WeRead Powered by ReaderPub
Multatuli: Multatuli en Mr. J van Lennep; Multatuli en de Vrouwen cover

Multatuli: Multatuli en Mr. J van Lennep; Multatuli en de Vrouwen

Chapter 13: Codering
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

A series of critical essays examines a noted writer through his correspondence and public works, arguing that his private letters and published texts share a single spontaneous voice. The author classifies three types of authors' letters, contrasts differing editorial treatments of the correspondence, and traces how private epistles illuminate creative impulses and self‑discovery during the composition of a major work. Discussions treat the writer's intuitive talent, stylistic freedom, and the tension between public persona and intimate expression, while also offering bibliographic and contextual notes to help readers situate the letters within his broader literary output.

Dit boek is voor het eerst verschenen in 1891 bij J. C. Loman Jr. te Bussum onder den titel Multatuli door A. J. Deze tweede, herziene, druk werd gezet uit de Gravure letter, gedrukt op de persen van G. J. Thieme te Nijmegen. De versiering van band en omslag even als de schutbladen zijn ontworpen door S. H. de Roos

BIBLIOGRAPHIE BETREFFENDE K. J. L. ALBERDINGK THIJM DOOR BENNO J. STOKVIS.

A.

ALBERDINGK THIJMS WERKEN

Chronologisch gerangschikte lijst tot het jaar 1922.

[Gooi- en Eemlander, Juni of Juli 1880]1.

De eer der Fransche Meesters, 1881—Dietsche Warande N. R., IV, 483.

Een wederwoord voor Dr. H. J. A. M. Schaepman, 1882—Amsterdam, Jan D. Brouwer.

Wederzien, 1883—Amsterdam, Van Langenhuysen2.

Over Literatuur, 1886—Amsterdam, Brinkman & van der Meulen.

Een Liefde, 1887—Amsterdam, Brinkman3.

2de druk (zeer belangrijk gewijzigd)—Amsterdam, Scheltema & Holkema, 1899.

3de druk—Amsterdam, Scheltema & Holkema, 1919 (tevens Deel I der Verzamelde Werken).

De Kleine Republiek, 1889—Deventer, Beitsma.

2de druk 1919—Amsterdam, Scheltema & Holkema (tevens Deel II der Verzamelde Werken).

Multatuli, 1891—Bussum, J. C. Loman Jr.

2de druk 1922—Rotterdam, W. L. & J. Brusse.

J. A. Alberdingk Thijm, 1893—Amsterdam, Loman & Funke.

Akëdysséril (met etsen van Bauer), 1893—Amsterdam, Scheltema & Holkema4.

Blank en Geel, 1894—Amsterdam, L. J. Veen.

2de druk, 1923—Amsterdam, Meulenhoff.

Verzamelde Opstellen (elf bundels), 1894–1911—Amsterdam, Scheltema & Holkema.

Prozastukken, 1895—bij dezelfden.

Herdruk 1896, als 3de Bund. Verzamelde Opstellen.

Matthijs Maris-Album, 1896—Haarlem, Kleinmann & Co.

Bezoek aan den Dom van Keulen, 1899—Haarlem, Enschedé; niet in den handel.

De onschuld van den Socialist Van der Goes, 1903—Amsterdam, Scheltema & Holkema.

Frans Coenen Jr., 1903—Amsterdam, L. J. Veen.

Het Rembrandt-Feest (Open brief aan F. Coenen)—De Kroniek, 27 Mei 1905.

Verbeeldingen, 1908—Amsterdam, Scheltema & Holkema.

Over de Bewegingen des Levens—Gedenkboek De Nieuwe Gids, 1910, pag. XLIII.

Frank Rozelaar, 1911—Amsterdam, P. N. van Kampen.

In Memoriam Prof. Mr. H. P. G. Quack, 1917—Niet in den handel.

De Negentigjarige—Bouwkundig Weekblad, 19 Mei 1917.

Verzamelde Werken (6 deelen), 1920—Amsterdam, Scheltema & Holkema.

Verzamelde Werken, Nieuwe Reeks (2 deelen), 1922—Amsterdam, Em. Querido.

Werk der laatste jaren, 1922—Amsterdam, Meulenhoff.

Tijdschriftpublicaties 1 Jan. 1918–1 Oct. 1922.

De Nieuwe Gids.

Bij „Arti et Amicitiae”—1918, I, 875.

Letterkundige Kritiek—1918, II, 12.

Causerie over Haarlem—1918, II, 173, 323, 467.

Haverman in „Pulchri Studio”—1919, I, 418.

Futurisme—1920, I, 703.

Muziek- en Schilderkunst—1920, I, 889.

De gerestaureerde Hals—1920, I, 895.

Eenig gephilosopheer—1920, II, 42.

Van Oudshoorn’s „Zondag”—1920, II, 223.

Frans Mijnssen’s „Ida Wahl”—1920, II, 371.

Proza van J. A. Alberdingk Thijm—1920, II, 655.

Kleine Boekbeoordeelingen (Top Naeff’s „Vriendin”, G. van Hulzens „Aan ’t lichtende Strand”)—1920, II, 782.

Kleine Beoordeelingen („Frühlingserwachen”)—1921, I, 277.

In Memoriam Dr. P. J. H. Cuypers—1921, I, 463.

Neo-Plasticisme—1921, I, 523.

In Memoriam Dr. Alphons Diepenbrock—1921, I, 736.

Over Diepenbrock—1921, II, 677.

Toorop-Tentoonstelling—1921, II, 692.

Losse gedachten—1921, II, 934 en 1922, I, 18.

Einsteins Relativiteitstheorie—1922, I, 153.

In Memoriam Prof. G. J. P. J. Bolland—1922, I, 305.

Kleine Beoordeelingen (Marie Schmitz „Marietje”)—1922, I, 312.

Kleine Beoordeelingen (Dr. J. L. Walch „In een laaiende lente”)—1922, I, 492.

Kleine Beoordeelingen (H. Teirlinck „De wonderbare wereld”; Rembrandt; De zangeres Joy Mac Arden)—1922, I, 793.

Felix Timmermans’ Anna-Marie—1922, II, 93.

Kleine Beoordeelingen [De zangeres Joy Mac Arden; Dostoïevsky]—1922, II, 105.

Manderscheid in de Eifel, Natuurbeschrijving—1922, II.

De Gids.

Prof. Dr. J. A. Alberdingk Thijm te Mont-lez-Houffalize.—1920, III, 237.

In Memoriam Ary Prins.—1922, II, 502.

De Beiaard. 1920, II, 25.

Een Vioolstruik-avond in 1881.

Van onzen Tijd. 1920, 181.

De Dietsche Warande.

De Tijd. 13 Augustus 1920.

Reconstructie van Thijm’s Eetkamer, 1880. Het Algemeen Handelsblad. 12 Augustus 1920, Av.

Charles Boissevain en J. A. Alberdingk Thijm.

De Amsterdammer (Weekblad). 14 Augustus 1920.

J. A. Alberdingk Thijm en het Weekblad De Amsterdammer. Varia betreffende Prof. Dr. J. A. Alberdingk Thijm.

De Oprechte Haarl. Crt. 29 September 1920, Av.

De Alberdingk Thijm-Tentoonstelling5.

Elseviers Maandschrift.

Uit mijn Gedenkschriften, Londen, 1894.—1922, Deel LXIII, pag. 110 en 171.

Uit mijn Gedenkschriften, Laroche, 1884.—1922, Deel LXIV, pag. 248.

De Haagsche Post.

Manderscheid in de Eifel.—12 Augustus 1922.

Groot-Nederland.

Naar het Dal—1922, II, 381.

Voorredenen bij:

P. C. Boutens, Verzen, 1898—Amsterdam.

Catalogue de la collection de M. Ph. Zilcken6, 1902—Den Haag, Mart. Nijhoff en R. W. P. de Vries.

Henri Hartog, Sjofelen, 1904—Rotterdam.

L. J. Baronesse van der Borch, vertaling van Oscar Wilde’s „De Profundis”, 1905—Amsterdam.

Jan Hofker, Gedachten en verbeeldingen, 1906—Amsterdam.

Philippe Zilcken, Drie maanden in Algerië, 1909—Den Haag.

H. Laman Trip-de Beaufort, Vondel, 1920—Arnhem.

Coers Lied—Inleiding tot het textboekje bij de liederen-uitvoering der Utrechtsche Studenten-Zangvereeniging „Coers’ lied” op 20 Juni 1921.

Henriette Mooy, Acht dagen, Wieltocht, 1921.—Bussum.

Verder verschenen nog:

Albert Verwey, Ludwig van Deyssel: „Aufsätze über Stefan George und die jüngste dichterische Bewegung”, 1905—Berlin, Karl Schnabel7.

Of Prose, Transl. by A. Teixeira de Mattos—The London Mercury, April 1920.

Prosagedichte von Lodewijk van Deyssel, Uebers. von Benno J. StokvisDe Tijdspiegel, 15 Mei 1921.

Prosagedichte von Lodewijk van Deyssel, Uebers. von Benno J. Stokvis—Deutsche Wochenzeitung für die Niederlande, 28 Januari, 4 Februari 1922.

Prosagedichte von Lodewijk van Deyssel, Einzig autorisierte Uebersetzung aus dem Holländischen von Benno J. Stokvis—Leipzig–Amsterdam, 1923.

B.

OVER K. J. L. ALBERDINGK THIJM

Lijst van tot op October 1922 verschenen beschouwingen.

Acket, J. M., „Lodewijk van Deyssel”, 1897—Amsterdam, Scheltema & Holkema (ook: De Gids, 1896, IV, 37).

Beer, T. H. de, „L. van Deyssel’s Wederzien”—De Portefeuille, V, pag. 33 (cf. pag. 62).

Beer,
T.
H.
de
,
„Het boek over Alberdingk Thijm”—De Portefeuille, XV, pag. 297.

Boeken, H. J., „Naar aanleiding van Van Deyssel’s Vijfden Bundel”—De Kroniek, VII, 365 (16 November 1901).

[Boissevain, Ch.], „L. van Deyssel’s Verzamelde Opstellen”—Algemeen Handelsblad, 11 November 1894, Av.

Brink, J. ten, „Letterkundige stormvlagen” (F. Netscher en L. van Deyssel)—Weekblad De Amsterdammer, 1886, No. 466 (30 Mei).

Brom, G., „Lodewijk van Deyssel”—Annuarium R. K. Stud., 1902.

Brom,
G.
,
„Alberdingk Thijm en Van Deyssel”—De Beiaard, 1921, II, 460.

Coenen, Fr., „De Kleine Republiek” in „Studiën over de Tachtiger-Beweging”—Groot-Nederland, November 1920.

Deventer, Ch. M. van, „Lodewijk van Deyssel beschuldigd”—De Kroniek II, pag. 48.

Deventer,
Ch.
M.
van
,
„Een tweede druk”—Hollandsche Belletrie van den Dag I, 130; Haarlem, 1901.
Deventer,
Ch.
M.
van
,
„Bevangen kritiek”—ibid. II, 54; Haarlem, 1904.
Deventer,
Ch.
M.
van
,
„Een geniaal schrijver”—ibid. II, 211.

Diepenbrock, A., „Over L. van Deyssel”—De Kroniek II, pag. 19.

Eckeren, G. van, „Lodewijk van Deyssel’s Frank Rozelaar”—Den gulden Winckel 1911, pag. 88.

Eeden, Fred. van, „Een onzedelijk boek”, 1888—Studies I, 28; Amsterdam 1890.

Eckeren,
G.
van
,
„L. van Deyssel”, 1902—Studies IV, 348; Amsterdam 1904.
Eckeren,
G.
van
,
„L. van Deyssel” (De kleine Republiek), 1889—Studies IV, 363. (passim: Studies IV, 292–379: „Over Woordkunst”).

Erens, F., „L. van Deyssel” (5de Bund. Verzamelde Opstellen), 1901—Litteraire Wandelingen, pag. 167; Amsterdam 1906.

Erens, F., „Twee schrijvers” (van Deyssel en Couperus)—Gangen en Wegen, Bussum 1912.

Ginneken, Jac. van, Handboek I, 328—Nijmegen, 1913.

Goes, F. van der, „Over Socialistische Aesthetiek” I, II—Nieuwe Gids, Jaargang VI, Deel I, pag. 369 en Jaargang VII, Deel II, pag. 1139.

Gorter, H., „Een Liefde” en „De Kleine Republiek” in „Kritiek op de Litteraire Beweging van 1880”—De Nieuwe Tijd, III, 603.

Gouwetor, D. J., „Lodewijk van Deyssel”—School en Leven, V, pag. 23, 42, 52.

Graaf, A. de, „Ongevraagd pleidooi, Lodewijk van Deyssel verdedigd”—De Kroniek II, pag. 12.

Hall, J. N. van, (aankond. „De Kleine Republiek”)—De Gids 1889, I, 177.

Hall,
J.
N.
van
,
(aankond. „J. A. Alberdingk Thijm”)—ibid. 1893, II, 550.
Hall,
J.
N.
van
,
(aankond. „Eerste Bund. Verzamelde Opstellen”)—ibid. 1894, IV, 550.
Hall,
J.
N.
van
,
(aankond. „Blank en Geel”)—ibid. 1894, IV, 561.
Hall,
J.
N.
van
,
(aankond. „Prozastukken”)—ibid. 1895, IV, 572.

Hall, J. N. Van, (aankond. „Vijfde Bund. Verzamelde Opstellen”)—ibid. 1900, IV, 587.

Hallema, Anne, „L. van Deyssel’s Verbeeldingen”—Groot-Nederland, 1909, II, 230.

Hamel, A. G. Van, „De vertaling van Akëdysséril”—De Gids, 1897, II, 139 en 1897, II, 567.

Havelaar, Just., „Lodewijk van Deyssel”—De Gids 1912, IV, 115.

Heyermans, H., „Eene Antikritiek”—De Jonge Gids, II, pag. 50, 20010.

Kloos, W., „Frans Netscher en Lodewijk van Deyssel”, 1886.—Nieuwere Litt. Gesch. I, 182; Amsterdam, 1904.

Kloos,
W.
,
„L. van Deyssel” (Een Liefde), 1888—ibid. II, 87.
Kloos,
W.
,
„L. van Deyssel” (De Kleine Republiek) 1889—ibid. II, 121.
Kloos,
W.
,
„L. van Deyssel’s Uit het leven van Frank Roz.”—De Nieuwe Gids 1911, II, 711.
Kloos,
W.
,
„De epische kunst van Van Deyssel”—De Nieuwe Gids 1920, II, 417.

Koo, J. De, „Een Liefde en de kritiek”—Weekblad De Amsterdammer, 1888 (Nos 565, 566, 567).

Koster, Edw. B., „Van Deyssel’s jongste boek”—Los en Vast, 1896, pag. 69.

Kranendonk, A. G. van, „George Gissings Rycroft en Frank Roz.”—Groot-Nederland 1918, II, 77.

Langenhuysen, C. L. van, „Waarschuwing of...?”11Het Dompertje van den ouden Valentijn, 1 Juli 1893.

Lapidoth, F., „Van Deyssel als Criticus”—Los en Vast, 1894, pag. 417.

Lohman, Anna de Savornin, „Lodewijk van Deyssel”—Over Boeken en Schrijvers, pag. 89, Amsterdam, 1903.

Lohman, Anna de Savornin, „Van Deyssel en Van Nievelt”—ibid. pag. 99.

Mandele, Egb. C. van der, „Van Deyssel’s Een Liefde”—De Tijdspiegel 1920, pag. 182.

Meester, Johan. de, „Lodewijk van Deyssel”—Woord en Beeld, 1897, pag. 361.

Meester,
Johan.
de
,
„Lodewijk van Deyssel”—Nw. Rott. Ct., 23 Mei 1911, Av.

[Netscher, F.], „K. J. L. Alberdingk Thijm”—De Hollandsche Revue, 1903, pag. 687.

Nouhuys, W. G. van, „Lodewijk van Deyssel”—Studiën en Critieken, pag. 146; Amsterdam, 1897.

Nouhuys,
W.
G.
van
,
„Lodewijk van Deyssel’s vierde bundel”—De Nederl. Spectator, 1899, pag. 202.
Nouhuys,
W.
G.
van
,
„Lodewijk van Deyssel’s vijfde bundel”—De Nederl. Spectator, 1901, pag. 54.

Nouhuys, W. G. van, „L. van Deyssel’s Bund. VIII en IX”—Groot-Nederland, 1906, II, 116.

Oliveira, E. d’, „Lodewijk van Deyssel”—De mannen van 80, pag. 15; Amsterdam (W. B.), 2de dr. z. j.

Oude, J. van den12, „Lodewijk van Deyssel”—Literarische Interludiën II, 193; Leiden 1902.

Persijn, J., „Lodewijk van Deyssel”—Dietsche War. en Belfort, 1906, pag. 85.

Prinsen, J., „Lodewijk van Deyssel”—Handboek, pag. 686; Den Haag 1916.

Prinsen,
J.
,
„Lodewijk van Deyssel’s Verzamelde Werken”—De Amsterdammer 19 Febr. 1921.—cf. ibid. 4 Maart 1922.

[Proost, K. F.], „Van Deyssel”—De Hervorming, 6 December 1919.

[
Proost,
K.
F.
],
„Van Deyssel’s Kunst en Kritiek”—ibid., 2 September 1922.

Querido, Is., „L. van Deyssel’s achtste Bund. Verzamelde Opstellen en Verbeeldingen”—Letterkundig Leven I, 99; Amsterdam 1916.

Querido,
Is.
,
„L. van Deyssel’s negende Bund. Verzamelde Opstellen”—Studiën I, 187; Amsterdam (W. B.), 2de druk 1910.
Querido,
Is.
,
„L. van Deyssel’s elfde Bund. Verzamelde Opstellen”— Studiën II, 262; Amsterdam (W. B.), z. j.

Querido, Is., „Lodewijk van Deyssel”—Geschreven Portretten, pag. 29; Amsterdam, 1912 (ook: De Ploeg III, 211).

Querido,
Is.
,
„Lodewijk van Deyssel”—Nieuwe Rotterdamsche Courant 21 December 1912—cf. Algemeen Handelsblad 3 Dec. 1921.
Querido,
Is.
,
„Lodewijk van Deyssel”—Het Leven, 6 Februari 1922.
Querido,
Is.
,
„Kunst en Kritiek, door L. van Deyssel”—Algemeen Handelsblad, 30 September 1922.

Raaf, K. H. de en J. J. Griss. „Lodewijk van Deyssel”—Zeven Eeuwen IV, 457; Rotterdam, 1920.

Reuth, Norbert van, „Lodewijk van Deyssel”—De Katholieke Gids, 1895, pag. 207 en 1896, pag. 98.

Reuth,
Norbert
van
,
„Lodewijk van Deyssel en nog wat”—De Katholieke Gids, 1897, pag. 141.

Ritter, P. H., „Lodewijk van Deyssel”—Serie: Mannen en vrouwen van beteekenis, deel XLII, afl. 12, Haarlem, 1910—2de druk 1921, Baarn.

Robbers, H., „L. van Deyssel’s zevende bundel”—Elsevier, 1905, Deel XXIX, pag. 69.

Robbers,
H.
,
„L. van Deyssel’s achtste bundel”—ibid., 1906, Deel XXXI, pag. 213.
Robbers,
H.
,
„L. van Deyssel’s Verzam. werken”,—ibid., 1920, Deel LX, pag. 428 en 1921, Deel LXI, pag. 419.

Robbers, H., De Ned. Litt. na 1880, pag. 30 (en passim)—Amsterdam, 1922.

Schaepman, H. J. A. M., „Het goed recht der Katholieke Kritiek”—Onze Wachter, 1882, I, 20.

Schaepman,
H.
J.
A.
M.
,
„Deysseliana”—ibid. pag. 271.
Schaepman,
H.
J.
A.
M.
,
„Nog over de Tooneelkwestie”—ibid. pag. 286.
Schaepman,
H.
J.
A.
M.
,
„Het sterfbed van Bossuet”—ibid. pag. 345.

Scharten, Carel, „Over Prozakunst”—De krachten der Toekomst, I, 95; Amsterdam, 1909.

Scharten,
Carel
,
„L. van Deyssel’s Verbeeldingen”—De Gids, 1909, I, 206.
Scharten,
Carel
,
„L. van Deyssel’s elfde Bund. Verzamelde Opstellen”—ibid. 1912, I, 569.
Scharten,
Carel
,
„L. van Deyssel’s Frank Roz.”—ibid. 1912, I, 361.
Scharten,
Carel
,
„Van Deyssel de sublieme...”—De Telegraaf, 12 Augustus 1922.

[Smit-Kleine, F.], „L. van Deyssel’s Over Literatuur”—Nederland, 1886, II, 224.

Stokvis, Benno J., „Lodewijk van Deyssel”—De Tijdspiegel, 15 April 1921.

Stokvis, Benno J., „Bibliographie Van Deyssel”—Het Boek 1921, pag. 235 en 373.

Stokvis,
Benno
J.
,
„Lodewijk van Deyssel”—Deutsche Wochenzeitung für die Niederlande, 20 Mei 1922.

Verwey, Alb., „Mijn meening over L. van Deyssel’s roman Een Liefde”, 1888 (oorspr. brochure, herdrukt in) De oude strijd, pag. 245; Amsterdam, 1905.

Verwey, A., „Frank Rozelaar”—De Beweging, 1911, III, pag. 91.

Verwey,
A.
,
„L. van Deyssel’s Prozastukken”—De Kroniek I, pag. 388.

Veth, J., „Album Thijs Maris”—De Kroniek, VI, 344, (27 October 1900).

Vooys, C. G. N. de, „K. J. L. Alberdingk Thijm”—Historische Schets van de Nederl. Letterk. pag. 159; Groningen 8ste druk, 1916.

Wal, H. van der, „Een opmerking”—De Kroniek, 5 November 1904.

Wal,
H.
van
der
,
„L. van Deyssel’s Frank Rozelaar”—Groot-Nederland, 1912, I, 129.

Winkel, J. Te., „L. van Deyssel” in „Letteren en Taal”—Een Halve Eeuw, gedenkboek Nieuws van den Dag, 1898, II, 309 (en passim).

Wijck, J. van der, „L. van Deyssel’s zevende Bund. Verzamelde Opstellen”—Onze Eeuw, IV, 4, 469 (1904).

Wijck, J. van der, „L. van Deyssel’s negende Bund. Verzamelde Opstellen”—Onze Eeuw, VI, 4, 302, (1906).

Wolfgang, „A. J.’s Multatuli”—De Nederlandche Spectator, 1891, pag. 344.

Anonieme beschouwingen.

„L. van Deyssel’s over Literatuur”—De Portefeuille, VIII, pag. 97.

„Van Deyssel’s Ommekeer”—Noord en Zuid, XXIII, 219 (cf. XXIV, 156).

„Vallende sterren”—ibid. XXV, 446.

„Van Deyssel’s Een Liefde”—De Lantaarn, 1 Jan. 188813.

„Groote Woorden”—ibid., 1 April 188814.

„Een ander inzicht”—ibid., 15 September 1888.

„J. A. Alberdingk Thijm door A. J.”—De Dietsche Warande, 1893, pag. 417.

„Waarschuwing”—Het Dompertje van den Ouden Valentijn, 15 Juni 1893.

„Blank en Geel door A. J.”—De Tijdspiegel, 1895, I, 422.

„Blank en Geel door A. J.”—Elseviers Maandschrift, 1895, Deel IX, pag. 235.

„Gedurfde Beweringen”, in „Terugblik”—Ons Tijdschrift 1907, pag. 176.

„L. van Deyssel”—Zelfkeur I, 23; Amsterdam (W. B.), 1907.

„Lodewijk van Deyssel”—De Nieuwe Rotterdamsche Courant, 21 September 1914, Av.

„L. van Deyssel’s Verzamelde Werken”—Het Nieuws van den Dag, 18 Nov. 1919, Av.

„Lodewijk van Deyssel”—De Haagsche Post, 25 December 1920.

„Een zuiveraar onzer cultuur”—Nieuwe Rotterdamsche Courant 10 Dec. 1921.

„Van Deyssels Verzamelde Werken, Nieuwe Reeks”—De Haagsche Post, 9 September 1922.

Anonieme beschouwingen in de jaargangen van:

Nederland.

„Multatuli door A. J.”—1891, III, 366.

„A. J., J. A. Alberdingk Thijm”—1893, II, 233.

„A. J., Blank en Geel”—1894, III, 460.

„L. van Deyssel, Verzamelde Opstellen Bund. II”—1896, III, 505.

„L. van Deyssel, Verzamelde Opstellen Bund. IV”—1898, III, 502.

„Een Liefde, 2de druk”—1899, III, 510.

„L. van Deyssel, Verzamelde Opstellen Bund. V”—1900, III, 498.

„L. van Deyssel, Verzamelde Opstellen Bund. IX”—1906, III, 126.

„L. van Deyssel, Verzamelde Opstellen Bund. X”—1908, II, 120.

„Verbeeldingen door L. van Deyssel”—1908, III, 484.

„Frank Rozelaar door L. van Deyssel”—1911, III, 118.

„L. van Deyssel’s Elfde Bundel”—1912, I, 235.

De Tijdspiegel.

„L. van Deyssel’s Verzamelde Opstellen Bund. I en Een Liefde 2de druk”—1900, I, 263 (M. S.).

„L. van Deyssel’s Vijfde Bund.”—1901, II, 112.

„Frans Coenen Jr. door L. van Deyssel”—1903, III, 95.

„L. van Deyssel’s Zevende Bund.”—1904, III, 463.

„L. van Deyssel’s Negende Bund.”—1906, III, 126.

„L. van Deyssel’s Tiende Bund.”—1908, II, 215.

„L. van Deyssel’s Verbeeldingen”—1909, I, 313.

„L.van Deyssel’s Elfde Bund.”—1912, I, 402 (J.Gr.).

Parodieën.

Ikkink, C. A., „Lodewijk van Deyssel treedt op als acteur”—Een Nacht vol Dwaasheden, I, 129; Breda, z. j.

Paap, W. A., „Vincent Haman”, 1898—Amsterdam. (2de druk 1908).

Beschouwingen passim belangrijk15.

Adama van Scheltema, C. S., „De grondslagen eener nieuwe poëzie” (pag. 17, 35, 108, etc. etc.)—Rotterdam, 1907.

Beer, T. H. de, „Geschiedenis der Nederl. Letteren 1880–1890”, (pag. 63)—Kuilenburg, 1892.

Binnewiertz, A. M. J. I., „Letterkundige Opstellen I”—Utrecht, 1905.

Boer, J. de, „De Geestelijke bloei van Holland”—Gedenkboek de Nieuwe Gids 1910.

Brink, J. ten, „De oude Garde en de jongste School”, II, 9—Amsterdam, 1891.

Chantepie de la Saussaye, P. D., „Het mystieke in onze nieuwste letteren”—Geestelijke stroomingen, pag. 346; Haarlem, 2de druk, 1914.

Erens, F., „De Navolging Christi” (Voorrede, pag. IV)—Amsterdam, 1907.

Goes, F. van der, „Welke Beweging?”—De Kroniek, 5 Nov., 12 Nov., 26 Nov., 27 Dec. 1904.

Gorter, H., „Kritiek op de Literaire Beweging van 1880 in Holland”—De Nieuwe Tijd, II (pag. 214, 215, etc).

Gorter, H., „School der Poëzie” (Voorrede)—Amsterdam, 1897.

Hartog, H., „Een eigenwijs Schrijfster” (Anna de Savornin Lohman)—Brusse, Letterkundige Vlugschriften I, Rotterdam, 1903.

Hoogstraten, P. F. Th. van, „Pater Jonckbloet over Multatuli”—Studiën en Kritieken, III, 7; Nijmegen, Malmberg, 1897.

Jonckbloet, G., „Multatuli” (vooral Hoofdstuk II)—Amsterdam, 1894.

Kuyper, R., „Het Proletariaat en de Kunst”—Marxistische Beschouwingen I, pag. 126, 127; Amsterdam, 1920.

Moltzer, H. E., „Het kunstbegrip der Nieuwe-Gidsschool”, 1896—Niet in den handel.

Noach, S. M., De Camera en Van Deyssel’s Badplaatsschetsen—De Nieuwe School, 1912, pag. 170.

Nouhuys, W. G. van, „Het jongste Nederlandsche Proza”—Los en Vast, 1890, pag. 27.

Poort, H., „Literatuur”—Amsterdam (W. B.), 1918.

Roland Holst—van der Schalk, H., „Middeneeuwsche en moderne Mystiek”—De Nieuwe Tijd, III (o. a. pag. 129).

Roland Holst—van der Schalk, H., „Socialisme en Literatuur” (pag. 61)—Amsterdam, 2de druk, 1900.

Valkhoff, P., „Over Vertaalkunst”—De Gids, 1909, II.

Verhoef, Toon, „Over Socialistische Kunst”—De Socialistische Gids, 1922.

Walcheren, P. van der Meer de, Kritiek Stokvis, „L. van Deyssel”—De Nieuwe Eeuw, 10 Dec. 1921.

Wessem, C. van, „Onze hedendaagsche Letterkunde”—Den Gulden Winckel, November 1913.

TOELICHTING

Ondanks nauwgezetten naspeuringsarbeid blijft een bibliographische schets als deze, uitteraard steeds voor vervollediging vatbaar. Opgemerkt zij intusschen, dat naar een bijeenbrengen der talloos vele kleine dagblad-aankondigingen van publicaties door Van Deyssel in dit overzicht niet werd getracht.

De lijst van Van Deyssel’s eigen werken is volledig voor zooveel betreft de opgave van de door hem geschreven boeken en de opsomming zijner tijdschrift-artikels na het jaar 1918. Het was nog niet mogelijk een lijst samen te stellen van Van Deyssel’s niet in de „Verzamelde Opstellen” gebundeld jeugd- en later werk: de vele bijdragen in de eerste jaren van zijn optreden onder allerlei schuilnamen en letters gepubliceerd in „De Dietsche Warande”, „Weekblad De Amsterdammer”, „De Portefeuille” etc., zijn niet in deze Bibliographie te vinden.


1 Daar alle oude jaargangen van dit blad eenige jaren geleden verbrand zijn, is het onmogelijk den juisten datum en titel van dit „ingezonden stuk” (?) op te sporen. 

2 30 exemplaren; niet in den handel geweest. 

3 550 exemplaren. 

4 100 exemplaren. 

5 Ingezonden stuk. 

6 „Dont la vente aura lieu les 13e, 14e et 15e mai, 1902”. 

7 Uebersetzt von Fr. Gundolf. 

8 Polemiek. Van Deventer wordt aangevallen door A. de Graaf (De Kroniek II, pag. 12). Ook Diepenbrock treedt in het strijdperk (pag. 19). De Graaf antwoordt (pag. 29). Van Deyssel schrijft „Een woord van verklaring” (pag. 35). Van Deventer neemt de pen op tegen Diepenbrock (pag. 36). Ten slotte De Graaf tegen Diepenbrock (pag. 46). 

9 Naar aanleiding van Van der Goes’ vertaling van Bellamy’s „In het jaar 2000” schrijft Van Deyssel „Gedachte, Kunst, Socialisme” (Nieuwe Gids, Jaarg. VI, I, pag. 249, en Verzamelde Opstellen, Bund. III, pag. 41). Van der Goes antwoordt met „Over Socialistische Aesthetiek I”, (Nieuwe Gids, l. c. pag. 369). Van Deyssel publiceert daarop „Socialisme” (Nieuwe Gids, Jaarg. VII, I, pag. 365, en Verzamelde Opstellen, Bund. III, pag. 275). Ten slotte Van der Goes met „Socialistische Aesthetiek II” (Nieuwe Gids, Jaarg. VII, II, pag. 113). 

10 Dit polemiekje tusschen Heyermans en Van Deyssel betreffende den roman „Diamantstad” is later in het voorbericht tot dat boek opgenomen. 

11 Naar aanleiding van een anoniem stuk, zie hierna. 

12 C. van Nievelt. 

13 Antwoordend ingezonden stuk door Van Deyssel (onder opschrift „Een Liefde”) en repliek door J. H. Rössing: De Lantaarn, 1 Maart 1888. 

14 cf. Ingezonden stuk, Weekblad De Amsterdammer, 15 Jan. 1888. 

15 Slechts eenige der meer onbekende, doch belangwekkende, niet speciaal over Alberdingk Thijm geschreven, maar toch hem behandelende beschouwingen, zijn hier genoemd. 

Colofon

Beschikbaarheid

Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.

Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op www.pgdp.net.

Codering

Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.

Documentgeschiedenis

  • 2016-03-25 Begonnen.

Externe Referenties

Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.

Verbeteringen

De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:

Bladzijde Bron Verbetering
9 eventuëel eventueel
25 schìlderschool schilderschool
29 Jufvrouw Juffrouw
34 Saidjah’s Saïdjah’s
37 etiquette étiquette
41 fantasiën fantasieën
45 hotelhouder hôtelhouder
57 [Niet in bron]
131 schalk schalksch
145 aankwan aankwam
156 , .
163 Jamben Jambes
180 aange-gebeden aangebeden
248 Mejufvrouw Mejuffrouw
IX, X [Niet in bron] ,
XIV , [Verwijderd]
XIX Amsterdem Amsterdam