174 Publicatie van de Kanter, 24 Junij 1842. ↑
175 In 1846 heerschte er eene zoo langdurige droogte, dat Suriname bijna tot hongersnood werd gebragt. ↑
176 Reglement dier Maatschappij. Verslag uitgebragt 1 September 1848, door J Helb, Directeur. ↑
177 Publicatie van van Raders, 18 December 1848. ↑
178 Van Raders stelde zich hiervan veel goeds voor. Zie o. a. de door hem uitgegeven Brochure: Schets, om te strekken ten betooge, dat de vrijstelling der slaven in de kolonie Suriname kan worden tot stand gebragt, zonder geldelijke opoffering, zonder verkorting van eigendomsregten, zonder verstoring van hetgeen bestaat, en tevens, onder de daarstelling van een middel, waardoor de opkomst en bloei der genoemde kolonie, door de aanzienlijke waarde-vermeerdering van derzelver hoofdproduct van uitvoer, grootendeels wordt verzekerd. Andere vonden dit plan eenigermate illusoir. Zie Beschouwingen betreffende de vrijverklaring der slaven, enz. door Mr. I. C. Palthe Wesenhagen. ↑
179 In 1850 werden de slavenmagten van de plantaadje Mijn Vermaak, en die van de Gouvernements-houtvelling Andresa, op Catharina Sophia overgebragt, en met de daar aanwezigen vereenigd, zoodat zij eene sterkte van 640 zielen uitmaakte. De plantaadje Johanna Catharina was gekocht tot aanwending harer slavenmagt op Catharina Sophia. ↑
180 Brief van van Raders aan den Minister van Koloniën, 9 April 1849. ↑
181 Onderzoek ten gevolge der circulaire van den heer Otto Tank, enz.—te Paramaribo. Van Hoëvell heeft in zijn werk: Slaven en Vrijen in het tweede deel op bladz. 119–136 de nietigheid van genoemde brochure klaar en helder uiteengezet. ↑
182 Publicatie van van Raders, 13 Mei 1850. ↑
183 Publicatie van van Raders, 6 Mei 1851. ↑
184 Publicatie van van Raders, 7 April 1847. ↑
185 Publicatie van van Raders, 6 Julij 1847. Voorloopig werd er ter voorziening aan pasmunt kleine muntbilletten, van 50, 25 en 10 centen, ten bedrage van ƒ 40,000.— nog in omloop gehouden. In Junij 1848 werden hiertoe ook schatkist biljetten van ƒ 25.— ƒ 18.— ƒ 5.— ƒ 3.— ƒ 2.— ƒ 1.— 50, 25, 15 en 10 centen uitgegeven. Op deze kleine werd geen renten te goed gedaan. (Publicatie van van Raders 2 Junij 1848.) ↑
186 Publicatiën van van Raders, 13 September en 3 December 1849, 24 Januarij 1850. ↑
187 Publicatie van van Raders, 22 Maart 1848. ↑
188 Publicatie van van Raders, 20 April 1848. ↑
189 Publicatie van van Raders, 17 Februarij 1849. ↑
190 Resolutiën van van Raders, 31 December 1850, 24 Februarij, 6 Maart, 1 April, 24 April, 19 November 1851. ↑
191 Publicatie van van Raders, 11 Mei 1849. ↑
192 Publicatie van van Raders, 14 October 1850. ↑
193 De schets van de lotgevallen der kolonisten, die aan de proeven van Europesche kolonisatie aan de Saramacca hebben deelgenomen, door A. Copijn.—Tijdschrift “West-Indië”, eerste jaargang bladz. 139–255; Geschiedkundige aanteekeningen, rakende proeven van Europesche kolonisatie in Suriname, bijeengebragt door R. F. Baron van Raders; Verslag, enz. door Mr. J. M. Lisman; eene reeks van artikels in de Surinaamsche weekbladen van 1860, onder den titel: de Hollandsche boeren in Suriname, zijn voor deze mededeelingen onze voornaamste bronnen. Soms geven wij de eigen woorden der schrijvers terug en—slechts gebrek aan ruimte belet ons hier uitvoerig te zijn. ↑
194 De onderscheiden bijzonderheden omtrent deze grievende en onregtvaardige behandeling, een waardig man aangedaan, zijn voornamelijk ontleend uit: Memorie aan den Koning, ingediend den 3den Julij 1832, door den Generaal-Majoor R. F. Baron van Raders, rakende zijn bekomen ontslag als Gouverneur der kolonie Suriname, benevens de daartoe behoorende stukken en bijlage en verder daarop gevolgde stukken. ↑
195 Publicatie van van Raders en Mr. P. de Kanter, 1 Maart 1852. ↑
196 Publicatie van C. Barends, 14 Junij 1852. ↑
197 Publicatie van von Schmidt auf Altenstadt, 22 Junij 1852. ↑
198 Resolutie van 20 November 1852, met bijlagen, enz., enz. ↑
199 Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 3 September 1852. ↑
200 Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 3 September 1852. ↑
201 Publicatiën van Schmidt auf Altenstadt, 22 April, 29 April 1854 enz. ↑
202 Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 22 Dec. 1854, met bijlagen. ↑
203 Publicatiën van Schmidt auf Altenstadt, 23 Februarij en 8 September 1854. ↑
204 Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 13 Februarij 1854. ↑
206 Resolutie van Schmidt auf Altenstadt, 12 Julij 1853, met bijlage. ↑
207 Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 9 Januarij 1855. ↑
208 Het vijfentwintig-jarig bestaan der Maatschappij ter bevordering van het godsdienstig onderwijs onder de slaven en verdere Heidensche bevolking in de kolonie Suriname, plegtig gevierd te Paramaribo, den 4den Julij 1854. ↑
209 Geschiedkundige aanteekeningen enz., door R. F. Baron van Raders, bladz. 114, 115. De Hollandsche boeren in Suriname. Surinaamsch Weekblad, 20 Mei 1860. ↑
210 Kappler, Zes jaren in Suriname, 1854. 2 deelen. ↑
212 Handelingen en Geschriften van het Indisch Genootschap, 6den jaargang, bladz. 119–245. ↑
213 Publicatie van Schmidt auf Altenstadt en Schimpf, 25 Augustus 1855. ↑
214 Koninklijk Besluit, 20 Mei 1855, Resolutie van Schmidt auf Allenstadt, 8 Augustus 1855. ↑
215 Koninklijke besluiten, 20 Junij, 7 Julij, 31 December 1855, 13 Februarij, 8 en 21 Mei, 23 Julij, 3, 20, 22 en 28 Augustus 1856. Resolutiën van Schimpf, houdende afkondiging derzelve, enz. ↑
216 Zie o. a. publicatie van Schimpf 19 December 1851. ↑
217 Publicatie van Schimpf, 16 Februarij 1856. ↑
218 Publicatiën van Schimpf, 26 April en 8 Julij 1856. ↑
219 Publicatie van Schimpf, 26 April 1856. ↑
220 Publicatie van Schimpf, 11 Junij 1856. ↑
221 Publicatiën van Schimpf, 1 en 10 Mei 1857. ↑
222 Publicatie van Schimpf, 21 December 1857. ↑
223 Resolutie van Schimpf, 26 Augustus 1856. ↑
224 Publicatie van Schimpf, 30 Augustus 1856. ↑
225 Publicatie van Schimpf, 19 December 1855. ↑
226 Publicatie van Schimpf, 24 December 1856. ↑
227 Zie o. a. Adressen aan de Tweede Kamer door J. Wolbers, 4 December 1858 en 18 Januarij 1859. ↑
228 Schrijver dezes is tegen Immigratie van Chinezen, doch hij moet erkennen, dat de Chinezen, waarvan hier sprake is, onregtvaardig behandeld zijn, en hij wenscht, dat men eerlijk genoeg zij dit te erkennen. ↑
229 Zie Verslag der Commissie uit de Tweede Kamer, zitting 8 Mei 1861. ↑
230 In eene brochure: De Surinaamsche adressen, bij Kemink en Zoon, wordt een en ander omtrent die adressen medegedeeld, dat, ofschoon de stijl hier en daar wel wat scherp is, echter de volkomene waarheid schijnt te behelzen. ↑
231 Publicatie van Schimpf en van van Lansberge 11 Augustus 1859. ↑
232 Resolutie van van Lansberge, 14 Februarij 1860. ↑
233 Montecattinis-oord bestaat nog maar bij naam. Montecattini, die, voor eenige jaren, met eene lading hout van de Marowijne naar Barbados was vertrokken, liet sedert niets van zich hooren. Zijn neef en een ander geëmploijeerde hebben als zijne gemagtigden eenigen tijd den houthandel aangehouden, doch hem, daar hij geen voordeelen afwierp, laten varen. ↑
234 Extract uit het Journaal, gehouden op eene reis naar de Marowijne, ter uitvoering van eene zending bij de Aucaner- en Bonni-negers, door F. S. Eijken Sluijters, Lid van den Kolonialen Raad, en E. J. Slengarde, waarnemend Inspecteur van Nijverheid, enz. ↑
235 Surinaamsche Couranten van Januarij en Februarij 1861. ↑
237 Zie Regeringsverslag over 1858. ↑
238 Zie Regeringsverslag over 1858. ↑
239 Zie Regeringsverslag over 1858. ↑
240 Ook sedert 1857 wordt door de Hernhutters godsdienstig onderwijs gegeven op het Leprozen gesticht, Batavia aan de Coppename. ↑
241 Regeringverslag over 1858. ↑
242 Vroeger heette deze Opper- on Neder-Nickerie. Door van Raders is bij publicatie van 10 October 1851 die benaming veranderd, en volgens naauwkeuriger geographische bepaling is de tegenwoordige benaming geschied. ↑
243 Teenstra geeft in zijn werk: de Landbouw in Suriname, 2e deel, bladz. 133–144, eene uitnemende beschrijving van den toenmaligen toestand van de Joden-Savanne, die sedert niet beter is geworden. ↑
244 Het totaal van het in Suriname daarvoor bijeengebragte bedraagt ƒ 9.398. ↑
245 Niet slechts is op sommige dier volksscholen het onderwijs gebrekkig, maar een behoorlijk toezigt op de kinderen ontbreekt, en dit is er zoo noodig, vooral voor de weeskinderen; tot 1858 stonden deze onder het opzigt van een Israëliet, toen curator en weesmeester, Lionarons. In de eerste jaargang van het Tijdschrift: West-Indië, heeft Ds. van Schaick in een opstel: Proeve van of bijdrage tot de Geschiedenis der Hervormde Kerk in Suriname, op bladz. 36 in eene noot aangemerkt: “Thans staan de weeskinderen onder opzigt van een weesmeester, zijnde een Israëliet, terwijl de weezen uitbesteed werden. ’s Mans zoon is stads armen-schoolmeester.” Deze aanmerking, hoewel door sommigen van Schaick kwalijk genomen, heeft nut gesticht. De aandacht van het algemeen werd opgewekt, en bij Gouvernements resolutie werd bepaald, dat die weezen, voor wie het Gouvernement alimentatie betaalde, aan den weesmeester zouden onttrokken worden en aan de diaconiën der kerkgenootschappen, waartoe zij behoorden, toevertrouwd. Bij het daarna ingesteld onderzoek werd aan het licht gebragt hoezeer de weezen verwaarloosd, soms op goddelooze wijze behandeld werden. ↑
246 10 Kinderen uit den slavenstand zijn bij die gemeente in 1858 gedoopt. ↑
247 Surinaamsch-Weekblad, No. 21—1860. ↑
248 Behalve de reeds meer genoemde Maatschappij ter Bevordering van Christelijk onderwijs onder de Heidensche bevolking van Suriname, en het zendingsgenootschap te Zeist, welke beiden veel tot ondersteuning der broeders bijdragen, moet ook eervol vermeld worden het sedert eenige jaren te Amsterdam opgerigte Dames-committé, ter bevordering van de Evangelie-verkondiging en der afschaffing van de slavernij, welk committé in beide afdeelingen veel ijver en Christelijke liefde heeft betoond. ↑