The Project Gutenberg eBook of Studiën in Nederlandsche Namenkunde
Title: Studiën in Nederlandsche Namenkunde
Author: Johan Winkler
Release date: September 19, 2023 [eBook #71689]
Language: Dutch
Original publication: Haarlem: H. D. Tjeenk Willink & Zoon, 1900
Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg (This file was produced from images generously made available by The Internet Archive)
Studiën in Nederlandsche Namenkunde.
STUDIËN
IN
NEDERLANDSCHE NAMENKUNDE
H. D. TJEENK WILLINK & ZOON
1900
Boeck, ey soo men di wil laecken,
Segg’ dat si yet beters maecken.
Laecken end maecken is groet verscil,
Dye nyet en can maecken magh swigen still.
?
D’æbarre traeppet plomp yn ’t gnod,
Oer ’t goe kruwd hinne in sykt de Podd’.
Dy hier uwt naet az fuwl op-syckje,
Momme eack, mey rjuecht, by Rea-schonck lyckje.
Gysbert Japicx.
Wy willen gheerne ’t onse om een beter gheven,
Isser iet ghefaelt, tsy groot oft cleene.
Maer qualick can ment elck te passe gheweven:
Want niemant volmaeckt, dan God alleene.
Marcus van Vaernewyck.
INHOUD.
| Bladz. | ||
| Inleiding | ||
| I. | Spotnamen van steden en dorpen | 3 |
| II. | Nederlandsche plaatsnamen in Frankrijk | 91 |
| III. | Gentsche geslachtsnamen | 136 |
| IV. | Helmondsche namen uit de middeleeuwen | 171 |
| V. | Friesche namen | 196 |
| VI. | De namen der ingezetenen van Leeuwarden ten jare 1511 | 255 |
| VII. | De hel in Friesland | 280 |
| Register | 293 |
[1]
INLEIDING.
De Namenkunde vormt een belangrijk onderdeel van de Taalkunde in haren grootsten omvang, en staat tevens in menigvuldige betrekking tot Geschiedenis en Volkenkunde.
De kennis van de namen in ’t algemeen, wat hun oorsprong, geschiedenis en beteekenis aangaat, is inderdaad een zeer bijzonder vak van wetenschap, een tak van studie die mij steeds bijzonder heeft aangetrokken, en die bij voorkeur door mij beoefend is geworden. Herhaaldelijk heb ik dan ook het een en ander werk of werkje geschreven en in ’t licht doen komen, dat de Namenkunde van Nederland (plaatsnamen) en van Nederlanders (vóórnamen en geslachtsnamen) in bijzondere onderdeelen behandelt. Ik behoef hier slechts mijn werk De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis (Haarlem, H. D. Tjeenk Willink, 1885) te noemen en mijne Friesche Naamlijst (Leeuwarden, Meyer en Schaafsma, 1898), twee uitgebreide, omvangrijke werken, die mij veel moeitevolle studie hebben gekost, maar die mij evenzeer veelvuldige voldoening hebben bereid. Buitendien is er nog in tijdschriften en jaarboekjes1 menig opstel van mijne hand verschenen, dat het een of ander gedeelte der Namenkunde tot onderwerp heeft, dat Nederlandsche namen uit verschillende tijdperken van ons volksbestaan, en uit verschillende gouwen en plaatsen behandelt. [2]
Een zestal van die verhandelingen, uit den aard der zaak weinig bekend, heb ik uitgekozen, en, ten deele aangevuld, vermeerderd, verbeterd, hier opnieuw doen afdrukken. Een grooter opstel, over de Spotnamen van steden en dorpen, het hoofdnummer van dezen bundel, heb ik daarbij gevoegd. Dat verschijnt hier voor ’t eerst in ’t licht.
Deze verschillende verhandelingen hangen slechts los te zamen; slechts in zooverre als ze allen een onderwerp van Namenkunde behandelen. Overigens niet.
Millioenen namen, mans- en vrouwen-vóórnamen in honderderlei vormen en vervormingen, oorspronkelijk volkseigene en vreemde, zoowel als geslachts- en plaatsnamen, eveneens in honderderlei vormen, en die voor een groot deel van die vóórnamen zijn afgeleid—inderdaad millioenen namen zijn over alle Nederlanden verspreid, bij het Nederlandsche volk in gebruik. Elke naam heeft zijnen eigenen, bijzonderen oorsprong, zijne geschiedenis, zijne beteekenis, en zeer vele namen zijn in hunnen oorsprong, in hunne geschiedenis en beteekenis belangrijk en merkwaardig. Elke naam kan met andere soortgelijke in verschillende groepen vereenigd worden, en al die namengroepen afzonderlijk in wetenschappelijken zin beoefend en behandeld worden. Welk een arbeidsveld! En, voor zooveel het onze Nederlandsche namen betreft, is dat veld nog zoo weinig ontgonnen!
Ik heb slechts hier en daar een greep kunnen doen in deze rijke stof, die zoo ruimschoots voorhanden, en voor iedereen toegankelijk is; slechts hier en daar een greep ter verklaring van sommige namengroepen en namen.
Mogen de volgende studiën, die uit den aard der zaak slechts in zeer beperkten en beknopten vorm sommige namengroepen behandelen, den lezer welkom zijn, en zijne belangstelling opwekken! En mogen velen, door de lezing en de beoefening dezer verhandelingen zich aangespoord gevoelen om al mede aan dit onderwerp, aan de Namenkunde, hunne krachten te wijden; en moge onze vaderlandsche wetenschap daardoor grootelijks verrijkt en gebaat worden!
Den vriendelijken lezer een vriendelijke groet van
Johan Winkler.
Haarlem, 1900. [3]
1 De Navorscher, De Vrije Fries (tijdschrift van het Friesch Genootschap voor Geschied-, Oudheid- en Taalkunde, Leeuwarden), Rond den Heerd (Brugge), Ostfriesisches Monatsblatt (Emden), Nomina Geographica Neerlandica (tijdschrift van het Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap), Belfort (Gent), de Friesche Volksalmanak (Leeuwarden), de Noordbrabantsche Almanak (Helmond), enz. ↑