1 De Saksen alleen bedroegen 20.000 man. Zij gingen later naar hun land terug. Alboin’s geheele leger zal ongeveer uit 70.000 man bestaan hebben.
2 De Grieksche titel “Exarch” werd aan de Byzantijnsche stadhouders in Afrika en later aan die in Italië gegeven. De eerste, die officieel dien titel droeg te Ravenna, was waarschijnlijk Decius (c. 584.) Het geheele Byzantijnsche gebied in Italië was in naam aan hem onderworpen en vormde het “Exarchaat”, maar vele gedeelten waren feitelijk onafhankelijk.
3 Als een bewijs voor de waarheid van deze geschiedenis verzekert Paulus Diaconus dat, toen hij als jonge man (dus c. 745) aan het hof van Koning Ratchis te Pavia was, de Koning na een feestmaal voor zijn gasten den beroemden beker te voorschijn haalde, dien Alboin had laten maken van den schedel van Cunimund, den Koning der Gepiden.
4 De hertogen van Benevento en Spoleto waren blijkbaar de machtigste en onafhankelijkste. De namen van ongeveer 25 worden door de kroniekschrijvers vermeld.
5 Een bewijs daarvan is het feit, dat in 579 de hertog van Spoleto Classe, de haven van Ravenna innam en negen jaren behield. En omstreeks 589 werd Monte Cassino door de Longobarden van Benevento geplunderd.
6 In dezen tijd maakte Autharis volgens sommige kroniekschrijvers, een reis door zijn Koninkrijk en kwam zelf te Rhegium (Reggio) in Calabrië, waar hij, op het strand van de Middellandsche zee, met zijn speer de beroemde zuil zou hebben aangeraakt en zou gezegd hebben: “Dit is de grens van het rijk van Autharis.” Maar misschien heeft men Reggio in Calabrië verward met Reggio in Emilia.
7 Rome had nog een Byzantijnschen stadhouder en kommandant (Dux en Magister militum), die in naam onder den Exarch te Ravenna stonden, maar in de 7e eeuw zich langzamerhand meer macht aanmatigden, totdat Rome, na Venetië, de voornaamste Italiaansche republiek werd.
8 Zij werden overwonnen door Heraclius, die na Phocas Keizer was (610–641) in het oosten. De overblijfselen van het ras vestigden zich in Salzburg en werden in 791 door Karel den Groote in het Frankenrijk opgenomen.
9 Waarschijnlijk het eerst gebouwd toen Theoderik daar zijn paleis had (c. 500); afgebroken in 1811. Eenige overblijfselen ervan bestaan nog in Milaan en elders, De kunstwerken van marmer werden gebruikt voor den aanleg van het kanaal tusschen Pavia en Milaan!
10 Vergelijk Lodewijk XIV: L’état et l’église, c’est moi.
11 Grimwald voegde er iets bij en Liutprand nog 153. Ook Astulf maakte eenige wetten.
12 Van het feit, dat hij de zuster van den vermoorden Godebert trouwde, vindt men in deze tijden zooveel analoge gevallen, dat men er zich nauwelijks over verwondert.
13 Constans trok naar Rome, waar hij, die zijn broeder en een Paus had vermoord, de kerken rijkelijk begiftigde, doch tevens het vergulde dak van den koepel van het Pantheon liet afhalen. (Dit gebouw had Phocas aan Gregorius den Groote gegeven om het in een kerk te laten veranderen). Constans ging naar Sicilië, gedroeg zich daar vijf jaar als Verres, totdat een slaaf hem een kan met heet water op zijn hoofd smeet en hem in zijn bad verdronk.
14 Dit monster, Aribert, was een gunsteling van de katholieke geestelijken en van verscheidene Pausen, hetgeen de fusie van Longobarden en Italianen kan bevoordeeld hebben. Onder zijn bestuur werden zeker vele kerken gebouwd.
15 Abbacinato vgl. p. 15.
16 Een merkwaardig feit is, dat in de periode 727–74 de data, zooals wij die gekregen hebben, een jaar vroeger zijn, dan zij moeten zijn. In dit verband is het de moeite waard op te merken, dat tot de helft van de 6e eeuw de data dikwijls worden berekend naar de Romeinsche consulaten en dat er van 312 af een lastig en verwarrend systeem bestond om te rekenen met Interdicties, perioden van 15 jaar, gedurende welke de census van eigendommen en de aanslag in de belastingen onveranderd bleven.
17 Als Isauriër stond Leo onder invloed van den Iranischen (Perzischen, Zoroaster-) godsdienst, die beelden en tempels verwierp. Bovendien hadden de Muzelmannen een diepe minachting voor de wonderdoende beelden van de Christenen en werd Leo door de Romeinen ervan beschuldigd, dat hij zich daardoor liet influenceeren.
18 Erkend door de Roomsch-Katholieke kerk. Irene is als Heilige (!) in de Grieksche kalender opgenomen. Maar een andere vrouw, Theodora (c. 840), heeft de volledige overwinning van de iconolatrie in de kerk van het Oosten bewerkt.
19 Bij deze gelegenheid nam hij Sutri, in het hertogdom Rome en slechts 45 K.M. ongeveer van de hoofdstad. Maar deze stad gaf hij terug, en daar hij een vurig Katholiek was, gaf hij die niet aan de Romeinen, maar aan den H. Petrus, een feit, dat men kan beschouwen als de eerste kiem van de wereldlijke macht van de Pausen, want de Donatie van Constantijn is een verdichtsel.
20 Een collectie van 99 pauselijke brieven etc. verzameld op bevel van Karel den Groote.
21 Deze steden waren: Ravenna, Ancona, Bologna, Ferrara etc. Pepijn’s schenking was “aan den Heiligen Petrus, aan de Heilige Roomsche Republiek en aan alle volgende Pausen.” In antwoord aan een gezantschap uit Constantinopel verklaarde hij, dat hij alleen naar Italië gekomen was “uit liefde voor den H. Petrus en om vergiffenis te ontvangen voor zijn zonden.” Het document van Pepijn’s Donatie werd bewaard in den “Confessio” van de St. Pieter te Rome en bestond nog, toen de schrijver van het Leven van Paus Stephanus in den Liber Pontificalis leefde (c. 850–900?).
22 In zijn eerste phase wordt het Pausdom gesteund tegen den Romeinschen adel door de barbaarsche vorsten en de Keizers, die door donaties zijn onverzadelijke begeerte naar wereldlijke macht aanmoedigt. Dante gebruikt bittere woorden over die wolvin, die in haar magerheid met alle begeerten scheen belast (Inferno I, 50.) en na de voedering meer honger heeft dan te voren. (Inferno. I, 99.) En nog sterker in zijn Bijbelsch puttaneggiar co’ regi (Inferno XIX, 108.). Een van die regi was natuurlijk Karel van Anjou.
23 In Verona waren de weduwe en de kinderen van Karloman, en ook Adelchis, de zoon van Desiderius. De eersten werden gevangen genomen en naar een klooster gestuurd; de laatste ontsnapte naar Constantinopel.
24 Een legende, die merkwaardige overeenkomst toont met die van Tarpeia, verhaalt dat een dochter van Desiderius verliefd was op Karel en ’s nachts de poort opende voor de Frankische ruiters, die bij het binnendringen haar verpletterden.
25 Het Longobardische Hertogdom Benevento, ofschoon het vermeld wordt in de Donatie aan de Kerk, schijnt in deze geheele periode onafhankelijk gebleven te zijn. Het was later een deel van dat Zuid-Italië, welks geschiedenis zoo geheel anders is dan die van het overige schiereiland.
26 In 785 verplaatste Karel vele Saksen naar Frankische landen en daarop volgde een algemeene bekeering tot het Christendom. In 788 en 791 onderwierp hij de Beieren en de Avaren en lijfde hen bij zijn Rijk in.
27 “Where Charlemain with all his peerage fell by Fontarabia.”
28 Zie illustratie. Het is een copie van een stuk van het mozaïek, dat Leo III in zijn Triclinium (Feestzaal) in het Lateraan liet opstellen. Het origineel is c. 1740 vernield en copiën gemaakt naar oude teekeningen werden kort daarna door Benedictus XIV geplaatst onder de Tribune, die bij de Santa Scala (de marmeren trap van Pilatus huis) staat, dicht bij het Lateraan-Museum. De H. Petrus, wiens gestalte herinnert aan het beeld in het Vatikaan, biedt Leo de pauselijke stola en Karel het vaandel van Rome aan.
29 Exodus XVII, 11.
30 Waarschijnlijk is het juister te spreken van het Oostelijk Keizerrijk, hetgeen een soort van Babylonische ballingschap was van het oorspronkelijke Keizerrijk, en den titel “Romeinsch” voor dat Imperium te bewaren, waarvan Rome zelf de hoofdstad was. Zonder twijfel werd Karel door tijdgenooten als de onmiddellijke opvolger beschouwd van den ongelukkigen Constantinus VI (de 68e keizer van Augustus af), maar voor de Italianen was Rome de “Moeder” en Constantinopel slechts de “Dochter” van het Romeinsche Keizerrijk. Ook in de Lauresheimer Annales wordt als een krachtig argument voor de verkiezing van Karel aangevoerd, dat “hij Rome zelf in zijn macht heeft, waar de Caesars altijd gewoon waren te zetelen.” Bovendien zijn er vele bewijzen, waaruit blijkt dat het Romeinsche volk zichzelf en Rome als den eenigen oorsprong van het Imperium Romanum beschouwde. Zoo toont b.v. een bulla uit Leo’s tijd de beeltenis van Karel als Imperator en op de keerzijde een poort van de stad Rome met het opschrift Renovatio Romani Imperii. Niemand zal ontkennen dat het Oostelijke Keizerrijk dikwijls werd beschouwd als het Romeinsche Keizerrijk (zie b.v. Justinianus’ beschrijving van den Romeinschen adelaar in Dante’s Paradiso), maar te Rome heerschte het gevoelen, dat hier omschreven is.
31 Handelingen IX, 25.
32 Diploma’s (men weet niet volkomen zeker of zij echt zijn) van Paus Hadrianus’ tijd (772–95) geven Karel den titel van Imperator. De copie van den Bijbel, die Alcwin eenigen tijd voor de kroning, aan Karel als kerstgeschenk gaf, had tot opschrift: ad splendorem imperialis potentiae (Greg.).