WeRead Powered by ReaderPub
Van pool tot pool cover

Van pool tot pool

Chapter 34: 35. DE EEUWIGE STAD.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

The author recounts a long voyage that begins in the high North and proceeds toward the equator, blending vivid landscape observation, transport and industrial detail, and accounts of polar exploration. Early sections describe rail travel through endless forests, the midnight sun, massive iron-ore extraction and loading operations, snowy approaches to Lapland and deep mountain lakes, and encounters with local reindeer-herding communities. Interwoven are historical and scientific reflections on Arctic ice and earlier polar expeditions and the practical difficulties of navigation. Later chapters contrast progressively warmer climates, diverse peoples, and natural phenomena encountered on the southward journey.

[Inhoud]

35. DE EEUWIGE STAD.

Rome is onuitputtelijk. Het groeit onder de voeten van den bezoeker. In 2600 jaren zijn steeds nieuwe bouwwerken boven de ruïnen van een vroegeren tijd verrezen. Van wat in de diepste lagen verborgen ligt, het Rome uit den tijd der koningen, heeft men nog nauwelijks eenig vermoeden. Daarop volgde het Rome der republiek, en vervolgens het Rome van den keizertijd, de wereldstad, toen vanuit het Palatinum de Caesaren hun scepter zwaaiden over de geheele, toenmaals bekende wereld; van het nevelachtige Brittannië, en de duistere wouden van Germanië, tot aan de gloeiende zandvlakten van Afrika, van de bergen van Spanje, tot aan Galilea, het land der Joden. Talrijke overblijfselen uit deze tijden van Rome’s wereldheerschappij zijn nog heden temidden van het moderne straatgewoel overgebleven. Monsters op den troon der Caesaren hebben de stad verwoest, teneinde de herinnering aan hun voorgangers uit te wisschen, en slechts hun eigen roem aan het nageslacht over te leveren. Vandalen, Gothen en andere barbaren hebben Rome geplunderd. [142]„Rome is niet op één dag gebouwd”—maar ook hebben tweeduizend jaren Rome’s heerlijkheid niet kunnen vernietigen!

Op het Rome van den keizertijd volgen nieuwe lagen, de christelijke tijd, de middeleeuwen en de nieuwere tijd met hun tallooze kerken, kloosters, musea, en machtige paleizen. Het christendom bouwde op de bouwvallen van het heidendom, het verleden en het heden gaan onmerkbaar in elkaar over. Op het Kapitool staat de Romeinsche keizer Marcus Aurelius, en op den anderen Tiber-oever staart Garibaldi, de vrijheidsheld van het jonge Italië over de eeuwige stad heen. Men rijdt door een moderne straat met prachtige winkels, en in weinige minuten staat men op het Forum Romanum, het Romeinsche marktplein, het hart van het oud-Romeinsche rijk, het tooneel van volksverzamelingen, gerechtszittingen en handelszaken. Het Forum geleek op een marmeren zaal in de open lucht, waardoor de triumfators omstuwd van wapenbroeders en gevangenen zich naar het Kapitool begaven, om daar hun offer te brengen aan Jupiter. Heden zijn nog eenige zuilen en bouwvallen overgebleven van al de pracht waarmede Julius Caesar en keizer Augustus het plein versierden. Zoo juist dwaalde men nog als een vroom pelgrim door de St. Pieterskerk rond, en reeds bevindt men zich onder den triomfboog van Titus, die opgericht werd ter herinnering aan de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 n. Chr.!

Zoo dwaalt men in Rome rond, tusschen gedenkzuilen en triomfbogen, tusschen tempel en theater, en vergeet bijna dat bijkans tweeduizend jaren verloopen zijn, sedert de stemmen van krijgers, priesters en tooneelspelers onder al deze geweldige bogen, voor het laatst weerklonken. Op de trappen die naar het Kapitool voeren, wordt men herinnerd aan de stichting van Rome; in een door een ijzeren hekwerk omsloten grot loopen twee wolven heen en weer, vruchteloos een uitweg zoekend; en boven op den heuvel zien we het bronzen beeld der wolvin die Romulus en Remus zoogde. Volgens de sage werden beide knapen aan den oever van den Tiber te vondeling gelegd, maar door de wolvin gevonden en in het leven gehouden. Romulus grondvestte 750 jaar voor het begin onzer jaartelling de eeuwige stad, en werd Rome’s eerste koning.

Tal van gangen en gewelven bedekken den Palatijnschen [143]heuvel, het zijn de overblijfselen der paleizen van de Romeinsche keizers. Op de hellingen groeien sinaasappelen tusschen de varens en klimopranken, en door de oude pijnboomen en cypressen ruischt een wegstervende echo uit lang vervlogen tijden.