745 Notulen Gouverneur en Raden, 4 Augustus 1788. ↑
746 Notulen Gouverneur en Raden, 13 October 1785. De plantaadje ’s Hertogenbosch werd door de Marrons afgeloopen, de Directeur vermoord, het woonhuis in brand gestoken en twee negerinnen mede genomen. ↑
747 Notulen Gouverneur en Raden, 11 December 1786. ↑
748 Notulen Gouverneur en Raden, 22 Augustus 1786. ↑
749 Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Febr. en 3 Maart 1788. ↑
750 Notulen Gouverneur en Raden, 12 Augustus 1790. Hoewel gezegd besluit twee maanden na het vertrek van Wichers genomen werd, gehoort het echter nog tot zijne regering te worden gebragt. ↑
751 Notulen Gouverneur en Raden, 20 Februarij 1786. ↑
752 Notulen Gouverneur en Raden, 28 Augustus 1788. ↑
753 Notulen Gouverneur en Raden, 12 Maart 1789. ↑
754 Notulen van Gouverneur en Raden, 5 Maart 1790: Bonni eischte “100 Fransche piasters, 25 pullen dram, 2 stukken platielje, 1 stuk voor neusdoeken en dan nog gaarne 4 kistjen zeep.” ↑
755 Notulen van Gouverneur en Raden, 29 December 1785. ↑
756 Tot nog voor weinige jaren leefde er in Suriname leden van het vrijcorps, die onder Friderici hadden gediend en zijne dapperheid, regtvaardigheid en minzaamheid prezen. Eenige negerliedjes daarop van toepassing, zijn nog niet geheel onbekend. ↑
757 Notulen van Gouverneur en Raden, 5 Junij 1789. ↑
758 Journaal van Wichers, 10 November 1789. ↑
759 Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Mei 1790. Journaal van Wichers, 21 Mei 1790. P. F. Roos, Surinaamsche mengelpoëzy—de overwinning van Aroukoe 187–192. ↑
760 Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Mei 1787. ↑
762 Stedman’s reize naar Surinamen, 4de deel, bladz. 2–6. ↑
763 Teenstra. De landbouw in Suriname, 1ste deel, bladz. 53. Journaal van Wichers, 10 November 1785. ↑
764 Journaal van Beeldsnijder Matroos, 22 November 1784. Journaal van Wichers, 21 Julij 1787. ↑
765 Notulen van Gouverneur en Raden, 8 Augustus 1785. Journaal van Wichers, 9 en 14 Augustus 1785. ↑
766 Notulen van Gouverneur en Raden, 15 December 1788. ↑
767 Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Mei 1785. ↑
768 Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Februarij 1788. ↑
769 Notulen van Gouverneur en Raden, 3 Maart 1788. ↑
770 Notulen van Gouverneur en Raden, 11 November 1788. ↑
771 Notulen van Gouverneur en Raden, 24 Augustus 1789. ↑
772 Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Mei 1790. De betrekking van Commandeur was, sedert de Commandeur Texier tot Gouverneur benoemd werd, onvervuld gebleven. De luitenant-kolonel van Baerle was slechts met het militaire departement belast en had geen zitting of stem in het Hof. ↑
773 Journaal van Friderici, 13 en 14 Julij 1790. ↑
774 Journaal van Friderici, 8 Maart 1792. ↑
775 Journaal van Friderici, 7 en 24 Augustus 1792. ↑
776 Journaal van Friderici, 31 Augustus 1792. ↑
777 In 1790 werden gekeurd 20,201 okshoofden suiker, in 1791 21310, in 1792 15244, in 1793 15084½. Jaarlijks voeren er tusschen de 70 à 80 groote schepen van en naar Suriname, waarvan de bemanning op 2000 matrozen werden gerekend. ↑
778 Journaal van Friderici, 14, 15 en 17 October, 1 November 1791, 26 Januarij, 29 Junij 1792, enz. enz. ↑
779 Journaal van Friderici, 29 Junij 1792. ↑
780 Teenstra, de Landbouw in Suriname, 1e deel, bladz. 45.—Surinaamsche Staatkundige Almanak van Brown, voor 1793, blad 6. ↑
781 Journaal van Friderici, 12 Januarij 1791. Friderici wil uit een slavenschip eenige negers voor de Directie koopen, doch daar de schipper ze niet voor minder dan ƒ 700 per hoofd wil afstaan, zag hij er van af. ↑
782 Journaal van Friderici, 1 Januarij 1792. ↑
783 Journaal van Friderici, 24 December 1791, 26 Maart, 7 April, 29 Mei 1792, enz. ↑
784 Friderici had een ontwerp van een vredesverdrag bij het Hof ingediend; het Hof had zich hiermede in hoofdzaak vereenigd; Directeuren wenschten volgens missive van 7 October 1790 hen “te vervolgen en te destrueren.” Extra Notulen van Resolutie van Gouverneur en Raden in Suriname rakende de Buitenlandsche en Binnenlandsche defensie, 15 December 1890, 17 Januarij 1791. ↑
785 Notulen van Gouverneur en Raden, 4 Julij 1790. Journaal van Friderici, 1 Maart 1791, enz. ↑
786 Journaal van Friderici, 15 Augustus 1792. ↑
787 Bijlagen, rakende Buiten- en Binnenlandsche defensie, 20 Februarij 1793. ↑
788 Bijlagen, rakende Buiten- en Binnenlandsche defensie, 26 Maart 1793. ↑
789 In 1790–91 en 92 zijn door de Aucaners afgebragt, door Bonni uitgeleverd of krijgsgevangen gemaakt 145 wegloopers, doodgeschoten 24, vrijwillig terug gekomen 129. Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie, 28 December 1792. ↑
790 Extra ordinaire Notulen van Gouverneur en Raden, rakende de Binnen- en Buitenlandsche defensie 27 Maart 1792. ↑
791 Idem idem, 10 April 1792 Journaal van Friderici, 18 April 1792. ↑
792 Journaal van Friderici, 4 Julij 1790. ↑
793 Notulen Gouverneur en Raden, 27 Julij 1790. Journaal van Friderici, 2 Augustus 1790. ↑
794 Notulen van Gouverneur en Raden, 28 December 1790. ↑
795 Notulen van Gouverneur en Raden, 12 December 1791. ↑
796 Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Mei en 14 December 1792. ↑
797 Notulen van Gouverneur en Raden, 14 December 1790. ↑
799 Notulen Gouverneur en Raden, 16 Augustus 1791. ↑
800 Notulen van Gouverneur en Raden, 28 December 1792. ↑
801 Notulen van Gouverneur en Raden, 4 Februarij 1793. ↑
802 Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Julij 1793—23 Mei 1794 enz. ↑
803 Journaal van Friderici, 27 Mei 1791. Notulen van Gouverneur en Raden, 24 December 1790, enz. ↑
804 Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Januarij 1791. ↑
805 Notulen Gouverneur en Raden, 21 Februarij 1791. ↑
806 Notulen van Gouverneur en Raden, 27 December 1790. ↑
807 Notulen van Gouverneur en Raden, 29 Mei 1793. ↑
808 Notulen van Gouverneur en Raden, 5 September 1794. ↑
809 Extra Notulen, 27 Aug. 1792. ↑
810 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie, 27 Augustus, 14 September, 23 October en 3 December 1792. ↑
811 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie, 21 Januarij, 8 Februarij en 21 Februarij 1793. ↑
812 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 26 Maart 1793. ↑
813 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 3 April 1793. ↑
814 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 9 Mei 1793. ↑
815 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 2 Julij 1793. ↑
816 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 9 Julij 1793. ↑
817 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 6 September 1793. ↑
818 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 10 October 1793. ↑
819 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 21 November 1793. ↑
820 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 4 Maart 1794. ↑
821 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 9 December 1793. ↑
822 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 25 Augustus 1794. ↑
823 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 9 Mei 1794. Notulen van Gouverneur en Raden, 8 Augustus 1794, enz. enz. ↑
824 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 30 Julij 1794. ↑
825 Journaal van Friderici, 28 Junij, 22, 23 en 30 September, 3, 14 en 18 October 1794 enz. Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 24 September 1794. ↑
826 Uit de berigten van latere jaren, toen er neger-opstanden in Cayenne plaats vonden, blijkt echter uit het getuigenis der overheidspersonen, dat de voornaamste oorzaak hiervan steeds in de opruijing van zekere blanke gelukzoekers was te vinden. ↑
827 Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van 28 April 1794. In de open zee is het later aan het scheepsvolk gelukt de soldaten te overmeesteren, vijf van hen werden door de woedende matrozen gedood en over boord geworpen, de andere ontvingen later hunne verdiende straf in Suriname. ↑
828 Dat die vriendschap met de Franschen zoo wel voor Suriname als voor Nederland duur was, zullen wij later zien. ↑
829 Journaal van Friderici van 21 Mei 1795. Missive van Friderici aan H.H. Directeuren en Regeerders van 25 Mei 1795. ↑
830 Sypensteyn deelt in zijn werk: Beschrijving van Suriname, bladz. 45 mede: “Den 13den Augustus 1799 bragt de Gouverneur in den Raad eenen brief van de Hoofden der Bataafsche Republiek, waarbij zij hem aanmaanden de kolonie in hunnen naam te blijven beheeren. Een gelijke brief, uit Engeland van Prins Willem 5 ontvangen, magtigde hem evenzoo om in H. D. naam het bestuur te blijven waarnemen, met uitnoodiging om de in aantogt zijnde Engelschen als vrienden te ontvangen. Deze tegenstrijdige bevelen waren oorzaak van eene langdurige beraadslaging. De Gouverneur, hevig Oranje gezind, moest eindelijk toegeven aan het eenstemmig advies van den Raad, en de Bataafsche republiek werd als souverein erkend.” Noch in de notulen van Gouverneur en Raden, noch in de Extra notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van dien tijd; noch in de missives van Friderici en der Engelsche bevelhebbers vinden wij echter iets hiervan vermeld. Wij deelen dus deze bijzonderheid, die ook wordt aangehaald door Bosch, Reizen in Suriname, bladz. 52 mede, doch daar wij bij genoemde heeren geen melding vinden gemaakt van den brief van den prins, dato Februarij 1795 vermoeden wij, dat de genoemde schrijvers bij vergissing, den datum later hebben gesteld. Wat dit vermoeden nog meer bevestigt, is de inhoud eener geheime Instructie voor den Vice-Admiraal Raders, “Commandant van ’s Lands Esquader in de West-Indiën.” Genoemde heer ontving den 10den Julij 1797 van het Committé van Marine, den last, om van de groote vloot, staande onder bevel van den Admiraal de Winter, zich met 8 oorlogsvaartuigen en 4 gewapende transportschepen te scheiden en naar Suriname te stevenen, om aldaar met Friderici de beste middelen te beramen, ten einde de door de Engelschen veroverde koloniën te hernemen. Bij artikel 14 dier Instructie wordt hem gelast “om, zoo genoemde coloniën heroverd zijn, te zorgen dat de regering worde veranderd en in dezelve zoodanige personen worden aangesteld, van welke eerlijkheid, ervarenis en Republikeinsche grondbeginselen hij zal overtuigd zijn, en integendeel daaruit weeren alle zoodanige, die zich, als voorstanders van de stadhouderlijke overheersching of als begunstigers van den vijand gedragen hebben, enz.”—“en om zijne keuze van geschikte personen tot het bestier der gemelde coloniën, met des te meer nut voor dezelve, en tot groote gerustheid voor zich zelve te doen, zal hij daarover met den Gouverneur Friderici te Surinamen moeten raadplegen en deszelfs advis innemen, en hetzelve, aan hem geschikt voorkomende mogen volgen.” Uit een en ander blijkt dat Friderici zeer het vertrouwen der toenmalige bewindslieden genoot, en, daarenboven, komt het mij onwaarschijnlijk voor, dat de Prins van Oranje, na eene vroegere weigering, zich op nieuw met een zelfde verzoek tot Friderici zou hebben gewend. Door het verslaan der vloot, onder de Winter, is er niets van de expeditie van Raders gekomen. ↑
831 Missive van Friderici aan H.H. Directeuren en Regeerders van 25 Mei 1795. ↑
832 Over den brief van Prins Willem den 5den zijn uitvoerige discussiën geweest. De vergadering der Provis. representanten van het volk van Holland, had deze zaak in handen gesteld van de burgers, Mr. B. Voorda en Mr. J. Valkenaer om hierop van advies te dienen. Het door genoemde heeren ingediend “Rechtsgeleerd advis” is in een voor den Prins hatelijken toon gesteld, die den geest van dien tijd kenmerkte. Het is met wederleggende aanteekeningen van een Hollandsch Regtsgeleerde in 1796 uitgegeven. Door die wederleggende aanteekeningen wordt de eere van Prins Willem uitnemend gehandhaafd, zie: Regtsgeleerd Advis in de zaak van de gewezen stadhouder en over deszelfs schrijven aan de Gouverneur van de Oost- en West-Indische bezittingen van den staat door de burgers, Mr. B. Voorda en Mr. J. Valkenaer ingeleverd ter vergadering der provisioneele representanten van het volk van Holland, op 7 Januarij 1796. En in ’t licht gegeven op last derzelver vergadering met wederleggende aanteekeningen, van een Hollandsch rechtsgeleerde 1796. ↑
833 Missive van Cointet aan Friderici, 5 Ventose an 4 de la republique une et indivisible. Cointet erkent zelf in dezen brief dat de opstand der negers door blanken was aangestookt geworden; vier dezen lieden vlugtten naar Suriname, waar zij in arrest werden gezet en later uit de kolonie verzonden. ↑
834 Notulen van Gouverneur en Raden van 8 Julij 1795. ↑
835 Notulen van Gouverneur en Raden van 3 Augustus 1795. ↑
836 Journaal van Friderici van 7 Julij, 10, 15, 17 en 25 Augustus, 8 September, 15 October, 5, 10 en 27 November, 30 December 1795. Missives van Beaujon, Friderici, Stoelman, enz. enz. ↑
837 Missive van Friderici aan H.H. Directeuren en Regeerders van 12 Augustus 1795. ↑
838 Notulen van Gouverneur en Raden van 8 Julij 1795. ↑
839 Notulen van Gouverneur en Raden, 10 Julij 1795. Journaal van Friderici, 10 Julij 1795. ↑
840 Notulen van Gouverneur en Raden, 20 Julij, 26 Augustus 1795. Journaal van Friderici, 20 Julij, 26 en 27 Augustus 1795. ↑
841 Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Augustus 1795. ↑
842 Journaal van Friderici, 31 Augustus en 8 September 1795. ↑
843 Journaal van Friderici, 31 Augustus 1795. ↑
844 Journaal van Friderici, 18, 19 Julij en 22 September 1795. ↑
845 Journaal van Friderici, 22 September 1795. Missive van Friderici aan H.H. Directeuren, 26 September 1797. ↑
846 Journaal van Friderici, 26 October 1795. Notulen van Gouverneur en Raden, 7 November 1795. Missive aan den Franschen gezant. ↑
847 A. Vereul was ook lid geweest der Edele Sociëteit. ↑
848 Extract uit het Register der Resolutiën van de H. H. M. Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden den 9 October 1795. Vele dier aangevoerde redenen zijn niet van grond ontbloot, doch er heerscht veel overdrijving in. ↑
849 Notulen van Gouverneur en Raden, 17 en 20 Mei 1796. Journaal van Friderici, 17 en 20 Mei 1796. ↑
850 Notulen van Gouverneur en Raden, 3 Junij 1796. Journaal van Friderici, 3 Junij 1796. ↑
851 Journaal van Friderici, 28 Januarij 1796. Aanschrijving van Friderici aan genoemde drukkers, 20 Januarij 1796. ↑
852 Journaal van Friderici, 1 Mei 1796. Notulen van Gouverneur en Raden, 18 Mei en 17 Augustus 1796. ↑
853 Notulen van Gouverneur en Raden, 18 Mei 1796. ↑
854 Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Mei 1796. ↑
855 Aanspraak bij de opening der eerste zitting van het Committé en uitgesproken door deszelfs voorzitter Abraham Vereul, in ’s Hage, 2 November 1795, en ingevolge resolutie van hetzelve Committé gedrukt. ↑
856 Notulen Gouverneur en Raden, 20 Mei en 1 Junij 1796. Journaal van Friderici, 1 Junij 1796. ↑
857 Journaal van Friderici, 18 Julij, 1 en 18 Augustus 1796. ↑
858 Journaal van Friderici, 12 Augustus 1796. Missive van Friderici aan het Committé dato 8 Junij 1796. ↑
859 Journaal van Friderici, 5 September 1796. ↑
860 Notulen van Gouverneur en Raden, 22 November 1796. ↑
861 Missive van Friderici aan het Committé, 2 December 1796. ↑
862 Notulen Gouverneur en Raden, 6 Junij 1797. ↑
863 Missive van Friderici aan het Committé, 2 December 1796. Notulen, 31 Aug., 11 en 12 October 1796 enz enz. ↑
864 Journaal van Friderici, 19 Februarij 1798. Docher moest eene latere beleediging boeten met ƒ 12.000 en de kosten enz. Zie notulen 29 Mei 1799. ↑
865 Journaal van Friderici, 27 Julij 1797. ↑
866 Journaal van Friderici, 19 Februarij 1798. ↑
867 Journaal van Friderici, 12 Mei 1798. ↑
868 Journaal van Friderici, 12 en 21 Junij 1798. Missives van Jeannet, 20 Prairial, Art. 6 de la republique Française. Friderici, 22 Junij 1798. Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname. 1e deel, blad 55 en 56. Dagverhaal van de lotgevallen van Pichegruenz., uitgebannenen uit Frankrijk naar Guiana, na den 4den September 1797, door Ramel, bij van Paddenburg te Utrecht, 1799. ↑
869 Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Mei 1798. ↑
870 Missives van Friderici en Hartsinck, Junij 1798. ↑
871 Notulen van Gouverneur en Raden, 21 Mei 1798, 11 Februarij 1799, enz. enz. ↑
872 Notulen van Gouverneur en Raden, 23 April 1799. ↑
873 Notulen van Gouverneur en Raden, 6 Mei 1799. ↑
874 Extra notulen rakende de Binnen- en Buitenlandsche defensie, 8 Februarij 1799. Missive van Friderici aan het Committé, 16 April 1799. ↑
875 Journaal van Friderici, 15 Februarij 1799. Extra notulen rakende de Binnen- en Buitenlandsche defensie, 18 en 22 Februarij 1799. ↑
876 Missive van Friderici aan het Committé van 31 Januarij 1799. ↑
877 Missive van Friderici aan het Committé van 22 Junij 1799. ↑
878 Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie van 14, 16 en 17 Augustus 1799.
Notulen van den grooten krijgsraad van 16 Augustus 1799.
Notulen der capitulatie bij publicatie van dato 20 Augustus 1799 bekend gemaakt.
Missive van Friderici aan het Committé van 22 Augustus 1799. ↑
879 Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie van 20, 21 en 22 Augustus 1799.
Notulen van Gouverneur en Raden van 26 Augustus 1799. ↑
880 Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie van 26 Augustus 1799. ↑
881 Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie, 2 September 1799. ↑
882 Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie, 22 Augustus, 23 September en 24 October 1799. ↑
883 Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie, 28 Januarij en 12 Februarij 1800. ↑
884 Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie, 4 Mei 1801.
Notulen van Gouverneur en Raden. ↑
885 Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Dec. 1800 en 20 Jan. 1801. ↑
886 Notulen van Gouverneur en Raden, 21 Maart 1800. ↑
887 Notulen van Gouverneur en Raden, 12 December 1800 en 23 Januarij 1801. ↑
888 Notulen van Gouverneur en Raden, 8 Januarij 1801. ↑
889 Notulen van Gouverneur en Raden, 26 en 28 Februarij 1800 en 2 Februarij 1801. ↑
890 Notulen van Gouverneur en Raden, 21 Maart 1800. ↑
891 Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Junij 1800. ↑
892 Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie, 4 Mei 1801. ↑
893 Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Augustus 1801. ↑
894 Notulen van Gouverneur en Raden, 26 Augustus 1801.
Een Engelsch regiment was in de plaats van het Royal Dutch bataillon gekomen. ↑
895 Notulen van Gouverneur en Raden, 13 Januarij 1802. ↑
896 Notulen van Gouverneur en Raden, 20 December 1799. ↑
897 Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Augustus 1801. ↑
898 Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Augustus en 18 September 1799. ↑
899 Notulen van Gouverneur en Raden, 1 December 1800, enz. ↑