd;
’t was alles valsch, dat zij beloofden,
en, om hun’ schoon gepinte hoofden,
vol leugens blonk het, vol bedrog;
verfoeide pracht van die u haten,
Maria, ’k wil nu alles laten,
op U alleen betrouwe ik nog!
o Altijd.... enz.
De booze vijand kwam mij tergen
en, ringsom mij, zoo spookten fel
gedaanten, vrij zoo hoog als bergen
en wangedrochten uit de hel;
ik zou vergaan, ik zou verzinken,
ik zou den diepsten grond uitdrinken
des bekers die de ziel vergeeft,
had ik tot U, o altijd goede,
mij niet gewend; die, nimmer moede,
nog helpt die U geloochend heeft.
o Altijd....
Niet vrij eilaas, die ’s werelds lusten,
die ’s vijands wulpsch geweld ontvliedt,
en is hij; nooit en zal hij rusten,
verwint hij erger vijand niet;
ik ben mijn ergste vijand zelve,
hoe dieper ik mijn hart doordelve,
hoe meer ik vinde dat, onvrij
van alle kwaad, ik ga ten gronde
in eenen poel van rampe en zonde
ach, onbevlekte, bidt voor mij!
o Altijd.... enz.

20/12 1880.


MIJMERINGE

... Priez,
Priez pour ces hommes qui chantent
V. Hugo.
Geleefd! roepen ze:
’t is zoo vroeg te sterven;
gefooid! eer de dood
komt ons al bederven.
Gedanst op de blomme:
ons behoort heur glansen!
—Geweend! zoo zeggen zij,
om die lachend dansen!
Gebeên, roepen ze,
gij, vroeden, uw gebeden;
de beker is ons
bron van zaligheden!
De teuge en ’t gezang
verzoeten alle pijn.
—Gebeên! zoo zeggen zij,
voor al die zingend zijn.
Waarom, roepen ze,
’t roosken niet gebroken?
Het schoonste, is het niet
tot ’s konings lust ontloken?
Geen koning die bidde
of bedele om een vrouw
—gediend, zoo zeggen zij,
die ’t toekomt, immer trouw!
Geleefd roepen ze,
want de dagen spoeien.
—Geweend! zoo zeggen zij:
’t is troost daar tranen vloeien.
—’t Is valsch, roepen ze,
dat ’t minnen ooit kon geven!
—Gemind! zoo zeggen zij:
daar liefde is, daar is leven!

De waarheid, is zij nu bij hem die ’s herten kwalen
verdrinkt en, bij ’t genot des vollen bekers,
de liefde gekheid scheldt;
ofwel bij hem die trouw bemint en bidt, te halen?
Op beider voorhoofd hebt gij de antwoord, Heere,
in leesbaar schrift gesteld!

Oostermaand 1846.
D. Joaquim Rubió y Ors.
Guldemaand 1889.
Guido Gezelle.



SINT JANS VIER

Men maakt hedendaags nog Sint-Jans vier te Kortrijk, te midzomer, op Sint Jan-Baptistendag; men danst en zingt erbij oude volksliederen.

Nu zit de zonne
hooge in den hemelstoel
nu zit de zonne
hooge overal.
Haalt hout en helpt ons,
hoopt het te gare alhier;
haalt hout en helpt ons
mede, altemaal!
Vliegende vlamme,
vlerke van ’t zonnewiel,
vliegende vlamme,
vlucht in den hoop!
Ziet, hoe de vlamme bijt;
ziet, hoe heur tonge laait;
ziet, hoe de vlamme bijt,
binnen in ’t hout!
Haalt hout en helpt ons,
hoopt het te gare alhier;
haalt hout en helpt ons
mede, altemaal!
Danst nu den zomerdans,
danst deur de vlammen heen:
danst nu den zomerdans,
gij, gasten, te gaâr!
Haalt hout en helpt ons
hoopt het te gare alhier;
haalt hout en helpt ons
mede, altemaal!
Laat ons een liêken,
dansend den zomerdans,
laat ons een liêken
zingen daartoe!
Zoo zal, eer ’t avond wordt,
leutig ons zomervier
sperken en sparken, om-
hooge ten hemel slaan,
en leve Sint Jan
hoe langer
hoe liever,
hoe langer
hoe liever,
ja, leve Sint Jan!
Haalt hout en helpt ons,
hoopt het te gare alhier;
haalt hout en helpt ons
mede, altemaal!
Ziet hoe de sterren,
diepe in den hemel daar,
lonken en linken
naar ons gedans!
Stokken en sterren,
heerdvier en hemelvier,
herten die jong zijt,
al ondereen;
eer wij gaan slapen,
nog eens geroepen nu:
Leve Sint Jan!
Haalt hout en helpt ons,
hoopt het te gare alhier;
haalt hout en helpt ons
mede, altemaal!

Kortrijk, Febr. 1894.




SERENUM ERIT

(Matth. xvi:2)

Al rood is ’t, dat ik zie:
één ovenvier heel ’t westen
daarin de zonne zonk
en ’s werelds oude vesten
in gloeien zette. Laai
noch glans en is er: niet
als enkel rood en, deur
de losse wolken, iet
dat eer aan bloed gelijkt,
of aan onmeetbaarheden
van ongehouwen stier-
en huidlooze ossenleden,
die, drijvende overal,
met vil- en slachthuisvee,
de diepten vullen van
de westerwereldzee.
De zwarte hagen staan
vol oogen, als van dieren
en ongedaanten, die
hun roode blikken stieren
te mijwaard, daar ik sta,
van hoofde tot den voet
bespeit, ik zelve, en diepe
in schijnbaar zonnebloed.
Hoe zal ’t te morgen gaan?
Zal ’t regenen, zal ’t ruischen:
gebouwen af, en al
dat boom is ommebuischen?
Zal ’t hagelslaan? In al
dat hemelsch bloedgeweld,
is ons de jongste dag
des werelds voorgespeld?
Toch neen-hij! Morgen zal,
den oosten uitgeklommen,
een nieuwe dageraad,
een nieuwe zonne kommen
de menschen, blank en blij,
begroeten, die nu staan
en, rood van aangezicht,
den avond gadeslaan.

Kortrijk, 28/10 1894.






DE XIV STONDEN
OF
DE BLOEDIGE DAGVAART ONS HEEREN

1895


CRUCIFIXUS ETIAM PRO NOBIS; SUB PONTIO PILATO PASSUS, ET SEPULTUS EST. ET RESURREXIT.
Credo.