[251] den heer te spelen.

[252] op zijn minst.

[253] Hebreeuwsche naam voor Egypte.

[254] Hier in goeden zin: grootsch, edelaardig.

[255] niet.

[256] Thans te vermaken.

[257] met duren eede.

[258] voor vlijt, dat toen nog zoo uitgesproken werd.

[259] Versta: daarheen, van waar.

[260] Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor reus.

[261] vochtige.

[262] voor u.

[263] bedelbrokken of liever benden.

[264] keuken.

[265] kraanvogels.

[266] Te gast te gaan.

[267] Thans den eik.

[268] Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare van.

[269] Trotsch, ontoeganklijk.

[270] Thans om te.

[271] Verkeerdelijk voor omvlochten.

[272] naauwlijks.

[273] afgemeten.

[274] gewelven.

[275] middelpunt.

[276] voor strafzwaard.

[277] Thans uwsweegs, sedert straat in den meer bepaalden zin van bestraten weg (via strata) gebezigd wordt.

[278] allerlaagsten.

[279] Fransche offrande, en dus verkeerdelijk meestal offerhand geschreven.

[280] Thans veroorlooft.

[281] verzacht het.

[282] ontbloote, zichtbare.

[283] Thans wordt.

[284] wegneemt.

[285] Thans tot en verkort.

[286] wijselijk.

[287] Germ. voor verwen.

[288] vrijwaren.

[289] Voor doorklieft.

[290] onderwijl.

[291] Thans zich.

[292] aan 't spit braden.

[293] zuur.

[294] gereed.

[295] Thans maan.

[296] verbijsterd (verg. 't Hoogd. verrückt).

[297] Voor terwijl.

[298] luchtige, vlugge.

[299] Minder gelukkig voor met getakte hoornen.

[300] Verwarring van konijnen en hazen.

[301] de golven van Thetys, d. i. de zee.

[302] klaarlijk.

[303] den reidans opent.

[304] Thans spreidt.

[305] Anders flambouw ('t Fransch flambeau), gelijk bureel van bureau.

[306] Neder-Egypte.

[307] overschaduwen.

[308] Thans dien.

[309] Thans tot morgenzon geslonken.

[310] helderheid te gunnen.

[311] bespreid.

[312] De Grieksche Wraakgodinnen.

[313] De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.

[314] Voor sterren.

[315] gedraaid.

[316] gouden lokken.

[317] Thans onttrokt aan.

[318] Voor gestarnte.

[319] verraderlijk (als een "dief" in den nacht ons besluipende).

[320] De bekende rivieren der oude wereld.

[321] Rijmshalven voor schadelijk.

[322] oorlogsmaagd.

[323] Thans wapenen.

[324] streng, wreed.

[325] Thans zoo.

[326] Rijmshalven voor het loof of lover.

[327] Thans voor het Fr. fluit verouderd (verg. echter nog ons pijper).

[328] ommekring.

[329] Voor de beesten van 't veld.

[330] dicht bewassen.

[331] Anders verloor.

[332] Voor ouderdom.

[333] Naar zijn eigenlijke beteekenis van vorm.

[334] gilde.

[335] bovenal.

[336] overtrokken, overschaduwd.

[337] Gallicisme voor graf.

[338] erfgenaam, 't Fr. hoir.

[339] Van ijs.

[340] gestalte.

[341] Thans eener zon.

[342] bliksemflits.

[343] Thans te.

[344] Thans in verlengden vorm vertoont (d.i. vertoogent).

[345] toorts.

[346] vonkt.

[347] Voor zoo en (d.i. niet).

[348] doorboorden.

[349] Rijmshalven maar verkeerdelijk voor gedocht.

[350] vergetelheid.

[351] Voor vlijmen, of liever vlijmend zwaard.

[352] laat vrij.

[353] Laat ze vlugten, trekken, reizen enz.

[354] Voor be-ijzeld.

[355] Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang ig in 't algemeen te velde getrokken.

[356] Gelijk meer als zal (verg. ook 't Eng. to will).

[357] weldra.

[358] in persoon (verg. echter aant. [355]).

[359] Verkeerdelijk voor van den Oceaan.

[360] Thans maakt u.

[361] weggevaagd (zie vroeger).

[362] Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor menschelijke treden.

[363] draai, ommezwaai.

[364] vergolden, betaald.

[365] Voor dubbel.

[366] Thans worden.

[367] arm.

[368] Thans om te, tot.

[369] D.i. den moed.

[370] D.i. de legerknechten (als die de wapens hunner vijanden vermeesteren).

[371] weifelen.

[372] oorloogt, strijdt.

[373] Thans werpt (even als, omgekeerd, thans wordt voor 't vroegere werd).

[374] In korten tijd.

[375] Voor gezwind.

[376] laat.

[377] Rijmshalven voor beroemen.

[378] kregel, wrevelig.

[379] bejammerd (nam. door de Egyptenaren).

[380] Hoogd. voor spoedig.

[381] Thans dien.

[382] Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem zijn hartstocht verleidde.

[383] Thans zelf.

[384] 'thelpt niet.

[385] voor onbedacht.

[386] Hier voor schaar.

[387] werpe.

[388] golvend, drijvend.

[389] stugge, harde (gelijk nog in Overijsel stoer; verg. ook ons stuursch).

[390] wankel-, kleinmoedig.

[391] Thans hoop.

[392] In 't midden.

[393] lager.

[394] tegen den aard.

[395] Dwars overtrekken.

[396] op den duur.

[397] Minder juist voor diepgaande, tot op 't grondelooze toe.

[398] D. i. van de zee.

[399] boos, verraderlijk.

[400] zakt.

[401] Thans eindlijk.

[402] Thans veelal verkeerdelijk ijselijk.

[403] vloeyend tal.

[404] Rijmshalven voor klimmen.

[405] Voor snellende.

[406] Thans dollen, woedenden.

[407] wien, tegen wien.

[408] geeft om.

[409] dwarsch, stuursch.

[410] vochtig gewoel voor 't gewoel der golven.

[411] binnen zoo korten tijd.

[412] Voor meest onvervalschte.

[413] goedgunstig.

[414] ruw, woest.

[415] Voor krijgswapens.

[416] Thans meê.

[417] trompet.

[418] voorstaat, beschermt.