1 Heilige oorlog: Kruistocht. 

2 Avignon was toen de zetel van den Paus. 

3 Behoedt mij. 

4 Zonder wacht. 

5 Dit drietal waren schilders, die ten tijde van Boccaccio leefden. 

6 De Mugnone is een stroom, die zich bij Florence in den Arno stort. 

7 De Heliotroop is een kostbare steen evenals de smaragd rood gevlekt, waaraan de Ouden de eigenschap toeschreven onzichtbaar te maken wie hem droeg. 

8 Settignano en Montisci of Montici, twee streken van den Valdarno, de eene op drie, de ander op twee en een halve mijl van Florence. 

9 Fiesole ligt op een heuvel in gezonde lucht, Sinigaglia in een ongezond moeras vooral gedurende den zomer. 

10 De uitgang “azza” heeft door den klank in het Italiaansch iets verachtelijks. 

11 Te Florence evenals in alle andere, middeneeuwsche republieken noopte de staatkundige naijver der stads-partijen altijd vreemde magistraten te kiezen. 

12 Vele commentators beweren, dat dit geval voor de helft werkelijk is gebeurd en dat Boccaccio in den leerling zich zelf schildert, aan wien de poets wordt gebakken door de weduwe, die hij beminde. 

13 Middeneeuwsche uitdrukking voor: naar den grond, daar de hel onder de aarde was. 

14 Camollia, een straat in Siena. 

15 Daar de doktoren over de toga van scharlaken een mantel droegen van bont en op het hoofd een bonten baret. 

16 Lucifer van San Gallo, een dwaasheid in scherts gezegd, evenals mellonaggine da Legnaja. Maar hier is het noodig er bij te voegen, dat werkelijk uit Legnaja, een dorp niet ver van Florence de beste en grootste meloenen komen en ook komkommers. Mellonaggine beteekent ezelachtigheid. 

17 Priester Johannes was een legendaire figuur uit de Middeneeuwen, die een zeer machtig christelijk rijk beheerschte van het Oosten in Aethiopië of in Indië. 

18 Dit bewijst, dat de doktoren toen ook nog drogisten waren en geneesmiddelen bereidden en verkochten. 

19 Het schijnt dat men hier het tegenovergestelde moet lezen, maar niet voor niets steekt Bruno den draak met de onnoozelheid van den dokter. 

20 Vet varken. 

21 Peretola ligt misschien vier mijlen van Florence, maar aan dien dokter schijnt dit een heel ding. 

22 Een slechte buurt in Florence. 

23 Gewoonlijk spreekt hij van groote dwaasheden om dien zot te verbluffen. De guitaren van turksch koren, zouden volgens Martinelli, guitaren uit riet van Turksch koren of zwart graan zijn, die de kinderen der landbouwers vervaardigen. 

24 Bagattini, kleine venetiaansche munt. 

25 Maëstro Scipa, een spotnaam. Scipa is ongetwijfeld afgeleid van scipito, leeghoofd, dwaas. 

26 Hoewel de commentatoren hier: “comeque’ signori” niet begrijpen, komt mij voor, dat hiermee slechts ironisch geen andere heeren bedoeld zijn dan Bruno en Buffalmacco zelf.

(De Vertaler.) 

27 In den gevel van de kerk van Pasignano, een dorp van het florentijnsche graafschap, was God de Vader geschilderd. Maar de goede dokter verbeeldde zich, dat Buffalmacco werkelijk bij deze vreeselijke Godheid een belofte deed. 

28 Woordspeling van meloen met mellonaggine, de onnoozelheid van den dokter. Sommige, vroegere navorschers hebben echter beweerd, dat imparar sulla mela en sul mellone een dubbelzinnige en verachtelijke beteekenis had en misschien bedoelde Buffalmacco het ook zoo. 

29 Namelijk wanneer de winkels gesloten zijn en er geen zout te koop is, wat gelijk staat met hem voor dwaas uit te schelden. 

30 Civillari was in Florence een plaats, waar zekere kuilen waren om de uitwerpselen te bewaren en er de omliggende tuinen van te voorzien. Die naam en allen, die volgen, als Laterina (wat een streek is in het gebied van Arezzo maar hier latrine beteekent), Tamagnino, Meta enz., zijn van Florentijnschen tongval en zinspelen weinig geschaafd op faecaliën, uitwerpselen en ander vuil van dit soort. 

31 Werktuigen van het edele gilde der putscheppers. 

32 Hier spreekt Boccaccio zich tegen, want in den aanvang der historie heeft hij gezegd, dat de dokter in Florence was geboren. 

33 Er bestond werkelijk destijds een orde van gedoopte (eigenlijk gebaadde) ridders, die zeer gezien en beroemd was en die de gewoonte had de nieuwelingen openlijk in de kerk in een bad te dompelen. De plechtigheid had met zeer groote praal plaats en daarom waren de kosten zeer hoog. Derhalve om hem niet wegens zijn gierigheid te verschrikken, verzekeren de schelmen, dat de gravin de kosten zal betalen, maar zij maken een woordspeling met dubbele beteekenis, want het bad, wat zij van plan zijn hem te geven, is er geen in water, maar in een … welriekende stof! 

34 Jancofiore, Biancofiore, Witte Bloem. 

35 In geheel Italië gedurende de Middeneeuwen en ook twee eeuwen nog daarna waren er blanke en oostersche slaven, wat wet en kerk toestonden. 

36 De kamers in de badhuizen waren zonder eenig raam om er de warmte in te bewaren en daardoor geheel donker. 

37 Het was toen gewoonte aan de zuilen van het bed eenige kleine instrumenten toe te voegen in den vorm van vogels, die door middel van zekere toestellen gemoduleerde klanken voortbrachten als het gezang van werkelijke vogels. In het oude gedicht Fabusso en Breusso, is in bijzonderheden zulk een bed beschreven. (Fanfani.)