WeRead Powered by ReaderPub
Van pool tot pool cover

Van pool tot pool

Chapter 35: 36. PAUS PIUS X.
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

The author recounts a long voyage that begins in the high North and proceeds toward the equator, blending vivid landscape observation, transport and industrial detail, and accounts of polar exploration. Early sections describe rail travel through endless forests, the midnight sun, massive iron-ore extraction and loading operations, snowy approaches to Lapland and deep mountain lakes, and encounters with local reindeer-herding communities. Interwoven are historical and scientific reflections on Arctic ice and earlier polar expeditions and the practical difficulties of navigation. Later chapters contrast progressively warmer climates, diverse peoples, and natural phenomena encountered on the southward journey.

[Inhoud]

36. PAUS PIUS X.

Italië’s koning heerscht over 35 millioen onderdanen. Zijn hoofdstad Rome is echter ook de zetel van een ander machtig vorst, wiens rijk niet van deze wereld is. Zijn troon is de stoel van den heiligen Petrus, zijn wapens zijn de drievoudige kroon, de Tiara, en de gekruiste sleutels die de poort van het hemelrijk openen en sluiten. Aan hem zijn de 270 millioen Katholieken over de geheele wereld onderworpen! Hij is een vrijwillige gevangene in het Vatikaan, een groep van hooge paleizen, dat wel tienduizend zalen en vertrekken omvat. Hier zijn musea, bibliotheken en handschriftenverzamelingen van onschatbare waarde bijeengebracht, alleen de beeldengalerij van het Vatikaan is de rijkste der wereld. De Sixtijnsche kapel is door Michel Angelo met reusachtige schilderstukken versierd; de prachtige plafondschildering stelt de schepping, de zondeval en de zondvloed voor; een muurschildering toont ons het jongste gericht.

Aan de westzijde van het Vatikaan liggen de tuinen van den paus, en zuidelijk daarvan verheft zich de St. Pieterskerk, het geweldigste bedehuis der christenheid.

Het Vatikaan, met alles wat er bij behoort, vormt een stad op zichzelf, en wel de machtigste stad op de geheele wereld, een zetel van kunst en geleerdheid, en bovenal, is het ’t brandpunt van een machtig kerkgenootschap. Van hieruit slingert de Paus zijn banbliksem over ketters en zondaren, en van hieruit bewaakt hij de geloovigen van zijn werk volgens het driemaal herhaalde woord van den Heiland tot Petrus: „Weidt mijne lammeren!”

Toen den 20sten Juli 1903, de vorige Paus, Leo XIII stierf, kwamen de kardinalen bijeen om zijn opvolger te kiezen. Onder deze bevond zich ook de bejaarde patriarch van Venetië, kardinaal Giuseppe Sarto. Toen deze zijn geliefd Venetië verliet, [144]om voor de Pauskeuze naar Rome te reizen, nam hij aan het station een retourkaartje! Maar, daar hij het was, die tot Paus gekozen werd, zal hij zijn Venetië, en het landhuis waar hij als kind gespeeld heeft, nimmer weer zien; want als heerscher in het Vatikaan, heeft hij van zijn vrijheid afstand moeten doen.

Op zekeren Februaridag van het jaar 1910 bevond ik me op weg naar het Vatikaan. Een vriend uit Italië vergezelde me. We reden over de Engelen-brug, en voor ons verhief zich de statige Engelen-burcht, door keizer Hadrianus 1800 jaar geleden opgericht als zijn eigen grafmonument. Na links afgeslagen te zijn, kwamen we aan het St. Pietersplein, dat, begrensd door St. Pieterskerk, Vatikaan en zuilengangen, een der indrukwekkendste pleinen ter wereld is. Tusschen de ruischende fonteinen, staat een obelisk, op bevel van keizer Caligula uit Egypte hierheen gebracht. Reeds lang vóór den tijd van Mozes zag deze obelisk neer op Egypte’s woestijn. Aan zijn voeten hebben de kinderen Israël’s in hun gevangenschap hun liederen gezongen. Ten tijde van Nero, zag hij duizenden Christenen den marteldood sterven. Nog heden verheft hij zich, vijf en twintig meter hoog, bestaande uit een enkel stuk steen, ongedeerd door den tijd en onaangetast door menschenhanden. Aan de noordzijde van het plein bevindt zich de poort van het Vatikaan. Hier houdt de Zwitsersche Garde in middeleeuwsche uniform, de wacht. In prachtige, met roode zijde behangen vertrekken wachten talrijke pelgrims, monniken en prelaten het oogenblik af, waarop ze tot Zijne Heiligheid zouden worden toegelaten. Een voornaam priester, gekleed in violet gewaad, ging ons voor, om ons aan te dienen, en door de geopende deur zag ik, hoe hij nederknielde terwijl hij met den Paus sprak.

Spoedig was het mijn beurt om toegelaten te worden. In een ruim, rood behangen vertrek zat Pius X aan zijn schrijftafel. Bij mijn binnenkomst stond hij op, en reikte mij zijn fijngevormde doch krachtige hand. Daarop namen wij plaats. De Paus leunde met de ellebogen op de schrijftafel, en hield het hoofd op de handen gesteund; hij begon over Tibet te spreken. Hij vroeg of de zending in dat land eenige kans op succes had. Ik moest antwoorden dat Tibet tegenwoordig voor alle Europeanen gesloten is, maar dat vroeger Italiaansche monniken er [145]als zendelingen werkzaam geweest waren. Toen ik onder anderen Odorico uit Pordenone noemde, die in de 14de eeuw Tibet bereisd had, luisterde de Paus vol belangstelling; want die naam was hem goed bekend, immers Pordenone is een dorp uit zijn eigen geboortestreek!

Pius X geeft den indruk van grooten christelijken deemoed, van eenvoudige, vriendelijke zachtmoedigheid, en zijn stem klinkt week en ernstig. Ook zijn uiterlijk komt, door de witte kleeding die tegen het roode behangsel van het vertrek afsteekt, uitstekend tot zijn recht. Hij droeg een langen dichtgeknoopten priesterrok met een breeden gordel en een schouderkraag, en op het witte haar droeg hij een wit kapje. Om zijn hals fonkelde een gouden ketting met een groot kruis.

Tusschen het Vatikaan en de St. Pieterskerk liggen slechts enkele schreden. We betreden het prachtige voorportaal en komen door een der vijf gewelfde bronzen deuren in de kerk zelf. Eerbied en bewondering overweldigen ons, zoo indrukwekkend zijn hier alle afmetingen! Nu eens verlustigt zich onze blik in de bonte, hemelhooge gewelven, dan weer in de eindelooze zuilenrijen, nu eens worden we geboeid door een mozaiekwerk, dan weer door een grafteeken. Hoe lang zou men hier niet moeten ronddwalen om aan al deze heerlijkheid eenigszins recht te doen wedervaren! Rome is niet in één dag gebouwd, luidt het spreekwoord. Voor het bouwen van de St. Pieterskerk waren alleen al honderd en twintig jaren noodig, gedurende welken tijd twintig Pausen elkaar opvolgden! Italië’s grootste meesters waaronder Rafaël en Michel Angelo hebben het beste van hun scheppingen gewijd aan dezen tempelbouw, die het graf van den apostel Petrus omsluit. De kosten bedroegen twee honderd en vijftig millioen.