No. 32. Het gebroken ei.

Oeraima was eens in het bezit gekomen van een vogelei, dat hij in een kalebas naar zijn hut wilde brengen; hij wilde er erg voorzichtig meê zijn, totdat het zou uitkomen. Hij kwam nu op het boschpad twee meisjes tegen, die het ei bemerkten en hem vroegen, het te mogen hebben. „Neen”, zei hij, „dat gaat niet.” De meisjes lieten hem echter niet met rust en volgden hem, maar hij bleef bij zijn weigering. Zij pakten toen het ei weg en onder het handgemeen, dat nu volgde, brak het.

Oeraima sprak toen tot de meisjes: „Van dit oogenblik af, dat jelui dat gedaan hebt, zal de vrouw allerlei zorg en ongemak hebben. Tot nu toe behoorde het ei aan den man. In het vervolg zal het van de vrouw zijn, en zij zal het tot ontwikkeling moeten brengen.”

Tegenwoordig is het nu het vrouwelijk geslacht, dat eieren voortbrengt.