Het beeld van Don Juan ligt uitgestrekt op een prachtige marmeren tombe.
De heilige vrouw was niet zeer ingenomen met haar conterfeitsel, en moet, toen het af was, tot den meer goedwilligen dan bekwamen schilder hebben gezegd: “De Heer vergeve u, broeder Juan; want Hij alleen weet, hoe gij mij met die zittingen hebt geplaagd, en ten slotte hebt gij mij ook nog leelijk en met bolle oogen uitgeschilderd.”
Haar beminnelijke oprechtheid vond eens uiting in de volgende woorden: “Toen ik jong was, noemde men mij schoon, en ik geloofde dat gaarne. Later zeide men mij, dat ik verstandig was, en dat geloofde ik eveneens; doch de tijd kwam, dat ik berouw had over die ijdele inbeeldingen. Nu verklaart men mij voor een heilige; maar thans verbeeld ik mij niet meer, dat het waarheid is.”
Gelukkig de geschiedschrijver en philosoof, die rustig zijn tenten zou kunnen opslaan in de buurt van dat klooster en er in alle kalmte de werken zou kunnen bestudeeren van de onvergelijkelijke voorgangster der Karmelieten. Hij zou niet alleen baat vinden voor zijn ziel, maar tevens, beter dan uit tal van kronieken, den geest leeren kennen, die het zestiende-eeuwsche Spanje bezielde, en waarvan Theresa een der nobelste draagsters is geweest. Zij was in waarheid de belichaming der christelijke gedachte. Macaulay heeft gezegd, dat het protestantisme sedert de zestiende eeuw geen duimbreed gronds had gewonnen. Als de H. Ignatius de held der verdediging van het Katholicisme mag genoemd worden, dan is de H. Theresa voorzeker er het hart van geweest.