[419] Voor met zijn schaduw overdekt.
[420] genieten (verg. nog ons órberen).
[421] Thans om te; verg. vroeger.
[422] Voor breed.
[423] Versta: treurend slaakte.
[424] Voor gesternte.
[425] Voor teeken van dankbaarheid.
[426] Thans niets.
[427] Thans bron.
[428] Tweeden naamvalsuitgang, thans oprechte.
[429] heeft het.
[430] Voor gebouwd.
[431] geheime raad.
[432] Namelijk het offer.
[433] Minder gelukkig voor gedenken, mij herinneren.
[434] Rijmshalven voor verdiensten.
[435] Voor doet versagen.
[436] trotschen.
[437] Behooren.
[438] straalt; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.
[439] Thans bezwijkt, zwicht.
[440] Rijmshalven voor melden.
[441] Voor verweren, beschermen.
[442] alleen (verg. 't hoogd. bloss).
[443] Latinisme voor nadat onze boeyen gebroken zijn.
[444] Maatshalven voor gekregen.
[445] Thans de Jordaan.
[446] Thans zich.
[447] Rijmshalven als stopwoord gebezigd.
[448] Voor kleed.
[449] voordeel.
[450] vochtig en daarom vaardig.
[451] ontsluit.
[452] ladder.
[453] snijdend, fel.
[454] bron-aâr.
[455] aarde.
[456] Uit levendige gunst; de leus der oude Rederijkers kamer te Amsterdam.