WeRead Powered by ReaderPub
Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal / Met aanwijzing van de geslachten der naamwoorden en de vervoeging der werkwoorden cover

Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal / Met aanwijzing van de geslachten der naamwoorden en de vervoeging der werkwoorden

Chapter 36: G
Open in WeRead

About This Book

Een praktische woordenlijst die de Nederlandse spelling vaststelt en toelicht, met duidelijke aanwijzingen voor het geslacht van zelfstandige naamwoorden en de vervoeging van werkwoorden. De tekst motiveert de gekozen orthografische uitgangspunten en zoekt een middenweg tussen taalkundige voorschriften en gebruiksvormen. Veel onduidelijke kwesties worden behandeld, zoals samenstellingen, verbindingsklanken, koppelteken, afbreking en de spelling van bastaard- en buitenlandse woorden. Verder bevat de lijst uitgebreide vermeldingen van samengestelde, afgeleide en grondwoorden, bedoeld als gebruiksgericht naslagwerk voor schrijvers, onderwijzers en ambtenaren.

G

G, V., g’s.

Ga. Zie Gade.

Gaaf en Gave, V., gaven.

Gaaf, gaver, gaafst.

Gaafheid, V.

Gaai, V., gaaien. Gaaitje, O., gaaitjes.

Gaaien, gaaide, heeft gegaaid.

Gaaike, Gaaiken en Gaaitje, O., gaaikes, gaaikens en gaaitjes.

Gaal, V., galen. Gaaltje, O., gaaltjes.

Gaan, gaat, ging, is en heeft gegaan.

Gaanderij, V., gaanderijen.

Gaandeweg.

Gaap, M., gapen. Gaapje, O., gaapjes.

Gaapschelp, V., gaapschelpen.

Gaar, gaarder, gaarst.

Gaarbak, M., gaarbakken; gaarbakje, O., gaarbakjes.

Gaarboord, O., gaarboorden.

Gaard, M., gaarden.

Gaarde, V., gaarden.

Gaardenier, M., gaardeniers en gaardenieren.

Gaarder, M., gaarders.

Gaarheid, V.

Gaarkeuken, V., gaarkeukens; gaarkeukentje, O., gaarkeukentjes.

Gaarkok, M., gaarkoks; gaarkokje, O., gaarkokjes.

Gaarkookster, V., gaarkooksters.

Gaarne,

Gaarte, V.

Gaarvat, O., gaarvaten; gaarvaatje, O., gaarvaatjes.

Gaas, O., gazen. Gaasje, O., gaasjes.

Gaatels, V., gaatelzen.

Gaatje. Zie Gat.

Gaatring, M., gaatringen; gaatringetje, O., gaatringetjes.

Gaatschijf, V., gaatschijven; gaatschijfje, O., gaatschijfjes.

Gaatstempel, M., gaatstempels; gaatstempeltje, O., gaatstempeltjes.

Gabberen, gabberde, heeft gegabberd.

Gabel, V., gabellen.

Gade en Ga, M. en V., gaden.

Gadeloos, gadelooze.

Gader (Te gader).

Gaderen, gaderde, heeft gegaderd.

Gadeslaan, slaat gade, sloeg gade, heeft gadegeslagen.

Gading, V.

Gaffel, V., gaffels. Gaffeltje, O., gaffeltjes.

Gaffeler, M., gaffelers.

Gaffelval, O., gaffelvallen.

Gaffelvormig.

Gaffelzeil, O., gaffelzeilen.

Gage, V., gages.

Gagel (heester), M., gagels. Als stofnaam, V.

Gagel (verhemelte), O., gagels.

Gagelen. Zie Gaggelen.

Gagement, O., gagementen.

Gaggelen, gaggelde, heeft gegaggeld.

Gal (vocht), V.

Gal (gezwel), V., gallen. Galletje, O., galletjes.

Gal (gebrek in gegoten ijzer), V., gallen.

Gala, O.

Galabal, O., galabals.

Galachtig, galachtiger, galachtigst.

Galachtigheid, V.

Galakoets, V., galakoetsen.

Galant, galanter, galantst.

Galant, M., galanten en galants.

Galanterie, V., galanterieën. Galanterietje, O., galanterietjes.

Galanteriewinkel, M., galanteriewinkels.

Galappel, M., galappels.

Galarok, M., galarokken.

Galavoorstelling, V., galavoorstellingen.

Galblaas, V., galblazen.

Galbuis, V., galbuizen.

Galeas (groot vaartuig), V., galeassen.

Galei, V., galeien. Galeitje, O., galeitjes.

Galeiboef, M., galeiboeven.

Galeislaaf, M., galeislaven.

Galerij, V., galerijen. Galerijtje, O., galerijtjes.

Galg, V., galgen. Galgje, O., galgjes.

Galgebrok, M., galgebrokken; galgebrokje, O., galgebrokjes.

Galgemaal, O., galgemalen.

Galgenaas, O., galgenazen.

Galgetronie, V., galgetronies.

Galgeveld, O.

Galigaan, V., galiganen.

Galigaangras, O., galigaangrassen.

Galijk.

Galijkheid, V.

Galjas (klein koopvaardijschip), V., galjassen.

Galjoen, O., galjoenen en galjoens. Galjoentje, O., galjoentjes.

Galjoenskapitein, M., galjoenskapiteins; galjoenskapiteintje, O., galjoenskapiteintjes.

Galjoot, V., galjoten en galjoots. Galjootje, O., galjootjes.

Galkoorts, V., galkoortsen.

Gallen, galde, heeft gegald.

Gallicisme, O., gallicismen.

Gallig, galliger, galligst.

Galligheid, V.

Galm, M., galmen. Galmpje, O., galmpjes.

Galmei, O.

Galmen, galmde, heeft gegalmd.

Galmgat, O., galmgaten.

Galming, V., galmingen.

Galnoot, V., galnoten.

Galon, O., galons en galonnen.

Galonwever, M., galonwevers.

Galop, M., galops. Galopje, O., galopjes.

Galoppade, V., galoppades.

Galoppeeren, galoppeerde, heeft en is gegaloppeerd.

Galpeiler, M., galpeilers.

Galpen, galpte, heeft gegalpt.

Galsteen, M., galsteenen; galsteentje, O., galsteentjes.

Galsteenkoliek, V., galsteenkolieken.

Galsterig.

Galvanisch.

Galvaniseeren, galvaniseerde, heeft gegalvaniseerd.

Galvanisme, O.

Galvanoplastiek, V.

Galvanoplastisch.

Galvet, O.

Galvlieg, V., galvliegen.

Galwesp, V., galwespen.

Galziekte, V.

Gamander, V.

Gamanderlijn, O.

Gambiet, V., gambieten.

Gamma, V., gamma’s.

Gander, M., ganders.

Gang (loop), M., gangen. Gangetje, O., gangetjes.

Gang (gaanderij, weg), V., gangen. Gangetje, O., gangetjes.

Gangbaar, gangbare.

Gangbaarheid, V.

Gangboord, O., gangboorden.

Gangdeur, V., gangdeuren.

Gangklok, V., gangklokken.

Gangkruk, V., gangkrukken.

Gangmaker, M., gangmakers.

Gangmassa, V., gangmassa’s.

Gangpad, O., gangpaden; gangpaadje, O., gangpaadjes.

Gangspil, O., gangspillen.

Gangwerk, O.

Gannef, M., gannefen en ganneven. Gannefje, O., gannefjes.

Gans, V., ganzen. Gansje, O., gansjes.

Gansch.

Ganschelijk.

Gansknuppelen, O.

Gansrijden, O.

Gansslaan, O.

Ganstrekken, O.

Ganzebek, M., ganzebekken.

Ganzebout, M., ganzebouten.

Ganzegat, O., ganzegatten.

Ganzelever, V.

Ganzeleverpastei, V., ganzeleverpasteien.

Ganzenbloem, V., ganzenbloemen; ganzenbloempje, O., ganzenbloempjes.

Ganzenbord, O., ganzenborden; ganzenbordje, O., ganzenbordjes.

Ganzendistel, V., ganzendistels; ganzendisteltje, O., ganzendisteltjes.

Ganzenei, O., ganzeneieren.

Ganzenhagel, M.

Ganzenhoeder, M., ganzenhoeders.

Ganzenjacht, V.

Ganzenmarkt, V., ganzenmarkten.

Ganzenoog, O., ganzenoogen; ganzenoogje, O., ganzenoogjes.

Ganzenroer, O., ganzenroeren en ganzenroers.

Ganzenspel, O., ganzenspellen.

Ganzepen, V., ganzepennen; ganzepennetje, O., ganzepennetjes.

Ganzepoot, M., ganzepooten; ganzepootje, O., ganzepootjes.

Ganzerik (mannetjesgans), M., ganzeriken. Ganzerikje, O., ganzerikjes.

Ganzerik (plant), V.

Ganzeschacht, V., ganzeschachten; ganzeschachtje, O., ganzeschachtjes.

Ganzetong, V., ganzetongen.

Ganzeveder en Ganzeveer, V., ganzevederen (ganzeveeren) en ganzeveders; ganzevedertje (ganzeveertje), O., ganzevedertjes en ganzeveertjes.

Ganzevleugel, M., ganzevleugels.

Ganzevoet, M., ganzevoeten.

Gapen, gaapte, heeft gegaapt.

Gaper, M., gapers.

Gaperig, gaperiger, gaperigst.

Gaping, V., gapingen.

Gaps, V., gapsen.

Garancine, V.

Garandeeren, garandeerde, heeft gegarandeerd.

Garant, M., garanten.

Garantie, V.

Gard, V. Zie Garde.

Garde en Gard (roede), V., garden. Gardje, O., gardjes.

Garde (wacht), V.

Garderobe, V., garderobes.

Gardiaan, M., gardianen.

Gareel, O., gareelen.

Gareelblok, O., gareelblokken.

Garen, O., garens.

Garen (bnw.).

Garen, gaarde, heeft gegaard.

Garenklos, M., garenklossen; garenklosje, O., garenklosjes.

Garenstrop, M., garenstroppen.

Garenwinder, M., garenwinders.

Garf en Garve, V., garven.

Garfboer, M., garfboeren.

Garfland, O., garflanden.

Garfplichtig.

Garfster, V., garfsters.

Garnaal, V., garnalen. Garnaaltje, O., garnaaltjes.

Garnalenbroodje, O., garnalenbroodjes.

Garnalenpasteitje, O., garnalenpasteitjes.

Garnalenvangst, V.

Garnalenvrouw, V., garnalenvrouwen.

Garneeren, garneerde, heeft gegarneerd.

Garneering, V., garneeringen.

Garneersel, O., garneersels. Garneerseltje, O., garneerseltjes.

Garnituur, O., garnituren. Garnituurtje, O., garnituurtjes.

Garnizoen, O., garnizoenen.

Garnizoenscommandant, M., garnizoenscommandanten.

Garnizoensdienst, M., garnizoensdiensten.

Garnizoensplaats, V., garnizoensplaatsen.

Garnizoensverandering, V., garnizoensveranderingen.

Garoe, V.

Garoeboom, M., garoeboomen; garoeboompje, O., garoeboompjes.

Garst. Zie Gerst.

Garstig, garstiger, garstigst.

Garstigheid, V.

Garven, garfde, heeft gegarfd.

Garvenbinder, M., garvenbinders.

Garver, M., garvers.

Gas, O., gassen.

Gasaanleg, M.

Gasachtig, gasachtiger, gasachtigst.

Gasco, M.

Gasfabriek, V., gasfabrieken.

Gasfitter, M., gasfitters.

Gasgloeilicht, O.

Gashouder, M., gashouders.

Gaskachel, V., gaskachels; gaskacheltje, O., gaskacheltjes.

Gaskomfoor, O., gaskomforen.

Gaskraan, V., gaskranen; gaskraantje, O., gaskraantjes.

Gaskroon, V., gaskronen.

Gaslantaarn, V., gaslantaarns.

Gasleiding, V., gasleidingen.

Gaslicht, O., gaslichten.

Gasmeter, M., gasmeters.

Gasmotor, M., gasmotoren.

Gasontploffing, V., gasontploffingen.

Gasornament, O., gasornamenten.

Gaspeldoorn en gaspeldoren, M., gaspeldoornen en gaspeldorens.

Gaspijp, V., gaspijpen.

Gaspit, V., gaspitten; gaspitje, O., gaspitjes.

Gassen, gaste, heeft gegast.

Gassig.

Gast, M. en V., gasten. Gastje, O., gastjes.

Gastenbak, M., gastenbakken.

Gastereeren en Gastreeren, gastereerde (gastreerde), heeft gegastereerd (gegastreerd).

Gasterij, V., gasterijen.

Gastheer, M., gastheeren.

Gasthuis, O., gasthuizen.

Gastmaal, O., gastmalen.

Gastrol, V., gastrollen.

Gastronomie, V.

Gastronoom, M., gastronomen.

Gastvriend, M., gastvrienden.

Gastvrij, gastvrijer, gastvrijst.

Gastvrijheid, V.

Gastvrouw, V., gastvrouwen.

Gasverbruik, O.

Gasvlam, V., gasvlammen.

Gasvormig.

Gat (opening), O., gaten. Gaatje, O., gaatjes.

Gat (achterste), O., gatten. Gatje, O., gatjes.

Gaten, gaatte, heeft gegaat.

Gatenplateel, O., gatenplateelen; gatenplateeltje, O., gatenplateeltjes.

Gaterig, gateriger, gaterigst.

Gauw, gauwer, gauwst.

Gauwdief, M., gauwdieven.

Gauwdieverij, V., gauwdieverijen.

Gauwerd, M., gauwerds. Gauwerdje, O., gauwerdjes.

Gauwheid, V.

Gauwigheid, V., gauwigheden.

Gauwte, V.

Gave. Zie Gaaf.

Gazel, V., gazellen.

Gazellenoog, O., gazellenoogen.

Gazen (bnw. van Gaas).

Gazon, O., gazons.

Geaardheid, V., geaardheden.

Geabonneerd.

Geabonneerde, M. en V., geabonneerden.

Geaderd.

Geankerd.

Geappeld.

Gearmd.

Geassureerd.

Gebaand.

Gebaar, O., gebaren.

Gebaard.

Gebabbel, O.

Gebak, O., gebakken. Gebakje, O., gebakjes.

Gebalder, O.

Gebarenkunst, V.

Gebarenspel, O.

Gebarentaal, V.

Gebas, O.

Gebazel, O.

Gebbe, V., gebben.

Gebed, O., gebeden. Gebedje, O., gebedjes.

Gebedel, O.

Gebedenboek, O., gebedenboeken; gebedenboekje, O., gebedenboekjes.

Gebedsoefening, V., gebedsoefeningen.

Gebeente, O., gebeenten.

Gebeft.

Gebeid (op bessen overgehaald).

Gebeier, O.

Gebel, O.

Gebengel, O.

Gebergte, O., gebergten.

Gebeten.

Gebeteren (Iets niet kunnen gebeteren).

Gebeuren, gebeurde, is gebeurd.

Gebeurlijk.

Gebeurlijkheid, V., gebeurlijkheden.

Gebeurtenis, V., gebeurtenissen.

Gebeuzel, O.

Gebied, O.

Gebieden, gebood, geboden, heeft geboden.

Gebiedend.

Gebiedenis, V.

Gebieder, M., gebieders.

Gebiedster, V., gebiedsters.

Gebiedswapen, O., gebiedswapens.

Gebint en Gebinte, O., gebinten.

Gebit, O., gebitten.

Geblaard.

Geblaas, O.

Geblaat, O.

Gebladerd.

Gebladerte, O.

Geblaf, O.

Gebloemd.

Geblokt.

Gebocheld.

Gebod, O., geboden.

Geboefte, O.

Geboegd.

Gebogen.

Gebogenheid, V.

Gebonden, gebondener, gebondenst.

Gebondenheid, V.

Gebons, O.

Geboogd.

Geboomte, O., geboomten.

Geboord.

Geboorte, V., geboorten.

Geboortedag, M., geboortedagen.

Geboortefeest, O., geboortefeesten.

Geboortegrond, M.

Geboorteland, O.

Geboortenregister, O., geboortenregisters.

Geboorteplaats, V., geboorteplaatsen.

Geboorterecht, O.

Geboortig.

Geboren.

Geborrel, O.

Gebouw, O., gebouwen. Gebouwtje, O., gebouwtjes.

Gebraad, O.

Gebrabbel, O.

Gebrek, O., gebreken. Gebrekje, O., gebrekjes.

Gebrekkelijk, gebrekkelijker, gebrekkelijkst.

Gebrekkelijkheid, V., gebrekkelijkheden.

Gebrekkig, gebrekkiger, gebrekkigst.

Gebrekkigheid, V.

Gebrild.

Gebroed, O.

Gebroeders en Gebroederen (mv.), M.

Gebroederschap, V., gebroederschappen.

Gebroedsel, O., gebroedsels.

Gebrom, O.

Gebrouwte en Gebrouwt, O.

Gebruik, O., gebruiken.

Gebruikelijk, gebruikelijker, gebruikelijkst.

Gebruikelijkheid, V., gebruikelijkheden.

Gebruiken, gebruikte, heeft gebruikt.

Gebruiker, M., gebruikers.

Gebruiksaanwijzing, V., gebruiksaanwijzingen.

Gebruikskunst, V.

Gebruikster, V., gebruiksters.

Gebrul, O.

Gebuikt.

Gebulder, O.

Gebulk, O.

Gebult.

Geburin, V., geburinnen.

Gebuur, M., geburen.

Gebuurschap, V.

Gebuurte, V., gebuurten.

Geconfedereerden (mv.), M.

Gecontrarieerd.

Gecontrasigneerd.

Gecostumeerd.

Gedaagde, M. en V., gedaagden.

Gedaan, gedane.

Gedaante, V., gedaanten.

Gedaanteverwisseling, V., gedaanteverwisselingen.

Gedachte, V., gedachten.

Gedachteloos, gedachteloozer, gedachteloost.

Gedachteloosheid, V.

Gedachtengang, M.

Gedachtenis, V., gedachtenissen. Gedachtenisje, O., gedachtenisjes.

Gedachtenkring, M.

Gedachtenloop, M.

Gedachtenstreep, V., gedachtenstrepen.

Gedachtenwisseling, V., gedachtenwisselingen.

Gedachtig.

Gedamd.

Gedarmte, O., gedarmten.

Gedartel, O.

Gedaver, O.

Gedecideerd.

Gedecideerdheid, V.

Gedecolleteerd.

Gedecoreerd.

Gedeeld.

Gedeelte, O., gedeelten.

Gedeeltelijk.

Gedegen.

Gedegradeerd.

Gedekt.

Gedenkboek, O., gedenkboeken; gedenkboekje, O., gedenkboekjes.

Gedenkdag, M., gedenkdagen.

Gedenken, gedacht, heeft gedacht.

Gedenknaald, V., gedenknaalden.

Gedenkpenning, M., gedenkpenningen.

Gedenkrol, V., gedenkrollen.

Gedenkschrift, O., gedenkschriften.

Gedenksteen, M., gedenksteenen.

Gedenkstuk, O., gedenkstukken.

Gedenktafel, V., gedenktafelen en gedenktafels.

Gedenkteeken, O., gedenkteekenen en gedenkteekens.

Gedenkwaardig, gedenkwaardiger, gedenkwaardigst, of meer en meest gedenkwaardig.

Gedenkwaardigheid, V., gedenkwaardigheden.

Gedenkzuil, V., gedenkzuilen.

Gedeputeerde, M., gedeputeerden.

Gedicht, O., gedichten. Gedichtje, O., gedichtjes.

Gediende, M., gedienden.

Gedienstig, gedienstiger, gedienstigst.

Gedienstige, M. en V., gedienstigen.

Gedienstigheid, V., gedienstigheden.

Gedierte, O., gedierten.

Gedijen, gedijde, is en heeft gedijd.

Geding, O., gedingen.

Gedistilleerd, O.

Gedistingeerd, gedistingeerder, gedistingeerdst.

Gedobbel, O.

Gedoe, O.

Gedoen, ook Gedoente, O.

Gedomicilieerd.

Gedonder, O.

Gedoogen, gedoogde, heeft gedoogd.

Gedraaf, O.

Gedraai, O.

Gedrag, O.

Gedragen (zich gedragen), gedroeg zich, heeft zich gedragen.

Gedraging, V., gedragingen.

Gedragslijn, V.

Gedrang, O.

Gedrentel, O.

Gedreun, O.

Gedrocht, O., gedrochten. Gedrochtje, O., gedrochtjes.

Gedrochtelijk, gedrochtelijker, gedrochtelijkst.

Gedrongenheid, V.

Gedruisch, O.

Gedrukt, gedrukter, gedruktst.

Gedruktheid, V.

Geducht, geduchter, geduchtst.

Geduchtheid, V.

Geduld, O.

Geduldig, geduldiger, geduldigst.

Gedurende.

Gedurig.

Gedwarrel, O.

Gedwee, gedweeër, gedweest.

Gedweeheid, V.

Gedwongen, gedwongener, gedwongenst.

Gedwongenheid, V.

Geef (Te geef).

Geefster, V., geefsters.

Geel, geler, geelst.

Geel (kleur), O.

Geel (vischnet), V., geelen.

Geelachtig, geelachtiger, geelachtigst.

Geelachtigheid, V.

Geelbal, M., geelballen.

Geelbes, V., geelbessen.

Geelbleek, geelbleeke.

Geelbloem, V., geelbloemen.

Geelbruin.

Geelgieten, O.

Geelgieter, M., geelgieters.

Geelgieterij, V., geelgieterijen.

Geelgors, V., geelgorzen.

Geelhaar, O.

Geelhart, O.

Geelheid, V.

Geelhout, O.

Geelkoper, O.

Geelpelde.

Geelrood, geelroode.

Geelsel, O.

Geeltje, O., geeltjes.

Geelvink, M., geelvinken.

Geelwortel, V.

Geelzucht, V.

Geëmancipeerd.

Geen (ontkenning), geene.

Geenerhande.

Geenerlei.

Geëngageerd.

Geëngageerden (mv.).

Geenszins.

Geep, V., geepen. Geepje, O., geepjes.

Geepsch.

Geer, V., geeren. Geertje, O., geertjes.

Geerard (kruid), V.

Geerardskruid, O.

Geeren, geerde, heeft gegeerd.

Geërfde, M. en V., geërfden.

Geerig.

Geertelsel, M., geertelsels.

Geerten, geertte, heeft gegeert.

Geervalk, M., geervalken.

Geesel, M., geesels en geeselen. Geeseltje, O., geeseltjes.

Geeselbank, V., geeselbanken.

Geeselbroeder, M., geeselbroeders.

Geeselen, geeselde, heeft gegeeseld.

Geeseling, V., geeselingen.

Geeselmonnik, M., geeselmonniken.

Geeselpaal, M., geeselpalen.

Geeselpaard, O., geeselpaarden.

Geeselroede, V., geeselroeden.

Geeselslag, M., geeselslagen.

Geeselsteen, M., geeselsteenen.

Geeselstraf, V.

Geest (ziel en geestverschijning), M., geesten. Geestje, O., geestjes.

Geest (zandige streek), V.

Geestdoodend, geestdoodender, geestdoodendst.

Geestdrift, V.

Geestdriftig, geestdriftiger, geestdriftigst.

Geestdrijvend.

Geestdrijver, M., geestdrijvers.

Geestdrijverij, V.

Geestelijk.

Geestelijke, M., geestelijken.

Geestelijkheid, V.

Geesteloos, geesteloozer, geesteloost.

Geestenbanner, M., geestenbanners.

Geestendom, O.

Geestenleer, V.

Geestenrijk, O.

Geestenwereld, V.

Geestenziener, M., geestenzieners.

Geestesarbeid, M.

Geestesgaven (mv.), V.

Geestesrichting, V., geestesrichtingen.

Geestgrond, M., geestgronden.

Geestig, geestiger, geestigst.

Geestigheid, V., geestigheden.

Geestkracht, V.

Geestrijk.

Geestverheffend.

Geestverheffing, V.

Geestvermogen, O., geestvermogens.

Geestverschijning, V., geestverschijningen.

Geestverwant, M., geestverwanten.

Geeuw, M., geeuwen. Geeuwtje, O., geeuwtjes.

Geeuwen, geeuwde, heeft gegeeuwd.

Geeuwerig, geeuweriger, geeuwerigst.

Geeuwhonger, M.

Geëvenredigd.

Gefemel, O.

Gefijmel en Gefiemel, O.

Gefladder, O.

Gefleem, O.

Geflikflooi, O.

Geflikker, O.

Geflonker, O.

Gefluister, O.

Gefluit, O.

Gefoeter, O.

Gefonkel, O.

Geforceerd.

Gefortuneerd.

Gegadigde, M. en V., gegadigden.

Gegageerde, M., gegageerden.

Gegalm, O.

Gegeven, O., gegevens.

Gegil, O.

Geglansd.

Gegleufd.

Geglinster, O.

Gegoed, gegoedst

Gegoedheid, V.

Gegons, O.

Gegrabbel, O.

Gegradueerd.

Gegradueerde, M., gegradueerden.

Gegrijns, O.

Gegrinnik, O.

Gegroefd.

Gegrond, gegronder, gegrondst.

Gegrondheid, V.

Gehaast (bnw).

Gehaat, gehater, gehaatst.

Gehakketeer, O.

Gehakt, O., Gehaktje, O.

Gehakt (bnw.).

Gehalte, O., gehalten.

Gehamer, O.

Gehandschoend.

Gehard, geharder, gehardst.

Gehardheid, V.

Geharnast.

Geharrewar, O.

Gehaspel, O.

Gehecht.

Gehechtheid, V.

Geheel, geheele.

Geheel, O., geheelen.

Geheelonthouder, M., geheelonthouders.

Geheiligd, geheiligdst.

Geheim, O., geheimen. Geheimpje, O., geheimpjes.

Geheimenis, V., geheimenissen.

Geheimhouden, hield geheim, heeft geheimgehouden.

Geheimhouding, V.

Geheimschrift; O,

Geheimschrijver, M., geheimschrijvers.

Geheimzinnig, geheimzinniger, geheimzinnigst.

Geheimzinnigheid, V.

Gehelmd.

Gehemelte, O., gehemelten.

Gehemelteletter, V., gehemelteletters.

Geheng, O., gehengen.

Gehengen, gehengde, heeft gehengd.

Geheugen, O.

Geheugenis, V., geheugenissen.

Geheugenloos, geheugenloozer, geheugenloost.

Geheugenwerk, O.

Gehijg, O.

Gehik, O.

Gehinnik, O.

Gehoefslaagde, M. en V., gehoefslaagden.

Gehoest, O.

Gehoofd (gehuisd en gehoofd).

Gehoor, O., gehooren.

Gehoorbeen, O., gehoorbeenderen; gehoorbeentje, O., gehoorbeentjes.

Gehoorgang, V., gehoorgangen.

Gehoorig, gehooriger, gehoorigst.

Gehoorigheid, V.

Gehoornd en Gehorend.

Gehoororgaan, O., gehoororganen.

Gehoorweg, M., gehoorwegen.

Gehoorzaal, V., gehoorzalen; gehoorzaaltje, O., gehoorzaaltjes.

Gehoorzaam, gehoorzamer, gehoorzaamst.

Gehoorzaamheid, V.

Gehoorzamen, gehoorzaamde, heeft gehoorzaamd.

Gehoorzenuw, V., gehoorzenuwen.

Gehouden (bnw.).

Gehoudenheid, V.

Gehoudenis, V., gehoudenissen.

Gehucht, O., gehuchten. Gehuchtje, O., gehuchtjes.

Gehuichel, O.

Gehuil, O.

Gehumeurd.

Gehunker, O.

Gehuwd.

Gei, V., geien.

Geiblok, O., geiblokken en geibloks.

Geien, geide, heeft gegeid.

Geijkt.

Geil, geiler, geilst.

Geil (vocht), O.

Geil (plant), O.

Geilen, geilde, heeft gegeild.

Geilheid, V.

Geïllustreerd.

Geinster, V., geinsters.

Geïnteresseerd.

Geit, V., geiten. Geitje, O., geitjes.

Geitachtig.

Geitebaard, M., geitebaarden.

Geitebok, M., geitebokken; geitebokje, O., geitebokjes.

Geiteleer en Geitenleer, O.

Geiteleeren en Geitenleeren (bnw.).

Geitenblad, O.

Geitenfokkerij, V., geitenfokkerijen.

Geitenhaar, O.

Geitenhoeder, M., geitenhoeders.

Geitenhoedster, V., geitenhoedsters.

Geitenmelk, V.

Geitenmelker, M., geitenmelkers.

Geitenstal, M., geitenstallen; geitenstalletje, O., geitenstalletjes.

Geitepoot, M., geitepooten.

Geitevel, O., geitevellen; geitevelletje, O., geitevelletjes.

Geitevellen (bnw.).

Geitevleesch en Geitenvleesch, O.

Geitouw, O., geitouwen.

Gejaag, O.

Gejaagd, gejaagder, gejaagdst.

Gejaagdheid, V.

Gejacht, O.

Gejakker, O.

Gejammer, O.

Gejank, O.

Gejoel, O.

Gejubel, O.

Gejuich, O.

Gek, gekker, gekst.

Gek (dwaas en draaiende kap), M., gekken. Gekje, O., gekjes.

Gekakel, O.

Gekamerd.

Gekarteld.

Gekef, O.

Gekeperd.

Gekerm, O.

Gekeuvel, O.

Gekheid, V., gekheden. Gekheidje, O., gekheidjes.

Gekibbel, O.

Gekield.

Gekietel, O.

Gekijf, O.

Gekir, O.

Gekittel, O.

Gekken, gekte, heeft gegekt.

Gekkengetal, O.

Gekkenhuis, O., gekkenhuizen.

Gekkennommer, O.

Gekkenpraat, M.

Gekkentaal, V.

Gekkenwerk, O.

Gekker, M., gekkers.

Gekkernij, V., gekkernijen. Gekkernijtje, O., gekkernijtjes.

Gekkin, V., gekkinnen. Gekkinnetje, O., gekkinnetjes.

Geklaag, O.

Geklapper, O.

Geklater, O.

Geklauwd.

Gekleed, gekleeder, gekleedst.

Geklep, O.

Geklepper, O.

Geklets, O.

Gekletter, O.

Gekleurd.

Geklikklak, O.

Geklonken.

Geklop, O.

Geklots, O.

Geklungel, O.

Geknabbel, O.

Geknal, O

Geknars, O.

Geknetter, O.

Geknipoog, O.

Geknoei, O.

Geknor, O.

Geknot, geknotte.

Geknutsel, O.

Gekonkel, O.

Gekoppeld.

Gekorven.

Gekoust.

Gekraagd.

Gekraai, O.

Gekraak, O.

Gekrab, O.

Gekrabbel, O.

Gekras, O.

Gekreun, O.

Gekriebel, O.

Gekrieuw, O.

Gekriewel, O.

Gekrijsch, O.

Gekrioel, O.

Gekroesd.

Gekromd.

Gekroond.

Gekruist.

Gekruld.

Gekscheren, gekscheerde, heeft gegekscheerd.

Gekscheren, O.

Gekskap (kap), V., gekskappen; gekskapje O., gekskapjes.

Gekskap (persoon), M. en V., gekskappen; gekskapje, O., gekskapjes.

Gekskolf, V., gekskolven; gekskolfje, O., gekskolfjes.

Geksstok (zotskolf), M., geksstokken; geksstokje, O., geksstokjes.

Geksteken, O.

Gekstok (van eene pomp), M., gekstokken.

Gekuch, O.

Gekuip, O.

Gekuischt, gekuischter.

Gekuischtheid, V.

Gekunsteld.

Gekunsteldheid, V.

Gekwaak, O.

Gekwansel, O.

Gekwartileerd.

Gekweel, O.

Gekwel, O.

Gekwetter, O.

Gekwispel, O.

Gelaarsd.

Gelaat, O.

Gelaatkunde, V.

Gelaatkundig.

Gelaatshoek, M., gelaatshoeken.

Gelaatskleur, V.

Gelaatsspier, V., gelaatsspieren.

Gelaatstint, V.

Gelaatstrek, M., gelaatstrekken.

Gelaatstype, O., gelaatstypen.

Gelaatsuitdrukking, V., gelaatsuitdrukkingen.

Gelach (het lachen), O.

Gelag (drinkgelag), O., gelagen.

Gelag (lot), O.

Gelagkamer, V., gelagkamers.

Gelakt.

Gelambrizeerd.

Gelamenteer, O.

Geland.

Gelande, M. en V., gelanden.

Gelang (Naar gelang van).

Gelasten, gelastte, heeft gelast.

Gelastigde, M. en V., gelastigden.

Gelaten, gelatener, gelatenst.

Gelaten (zich gelaten), geliet zich, heeft zich gelaten.

Gelatenheid, V.

Gelatine, V.

Gelauwerd.

Geld, O., gelden. Geldje, O.

Geld (bnw.), gelde.

Geldboete, V., geldboeten.

Geldelijk.

Geldeloos, geldelooze.

Gelden, gold, heeft gegolden.

Geldend.

Geldgebrek, O.

Geldgierig.

Geldhandel, M.

Geldheffing, V., geldheffingen.

Geldig, geldiger, geldigst.

Geldigheid, V.

Geldkist, V., geldkisten.

Geldkoers, M., geldkoersen.

Geldlade, V., geldladen; geldlaatje, O., geldlaatjes.

Geldleening, V., geldleeningen.

Geldmarkt, V., geldmarkten.

Geldmiddelen (mv.), O.

Geldschieter, M., geldschieters.

Geldslaan, O.

Geldsom, V., geldsommen.

Geldstuk, O., geldstukken; geldstukje, O., geldstukjes.

Geldswaarde, V.

Geldswaardig.

Geldtrommel, V., geldtrommels; geldtrommeltje, O., geldtrommeltjes.

Geldverlegenheid, V.

Geldverlies, O., geldverliezen.

Geldwinning, V.

Geldzaak, V., geldzaken.

Geldzak, M., geldzakken; geldzakje, O., geldzakjes.

Geldzucht, V.

Geldzuchtig, geldzuchtiger, geldzuchtigst.

Geleden.

Geledigd.

Geleding, V., geledingen.

Geleed, gelede.

Geleend.

Geleerd (kundig), geleerder, geleerdst.

Geleerd (geladderd).

Geleerde, M. en V., geleerden.

Geleerdheid, V., geleerdheden.

Gelegen, gelegener, gelegenst.

Gelegenheid, V., gelegenheden. Gelegenheidje, O., gelegenheidjes.

Gelegenheidsgedicht, O., gelegenheidsgedichten.

Gelegenheidsgezicht, O., gelegenheidsgezichten.

Gelegenheidspreek, V., gelegenheidspreeken.

Gelegenheidsvers, O., gelegenheidsverzen.

Gelei, V., geleien.

Geleiachtig, geleiachtiger, geleiachtigst.

Geleibiljet, O., geleibiljetten.

Geleibrief, M., geleibrieven.

Geleide, O.

Geleidelijk, geleidelijker, geleidelijkst.

Geleiden, geleidde, heeft geleid.

Geleider, M., geleiders.

Geleiding, V., geleidingen.

Geleidingsvermogen, O.

Geleidraad, M., geleidraden.

Geleidster en geleidstar, V., geleidsterren en geleidstarren.

Geleidster, V., geleidsters.

Geleigeest, M., geleigeesten.

Geleigeld, O., geleigelden.

Geleipotje, O., geleipotjes.

Gelel, O.

Gelen, geelde, heeft en is gegeeld.

Geletterd.

Geletterdheid, V.

Geleuter, O.

Gelfsch.

Gelid, O., gelederen.

Geliefd, geliefder, geliefdst.

Geliefde, M. en V., geliefden.

Geliefhebber, O.

Geliefkoosd.

Gelieven (mv.), M.

Gelieven, geliefde, heeft geliefd.

Gelijk, gelijker, gelijkst.

Gelijk, O.

Gelijkbeenig.

Gelijkbreien, breide gelijk, heeft gelijkgebreid.

Gelijkdraadsch.

Gelijkelijk.

Gelijken, geleek, geleken, heeft geleken.

Gelijkenis, V., gelijkenissen.

Gelijkerwijze en gelijkerwijs.

Gelijkheid, V.

Gelijkhoekig.

Gelijkkloppen, klopte gelijk, heeft gelijkgeklopt.

Gelijkknippen, knipte gelijk, heeft gelijkgeknipt.

Gelijkkomen, komt gelijk, kwam gelijk, kwamen gelijk, is gelijk gekomen.

Gelijkloopen, liep gelijk, heeft gelijkgeloopen.

Gelijkluidend.

Gelijkluidendheid, V.

Gelijkmaken, maakte gelijk, heeft gelijkgemaakt.

Gelijkmatig, gelijkmatiger, gelijkmatigst.

Gelijkmatigheid, V.

Gelijkmoedig.

Gelijkmoedigheid, V.

Gelijknamig.

Gelijknamigheid, V.

Gelijkschaven, schaafde gelijk, heeft gelijkgeschaafd.

Gelijkslachtig.

Gelijkslachtigheid, V.

Gelijksoortig.

Gelijksoortigheid, V.

Gelijkstaan, staat gelijk, stond gelijk, heeft gelijkgestaan.

Gelijkstandig.

Gelijkstellen, stelde gelijk, heeft gelijkgesteld.

Gelijkstrijken, streek gelijk, streken gelijk, heeft gelijkgestreken.

Gelijkstroom, M.

Gelijkteeken, O., gelijkteekens.

Gelijktijdig.

Gelijktijdigheid, V.

Gelijkvijlen, vijlde gelijk, heeft gelijkgevijld.

Gelijkvloeiend.

Gelijkvloers.

Gelijkvormig.

Gelijkvormigheid, V.

Gelijkvormigheidspunt, O., gelijkvormigheidspunten.

Gelijkzetten, zette gelijk, heeft gelijkgezet.

Gelijkzijdig.

Gelijkzijdigheid, V.

Gelijnd.

Gelik, O.

Gelinieerd.

Gelispel, O.

Gelletje, O., gelletjes.

Gelling, V.

Geloei, O.

Gelofte, V., geloften.

Geloftenis, V., geloftenissen.

Gelol, O.

Geloof, O.

Geloofbaar, geloofbaarder, geloofbaarst.

Geloofbaarheid, V.

Geloofelijk, geloofelijker, geloofelijkst.

Geloofelijkheid, V.

Geloofsartikel, O., geloofsartikelen en geloofsartikels.

Geloofsbelijdenis, V., geloofsbelijdenissen.

Geloofsbrief, M., geloofsbrieven.

Geloofsdwang, M.

Geloofsgenoot, M., geloofsgenooten.

Geloofsgenoote, V., geloofsgenooten.

Geloofshaat, M.

Geloofsheld, M., geloofshelden.

Geloofsleer, V.

Geloofsovertuiging, V., geloofsovertuigingen.

Geloofspunt, O., geloofspunten.

Geloofsstuk, O., geloofsstukken.

Geloofsvervolging, V., geloofsvervolgingen.

Geloofsvrijheid, V.

Geloofswaarheid, V., geloofswaarheden.

Geloofszaak, V., geloofszaken.

Geloofwaardig, geloofwaardiger, geloofwaardigst, of meer en meest geloofwaardig.

Geloofwaardigheid, V.

Geloop, O.

Gelooven, geloofde, heeft geloofd.

Geloovig, gelooviger, geloovigst.

Geloovige, M. en V., geloovigen.

Geloovigheid, V.

Gelui, O.

Geluid, O., geluiden. Geluidje, O., geluidjes.

Geluidgevend.

Geluidsleer, V.

Geluier, O.

Geluimd.

Geluk, O. Gelukje, O., gelukjes.

Gelukken, gelukte, is gelukt.

Gelukkig, gelukkiger, gelukkigst.

Gelukkigerwijze en gelukkigerwijs.

Geluksbode, M. en V., geluksboden.

Geluksgodin, V., geluksgodinnen.

Gelukshans, M., gelukshanzen.

Gelukskind, O., gelukskinderen.

Geluksster en geluksstar, V., gelukssterren en geluksstarren.

Geluksvogel, M., geluksvogels.

Gelukwensch, M., gelukwenschen.

Gelukwenschen, wenschte geluk, heeft gelukgewenscht.

Gelukwensching, V., gelukwenschingen.

Gelukzalig, gelukzaliger, gelukzaligst.

Gelukzaligheid, V., gelukzaligheden.

Gelukzoeker, M., gelukzoekers.

Gelusten, gelustte, heeft gelust.

Gemaakt, gemaakter, gemaaktst.

Gemaaktheid, V.

Gemaal, M., gemaals en gemalen.

Gemaal (gezanik), O.

Gemaal, O. (Gemaal en geslacht).

Gemacht, O.

Gemachtigde, M. en V., gemachtigden.

Gemak, O., gemakken. Gemakje, O., gemakjes.

Gemakkelijk, gemakkelijker, gemakkelijkst.

Gemakkelijkheid, V.

Gemakshalve.

Gemakzucht, V.

Gemal, O.

Gemalin, V., gemalinnen.

Gemanierd, gemanierder, gemanierdst.

Gemanierdheid, V.

Gemartel, O.

Gemaskerd.

Gematigd, gematigder, gematigdst.

Gematigdheid, V.

Gemauw, O.

Gember, V.

Gemberbier, O.

Gemberlepel, M., gemberlepels.

Gemberpot, M., gemberpotten.

Gemberstroop, V.

Gembervork, V., gembervorken.

Gemeen, gemeener, gemeenst.

Gemeen, O.

Gemeenebest, O., gemeenebesten.

Gemeenheid, V., gemeenheden.

Gemeeniteit, V., gemeeniteiten.

Gemeenlandshuis, O.

Gemeenlijk.

Gemeenplaats, V., gemeenplaatsen.

Gemeenschap, V., gemeenschappen.

Gemeenschappelijk.

Gemeenslachtig.

Gemeente, V., gemeenten.

Gemeente-archief, O., gemeente-archieven.

Gemeente-archivaris, M., gemeente-archivarissen.

Gemeentebegrooting, V., gemeentebegrootingen.

Gemeentebelasting, V., gemeentebelastingen.

Gemeentebestuur, O., gemeentebesturen.

Gemeentegrond, M., gemeentegronden.

Gemeentehuis, O., gemeentehuizen.

Gemeentenaar, M., gemeentenaren.

Gemeente-ontvanger, M., gemeente-ontvangers.

Gemeente-opzichter, M., gemeente-opzichters.

Gemeenteraad, M., gemeenteraden.

Gemeenterekening, V.

Gemeenteschool, V., gemeentescholen.

Gemeentesecretaris, M., gemeentesecretarissen.

Gemeentewet, V., gemeentewetten.

Gemeentezaak, V., gemeentezaken.

Gemeenzaam, gemeenzamer, gemeenzaamst.

Gemeenzaamheid, V., gemeenzaamheden.

Gemeesmuil, O.

Gemeet, O.

Gemelijk, gemelijker, gemelijkst.

Gemelijkheid, V.

Gemengd.

Gemerkt.

Gemet, O., gemeten.

Gemetsel, O.

Gemeubileerd.

Gemiauw of Gemiaauw, O.

Gemiddelde, O., gemiddelden.

Gemijmer, O.

Gemijterd.

Gemis, O.

Gemoed, O., gemoederen.

Gemoedelijk, gemoedelijker, gemoedelijkst.

Gemoedelijkheid, V.

Gemoedsaandoening, V., gemoedsaandoeningen.

Gemoedsaard, M.

Gemoedsbeweging, V., gemoedsbewegingen.

Gemoedsbezwaar, O., gemoedsbezwaren.

Gemoedsgesteldheid, V.

Gemoedsleven, O.

Gemoedsrust, V.

Gemoedsstemming, V., gemoedsstemmingen.

Gemoet (Te gemoet).

Gemok, O.

Gemompel, O.