WeRead Powered by ReaderPub
Willem de Zwijger, Prins van Oranje cover

Willem de Zwijger, Prins van Oranje

Chapter 41: Codering
Open in WeRead

About This Book

The biography follows a leading historical figure from his family origins in Nassau through youth, marriages, diplomatic and military efforts, episodes of exile and return, leadership amid regional uprisings, shifting alliances and peace negotiations, domestic sorrows, and eventual assassination; it weaves chronological narrative with thematic chapters on strategy, family bonds, political unions, and the contested process of securing regional autonomy.

Volgorde der illustratiën.

  1. Bladz.
  2. 1. Willem de Zwijger titelplaat.
  3. 2. Gezicht op slot en stad Dillenburg (1540) 8
  4. 3. De jonge Oranje aan het hof van Karel V 16
  5. 4. De Prins leidt als generaal den fortenbouw aan de Fransche grens. Oct. 1555 24
  6. 5. Afstand van Karel V. 25 October 1555 32
  7. 6. Oranje’s rit met Hendrik II in de bosschen van Vincennes. Juli 1559 48
  8. 7. Filips II vertrekt uit Vlissingen naar Spanje. 26 Augustus 1559 64
  9. 8. Juliana van Stolberg 1506–1580 80
  10. 9. Oranje houdt de beroemde rede in den Raad van State. Dec. 1564 96
  11. 10. De optocht der Edelen. 5 April 1566 104
  12. 11. Gastmaal bij Brederode. 8 April 1566 112
  13. 12. De openbare prediking buiten Amsterdam op “de Rietvink,” aan den Haarlemmerdijk door Jan Arendsz. van Alckmaar. 9 Augustus 1566 128
  14. 13. Fernando Alvarez de Toledo, Hertog van Alva 136
  15. 14. Oranje bedwingt de Antwerpsche burgerij. Maart 1567 144
  16. 15. Eene zitting van den Bloedraad 152
  17. 16. Slag bij Heiligerlee. 23 Mei 1568 160
  18. 17. Onthoofding van Egmond en Hoorne. 5 Juni 1568 168
  19. 18. ’s Prinsen leger trekt over de Maas bij Stockhem. October 1568 176
  20. 19. De Watergeuzen voor den Briel.—Koppelstok begeeft zich naar de stad. 1 April 1572. 192
  21. 20. Rede van Marnix van St. Aldegonde tot de Statenvergadering in Dordrecht. Juli 1572. 208
  22. 21. Lodewijk van Nassau trekt uit Bergen (Henegouwen) 20 Sept. 1572 216
  23. 22. Aanval der Spanjaarden op de ingevroren vloot nabij den Diemerdijk. 1572 224
  24. 23. Op den tweeden wal aan de Kruispoort, te Haarlem. 1 Februari 1573 232
  25. 24. Stormaanval der Lombardische benden op Alkmaar 248
  26. 25. Slag op de Zuiderzee. 11 en 12 October 1573 256
  27. 26. Oranje op de vloot tot ontzet van Leiden. 28 September 1574 272
  28. 27. Straatgevecht voor het Antwerpsche Raadhuis. 4 November 1576 304
  29. 28. Intocht van den Prins te Brussel. 23 September 1577 336
  30. 29. Beëediging van den Prins en Matthias. Januari 1578 352
  31. 30. Kaartje van De Zeventien Vereenigde Nederlanden 384
  32. 31. Aanslag van Balthazar Gérard. 10 Juli 1584 416
  33. 32. Grafmonument te Delft 432

Aanteekeningen bij de platen.

No. 1. Portret van Prins Willem.

De beeltenis is, met eenige wijziging in het gewaad, een navolging van het portret door Adriaen Thomasz Key omstreeks 1577 geschilderd.

No. 2. Slot en stad Dillenburg. 1540.

Het Kasteel, door Hendrik den Rijke in 1240 gebouwd en onder ’t bewind der opvolgende graven versterkt en uitgebreid, ligt 250 M. boven de zee. Een geweldige muur, meer dan 100 M. lang en 20 M. hoog, die als een meesterstuk van vestingbouw geprezen wordt, rijst tegen de steilte. Deze muur bleef in de slotruïne nog bijna gaaf staan. Rechts is de slotkapel. Aan den voet van de hoogte ligt het stadje aan de Dill, een zijtak van de Lahn.

No. 3. De jonge Oranje aan het hof van Karel V.

De Keizer geeft hier audiëntie aan gezanten. Karel V zit in den armzetel waarin hij ook door Titiaan, omstreeks dezen tijd, is afgebeeld. Aan den wand hangt een Vlaamsch tapijt uit de XVe eeuw, met zinnebeeldige vrouwenfiguren en zwevende engelen met bazuinen en spreukbanden. Een documentenkast, met de wapens en emblemen van het Habsburgsche huis, vult den wand. Tegen het wandtapijt komt een rijkversierd tournooi-harnas van Filips den Schoone uit. Op de tafel, van florentijnsch model staat tusschen de documenten een inktkoker waaraan een gelddoos verbonden is. Op een z.g. faldisterium of kruisstoel ligt een lederen documententasch.

Om de prachtige statiekleedij werd een Engelsch gezantschap gekozen, gelijk ook uit de ordeketen van St. George blijkt.

No. 4. De Prins leidt als generaal den fortenbouw aan de Fransche grens.

Oranje is hier met zijn officieren in zware uitrusting. De nabijheid van de Fransche troepen houdt het leger bij den bouw onder de wapenen. De bediening blijft bij ’t geschut. Eenige Duitsche hellebaardiers op wacht, zijn achter den Prins zichtbaar. Ook het tweetal officieren vooraan behoort tot de Duitsche troepen van Schwarzburg, Rosenberg en Buren.

Een tweetal zware haakbussen steunt op de in den grond geslagen gaffels. Op de voorste vestingmuur staat een kraan of bok voor ’t ophijschen van bouwmateriaal. In het kamp is bij de tenten ook een afdak voor paardenstalling te zien. Boven den schanskorf waait de Spaansche vlag met ’t Bourgondische St. Andrieskruis en de vuurstalen geledingen en vlammenbundels der vliesorde-keten.

De batterij is met paal en vlechtwerk versterkt.

No. 5. Afstand van Kavel V.

Aan den voet der verhooging staat de wapenheraut van Oostenrijk, wiens wapenrok de tweekoppige rijksadelaar met ’t wapen van den Keizer en de guldenvliesorde vertoont. Naast hem, in de fluweelen tabbaard gezoomd met bont, staat Filibert van Brussel; meer naar rechts is raadsheer Jacob Maas te zien.

De Duitsche keizerskroon ligt op een rijk geborduurd kussen vooraan op eene kleine tafel.

Boven op de verhevenheid komt ter rechterzijde van Karel V, koning Filips II te zien. Achter hem bevindt zich Antonie Perenot, de toekomstige kardinaal Granvelle. Voor de groep prinsen en edelen zijn de regentes, Maria van Hongarije, iets lager, ’s keizers zuster Eleonora koningin-weduwe van Frankrijk gezeten.

Uit deze groep rijst de keizerlijke standaard op. Het wandtapijt achter de vorstelijke zetels vertoont ook ’t keizerlijke wapen met de vlies-orde. Een van de lijfwacht, gewapend met stormzeis waarop de gekroonde C uitkomt, staat terzijde van het baldakijn tapijt.

No. 6. Oranjes rit met Hendrik II in de bosschen van Vincennes.

De Prins rijdt ter linkerhand van Hendrik II. Het zadelkleed van den Koning is met de Bourbonsche leliën versierd, een motief dat in het tuig nevens de gekroonde H. en de monogrammen van het geslacht telkens weerkeert. De kleedij van Oranje is in ’t lederen jachtbuis met splitten naar Duitsch model, gelijk ook het paardentuig. De koning draagt de orde van Saint Michel, de Prins aan een eenvoudig koord het “gulden vlies.” Oranje heeft evenals de koning de kleine toque “à la Henri II” op ’t hoofd.

No. 7. Filips II vertrekt uit Vlissingen naar Spanje.

Het statige galjoen is met banieren van Spanje en Bourgondië en met kleine vlaggen en wimpels in de kleuren van Filips getooid. De kwartieren van het koninklijke wapen zijn op afzonderlijke schilden op spiegel en verschansing aangebracht. Achter het groote galjoen is de achtersteven van eene galei te zien. De statiebark waarin Filips gezeten is, heeft onder de tent verschansingkleeden met ’s konings wapen en initialen van Philippus-Rex.

Een bootsman, een heraut en een standaarddrager staan op de voorplecht.

No. 8. Juliana van Stolberg.

In hoofdzaak nagevolgd naar het schilderij op het kasteel van Sommerhausen a. d. Main met steun van verscheidene oude prenten.

No. 9. Oranje houdt de beroemde rede in den Raad van State.

In de raadzaal waarin anderhalf jaar later het smeekschrift zal worden aangeboden, is de staatsraad bijeen. Aan den rechterhand van den spreker zit Egmond. Tegen den haard aan de linkerhand der landvoogdes is Bossu gezeten. Rechts van Margareta zit Barlaymont aan tafel, terwijl tegenover de landvoogdes Viglius, president van den Geheimen Raad, zetelt. Achter Oranje staat de graaf van Meghen; naast Oranje, ter linkerhand zit Mansfelt ter zijde van graaf Hoorne. Tegen het wandtapijt komt, boven op een kastje staande, een borstbeeld van Filips den Goede uit. Een documententasch, als op No. 3, staat vooraan tegen de tafel.

No. 10. De optocht der Edelen.

De stoet is hier op den “berg van ’t Hof” gekomen en richt zich naar den ingang van het paleis der oude hertogen van Brabant, ’t vorstelijk verblijf der landvoogdes.

Op den achtergrond verrijst, achter de huizenrij van de markt, ’t Hof van Nassau, waarvan de bouw in 1481 onder graaf Engelbrecht II van Nassau begon. Geheel rechts verheft zich het gebouw van den hoofdingang, bekroond op de torenspits met ’t beeld van St. Michael. In ’t gewaad der edelen is de heerschende Spaansche mode kenbaar soms, in de geheel rechtsche figuur, door Duitsche vormen eenigszins gewijzigd of (gelijk in de drie voornaamste figuren van links en de tweede van rechts) door Franschen invloed veranderd. Een wachtende page staat links vooraan.

No. 11. Gastmaal bij Brederode.

Hendrik van Brederode houdt hier een houten bedelnap omhoog gelijk aan de kleine nabootsing, die aan de bekende geuzenpenning hangt; ook de lederen tasch is op die penning afgebeeld. Achter Brederode’s zetel staat zijn bedienende page, kenbaar aan ’t wapenschildje op z’n borst. Een page van Culemborg buigt zich naast Brederode met een schenkkan om zijn beker te vullen. Barthold Enthens van Mentheda, de later befaamde watergeus, wendt zich achter den page om met een toejuichend gebaar. Het ernstiger gelaat van den markgraaf van Bergen is half achter hem zichtbaar. Op de tafel staat o.m. een zilveren drinkhoorn met ’t Culemborgsche wapen.

No. 12. De openbare prediking buiten Amsterdam op “De Rietvink” door Jan Arendsz. van Alckmaar.

De Alckmaarsche mandenmaker richt het woord vanaf de “bekwaame stede” die inderhaast voor hem in elkaar is getimmerd. In ’t verschiet, links, verrijst de Haarlemmerpoort met de korenmolens aan den dijk. Aan de overzijde van den dijk ligt een der Hofsteden van ’t Karthuizer klooster. Een wacht van enkele gewapenden heeft nabij de stad post genomen, links vooraan staat een schipper bij den kop der schuit, een “verrejager,” polderstok en spiets in den arm. Het “buitendijksch voorland de Rietvink” lag, volgens Jan Wagenaar “naar de tegenwoordige gedaante der stad” op ’t einde der Haarlemmer Houttuinen, tusschen Dommerstraat en Houtstraat.

No. 13. Portret van Alva.

Met wijziging in de wapenrusting, naar ’t portret van Willem Key.

No. 14. Oranje bedwingt de Antwerpsche burgerij.

De burgers zijn te hoop geloopen in de nabijheid van de Roode Poort. In ’t midden der groep rijdt Oranje. Op korten afstand van hem wordt de haakbus afgewend, die door een een lakenvoeler op den Prins gericht werd. Achter Oranje is Hoogstraten te zien. Links, op den achtergrond, komt ook de burgemeester Van Straaten boven de menigte uit. Een Antwerpsche standaard wordt rondgezwaaid; een werkman, ’t hoofd gedekt met een vijftiend’ eeuwschen stormhoed heeft, den lontstok in de hand, bij een kanon postgevat. Een ander komt met een breed slagzwaard aanloopen. De galerij met houten overkapping deed waarschijnlijk dienst voor de nabijgelegen paardenmarkt. Op den achtergrond komt een kleinere poort te zien, die op eenigen afstand van de hoofdpoort aan de stadsgracht uitkwam.

No. 15. Een zitting van den Bloedraad.

Op de indagingen van den raad verscheen bijna niemand. Ook teekent verhoor of onderzoek het karakter der instelling niet. Aanbrengers loopen af en aan. Alva verlaat juist, vergezeld van Don Sancho d’ Avila, Hopman van de lijfwacht des hertogs, en gevolgd door een page, de vergaderzaal. Onder het Crucifix zetelt Vargas, naast hem leunt Barlaymont op een stoelrug. Aan de linkerzijde van den voorzitter zit Del Rio. Rechts, aan ’t hoofd der tafel, is Jan du Bois, procureur-generaal gezeten. Een hellebaardier van de wacht en een rotmeester gewapend met partisaan, brengen den militairen groet. Waar de vergaderzaal van den raad van beroerten niet is aan te wijzen, werd heel de inrichting ontleend aan de arsenaalzaal in het Gentsche raadhuis, waar de Gentsche pacificatie werd onderteekend. Dit Gotische vertrek gebouwd in 1482, bewaart een fraai beeld van de deftige hallen, die in de adelijke huizingen der 16e eeuw een zoo voorname plaats innamen.

No. 16. “Graaf Adolf is gebleven in Friesland in den slag.

De jonge graaf valt hier onder de slagen van Aremberg’s ruiters, waar zijn hollend paard hem midden in de veenplassen heeft gevoerd. Achter hem bedreigt een ruiterhamer zijn hoofd. Spaansche en Nassausche ruiters komen schermutselend aanrennen tusschen omgeworpen turfstapels door.

Een houten molen op een dijkje heeft vlam gevat.

No. 17. Een Prince van groter machten, Den Grave van Egmond als een schaep ginc ter slachten.

Egmond is neergeknield, terwijl de bisschop van Yperen hem het kruisbeeld toereikt. Naast den bisschop staat Noircarmes. De provoost-maarschalk Spelle rijdt om ’t schavot met de roode roede van justitie in de hand. Onder de prent van zijne terechtstelling in 1570 staat in Hogenberg’s prentwerk dit rijmje:

Hij bracht “viel unschuldich umbs leben

Doch ist er auch zu letst gfangen

Und an sein besten hals gehangen.

Links is een gerechtsdienaar te paard, met hellebaard gewapend.

De musketiers staan, het musket op de gaffel gesteund, met brandende lont aangetreden. Met ’t beulszwaard onder den arm gaat de scherprechter den schavottrap op. Juliaan Romero staat met getrokken degen vooraan. Naast hem een rotmeester met de hellebaard in de hand. Een hoek van ’t Brusselsche stadhuis komt boven de lansen uit.

No. 18. ’s Prinsen leger trekt over de Maas bij Stockhem.

Achter het voetvolk, piekeniersvendelen van afdeelingen haakschutters en musketiers omgeven, komt hier het geschut aan. Zware Brabantsche paarden, twee voor elk kanon, door Duitsche boeren bestuurd, trekken de zware kartouwen door de rivier. Een Duitsch kanonnier grijpt in het rad om bij het afgaan der oeverhelling het zwaar afrollend stuk mee te weerhouden. Een ander maakt zich gereed om bij ’t voortgaan aan te trekken. Op den oever is geheel vooraan een trompetter te zien. Hier en daar steekt een vaandel boven de troepen uit, soms in ’s prinsen kleur, blauw, of met de groen en witte banen des konings of met de spreuk: “Pro lege, rege, grege.” De ruiters, die als stroombrekers midden door de rivier staan, zijn door ’t mastbosch van pieken te zien. Vooraan volgen eenige Duitsche musketiers een kanon.

No. 19. De Watergeuzen voor den Briel; Koppelstok begeeft zich naar de stad.

De geuzensloepen roeien van boord. Een bewapende koopvaarder ligt naar links achter den veerman. In de veerschuit ligt een kussen met ’t Brielsche wapen. Aan ’t havenhoofd, dat van de Noorderpoort uitgaat, klimmen de geuzen aan wal. Boven de wal, waarin een waterpoort te zien is, komt de St. Catharinatoren uit.

No. 20. Rede van Marnix van St. Aldegonde tot de Statenvergadering in Dordrecht.

’t Is de vergadering van 18 Juli. Marnix dringt in krachtige teekening van ’s Prinsen nood op geldelijken steun aan. Naast hem zit Paulus Buys, de aangestelde advocaat van Holland. Vooraan, op de bank die langs drie zijden van de tafel staat, zijn de edelen van Holland: Jacob van Wijngaerden en rechts, Arent van Duivenvoorde gezeten.

No. 21. Lodewijk van Nassau trekt uit Bergen (Henegouwen).

Graaf Lodewijk, gewikkeld in een slaaprok, wordt in een draagkoets of rosbaar vervoerd, omstuwd door de achterhoede van zijn leger. Een Nassausche trompetter rijdt voor de koets uit; op eenigen afstand gaan de Spaansche ruiters die als geleide meetrekken. Naast de koets rijdt François La Noue (Bras de fer) wiens ijzeren linkerarm stijf neerhangt. Eenige Hugenootsche soldaten marcheeren voorop. De eerste van links der drie soldaten draagt een haakbus. De haak gaf steun aan de borstwering bij den terugstoot van ’t schot. Het tweetal naast hem is met een musket gewapend; de gaffel of ’t furquet, waarop het wapen bij ’t schieten werd gesteund, hebben zij in de hand. Een kruithoorn, kogelzakje en lontsnoeren voltooien hun rusting. Achter Lodewijk’s troepen trekken de Spanjaarden door de poort. Tegen de lucht komt het kasteel van Mons uit.

No. 22. Aanval der Spanjaarden op de ingevroren vloot nabij den Diemerdijk.

De haakschutters en musketiers zijn gelijk als Lodewijk’s soldaten bewapend. Een zware musket valt op den gevallen Spanjaard. De kolf van een dubbelhaak, een zware haakbus die een ijzeren kogel van 5, of een looden kogel van 7 oncen schoot, is links vooraan te zien. Achter de schermutselende waterlanders is de ingevroren vloot zichtbaar.

No. 28. Op den tweeden wal achter de Kruispoort.

De geweldige rookwolken geven de werking aan van ’t uiteenspringen der mijn onder ’t Kruispoort-ravelijn. Van den wal richten de burgers musket- en haakbusvuur op de vluchtende bestormers. Rechts richten eenige poorters een vogelaar (klein kanon uit het begin der 16e eeuw) op de Spanjaarden. De houten voet is ingegraven en met omvlochten paalwerk bevestigd. Een zwaarder kanon daarnaast wordt opnieuw geladen. Een bout, die ’t sluitstuk opsluit, wordt uitgetrokken. Van de borstwering wappert Kenau’s banier; de geuzenvlag met de bedelzak, de ineengeslagen handen en de spreuk Vive les Geux wordt, verder op den wal, rondgezwaaid. Een kruitvat met wisser staat tusschen het geschut.

De in puin geschoten torens der Janspoort komen boven de verdedigers uit. Een deel van ’t Spaansche kamp met het hoofdkwartier van Don Frederik, ’t Huis te Kleef, komt naar links, boven de vluchtende troepen, te zien.

No. 24. Stormaanval der Lombardische keurbenden op de Friesche Poort.

De musketiers, die bij den wal het vuur openen, stormen in ’t berennen vooraan, voorafgegaan door tamboers en pijpers volgen de piekeniers, geheel in ’t harnas en met dijstukken, met geschouderde piek. Aan ’t hoofd gaan ook de vaandrigs die de vaandels met de Lombardische kleuren boven ’t hoofd zwaaien. Een radslotpistool hangt bij een veldkruik aan den degenriem van de meest linksche figuur. Rechts komt een hopman met rondas en hellebaard aanloopen, voor zijn afdeeling uit. De troepen stormen aan tusschen de batterijen op de gasthuisweide (rechts) en die tegen den Rooden Toren. Don Frederik vuurt de stormers aan.

No. 25. Slag op de Zuiderzee.

Bossu’s schip “de Inquisitie” is omringd van geuzenschepen. Jan Haring van Hoorn haalt den Spaanschen standaard neer van zijn steng; van den fokkemast en van de voorplecht der ”Inquisitie” waait de Amsterdamsche vlag. Een Vlieboot met ’t wapen van Enkhuizen vaart links achter de roertent met ’t St. Andrieskruis van een Spaanschen kotter. Rechts komt een bewapende boeier, met de Hoornsche vlag op ’t zeil, aanzetten.

No. 26. Oranje op de vloot tot ontzet van Leiden.

Boisot wijst den Prins de vordering van ’t water en de met Spaansche troepen bezette waterkeeringen. Op den achtersteven staat een bootsman met stuurriem. Het bootsvolk, de kruithoorn op zij, en met breede, korte sabels gewapend draagt op de muts de halve maan met ’t randschrift: “En despit de la mes,” “Liver Turkcx dan Paus.” Een pistool ligt tusschen de twee roeiers in. Eenige hellebaardiers en een musketier staan als lijfwacht achter ’s Prinsen gezelschap. Op de kap met de lantaarn is ’t wapen van Zeeland te zien. Op de linksche schuit zwaait een bootsman met de Zeeuwsche vlag. Rechts, aan den horizont komt ’t silhouet van den Leidschen St. Pieter uit.

No. 27. Straatgevecht voor het Antwerpsche Raadhuis.

De Ruiterij van Vargas jaagt op de aantrekkende Antwerpenaars, die van achter ’t stadhuis komen, aan. Het raadhuis, van 1561–1565 door Cornelis Floris gebouwd, begint te branden. Vooraan staat een der muiters, die van Aalst kwamen, de helm met groen opgetooid, te vuren. Voor hem ligt een der Duitsche knechten bij den vernielden vrachtwagen. Een gewonde piekenier, die zich tracht op te heffen, heeft aan zijn rusting een breeden rugdolk die bij degengevecht voor ’t pareeren werd gebruikt.

No. 28. Intocht van Willem van Oranje in Brussel.

De stoet gaat over de groote markt in de richting van ’t Nassausche hof. Het Gotische gebouw met de slanke galerijen is het Broodhuis (Halle au Pain; Maison du Roi, gebouwd van 1514–1525. In eenigszins gewijzigde verhoudingen in 1877 herbouwd,) waar Egmond en Hoorne van 3–5 Juni 1568 gevangen zaten en vanwaar hun schavotgang begon. Rechts van dit gebouw komt de linker kolom eener eerepoort voor de zijstraat te zien. Bovenop is een zittend beeld van de Brusselsche Stedemaagd met ’t wapenschild der stad met St. Michaël den beschermheilige.

Het embleem van den Prins: het nest van den ijsvogel, met de zinspreuk; “Saevis tranquillus in undis”: “rustig te midden der woedende baren,” siert het middenvak der kolom. Prins Willem rijdt naast graaf Schwarzburg achter de stadsmuzikanten aan. Op eenigen afstand volgt de hertog van Aerschot. Achter de trompetters komen de burgervendels van Antwerpen en Brussel. Een vaandel van een schuttersgilde met een omlauwerden voetboog waait uit achter den Prins.

No. 29. Beëediging van den Prins en Aartshertog Matthias.

Op het balcon, gevormd door de afdekking der zuilengalerij aan het Brusselsche stadhuis is het vorstelijk gezelschap samengekomen. Onder het baldakijn met het wapen van Spanje en een tweetal gewestelijke wapens staan Prins Willem en aartshertog Matthias met enkele raadsheeren en een Oostenrijksche heraut. De aartshertog legt zijn hand op het Evangelie, Oranje heft de rechterhand op bij den eed, die door een der raadsheeren wordt voorgelezen. Over de balustrade hangt een kleed, gesierd met de gewestelijke wapens. Beneden op het plein staan de burgervendels geschaard. Een sergeant met partisaan, een vaandrig in lederen kolder en eenige musketiers staan op den voorgrond.

Ook nevens het bordes onder den zuilengang staat een wapenheraut.

No. 31. “Mon Dieu! Mon Dieu! ayez pitié de mon âme et de ce pauvre peuple!”

De moord geschiedt op den nieuwen trap van ’s Prinsen hof in ’t St. Aagtenklooster te Delft. Een raam, boven op ’t portaal bevat ’t Oranje-wapen. Jacob van Malderé, ’s Prinsen stalmeester snelt toe, terwijl boven op het portaal ook de figuur der gravin Schwarzburg zichtbaar wordt.

Prins Willem draagt een grijslakensche tabbaard met bont gevoerd en omzoomd, gelijk ook in het liggend beeld zijner graftombe is afgebeeld. Een geuzenpenning hangt op zijn borst. In den rechter muur toont een afgeschilverd gat de plaats waar een der kogels aansloeg.

No. 32. Liggend beeld van den Prins op de graftombe te Delft, door Hendrik de Keijser (1566–1621.)

“De staaten der Vereenigde Nederlanden, een weinig aan ademtogt gelaakt, ten tijde van het twaalfjarig bestand, hebben (den Prins) in ’t koor der nieuwe kerke te Delft, eene pragtige grafstede gestigt.” (Jan Wagenaar.)

Sept. 1910. J. H. ISINGS Jr.

Colofon

Beschikbaarheid

Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org.

Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie team op www.pgdp.net.

Dit boek is een vertaling van William the Silent, Prince of Orange: the moderate man of the 16th century: the story of his life as told from his own letters, from those of his friends and enemies and from official documents.

Het Engelse origineel is te vinden in Google Books, en op het Internet Archive.

Gerelateerde WorldCat catalogus pagina: 86031071.

Codering

Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het corr-element.

Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens.

In het exemplaar gebruikt als bron voor deze electronische editie ontbreken de titelpagina, de titelplaat, en de plaat tegenover bladzijde 160.

Documentgeschiedenis

  1. 2009-05-16 Begonnen.

Externe Referenties

Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.

Verbeteringen

De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:

Bladzijde Bron Verbetering
13 Thuringen Thüringen
17 [Verwijderd]
25 qu on quon
28 hellebardiers hellebaardiers
55 zoodaning zoodanig
57 [Verwijderd]
57 poscriptum postscriptum
63 [Niet in bron]
67 gelukker gelukkiger
69 ergenis ergernis
94 [Niet in bron]
165 honderde honderden
168 gerechterlijk gerechtelijk
181 uit-uitgesloten uitgesloten
190 honderste honderdste
195 toch was was toch
201 inplaats in plaats
204 . ,
214 [Niet in bron]
224 magistaat magistraat
233 overwonnnen overwonnen
248 verdededigen verdedigen
256 [Niet in bron]
280 eer meer
297 . ,
302 Geertui Geertrui
311 ergenis ergernis
312 verstrekt versterkt
325 valscheid valschheid
344 symphathie sympathie
351 Dathenes Dathenus
352 moelijkste moeilijkste
361 pantomine pantomime
363 ergenis ergernis
379 [Niet in bron]
379 [Verwijderd]
383 [Niet in bron] )
391 hellebardier hellebaardier
400 verradelijke verraderlijke
400 verradelijke verraderlijke
402 godstdienstbezwaren godsdienstbezwaren
411 Franrijk Frankrijk
423 pistoool pistool
430 ondrukken onderdrukken
437 [Niet in bron] .
441 hellebardier hellebaardier
444 Inguisitie Inquisitie
444 hellebardiers hellebaardiers