575 Journaal van Texier, 8 December 1779. 

576 Journaal van Texier, 6 Maart 1781. 

577 Journaal van Texier, 6 en 7 Maart 1780. 

578 Journaal van Texier, 23 Maart 1780. Dikwijls gebeurde het dat de stuurlieden, die voor het eerst Suriname bezochten, deze dwaling begingen, terwijl de schepen dan groot gevaar liepen van verbrijzeld te worden. Texier wenschte dit voor het vervolg te voorkomen; hij riep de aanwezige schippers bijeen, ten einde met hen hiertegen maatregelen te nemen. De schippers waren hierover zeer verheugd en raadden aan een Kaap op te rigten, om den hoek bij Braamspunt, op het Rif bij de Winiwinibo kreek en boodden aan daarvoor ieder voor zijn schip ƒ 20 kaapgeld te betalen. Journaal van Texier, 24 Mei 1780. 

579 Journaal van Texier, 5 Junij 1780. De kapitein van een tot assistentie gepreste Bark, leverde eene rekening van daghuur: 50 dagen à ƒ 100 en verdere schaden en kosten ƒ 4000, dus te zamen ƒ 9000. 

580 Journaal van Texier, 9 Mei 1780. 

581 Journaal van Texier, 13 Januarij 1781. 

582 Journaal van Texier, 6 Maart 1781. De Engelsche schippers en een Engelsch koopman, die zich op een dier vaartuigen bevond, verzochten weldra uit de gevangenis te worden ontslagen. Met algemeene stemmen werd dit verzoek door het Hof toegestaan en hun veroorloofd op hun eerewoord in Paramaribo te gaan, onder voorwaarde, dat zij zich bij het eerste alarm weder in arrest zouden begeven. Journaal van Texier, 17 Maart 1781. 

583 Journaal van Texier, 6 Maart 1781. 

584 Journaal van Texier, 7 Maart 1781. In de sociëteits-magazijnen was slechts 30,000 pond kanonkruid en 7000 pond fijn kruid voorhanden, doch van de koopvaardijschepen werd de aanwezige voorraad mede ter beschikking gesteld. 

585 Journaal van Texier, 9 Maart 1781. 

586 Journaal van Texier, 9 Maart 1781. 

587 Journaal van Texier, 10 Maart 1781. 

588 Journaal van Texier, 15 en 30 Maart 1781. 

589 Journaal van Texier, 17 Maart 1781. 

590 Journaal van Texier, 19 Maart 1781. 

591 Journaal van Texier, 28 Augustus 1781. 

592 Journaal van Texier, 16 en 28 Julij 1781. 

593 Journaal van Texier, 22 Maart 1781. 

594 Journaal van Texier, 4 April 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum. 

595 Journaal van Texier, 7 April 1781. 

596 Journaal van Texier, 11 April 1781. 

597 Journaal van Texier, 28 April 1781. 

598 Journaal van Texier, 12 April 1781. 

599 Journaal van Texier, 10 en 14 Mei 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum. 

600 Journaal van Texier, 21 Augustus 1781. 

601 Journaal van Texier, 27 Julij 1781. 

602 Journaal van Texier, 8 April 1781. 

603 Journaal van Texier, 10 April 1781. 

604 Journaal van Texier, 7 en 28 April, 3—10, 18 Mei, 5 Junij. 4, 6, 10 en 17 Julij 1781, enz. enz. 

605 De beide kapiteins der oorlogsschepen en de majoor Friderici boden echter aan eene herovering te beproeven; hun den Gouverneur voorgelegd plan, om met een oorlogs- en een gewapend koopvaardijschip, op welk laatste Friderici zich met 50 man van het vrijcorps als landingstroepen zou inschepen, vond geen bijval bij den Gouverneur en het Hof en kwam alzoo niet tot uitvoering. Notulen van Gouverneur en Raden, 19 April 1781. 

606 Journaal van Texier, 16 en 17 Mei 1781. 

607 Journaal van Texier, 18 Julij 1781. 

608 Journaal van Texier, 20 Augustus 1781. 

609 Journaal van Texier, 18 Junij 1781. 

610 Journaal van Texier, 20 Augustus 1781. 

611 Journaal van Texier, 10 Junij 1781. 

612 Journaal van Texier, 6 September 1781. 

613 Journaal van Texier, 28 Julij 1781. 

614 Journaal van Texier, 12 September, 18 October 1781. 

615 Journaal van Texier, 5 September 1781. Notulen van Gouverneur en Raden, 6 Augustus 1781 enz. enz. 

616 Notulen Gouverneur en Raden, 1, 7 en 19 Junij 1781. Journaal van Texier, zelfde datums. 

617 Journaal van Texier, 24 December 1781, van Kampen, De Nederlanders buiten Europa, 3de deel, bladz. 286, 87. 

618 Journaal van Texier, 22, 23, 24, 25 en 26 Januarij 1782. 

619 Journaal van Texier, 31 Januarij 1782. 

620 Journaal van Texier, 6 Maart 1782. Spoedig (14 April) ontving Texier nieuwe tijding uit Berbice; men meldde van daar, dat de handelwijze der Franschen in de heroverde koloniën veel arbritairer en despotieker was dan die der Engelschen. In Junij (12 Junij) bragt een Fransch schip als arrestant mede, den heer Koppiers, vroeger Gouverneur van Berbice. Hij betuigde aan Texier, dat hij behoorlijk zijn gedrag verdedigen kon en beklaagde zich mede zeer over de Franschen, die hem haatten, omdat hij voor de ingezetenen partij koos. Zie journalen van Texier, 14 April en 12 Junij 1782. Koppiers vertrok den 7den Augustus 1782 naar Nederland. Journaal van Texier, 7 Aug. 1782. 

621 Journaal van Texier, 3 October 1780. 

622 Journaal van Texier, 28 en 30 October, 11, 15 en 16 Nov. 1781. 

623 Journaal van Texier, 23 Januarij 1782. 

624 Journaal van Texier, 3 April 1782. 

625 Journaal van Texier, 12 en 17 Mei 1782. 

626 Journaal van Texier, 10 Junij 1781. Die zoogenaamde Lettres de Marque, waren min of meer gewapende koopvaardijschepen, aan wie door den staat lettres de marque ou de représailles (brieven van schadeverhaling op den vijand) waren verstrekt. 

627 Journaal van Texier, 14 September 1782. 

628 Journaal van Texier, 10 April 1782. 

629 Journaal van Texier, 24 en 25 Julij 1782. 

630 Journaal van Texier, 12 Julij 1782. 

631 Journaal van Texier, 12 Julij 1782. 

632 Journaal van Texier, 26 en 27 October 1782. 

633 Journaal van Texier. 

634 Journaal van Texier, 5 en 11 Februarij 1783. 

635 Journaal van Texier, 3 Maart 1783. 

636 Journaal van Texier, 20 en 21 Maart 1783. 

637 Journaal van Texier, 21 Augustus 1783. 

638 De vredes-preliminairen werden van onze zijde eerst den 2den Sept. 1783 geteekend en het vredestraktaat den 20sten Mei 1784. Zie over dat voor Nederland zoo nadeelige traktaat de onderscheidene schrijvers als: Stuart, vervolg op Wagenaar, 4de deel; Rendorp, Memorie over den Engelschen oorlog, 2de deel; van Kampen, De Nederlanders buiten Europa, 3de deel; Groen van Prinsterer, enz. enz. 

639 Journaal van Texier, 13 Julij 1783. 

640 Journaal van Texier, 13 Julij 1783. 

641 Journaal van Texier, 4 Januarij 1780. 

642 Journaal van Texier, 29 Junij 1781. 

643 Journaal van Texier, 2 Februarij 1780; Historische proeve 2e deel pag. 68. 

644 Notulen van Gouverneur en Raden, 6 December 1780, 18 Mei, 8 Augustus 1781, 21 Februarij 1782, enz. enz. 

645 Journaal van Texier, 7 April 1779. 

646 Journaal van Texier, 27 September, 24 November 1782, enz. enz. 

647 Notulen van Gouverneur en Raden, 25 September 1783. 

648 Notulen van Gouverneur en Raden, 25 en 26 September 1783. 

649 Notulen van Gouverneur en Raden, 15 December 1784. 

650 Notulen van Gouverneur en Raden, 15 Februarij 1785. 

651 Journaal van Beeldsnijder Matroos, 8 April 1784. 

652 Notulen van Gouverneur en Raden, 1 Maart 1784. 

653 Notulen van Gouverneur en Raden, 31 Augustus 1784. 

654 In October 1783 werd o. a., volgens opgaaf van den ontvanger Morgues; uit de ijzeren kist ten zijnen huize aan kaartengeld en obligatiën voor eene som van ƒ 23,000 ontvreemd. Over deze zaak werd veel gesproken; er was veel duisters in en er ontstonden vrij levendige vermoedens tegen den ontvanger zelf. Zie Notulen van Gouverneur en Raden, 6 en 7 October 1783, enz. enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos, 5 en 11 October 1783, enz. enz. 

655 Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Februarij 1784. 

656 Notulen van Gouverneur en Raden, 14 October 1783. 

657 Notulen van Gouverneur en Raden, 25 November 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos, 25 November 1783. 

658 Notulen van Gouverneur en Raden, 17 November 1784. 

659 Notulen van Gouverneur en Raden, 27 November en 1 December 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos, 27 November 1783. 

660 Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Augustus 1784. 

661 Notulen van Gouverneur en Raden, 23 Augustus 1784. 

662 Men vindt hieromtrent soms treffende bijzonderheden in de notulen vermeld. 

663 Zie bladz. 319

664 Historische proeve 2de deel, blad 46, 47. 

665 Notulen Gouverneur en Raden, 18 December 1783. 

666 Notulen van Gouverneur en Raden, 10 September 1784. 

667 Notulen van Gouverneur en Raden, 14 October 1783, enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos, 8 November 1783 enz. 

668 Notulen van Gouverneur en Raden, 8 en 29 November 1784. 

669 Notulen van Gouverneur en Raden, 10 Maart 1784, enz. 

670 Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Mei 1784, enz. 

671 Notulen van Gouverneur en Raden, 8 November 1784. 

672 Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Augustus 1784. 

673 Journaal van Beeldsnijder Matroos, 3 Maart 1784. 

674 Notulen van Gouverneur en Raden, 9 December 1784. 

675 M. D. Teenstra. De landbouw in de kolonie Suriname, 1ste deel, blz. 52. 

676 Historische proeve, 1ste deel, bladz. 183 en 193. 

677 Journaal van Beeldsnijder Matroos, 9 December 1784. 

678 Journaal van Beeldsnijder Matroos, 1, 22 en 23 December 1784, Notulen van Gouverneur en Raden, 23 en 24 December 1784. 

679 Notulen van Gouverneur en Raden, 24 December 1784. Directeuren der Sociëteit erkenden ook zijne verdiensten door hem in 1785 tot ontvanger der in- en uitgaande regten te benoemen. (Zie Notulen van Gouverneur en Raden, 5 Maart 1785); hij vertrok echter kort na deze benoeming (5 Mei) naar Holland, keerde niet naar Suriname terug en overleed te ’s Gravenhage den 14 September 1793. Sypensteyn. Aanteekeningen op de chronologische tafel van Gouverneurs. 

680 Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Februarij 1788. 

681 Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Maart 1786. 

682 Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk, bladz. 84. 

683 Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk, bladz. 86. 

684 Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Februarij 1788. 

685 Journaal van Wichers, 1 Februarij 1785. 

686 Journaal van Wichers, 1 Februarij 1783. 

687 Notulen van Gouverneur en Raden, 8 Maart 1786 en 15 December 1789. 

688 Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Augustus 1786. 

689 Notulen van Gouverneur en Raden, 14 December 1789. 

690 Bij het feest van het 25 jarig bestaan der gemeente, op zondag 22 November 1767, werd de plegtigheid besloten met een prachtig kerkmuzijk en het schieten der schepen op de reede, die door de stukken, liggende voor de kerk, eindelijk werden bedankt. 

691 Van deze obligatiën werden er later verscheidene aan de kerk geschonken. Anderen werden soms nog vele jaren daarna ter voldoening gepresenteerd, waardoor de Kerkeraad niet zelden in groote verlegenheid geraakte. Den 3den Mei 1786 bleef er nog voor de somma van ƒ 1900.— af te lossen over. 

692 Den 16den Julij 1793 werd eindelijk door den Kerkeraad het besluit genomen: de plantaadje voor de schuld aan den heer M. Broen over te geven. Eerst in 1799 echter werd het transport gepasseerd en de hypotheek geroyeerd. 

693 Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Mei 1788. 

694 Journaal van Wichers, 17 September 1788. Het meeste van het hier omtrent de Luthersche gemeente medegedeelde is (soms woordelijk teruggegeven) ontleend aan het belangrijk opstel: De geschiedenis der Evangelisch-Luthersche gemeente in Suriname door C. M. Moes, opgenomen in het tijdschrift West-Indië, 2e jaargang. 

695 Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Februarij 1785. 

696 Zie nader hieromtrent de hoofdstukken, die meer bepaald over de zendingszaak handelen. 

697 Deze nieuwe titel was hun eenige jaren te voren door H. H. M. verleend. 

698 Notulen van Gouverneur en Raden, 18 Februarij 1785. 

699 Notulen van Gouverneur en Raden, 21 December 1785. 

700 Historische proeve 2de deel, bladz. 18 en 19. 

701 Historische proeve, 2de deel, bladz. 18, 19. Journaal van Wichers, 10 November 1787. 

702 Notulen van Gouverneur en Raden, 15 December 1788. 

703 Zie bladz. 313 en 14. 

704 Zie bladz. 231 en 32. 

705 Historische proeve, 1ste deel, bladz. 195. 

706 Bijlage 23 van de Historische proeve, 2de deel, bladz. 151. 

707 Historische proeve, 1ste deel, bladz. 195 en 96. 

708 Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 335. Beschrijving van de plechtigheden nevens de lofdichten en gebeden, uitgesproken op het eerste jubelfeest van de synagogue der Portugeesche Joodsche gemeente op de Savana in de colonie Suriname, den 12den October 1785, te Amsterdam, bij Hendrik Willem en Cornelis Dronsberg. Journaal van Wichers, 11 October 1785. 

709 Historische proeve, 2de Deel, bladz. 47, 48. 

710 Historische proeve, 2de deel, bladz. 21, 22. 

711 Historische proeve, 1ste deel, bladz. 185. 

712 Notulen van Gouverneur en Raden, 5 Februarij en 3 December 1787. 

713 Historische proeve, 2de deel, bladz. 20, 21. 

714 Historische proeve, 2de deel, bladz. 71. 

715 Historische proeve, 2de Deel, bladz. 69. 

716 Historische proeve, 1ste Deel, bladz. 194–05; 2de Deel, bladz. 142–150. 

717 Historische proeve, 2de Deel, bladz. 70. 

718 Het was eene navolging der in het laatst der achttiende eeuw in Nederland alom ontstane dichtkundige genootschappen, die door Mr. Jacob van Lennep, in zijn roman: “Ferdinand Huijck,” zoo geestig gehekeld zijn. 

719 Historische proeve, 2e deel, blad 70. 

720 Notulen Gouverneur en Raden, 11 Maart 1786, bijlage Acta Conventus van 16 Februarij 1786. 

721 Notulen Gouverneur en Raden, 12 Maart 1787. 

722 Historische proeve, 2de Deel, bladz. 78. 

723 Notulen van Gouverneur en Raden, 12 Maart 1785. 

724 Journaal van Wichers, 11 Januarij 1783. 

725 Journaal van Wichers, 26 Januarij 1789. 

726 Zie bladz. 431

727 Teenstra. Landbouw in Suriname, 2de deel, bladz. 103. 

728 Journaal van Wichers, 18 Februarij 1790. 

729 P. T. Roos. Surinaamsche mengelpoëzij bladz. 201–6. Als gevolg dier klagten werd, volgens placaat van H. H. M. van 24 Nov. 1789 de neger- of slavenhandel op nieuw aangemoedigd. 

730 Notulen Gouverneur en Raden, 23 Februarij 1786. 

731 Notulen Gouverneur en Raden, 12 Januarij 1789. 

732 Notulen Gouverneur en Raden, 21 December 1785. Teenstra de landbouw, 2e deel, bladz. 100, geeft op een getal van 1119 huizen, volgens opgave der Historische proeve, 2e deel, bladz. 14 en Sypensteyn, bladz. 82, ruim 1100. 

733 Teenstra, De landbouw in Suriname, 2e deel, bladz. 103. Sypensteyn, beschrijving van Suriname, bladz. 82. In 1799 echter werd dit Combé het eerst bebouwd. 

734 Teenstra, 2e deel, bladz. 110. Sypensteyn, bladz. 82. 

735 Notulen Gouverneur en Raden, 10 Augustus 1785. 

736 Notulen Gouverneur en Raden, 9 Augustus 1786. 

737 Notulen Gouverneur en Raden, 28 Augustus 1786. 

738 Notulen Gouverneur en Raden, 17 en 18 Mei 1790. 

739 Notulen Gouverneur en Raden, 16 en 19 Augustus 28 December 1790. Teenstra, De Landbouw in Suriname, 1e Deel, bladz. 53. Den 21sten December 1791, werden voor het eerst eenige besmette negers derwaarts gebragt. 

740 C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 297. 

741 C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 197–98. 

742 Journaal van Wichers, 4 Junij 1785. 

743 Notulen Gouverneur en Raden, 20 Augustus 1787. 

744 Reeds deze straf was zeer zwaar. Zelfs op commando gezonden negers (dus geene misdadigers) werden door soldaten en officieren soms zoo mishandeld, dat zij aan de gevolgen hiervan kwamen te sterven, of als malinkers naar hunne meesters moesten worden terug gezonden. Zoo de slaven vernamen, dat zij tot dienst op commando bestemd werden, beproefden zij meermalen zich door de vlugt in de bosschen te redden. De BurgerKapitein Werner zond in Augustus 1788 een deerlijk mishandelden neger naar de Heemraden, omdat zij zelven in dien ongelukkigen een overtuigend bewijs der genoemde bewering konden aanschouwen. (Zie Notulen Gouverneur en Raden, 4 Augustus 1788.)