29. VAN LONDEN NAAR PARIJS.
Vaak ben ik van Londen naar Parijs gereisd. De tocht duurt slechts enkele uren. Een trein brengt ons vlug naar Dover, en dan, waar ’t kanaal het smalst is, steken we met de stoomboot naar Calais over. Dan gaat ’t weer verder per spoor door noordwest Frankrijk.
Het is me altijd een genot de Fransche taal te hooren, die als muziek in de ooren klinkt. Graag zie ik dit levendige, opgewekte menschenras dat ieder woord vergezeld doet gaan van gebaren, schouderophalen en het wisselen der gelaatsuitdrukking. Op weg naar Parijs heb ik het gevoel alsof ik me naar een feest begeef. Reeds de naam Parijs bevat een onuitputtelijken voorraad van levensvreugde en zorgeloosheid, van trots en vaderlandsliefde, vrijheid, dapperheid en roem. [120]
Welk een onderscheid tusschen Londen en Parijs! De steden liggen bijkans vlak bij elkaar, en toch is ’t alsof ze door een geheele wereld van elkaar gescheiden zijn. Reeds in de namen ligt het verschil. „Londen”, hoe zwaarwichtig, dof en ouderwetsch klinkt dat! Zooals het brommen van een torenklok, in nauwe straten weerklinkend tusschen grauwe huizen. Het klinkt als het stampen van zware stoommachines, als het dreunen van voetstappen van een in koortsachtige haast zich voortspoedende menigte, het maakt een indruk als iets reusachtigs, maar tevens als iets eentonigs, dat krachtig en overweldigend verborgen ligt onder roet en stoomwolken, als iets alledaagsch en prozaïsch dat zich slechts bij een kroning of bij de begrafenis van een vorst tot feestelijken luister ontplooit.
Maar Parijs! Klinkt dat niet als een zegelied, als een fanfare, opstijgend te midden eener jubelende menigte? Het klinkt als het luiden van zilveren klokjes te midden van witte paleizen. Het roept en lokt den vreemdeling naar de vroolijkste aller steden; het toont hem theaters waar de kunst als een godsdienst wordt beleden, het herinnert hem aan de fijnste beschaving, het tintelendste vernuft en de diepste wijsheid, die ooit een stad heeft tentoongespreid. De naam Parijs roept de herinnering te voorschijn aan roemrijke oorlogen, schitterende triomftochten; maar ook aan belegeringen, bestormingen en bloedige omwentelingen, aan onuitputtelijke kracht en rijkdom, zelfopoffering en geestdrift, wanneer het ging om de verdediging van het vaderland. Nog steeds schijnt de zon over Parijs te stralen, ook op sombere dagen viert er de levensvreugde hoogtij. En zoo is Parijs eeuwig jong, hoewel het reeds ten tijde van Ceasar een stad van beteekenis was.
Het moge zoo zijn dat Londen in zekeren zin het middelpunt der aarde is; het moge zijn dat de Engelsche taal heerscht op de zeeën en in de havens; maar toch was steeds Parijs de hoofdstad der wereld, en was het Fransch de wereldtaal, en nog heden is ’t de taal der diplomatie. Naar Parijs trekken de kunstenaars, beeldhouwers en schilders om zich te vormen; in Parijs hebben kunsten en wetenschappen een buitengewone hoogte bereikt; na Bologne bezit Parijs de oudste academie ter wereld. Op het punt van verfijnden smaak en weelde, ook in de kunst zijn de Franschen ongeëvenaard, en wat kleeding, [121]kookkunst en wijnkelder betreft, daarin schreven zij de andere volken de wetten voor!
Vanaf Calais reist men zuidwaarts door een der vruchtbaarste streken van Frankrijk. Steden en dorpen, akkers en boomgaarden en gehuchten volgen elkaar op in bonte afwisseling. Als een geweldige zeshoek ligt Frankrijk tusschen den Atlantischen Oceaan en de Middellandsche zee; ver in het Westen strekt zich het eeuwenoude Normandië uit, het land dat herinnert aan de strooptochten der Noormannen en de veroveringen op de kusten van Europa der Vikingers in overoude tijden; zelfs bedreigden ze Parijs, maar de stad werd voor een losprijs voor verwoesting bewaard.
Vier eeuwen lang beheerschten de Romeinen Frankrijk, totdat de West Gothen, de Bourgondiërs en de Franken het land veroverden. Onder de Bourbons werd het de kweekplaats der vreeselijke revolutie, die de maatschappij met al haar misstanden omver wierp, en die den grondslag legde voor een nieuwen tijd; van hieruit verspreidde zich over de geheele beschaafde wereld het streven naar „Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap”. Voorwaar, we betreden hier een belangwekkenden historischen bodem.