367) Dit hoogst merkwaardig gedenkstuk bleef bewaard, en wel op een groot fragment van een muur, in het zuidelijk gedeelte van den tempel van Karnak. De zilveren plaat, waarop het gegraveerd was, en die de gezant Tarthiseboe aan Ramses moest overhandigen, wordt in den vierden regel van het verdrag vermeld en afgebeeld. Zij was rechthoekig en had van boven een oog, waaraan zij kon opgehangen worden. De hiëroglyphen-tekst werd uitgegeven door Burton, Lepsius en Brugsch. De beste vertaling hebben wij te danken aan F. Chabas, Voyage d’un Egyptien, p. 332 sv. Eene andere vertaling van dit verdrag vindt men in Egger’s Etudes sur les traités publics, p. 243, maar deze moet bij de latere van Chabas achterstaan.
368) Volgens den datum van bovenvermeld vredesverdrag. De 21ste Tybi onze 29ste Januari.
370) Van dit heiligdom wordt in verschillende papyrussen gewag gemaakt.
371) Een van deze bleef bewaard. Deze ligt onder de ruïnen van het oude Memphis op den grond.
372) Het zoogenaamd Ramesseum.
374) Diodorus I, 94.
Opmerkingen van de bewerker
Er is een inhoudsopgave met links naar de hoofdstukken toegevoegd na de titelpagina.
De voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het einde van de hoofdstukken.
Bij verwijzingen naar bladzijden in ditzelfde boek moet 6 worden opgeteld, bijv. “Zie boven blz. 61”, moet zijn: “Zie boven blz. 67”. De links gaan naar de juiste bladzij.
In het algemeen zijn er drie soorten van aanhalingstekens gebruikt. Hier en daar zijn de aanhalingstekens gecorrigeerd voor de duidelijkheid.
Inconsequente spelling is in het algemeen niet gecorrigeerd. De paar keren dat een afwijking is aangepast aan de meerderheid van de gevallen is aangegeven in onderstaande lijst.
Duidelijke drukfouten o.a. van leestekens,
ontbrekende spaties en gekantelde letters zijn
stilzwijgend gecorrigeerd. Ook zijn de volgende
correcties aangebracht, op bladzij
7 “bepaalder” in “bepaalden” (nemen hier bepaalden
vorm aan)
9 “sarophagen” in “sarcophagen” (werden sarcophagen
van steen en hout)
9 “lijdwaad” in “lijnwaad” (benevens windsels van
lijnwaad)
10 “hymmen” in “hymnen” (om godsdienstige hymnen te
zingen)
11 “nachttelijke” in “nachtelijke” (verboden om op
deze nachtelijke roovers jacht te maken)
15 “Pembesa” in “Penbesa” (Weet gij, Penbesa, gij
trouwe bewaker)
17 “Thutmes” in “Thotmes” (dat Thotmes III had
gegrondvest)
18 “Qornah” in “Qoernah” (van den tempel van
Qoernah)
19 “ontrokken” in “onttrokken” (door pleisterkalk
aan het oog onttrokken)
20 “adelijke” in “adellijke” (uit eene oude
adellijke familie)
21 “vijfstigste” in “vijftigste” (zijn vijftigste
jaar ingetreden.)
23 “Penim” in “Pinem” (de dochter van Pinem, den
Paraschiet)
23 “Ami” in “Ameni” (vroeg Ameni op hoog ernstigen
toon)
24 “onwewetend” in “onwetend” (waarlangs de menigte
onwetend voorbijging.)
26 “antwoorde” in “antwoordde” (»De prinses,”
antwoordde Pentaoer)
26 “Penim” in “Pinem” (naar het huis van Pinem den
weg te wijzen)
26 “peizend” in “peinzend” (liep peinzend het
vertrek op en neer)
33 “grieken” in “Grieken” (De Grieken noemden hem)
35 “litaniën” in “litanieën” (aan een ziekbed zijne
litanieën prevelde)
38 “voveel” in “zoveel” (toch reeds zooveel
nieuwigheden uit den vreemde)
43 “Paâkers” in “Paäkers” (en Paäkers vader is niet
alleen)
46 “Heroscoop” in “Horoscoop” (hernam de Horoscoop
Septah)
47 “zijn” in “zijns” (Deze bracht de mummie zijns
vaders naar Thebe)
56 “ztch” in “zich” (gewenscht zich te kunnen
verkleinen)
59 “Pantaoer” in “Pentaoer” (vroeg Pentaoer zich af)
61 “terechtwijzigingen” in “terechtwijzingen” (zijne
terechtwijzingen toeriep)
61 “van” toegevoegd (wanneer het gewicht van de
verhevenste gedachten)
66 “Ben-Anat” in “Bent-Anat” (zeide Bent-Anat,
terwijl de oude)
77 “volgden” in “volgde” (Met angstige spanning
volgde hij)
77 “onstuiming” in “onstuimig” (die hij onstuimig
aan zijne lippen drukte)
79 “Bent-Annat” in “Bent-Anat” (Bent-Anat zag hem nu
voor het eerst in)
79 “vertoonde” in “vertoonden” (trekken van
minachting vertoonden zich)
80 “Bent-Annat” in “Bent-Anat” (Bent-Anat bleef nog
een oogenblik staan)
88 “Nyldag” in “Nijldal” (de Hyksos uit het Nijldal
waren)
90 “zieh” in “zich” (verroerde zich geen zijner
leerlingen)
93 “taai” in “taal” (van wiens lippen de zoete taal
vloeit van)
99 “a” in “ja” (van uw soort, ja dat zeg ik)
101 “Eyptische” in “Egyptische” (van het Egyptische
volk niet nauwlettend)
112 “war” in “was” ( Hij was gesproten uit een
Semitisch geslacht)
112 “des” in “der” (de verdrijving der Hyksos)
112 “Thatmes” in “Thotmes” (en onder Thotmes en
Amenophis zich door dapperheid had onderscheiden.)
113 “maakte” in “maakten” (Zij maakten zich meester
van het Nijldal)
115 “berichttet” in “berichtte” (berichtte Ani, die
op hem wachtte)
115 “onstond” in “ontstond” (ontstond er weder eene
beweging)
118 “vronw” in “vrouw” (Bent-Anat, tot vrouw, en
ik zou Ramses niet zijn)
124 “Bent-Annat” in “Bent-Anat” (om de hand der
prinses Bent-Anat te verkrijgen)
125 “Katoetie” in “Katoeti” (en zag Katoeti vragend
aan)
138 “voitooide” in “voltooide” (Maar hij voltooide
den volzin niet)
139 “voetzoelen” in “voetzolen” (juist zijn hoofd en
zijne voetzolen raakten)
146 “ware” in “waren” (Terwijl dit gesprek werd
gevoerd, waren voor de hut van den Paraschiet twee
mannen)
149 “eIkander” in “elkander” (vielen de verdorde
bloemblaadjes uit elkander)
151 “hiëropglypen” in “hiëroglyphen” (de rijen
hiëroglyphen op de praalgebouwen)
154 “te” toegevoegd (met bijzonderen ijver te velde
te trekken)
163 “Syriscbe” in “Syrische” (bestuurde zijne vurige
Syrische rossen)
169 “vermelten” in “versmelten” (als ijs versmelten
en als zand verwaaien)
173 “jakhalsen” in “jakhalzen” (Wat janken de
jakhalzen!)
189 “bidt” in “bid” (Ik bid in het geheel niet)
194 “u” in “uw” (Bij al uw zoeken naar de
verborgenheden)
200 “pharo’s” in “pharao’s” (op den troon der
pharao’s dan hij.”)
202 “bezorgheid” in “bezorgdheid” (met eene
uitdrukking van onrust en bezorgdheid)
205 “Nochthans” in “Nochtans” (Nochtans was zijn
verzoek om schrijvers)
209 “beberoemd” in “beroemd” (hebt ge u zoo even
beroemd, dat de menschen)
216 “toonen” in “teenen” (de nagels van vingers en
teenen met oranjekleurige hennah)
216 “neen” in “neem” (neem dit reukwerk en verbrand
ervan)
221 “ondeling” in “onderling” (Zij waren onderling
verbonden door)
222 “lievelingdochter” in “lievelingsdochter” (in
het vertrek van Ramses’ lievelingsdochter)
229 “jeudige” in “jeugdige” (niemand heeft mijne
jeugdige schreden gericht)
241 “gezalft” in “gezalfd” (de hallen waarin ze
gezalfd werden)
249 “Rameni” in “Rameri” (zoo waarachtig als ik
Rameri heet)
250 “Rameni” in “Rameri” (Rameri viel Anana in de
rede)
254 “reliquiën” in “reliquieën” (wordt onder de
heiligste reliquieën gerekend)
265 “Bent Annat” in “Bent-Anat” (Bent-Anat gaf
trotsch een wenk)
273 “w nneer” in “wanneer” (te doorwaden, wanneer
zij op buit uitgaat)
278 “panlherhuiden” in “pantherhuiden” (bezig met de
pantherhuiden en verdere kleedingstukken)
284 “alleen” in “allen” (gij jongste van allen)
284 “Pentooer” in “Pentaoer” (De laatste kende
Pentaoer)
287 2x “Pinim” in “Pinem” (verwonde kind van den
Paraschiet Pinem) en (»En het was Pinem,” sprak de
opperpriester)
289 “de” in “ze” (Wij kroonden de vorsten, wij
noemden ze goden en leerden het volk)
291 “rijkte” in “reikte” (Ameni reikte den grijsaard
zijne)
291 “uitgsproken” in “uitgesproken” (mag volstrekt
niet uitgesproken worden.)
294 “Terzelder” in “Terzelfder” (Terzelfder ure had
vrouwe Katoeti)
296 “diet” in “niet” (waaraan ik heden niet offeren
mag.)
302 “uitgebouwen” in “uitgehouwen” (in de rots
uitgehouwen grafkamer)
303 “ingelijks” in “insgelijks” (traden insgelijks
het graf binnen)
314 “medgezel” in “metgezel” (zijn trouwen metgezel
op al zijne tochten)
339 “oogeu” in “oogen” (toen ik het zag, mijne oogen
meer zeer gedaan)
356 “Rameni” in “Rameri” (riep prins Rameri, die
zonder)
357 “veplegen” in “verplegen” (zij moet hare zieke
grootmoeder verplegen)
362 “hondermaal” in “honderdmaal” (is wel
honderdmaal gebeurd)
363 “noch” in “nog” (Ik kan nog niets met zekerheid
zeggen)
365 “edelknaaap” in “edelknaap” (uitgegeven voor
een edelknaap uit het gevolg)
368 “moedér” in “moeder” (de moeder bepaalt de
afkomst der kinderen)
370 “Rameni” in “Rameri” (»Maar een deel?” vroeg
Rameri.)
376 “vertrouwste” in “vertrouwdste” (de vertrouwdste
raadgeefster van den stadhouder)
376 “daar” in “naar” (behoeft hij niet naar
de goudmijnen te gaan)
377 “scheepsgezagvoeder” in “scheepsgezagvoerder”
(den scheepsgezagvoerder te bewegen in Chennoe te
landen)
380 “getróffen” in “getroffen” (Zij was getroffen
over hare buitengewone)
383 “Pentaoers’s” in “Pentaoer’s” (Pentaoer’s slapen
klopten geweldig.)
391 “melodiën” in “melodieën” (dat Warda hare
melodieën nazong)
400 “ij” in “hij” (heeft hij zich aan mij
geopenbaard)
406 “havan” in “haven” (aan de haven van Thebe)
408 “aklig” in “aaklig” (In ’t aaklig oord waar
slechts)
416 “trachte” in “trachtte” (De Ethiopische slaaf
trachtte, nu hij overtuigd was)
422 “Egygtoloog” in “Egyptoloog” (gestorven
Franschen Egyptoloog E. de Rougé)
427 “Mernepthah” in “Mernephtah” (De beide jongsten,
Mernephtah en Rameri)
428 “toe” in “toen” (toen ik voor het eerst naar het
land)
430 “hehben” in “hebben” (schijnt te hebben gelegd)
431 “Pidasa” in “Pisada” (volken van Pisada
(Pisidië))
443 “Hijksos” in “Hyksos” (waar vroeger de Hyksos
gelegerd waren)
443 “Chrolonogie” in “Chronologie” (Chronologie der
Aegypter)
443 “Wissenschapften” in “Wissenschaften” (der
Berliner Akademie der Wissenschaften)
449 “nog” in “noch” (wij zien noch rechts noch
links)
466 “Pinim” in “Pinem” (kleindochter van den
Paraschiet Pinem)
474 “eenveroordeelde” in “een veroordeelde” (als een
veroordeelde uit zijn kerker)
494 “stukkken” in “stukken” (Beide stukken geleken
elkander volkomen)
502 “Setschem” in “Setchem” (besteeg het schip van
vrouwe Setchem en beproefde)
503 “af” in “of” (dat haar zoon dood was, of Paäker
nog leefde)
507 “steven” in “streven” (Overigens was het zijn
ijverig streven)
507 “Hykos” in “Hyksos” (sedert de dagen der Hyksos).
En in voetnoot
12) “Merneptah” in “Mernephtah” (en zijn opvolger
Mernephtah afkomstig zijn)
28) “Madinet-Haboe” in “Medinet-Haboe” en
“Dumichem” in “Dümichen” (De volledigste, van
Medinet-Haboe, werd uitgegeven door Dümichen.)
50) “Ethopischen” in “Ethiopischen” (met een
Ethiopischen steen zoover door)
62) “Anibus” in “Anubis” (Een bijzondere vorm van
Anibus. Hij was de plaatselijke god)
111) “Hykos” in “Hyksos” (Na de verdrijving der
Hyksos door de koningen)
124) “konopen” in “kanopen” (in plaats van deze
vier kanopen-goden)
126) “hiëroglypisch” in “hiëroglyphisch” (Een
volledige tekst in hiëroglyphisch schrift)
132) “Mèlanges egyptologiques” in “Mélanges
égyptologiques” (in de papyrussen heeft gevonden:
Chabas, Mélanges égyptologiques II)
138) “phanteïsme” in “pantheïsme” (het pantheïsme
in de esoterische leer van de Egyptenaars)
138) “Ptolomaeën” in “Ptolemaeën” (tempels uit den
tijd der Ptolemaeën)
151) “Vlg.” in “Vgl.” (De leeuwenkoppige godin.
Vgl. bl. 61.)
151) “Etiopiërs” in “Ethiopiërs” ((en Ethiopiërs)
in het graf van Seti I)
170) “Gheta” in “Cheta” (met de Cheta, waarin van
de eene zijde)
224) “Vlg.” in “Vgl.” (Vgl. Ebers)
230) “heilïge” in “heilige” (Zoo worden de planeten
genoemd in de heilige teksten.)
243) “Ptolamceus” in “Ptolemaeus” ( dien Ptolemaeus
Philadelphus liet houden)
268) “aaroeping” in “aanroeping” (wordt deze
godheid in de 21ste aanroeping)
269) “vau” in “van” (het voeteinde van zijne
lijkbaar)
279) “ägyptsche” in “ägyptische” (Zeitschrift für
ägyptische Sprache)
279) “Alterthumskunde” in “Altertumskunde”
(ägyptische Sprache und Altertumskunde)
286) “pharo’s” in “pharao’s” (heette in den tijd
der pharao’s evenzoo.)
288) “n” in “in” (De Roode zee, in ’t Hebreeuwsch)
294) “dessert” in “desert” (het zeer belangrijke
werk van M. A. Palmer, The desert of the Exodus)
333) “18” in “18e” (gedenkteekenen uit de 18e
dynastie)
342) “vlg.” in “vgl.” (vgl. Deveria)
367) “Chabae” in “Chabas” (maar deze moet bij de
latere van Chabas achterstaan.).
Overigens is de originele tekst bewaard gebleven.