WeRead Powered by ReaderPub
Mythen en Legenden van Egypte cover

Mythen en Legenden van Egypte

Chapter 212: G.
Open in WeRead

About This Book

The work surveys ancient Egyptian religion and mythology, beginning with local cults, animistic and totemic origins, and diverse creation myths that shaped a complex pantheon. It examines major deities and narratives, with emphasis on the Osiris cycle and related funerary beliefs, and describes burial practices, mummification, and pyramid architecture. Social and institutional aspects such as priesthoods, temple ritual, and mystery cults are treated alongside magic, amulets, and popular spells. Chapters explore literature, folklore, animal and tree veneration, art, and the transformations brought by later foreign influences on belief and practice.

Eudoxus. Bewering van, aangaande Typho III,

Eudoxus van Cnidus, astronoom, het Apis-orakel en, 306.

Euphraat. Vermelding van, 189.

Europa. Vereering van Isis groot in Westelijk, 91; de hel van Middeleeuwsch, 133.

Europeanen. Egypte geopend voor de, 43; hoogte der, 56.

F.

Farnell. Hecate en, 188.

Fayum, De. Tempel aan den oever der, 61; Krokodilopolis in de, 310.

Fenriswolf, 142.

Figuren. 1. van was; gebruikt door Hui bij zijn samenzwering tegen Ramses III, 280; gebruikt door toovenaars in de Middeleeuwen, 281; 2. van klei, gevonden in de Hooglanden, 281.

Firmicus Maternus. Plechtigheid beschreven bij, 78.

Frankrijk. Zendt een expeditie naar Egypte. 43.

Fransche Kunst, 343.

Frazer. Over de Osiris-mythe, 77; Osiris en, 80, 81; de werken van, 270.

G.

Galla. Vermelding van, 40.

Gallië. Vereering van Isis en valsche mystiek van, 91.

Gazellen-meer. Pimoni en Kamenophis strijden bij het, 259261.

Geb. Kind van Shu en Tefnut, 16; een der groote goden te Heliopolis, 17; equivalent Kronos, 71; vader van Horus den Oudere, 91; van Nephthys, 105; en van Set, 101; Seker en, 156; vermelding van, 165, 178, 185, 194; de aardgod, 263; mummie-magie en, 292.

Gebeden. Voorgeschreven, in verband met medische magie in Egypte, 287.

Geboorte-tafels. Gevonden in latere papyri, 291.

Geboortehuizen. Voorstelling van Bes in, 301.

Gelukzaligen. Hemelsche wezens; zingen lofliederen ter eere van Ra, 138.

Genesis. Boek, 143.

Geneeskunde. Geheim van, verbreid onder de menschen door sommige goden onder Noord-Amerikaansche stammen, 279; medische magie toegepast in Egypte, 287.

Genii. Goden beschouwd als, 111; equivalent demonen, 111.

Germanicus. Apis-orakel en, 306.

Gezelschappen der Goden. In de Pyramiden-teksten, 10; andere naam Enneads, 18.

Gezondheid. Een van Ra’s namen was “God van het Licht en de Gezondheid”, 287.

Gizeh. Eerste pyramide, opgericht te, 29; Khafra bijgezet in de tweede pyramide te, 29; vermelding van, 212; de Sphinx te, 312.

Gnostici. Vermelding der, 163.

Goden der Egyptenaren. Aanhaling der, 10.

Godinnen. Isis en Nephthys, 263; Hathor, der liefde, 263; Nut, der lucht, 263; Tefnut, 263; Neith, godin van Sais, 264; Selk, de schorpioen, 264.

Goden, De, van Amenti, 225; de onveranderlijke wet der, 226; de negen en Bitou, 241; Amen-Ra’s hof in het land der, 263; Amen-Ra, koning der, 263; koningin Aahmes en de, 264; terugkeer der, naar het land Punt, 264; bedwingen der, 274; het geheim van hun namen, 277; dierengestalte van verscheidene der, 290; beheerschen bepaalde tijdvakken, 291; vreemde, opgenomen in het Egyptisch pantheon, 214; kooplieden zochten die goden, die de zee beheerschen, 295; Egyptenaren, begiftigd met, 296; goden als Baal, Ashtaroth, Anthat, Reshpu en de godin Qetesh worden aan elders ontleend, 296; Semitische en Afrikaansche invloed op ideeën der Egyptenaren, 300302; godinnen, geïdentificeerd door Herodotus met die van Griekenland, 324; geliefde, 331; schemering der, 331.

Godheden. Inheemsche, controle over, 270; van uit Egypte hebben zich ontwikkeld animistische opvattingen, 274; Noord-Amerikaansche 279; Egyptenaren vrij van dweepzucht voor hun eigen, 294; oorlog en Egyptische, 295; Aziatische, 295; Bes, een der Afrikaansche, 300; de leeuw geïdentificeerd met zonne-, 311; met een leeuwenkop voorziene, in de onderwereld, 312.

Godheid, Beëlzebub, voorbeeld van een vervallen, 274.

Gouden Ezel. Werk van Apuleius, 114.

Gouden, De, Hathor, 175; in het Zuiden, heerscheres van Teka, in het Westen Heerscheres van Saîs, 176.

Goodwin. Vermelding van, 265.

Græco-romeinsche School, 343.

Groote Beer, 194.

Groote God. Zie Zaalaêr.

Groote Ziener, 59.

Groote Rivier, 96.

Grieksche. Mysteriën der priesters, 64.

Griekenland. Geschiedenis van, 42; handel met, 52; mysteriën van oud-, 62; cultus van Isis in, 88.

Grieken. Godsdienstige verhalen van Plutarchus, 5; namen der nomen aan de Egyptische provincies gegeven, 20; goden van het pantheon der, 23; goden der, oudere vormen, 23; handel, Naucratis centrum van, 52; oude reizigers in Egypte, 60; Anu, het Heliopolis der, 60; godsdienstige mysteriën, 64; Osiris-legende gegeven door schrijvers, 71; vermelding der mythen van Demeter en Persephone, 84; mythe van het zwarte zwijn, 104; Boek van Thoth en Alexandrijnsche, 117; plechtigheden, inwijding, 130; orakel van Juppiter-Ammon en, 153; idenficeerden Hathor met Aphrodite, 181; Khonsu vergeleken met Herakles door, 188; pantheon, 193; taal, 196, 197, 198; ideeën, Egyptische geschiedenis gekleurd door, 202; fabels, 209; mythe, 220; geschiedenis in, 221.

Griffiths, 221.

Guatemala, 15.

H.

Hades. 1. Plaats; goden van den, 61; honden afgezonden met de dooden op weg naar den, 113; de Maya Hades vermeld in de Popol Vuh, 131; weg naar den, 187; de rijke man in den, 226; 2. Grieksche godheid; attributen van, door de Grieken aan Sarapis (Osiris-Apis) toegeschreven, 307.

Hakt. Godin, 217.

Hal, Audiëntie-. Pharaoh Ousimares in, 226234.

Hamieten. Immigreerden waarschijnlijk uit Arabië, 40.

Hamitische. Hamieten Syntaxis, 39; Egyptenaren uit de dynastieën naar men zegt, 39.

Hannibal. Orakel van Juppiter-Ammon en, 153.

Hap. Een uitgekozen stier, van wien men geloofde, dat hij een god was, 304.

Hapi. Met den kop van een aap voorzien, op de Canopische kruiken afgebeeld, 33; een van de vier helpers van Horus, 104; god van den Nijl, 164; in het Egyptische pantheon; met Osiris geïdentificeerd, 182; met papyrus en lotusplanten gekroond, 182; feest gehouden ter eere van, 183; gezellinnen van; hymne ter eere van, 184.

Hapu. Amen-hetep, zoon van, 325.

Harmachis. Grieksche naam voor Horus den Oudere, 92.

Harpocrates. Andere naam voor Horus het Kind, zoon van Osiris en Isis, 75.

Harris-papyrus, De, 244; bevat tooverspreuken, 286.

Hathor. Vereering van, 21, 174, 175; in de Pyramiden-teksten van Unas en Teta, 25; Mut geïdentificeerd met, 154; tempel van, te Memphis, 158; vermelding van, 159, 185, 187; mythologische beteekenis, 175; beschrijving van, 175, 176; beschermgodin der liefde, 177, 263; mythe van Ra en, 178181; uitgelaten feesten van, vallen in de maand Thoth, 181; geïdentificeerd met de ster Sept en Aphrodite door de Grieken, 181; personificatie van het vrouwelijk beginsel, 181; Ashtoreth geïdentificeerd met, 298; Qetesh geïdentificeerd met, 299; godin Heqt geïdentificeerd met, 316; de Memphitische, 319; sycamore gewijd aan, 319; heerscheres over de onderwereld; geïdentificeerd met Aphrodite, 327; Isis verward met, 329.

Hathors. De Zeven, 181, 241; de vervloekte prins en de, 245.

Hatibi. De prinses van Alasia, 253.

Hatmehit. Tegenhangster van den Ram, 309.

Hatshepsut. De geschiedenis der geboorte van, 262265; dochter van Amen-Ra en Aahmes, 264, 265; lichaam gevormd door Khnum, 264; Hekt blaast haar het leven in, 265; geboorte van, 265; tempel gewijd aan, 265; aangewezen om over Egypte te heerschen, 264; Bes en, 301.

Hau. Osiris strijdt met de slang. 126.

Hebreërs. Vermelding der, 35, 143, 283; vergelijking der Egyptische literatuur met die der, 201.

Hecate. Grieksche godin der onderwereld; godin der vruchtbaarheid, 188.

Hehu en Hehut. Goden van het vuur, 14.

Heilige der Heiligen, 59, 67, 68.

Heker. Nacht van, 63.

Hekt. Godin met den kop van een kikvorsch, vrouw van Khnemu; een gestalte van Hathor, 187; de godin der geboorte, vult het lichaam van Hatshepsut met den levensadem, 265.

Hel. Vermelding, 133.

Heliopolis. Namen der groote goden te, 17 karakteristiek der groote goden te, 18; goden herkend door priesters van, 19; plaatselijke hoofdgod van, 59; priesternaam te, 59; andere naam voor On, 60; Anubis verwant met Horus te, 114; vereering van Ra, gecentraliseerd te, 142; priesters van, 107, 142; oorspronkelijk plaatselijke god van, 146; tempel herbouwd, 144; vermelding van, 146; een van de middelpunten van Amen-Ra te, 153; Aten eerst vereerd in de nabijheid van, 168; Aten’s laatste toevluchtsoord, 172; Hathor van, 181; heilige boom van Nut te, 186; kamer in, genaamd de Schetsenkamer, 216; Ierharerou, de koning-priester van, 257; verhaal aangaande het schild van Ierharerou in den tempel te, 257; steenen als belichaming van den zonnegod te, 300; vereering van den stier Mnevis te, 308; leeuwen gehouden in den tempel te, 312; de oude boom in de groote Hal van, 318; de obelisk van, 338.

Heliopolitaansche Recensie. Een vertaling van het Boek der Dooden, 123.

Helios. Rhea, vrouw van, 71; andere naam voor Ra, 71.

Helleensche, Suprematie, periode der, 40; Grieksche mysteriën, prae-, 63; mythe, 84

Hen-eneni-sut. Boer legt zijn zaak voor aan Meruitensa te, 238.

Henenseten. Boer van het Zoutland handelt met, 236.

Henkh-is-es’ui. Oostenwind genaamd, 193.

Hen-mem’et. Bewoners van den hemel, 136.

Henu. Sekerboot bekend als, 157.

Heqt. Godin, geïdentificeerd met Hathor, 187.

Heracles. Vermelding van, 189.

Herakleopolis. Hathor van, 187.

Hermes. Grieksche naam voor Thoth, 71, 117.

Hermitage. Verzameling, te Sint Petersburg, 205.

Hermonthis. Godin Ra-Tauit, vereerd te, 92; een van de centra van Amen-Ra te, 153.

Hermopolis. Plaats van vereering van Thoth, 115; andere naam voor Khemennu, 120; een van de middelpunten van Amen-Ra te Magna, 153; vermelding van, 188; vereering van den ram van Mendes in, 308; vereering van den ibis te, 316.

Herodotus, 60, 62, 65, 160, 253, 308, 314, 316, 317, 323, 324.

Held-goden. Vergoddelijking van sommige nationale helden als, 324.

Heru-be-hudeti. Andere naam voor Horus, 91; waagde den strijd tegen Set, 94; voornaamste heiligdommen van, 94; was een voorstelling van het goede tegenover het kwade, 95; feest van, 109; vermelding van, 140.

Heru-ta-ta-f. Zoon van Cheops, 120; vermelding van, 163; van groote leerkracht, 163; andere naam voor Hordedef, 215.

Hesepti. Andere naam voor Udymu, of Den, 5en koning der 1e dynastie, 69, 120.

Het-ben-ben. Tempel gebouwd ter eere van zijn god door Amen-hetep, 170.

Het-reshp. Reshpu’s hoofdplaats van vereering te, 299.

Hieraconpolis. Scepter van Narmer, gevonden te, 69.

Hippocrates. I-em-hetep een soort van Egyptischen, 163.

Hippolytus, 64.

Hof der Dertig. Hoogste gerechtshof in Egypte, 209.

Hond, -vereering, 314; verward met den Jakhals, 314.

Hobnil. Een god der oude Maya, 33; andere naam voor Kan, 33.

Hor-be-hud-ti. Andere naam voor Horus, 102; zijn vereerders spreken over hem als Edfû, 102.

Hordedef. Anders Bertata-ef, een zoon van Khufu, 215, 216.

Horoscopen. Trekken van, door de Egyptenaren, 291.

Horus. Heilige oog voorstelling van, 9; afgebeeld met een havikkop, 13; een van de groote goden van Heliopolis, 17; negen goden van, 19; hoofd van het gezelschap, 20; vereerd onder zes namen, 20; manifestatie van, 24; hoofden van de vier zonen van, op de Canopische kruiken, 33; havikvereering van, 91; priester vertegenwoordigt, 60; Horus het Kind. zoon van Isis, andere naam voor Harpocrates, 75; strijd met Set, 76; geloof in de opstanding en, 86; door een schorpioen gestoken, 90; zijn schoonheid, 93; in de legende verward met Horus den Oudere, 99; oorspronkelijk een zonnegod, zijn symbool een gevleugelde schijf, 100; Horus het Kind stelt de opgaande zon voor, 103; type der wederopstanding, 103; neemt de attributen van alle andere Horusgoden in zich op, 104; oogen van, 102; vermelding van, 112; kinderen van, 135; de zoon van Tririt (de zeug), 229; de zoon van Tnahsit (de negerin), 230; de zoon van Triphit (de prinses), 230; de koning van Nubië en, 230, 231; de koning der negers en, 232; aan het hof van Amen-Ra, 263; een van de gewichtigste amuletten, het oog van, 282; Sebek, de helper en beschermer van het kind, 310; de leeuw, geïdentificeerd met, 311; de valk gewijd aan, 317; de knaap ontspringt uit de knop van een lotus, 320; geïdentificeerd met Apollo, 324; het Kind (de Grieksche Harpocrates) een van de meest geliefde Egyptische goden, 329; Isis en, voorgesteld in een gestalte van, 332; de tempel van, te Edfu, 342.

Horus de Oudere. Vereerd in Egypte, andere naam Heru; men geloofde, dat hij de zoon van Geb en Nut was, 71; werd beschouwd als het uiterlijke van den hemel, 92; een van de hoofdvormen van den zonnegod Ra; persoonlijkheden, vereering, monument voor, 92; waagde den krijg met Set in de gestalte van Heru-Behudeti, 94; overwint in groote gevechten, 9697; is voortdurend overwinnaar; neemt te Thalu de gestalte van een vreeselijken leeuw aan, 98; Horus het Kind en, verward; verschillende lezingen der mythe, 99; volgelingen van, 103; geschiedenis der zonaanbidders, versmolten met de legende van, 100; vereenigd met Set, 107; bestrijdt Set, 108; vermelding van, 114, 115, 138, 166, 170, 172, 174, 176, 186, 189; in het Boek der Dooden, 128; het oog van, 138; helpt Osiris, 138; stuurman van Ra’s boot, 141; Saturnus werd genoemd, 194; Mars geïdentificeerd met, 194.

Horus de Jongere. Door de Grieken Harpocrates genoemd; zoon van god Horus en de godin Rat-Tauit, 92.

How. Een graf te, 79.

How-a’ra. Pyramide van Amenemhat III te, 30.

Howitt. Vermelding van, 277.

Hozanek. Een god der oude Maya, 33; andere naam voor Cauac, 33.

Hu. God van den smaak, 194.

Hubert. De werken van, 270.

Hui. Ambtenaar aan het hof van Ramses III, 280, 281.

Hu-nef’er. Papyrus van, 150.

Hu-zay’ui. Westenwind genaamd, 193.

Hyksos. Periode van, 4; Set geïdentificeerd met hun goden, 109; doen een inval in Egypte, 149; koningen, 168; oorlog tegen de, 208.

I.

Ibis, De. Vereering van 316, 317; bijzonderheden door Herodotus verteld, 316; laatste rustplaats te Esh-munên, 334.

Ideeën. Fusie van Grieksche en Egyptische, 327.

I-em-heter. Tempel van, te Memphis, 158; zoon van Ptah; god der geneeskunde, 162; vereering van, 163; van menschelijke afkomst, werd om zijn groote kennis der medicijnen tot god verheven, 163; vermelding van, 166, 222.

I-er-ha-re-ru. De koningpriester van Heliopolis, 257; burgeroorlog tusschen Kamenophis en vorst Pimoni, 257; harnas van, 258; Minnemai, de zoon van, 262.

Im-ho-tep. Halfgod, 324; vereerd onder den naam Asklepios, 331.

Impressionisten-Groep, zie Kunst.

Indianen. Bilquila- en de ziel, 7; vermelding van een schrijver der, 11; Guyenne-stam, 12; Kitchestam, 15; Klamath, 81.

Isis. Gesp van, 9; een der groote goden van Heliopolis, 17; geboorte van, 71; vrouw van Osiris, regeerde gedurende zijn afwezigheid, 72; smart van Isis over den dood van Osiris, 73; gaat naar Byblos, 74; zorgt voor de lijkkist van Osiris, 75; richt tempels op, 76; tempel van, 77; hymne tot Osiris gericht door, 82; mythe van, 8791; andere naam Ast; vereering van, 87; geïdentificeerd met Maät, godin der rechtvaardigheid, 89; attributen, symbolen, 90; zij zou het hoofd van Set afgesneden hebben, 99; spreekt tooverspreuken over de boot van haar zoon uit, 99; Plutarchus en, 106; haar zuster Nephthys en, 107; vermelding van, 20, 87, 101, 110, 146, 157, 159, 166, 168, 186, 185, 184, 217.

Isis en Nephthys. Tweeling-godinnen, 263; Isis en Ra’s heilige naam, 279; Isis en Horus verborgen zich een tijdlang in de moerassen der Delta, 283; in Egypte en Griekenland Serapis beschouwd als de tegenhanger van Isis, 308; de schorpioen aan Isis gewijd, 317; de gans aan Isis gewijd, 317; Set, de booze broer van Isis, 321; Isis met Demeter geïdentificeerd, 327; Isis een populaire godheid, 329; Isis de godin van Alexandrië, 329; verwant met Hathor, 329; Isis en Horus in één houding gebracht, 329; vermelding van den tempel van Isis te Philae, 342.

Italië, 240.

I-u’aa. Vader van Tyi, vrouw van Amen-hetep III, 169.

IX. Een godheid der oude Maya, 33; andere naam Zaczini.