1 Proclamatie van Van Panhuijs, 27 Februarij 1816. 

2 Proclamatie van Van Panhuijs, 4 Julij 1816. 

3 Zie over het een en ander hier vermelde, het uit 110 artikelen bestaande Reglement op het beleid van de Regering, het Justitiewezen, den Landbouw en de Scheepvaart in Suriname, van 14 September 1813. 

4 Proclamatie van van Panhuys, 2, 4 en 6 Maart 1816. 

5 Proclamatie van van Panhuys, 28 Junij 1816. 

6 Beschouwing van het Adres van P. C. Bosch Reitz, c. s. door ingezetenen der kolonie Suriname, bladz. 41. 

7 Publicatie van Vaillant, 19 Julij 1816. Teenstra: De Landbouw in de kolonie Suriname, bladz. 60; Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47. 

8 Resolutie van Gouverneur en Raden, 23 December 1816. 

9 Resolutie van Gouverneur en Raden, 19 Mei 1817, behelzende de bepaling van eenige Algemeene Schoolwetten voor de schoolhouders en onderwijzers der jeugd in deze kolonie. 

10 Publicatie van Vaillant, 26 Februarij 1817. 

11 Publicatie van Vaillant, 19 Mei 1817. 

12 Publicatie van Vaillant, 11 Maart en 19 Mei 1817. 

13 Proclamatie van Vaillant, 24 October 1816. 

14 Resolutie van Vaillant, 13 November 1818. 

15 Proclamatie van Vaillant, 28 December 1818. 

16 Proclamatie van Vaillant, 3 November 1818. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48. Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bladz. 60. 

17 Teenstra, De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bladz. 60. 

18 Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bladz. 60. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48. 

19 Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel blz. 61. 

20 Proclamatie van Vaillant, 6 Junij 1817. 

21 Resolutie van Gouverneur en Raden, 18 Maart 1818. 

22 De preek van Ds. Uden Masman werd later, benevens een verhaal van den brand, in druk uitgegeven bij Leeneman van der Kroe. Aan dit werkje en aan Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1ste deel, bladz. 61—64, zijn de hier medegedeelde bijzonderheden ontleend. 

23 Teenstra merkt aan, dat de waardeering der huizen door elkander op ƒ 20,000 hoog, ja stellig te hoog is, daar er verscheidene hutjes en kleine pakhuizen of bijgebouwen onder waren. 

24 Publicatie van Vaillant, 5 September 1821. 

25 Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48. 

26 Publicatie van Vaillant, 23 Julij 1821. 

27 Vele der hier vermelde bijzonderheden omtrent de Veer zijn ontleend aan: Handelingen en Geschriften van het Indisch Genootschap te ’s Gravenhage, 6de jaargang, waar eene levensschets van A. de Veer voorkomt. 

28 Publicatie van A. de Veer, 21 Mei 1822. 

29 Publicatie van A. de Veer, 18 Augustus 1823. 

30 Publicatie van A. de Veer, 1 Maart 1823. 

31 Publicatie van A. de Veer, 20 Maart 1824. 

32 Resolutie van Gouverneur en Raden, 9 December 1824. 

33 Publicatie van A. de Veer, 20 December 1824. 

34 Publicatie van A. de Veer, 5 Maart 1828. 

35 Notificatie van 6 Junij 1825. 

36 Publicatie van A. de Veer, 6 October 1825. 

37 Publicatie van A. de Veer, 19 April 1826. 

38 Aan de Redactie van het Tijdschrift: Bijdrage tot de kennis der Nederlandsche en vreemde koloniën, bijzonder betrekkelijk de vrijlating der slaven, door G. S. de Veer. Publicatiën van A. de Veer, 10 Januarij en 23 Januarij 1824. Despatch from secretary Canning to Viscount Granville, 7 May 1824. 

39 Brief van Elout aan de Veer, 24 December 1828. 

40 Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel blz. 64. 

41 Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel blz. 65. 

42 Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel blz. 65. 

43 Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bldz. 66. 

44 Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bldz. 65. 

45 Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bldz. 65. 

46 Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bldz. 65. 

47 Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel. bldz. 67. 

48 Publicatie van A. de Veer, 20 Junij 1825. 

49 Sommige schrijvers over de finantiële kwestie, als: J. J. de Mesquita en anderen vermelden wel dit laatste feit, doch niet de vroegere daling van het kaartengeld, die hun misschien bij gebrek aan historische bescheiden onbekend was. 

50 Publicatie van de Veer, 25 October 1826, behelzende bepalingen omtrent de intrekking met primo Januarij 1827, van het Surinaamsch papieren- en kaartengeld, enz. 

51 Publicatie van de Veer, 20 December 1826. J. J. de Mesquita. Ontwerp ter verbetering van den finantiëlen toestand van Suriname. 

52 Publicatie van de Veer, 28 December 1826. 

53 Publicatie van de Veer, 30 December 1826. 

54 Publicatie van de Veer, 30 October 1827. 

55 Publicatie van de Veer, 5 Maart 1828, No. 3 en 4. 

56 Publicatie van de Veer, 29 April 1828. 

57 Publicatie van de Veer, 20 Mei 1828. 

58 Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 84. 

59 Omtrent de officieele handelingen van van den Bosch leze men het Gouvernementsblad van 1828, No. 3, waarin het Reglement op het beleid der Regering van de Nederlandsche West-Indische bezittingen, benevens de daartoe behoorende bijlagen. 

60 Publicatie van P. R. Cantz’laar, 20 Mei 1828. 

61 Publicatiën van Cantz’laar, 19 November 1828. 

62 Publicatiën van Cants’laar, 26 Augustus 1828. 

63 Publicatiën van Cantz’laar, 5 December 1828. 

64 Publicatiën van Cantz’laar, 26 October 1830. 

65 Publicatiën van Cantz’laar, 18 November 1828.

Deze wetten waren reeds door van den Bosch opgesteld, doch door den Gouverneur-Generaal in Rade geamplieerd en uitgevaardigd. 

66 Publicatie van Cantz’laar, 23 December 1828. 

67 Reglement van 7 October 1828. 

68 Publicatie van Cantz’laar, 7 October 1828. 

69 Publicatie van Cantz’laar, 20 November 1828. 

70 Deze eerstgenoemde waarborg heeft eigenlijk niet bestaan. 

71 Koninglijk Besluit van 30 December 1828, Publicatiën van Cantz’laar, 19 Maart en 5 Junij 1829. 

72 Verzameling van stukken aangaande de Surinaamsche aangelegenheden 1845. 2o gedeelte bladz. 28. 

73 Publicatie van Cantz’laar, 3 Mei 1831. 

74 Nog tweemaal werd het Koloniaal Gouvernement gemagtigd tot afgifte van wissels ten bedrage van ƒ 200,000 op het Gouvernement in het Nederland, als in 1838 en 1839 telkens voor ƒ 100,000. 

75 Ontwerp ter verbetering van den finantiëlen toestand in de Kolonie Suriname, door J. J. de Mesquita, bladz. 39. 

76 Teenstra. De Landbouw in den Kolonie Suriname, 1ste deel, bladz 69. 

77 Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 49. Teenstra, De Landbouw in de Kolonie Suriname, 1ste deel, bladz. 69. 

78 Publicatie van Cantz’laar, 7 September 1830. 

79 Publicatie van Cantz’laar, 18 October 1831. 

80 Teenstra, De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bladz. 69–72. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 49. 

81 Halberstadt, Vrijmoedige gedachten over de oorzaken van den tegenwoordigen staat van verval in de kolonie Suriname, bladz. 13. 

82 Publicatie van van Heeckeren, den 19 November 1831. 

83 Publicatie van van Heeckeren, den 2 Mei 1832. 

84 Men herinnere zich hierbij de vele twisten tusschen de geoctroijeerde Sociëteit van Suriname en de Kolonisten, vroeger medegedeeld. 

85 Reeds bij de komst van van den Bosch was door de heer Bent in een uitvoerig adres het begeerlijke van beschermende regten (protecting duty) betoogd. 

86 In 1827 en 1828 vond men gereede koopers tegen 11 cent het Amsterdamsche pond, thans naauwelijks tegen 5 cents. 

87 Als een bewijs hoezeer de armoede toenam deelden adressanten de bijzonderheid mede, dat terwijl vroeger de hoofdgelden door ieder werden opgebragt, behoudens eenige zeer weinige uitzonderingen, er thans in 1829 alleen ongeveer 600 certificaten van onvermogen waren afgegeven. 

88 Hoezeer deze bewering leugenachtig was blijkt uit: Teenstra. De Negerslaven in de Kolonie Suriname, en andere particuliere berigten en officieele stukken. 

89 Uit het door Teenstra daaromtrent medegedeelde blijkt welke groote onbillijkheid jegens de slaven aldaar gepleegd was. 

90 Publicatie van van Heeckeren, 6 Februarij 1832. 

91 Publicatiën van van Heeckeren, 23 en 27 Maart 1832. 

92 Publicatie van van Heeckeren, 10 October 1832. 

93 Publicatie van het Gemeente-bestuur, 27 September 1832. 

94 Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 213. Het voor de Luthersche kerk bestelde orgel kwam in December 1832 en dus gelukkig na den brand in Suriname aan. 

95 H. W. R. Ellis, Chronologie der Geschiedenis van Suriname, bladz. 21. 

96 Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 49. 

97 Proclamatie van van Heeckeren, 28 Mei 1834. 

98 Publicatie van van Heeckeren, 3 December 1832. 

99 Bij het later uitgevaardigd Reglement op het beheer der Districten Nickerie werd hetzelfde beginsel gevolgd. Aan de Landdrosten werd de handhaving der burgerlijke orde, het toezigt op het nakomen der wetten en de bevordering van het algemeen welzijn opgedragen. Een Collegie van drie ingezetenen werd hun toegevoegd, welke den titel voerden: Raden Hoofd-Ingelanden, en die eene civiele en Correctionele regtbank vormden. 

100 In 1836 werd een Nieuw Reglement daarvoor ontworpen en een Hoofd-ambtenaar onder den titel van Curator aangesteld, zie Publicatie van van Heeckeren, 8 Februarij 1836. 

101 Omtrent den toenmaligen Gouvernements-secretaris G. A. van der Mee, die bij van Heeckeren in blakende gunst stond, vindt men vele klagten in Processtukken, ter zake van den boedel van G. T. Voigt, waarbij diens weduwe zich over slechte beheering beklaagde en eischte dat een andere voogd over hare minderjarige kinderen werd aangesteld, welke eisch door het geregtshof is toegestaan. (Zie eisch en Conclusie in zake van L. van Voigt en H. Lans, ingediend den 9 Januarij 1837. 

102 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21. 

103 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21–23. 

104 Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2e deel, blz. 110. 

105 Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, blz. 116. 

106 Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 84. 

107 Halberstadt. Vrijmoedige gedachten enz., bladz. 61. De schrijver doelt hier o. a. op een geval wegens willekeurige handelwijze van het koloniaal Gouvernement, omtrent zekeren Engelschen grondeigenaar, den bij ons bekenden John Bent. 

108 Publicatie van van Heeckeren, 19 November 1834. 

109 Publicatie van van Heeckeren, 13 Mei 1836.

Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22. 

110 Onder het korte bestuur van jonkheer Cornets de Groot, als Minister van Koloniën (1861) schijnt hem echter regt te zijn gedaan en zijne eischen ingewilligd. 

111 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22. 

112 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22. 

113 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23. 

114 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21. 

115 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23. 

116 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23. 

117 Proclamatie van van Heeckeren, 2 Junij 1838. 

118 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24. 

119 Proclamatie van de Kanter, 2 Junij 1838. 

120 Publicatie van de Kanter, 4 Januarij 1839. 

121 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24. 

122 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24. 

123 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24. 

124 Proclamatiën van de Kanter en van Rijk, 16 Julij 1839. 

125 Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1839. 

126 Publicatie van J. C. Rijk, 28 December 1839. 

127 Publicatie van J. C. Rijk, 12 Mei 1840. 

128 Publicatie van J. C. Rijk, 9 December 1840. 

129 Publicatie van J. C. Rijk, 28 April 1841. 

130 Publicatie van J. C. Rijk, 8 Mei 1841. 

131 Publicatie van J. C. Rijk, 15 November 1841. 

132 In de naburige Engelsche Koloniën Demerary en Berbice was reeds in 1826 een Protector voor de slaven aangesteld, en een reglement ingevoerd, waarbij, als hoogste straf door den eigenaar op te leggen, 25 zweepslagen voor mannen werd toegestaan; terwijl vrouwen op verbeurte van ƒ 1400 niet met de zweep mogten worden gestraft.

Teenstra. De negerslaven in de kolonie Suriname, van 159–62. 

133 Zie de rede van den Minister van Koloniën J. C. Baud, 14 Maart 1843, en Verzameling van stukken, aangaande de Surinaamsche aangelegenheden, 2de gedeelte blz. 38 en 39. 

134 Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden, 2de gedeelte, bladz. 37. 

135 Publicatie van J. C. Rijk, 7 October 1839. 

136 Publicatie van J. C. Rijk, 13–14 Julij 1840. 

137 Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1841. 

138 Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2de gedeelte, bladz. 30 en 31. Beschouwing van het adres van Bosch-Reitz, c. s., bladz. 7 en 17–19. 

139 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24 en 25. 

140 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25. 

141 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25. 

142 Chronologie van Suriname, bladz. 25. 

143 Publicatie van J. C. Rijk, 5 Januarij 1841.

Proclamatie van J. C. Rijk, 24 Maart 1841. 

144 Publicatie van J. C. Rijk, 1 Maart 1842. 

145 Publicatie van J. C. Rijk, 31 Maart 1842. 

146 Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 26. 

147 Publicatie van de Kanter en Elias, 15 November 1842. 

148 Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s. door eenige ingezetenen van Suriname. 

149 Request van G. L. Röperhoff aan Elias, 18 Augustus 1843. Resolutie van Elias, 4 September 1843. 

150 Adres van de leden van den kolonialen Raad aan Elias. September 1843. 

151 Koninklijk Besluit, 5 October 1843. 

152 Adres van belanghebbenden te Amsterdam aan den Minister van Koloniën, 31 October 1843. 

153 Dispositie van J. C. Baud, 8 November 1843. 

154 Dat die zorgelijke gesteldheid door Elias was verwekt, werd o. a. in de brochure “Beschouwing van een adres van Bosch Reitz c. s.,” door andere Surinamers ontkend; het moest in allen gevalle eerst worden bewezen en de adressanten willen bewijzen uit hetgeen nog bewezen moest worden (petitio principii.) 

155 Adres van belanghebbenden aan den Minister van Koloniën, 25 November 1843.

Droevig is het hoe overigens achtingswaardige mannen zoo bij herhaling ijveren kunnen, als ware voor het een palladium der vrijheid, voor het regt, om naar hartelust menschen van gelijke bewegingen als adressanten, ten bloede te laten geeselen, en hoezeer wordt het stelsel der slavernij ook hierdoor veroordeeld. 

156 Adressen aan den Koning van belanghebbenden, enz. 2 October 1844. Dispositie van den Minister van Koloniën, 11 November 1844. 

157 Beschouwing van het adres van Bosch Reitz, c. s. bladz. 6. 

158 Publicatie van Elias, 19 Junij 1844. 

159 Rede van den Minister van Koloniën in de zitting van 4 Maart 1845. Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2de gedeelte, bladz. 31. 

160 Proces-Verbaal van het verhandelde op eene comparitie van Eigenaren en Administrateuren van plantagiën, gehouden te Paramaribo op den 1 Julij 1844. 

161 Koninklijke Besluiten van 6 November 1844, no. 10 en 3.

Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden. Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s. 

162 Genoemde Brochure waaruit wij reeds een en ander aanhaalden, is in een gematigden doch vaardigen toon geschreven, en behelst zeer belangrijke bijzonderheden. 

163 Sommigen en hieronder de heer Rijsdijk, een der landbouwende leden der Commissie, beschouwen dat juist de toekenning van te veel magt aan bestuurders der nederzetting, nadeelig heeft gewerkt. In Maart 1845 werd bij K. B. een reglement van orde en bestuur uitgevaardigd, en dit door Elias 15 Mei 1845 gepubliceerd.—Zie publicatie van Elias, 15 Mei 1845. 

164 Deze en de later mede te deelen bijzonderheden omtrent de Europesche kolonisatie zijn voornamelijk ontleend aan: Schets van de lotgevallen der kolonisten, enz., door A. Copijn, in het Tijdschrift West-Indië, eerste jaargang; Geschiedkundige aanteekeningen, rakende proeven van Europesche kolonisten in Suriname door R. J. Baron van Raders; eene reeks van artikelen in het Surinaamsche Weekblad, getiteld: Europesche kolonisatie, vrije landbouw in Suriname, door J. Rijsdijk. enz. 

165 Publicatie van Elias, 10 Junij 1845. 

166 Publicatie van Elias, 10 Junij 1845. 

167 Woorden van den Minister van Koloniën in de zitting van de Tweede Kamer van 14 Maart 1845. 

168 Koninklijk Besluit, 1 Julij 1845. 

169 R. F. baron van Raders, de wijze van opheffing der slavernij, enz. bladz. 7. 

170 Publicatiën van de Kanter en van Raders, 13 October 1815. 

171 A. Copijn, zie West-Indië, eerste jaargang, bladz. 245. 

172 Publicatiën van van Raders, 30 December 1845, 18 Junij 1846, 1 Julij 1847. 

173 Verslag van den staat enz. der Maatschappij tot bevordering van den Landbouw onder de vrije bevolking, 12 September 1848. bladz. 1.