1 Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den druk aangebracht.

2 Niet ingevuld.

3 In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667, Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden.

4 van 18 Oct. 1666.

5 Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki.

6 Kol. Arch. no. 457.

7 Kol. Arch. no. 255.

8 In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester (H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod, Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan, 1729, bl. 232.

9 de “Zuylen”, den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan.

10 Oostvoort in Bijl. Ia.

11 François de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben te doen.

12 Zie bl. 86 hiervóór.

13 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456.

14 Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon.

15 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455–56.

16 twee?

17 In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip “Groot Hollandia” genoemd, ter onderscheiding van ’s lands schip Hollandia. (Res. 15 Sept. 1627).

18 Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad Ords. (Dagr. Bat.).

19 Volgens “Begin ende Voortgangh” (II, 1646, 20e stuk, bl. 18): 14 April 1627.

20 Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland; ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623).

21 Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: “On the 10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with the view of attacking a fleet which had been prepared there for a journey to Japan.... The Dutch admiral’s ship was boarded and burnt, thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After the loss of this ship the other three vessels retired.”—Zie nog C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77.

22 Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: “Tegenwoordich weeten niet datter eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten”.

23 Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook ’t Quelpaert de Brack vóór 8 Jan. zijn teruggekeerd.

24 Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21 November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13).

Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.—Q. 434) werd Camps toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx’ tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps’ commissie is van 13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx’ vertrek van Firando, zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip “de Swaen”, aan boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20 Dec. 1621).

25 Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan aen d’Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637 geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637.

26 Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de Japanners.

27 Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door d’Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest: Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando 24 Meert Ao 1637).

28 zijde, staat in Dagr. Japan.

29 Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals, volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden, Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616).

30 Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613, Introduction, bl. LI.

31 Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers: “Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met schoone vrouwen ende kinderen”.

32 “This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare” (Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]).

The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to the scanty historical material which we have at hand, established a rough form of government over their settlements. So admirable was the organization that the different bands lived together without discord and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to look after the interests of the combined bands whenever anything arose of common concern. The strongest of them was a powerful band under the leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns, and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually attained a position so formidable that smaller bands combined with them for their own protection, and thus nearly the whole of the China and Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and the father of Koxinga.” (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903) bl. 8).

33 “sijn genoegen van d’onsen over sijne gepretendeerde diensten seer cleijn was” (Miss. Firando 17 Nov. 1625).

34 Miss. Firando 26 Oct. 1625.

35 Miss. Firando 17 Nov. 1625.—Letters written by the English Residents in Japan 1611–1623, bl. 271.

36 In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat “zoon” en “schoonzoon” worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der Chineezen te Batavia (1636–1645).

37 Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet gebleken. Journaal Hamel.

38 Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en 9200–9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.