[Inhoud]

Hoofdstuk VII.

De Meester zeide: „De menschen zeggen allen: „Wij weten,” maar voortgedreven, en gevangen in een net, een val, of een kuil, weten zij niet hoe er uit te komen. De menschen zeggen allen: „Wij weten,” maar als zij Choeng Yoeng uitkiezen kunnen zij er zich niet voor den tijd van een maand in handhaven.”