1 Iran omvat de landstreek tusschen den Indus ten oosten en de Tigris en Euphraat ten westen, den Oxus ten noorden en de Perzische golf ten zuiden. Perzië en Medië vormen hiervan gedeelten.
2 Anquetil du Perron. Zend-Avesta, ouvrage de Zoroastre en 3 vol. 4o, Paris 1771.
3 zij zijn: de oude Gātha’s, de jongere Gātha’s en het jonger Avesta.
4 zie bladz. 8 en 9 van dit werk.
5 Yasna 44, 3–7.
6 Yasna 31, 11.
7 Yasna 44. 3, 4, 7.
8 zie blz. 8.
9 zie bladz. 250 enz.
10 Zij zijn dus: Vohumanō, Asa, Armaiti, Khsatra, Haurvatāt en Ameretāt.
11 zie blz. 251.
12 Dit gebed luidt: Waar het gewenschte (ware) leven is, daar is de ordening uit gerechtigheid (Asa), die de daden des levens van vromen zin schept en behoort aan Mazda Ahura het rijk, dat hij geschapen heeft tot bescherming der vervolgde geloovigen.
13 Zie blz. 251.
14 Tevens vuurgod en wel god van het bliksemvuur, dat de bovenaardsche wateren doet stroomen.
15 Hemelsche geesten.
16 De onderdanen van koning Yima, de menschen der oudheid, werden niet ouder dan dien leeftijd: zij hadden een eeuwige jeugd.
17 Zie Brahmanisme, blz. 8.
18 Vayua, de god van den dampkring, is slechts aanbiddelijk voorzoover hij tot Asa’s rijk behoort.
19 of: na.
20 In den hier aangehaalden tekst wordt gedacht aan dienaren van Mazda, die zelfs hun bebouwde velden en de heilige stroomende wateren verlaten om niet met de daēvadienaren besmet te worden.
21 Het zaad en de adem hadden ook hun kracht aan het vuur te danken. Bij het gebed hield de Mazda-dienaar een linnen doek voor den mond om het „vuur van den adem” zuiver te houden.
22 Zie Brahmanisme blz. 11.
23 Dakhma’s geheeten.
24 „Kibleh”, letterlijk: het tegenovergestelde, dus: het tegenbeeld. We denken hierbij aan een bekend Hervormd Kerkgezang, namelijk Gezang 15:1, daar heet het o.a. van de zon: „Zij is de spiegel, die ons ’t beeld, Van uwe volheid mededeelt En uitlokt tot vertrouwen.”
25 Drie dagen lang liet men een lijk geheel onaangeroerd. Volgens het Zend-Avesta was eerst daarna de scheiding tusschen lichaam en ziel volkomen.
26 Prof. C. P. Tiele kwam tot dezelfde resultaten in zijn werk „Geschiedenis van den Godsdienst in de Oudheid”, Deel II. 1ste helft. De godsdienst onder de Iranische volken.