WeRead Powered by ReaderPub
De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius) cover

De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius)

Chapter 30: Hoofdstuk XXI.
Open in WeRead

About This Book

A concise guide for non-specialists that explains Confucian thought through an introduction to its core principles, historical background, and a biographical account of Confucius; it presents translations and commentary on central texts—Choeng Yoeng (the Mean), Ta Hiŏh (the Great Learning)—and selected fragments from Loen Yü (the Analects). The commentary clarifies key terms, offers interpretive notes, and contrasts existing renderings to help readers understand how Confucian ideas inform social and familial institutions. Combining explanatory essays, historical context, and annotated translations, the work aims to make classical Chinese philosophy accessible without requiring prior sinological training.

[Inhoud]

Hoofdstuk XXI.

Als er helderheid (van weten) is als gevolg van „Chʼing” is dat (uit de natuur van) de Sing. Als er „Chʼing” is als gevolg van helderheid (van weten) is dat (door de) Kiao, Leering. Als er „Chʼing” is, is er helderheid (van weten). Als er helderheid (van weten) is, is er „Chʼing”.

Hier vinden wij dus nog eens bevestigd, dat het resultaat hetzelfde is, of men, als de Wijze, al met Chʼing geboren is en het altijd van toen af heeft behouden, of wel, of men door studie en onderwijs de helderheid van weten verkrijgt, en daardoor „Chʼing.”

Nawoord.

Het bovenstaande is het een en twintigste hoofdstuk. Tszʼ Szʼ noemt er de onderwerpen van Confucius „de Tao van den Hemel” en „de Tao van de menschen” in, in het vorige hoofdstuk [121]opgenoemd, en grondvest daarop zijne woorden. De twaalf volgende hoofdstukken zijn allen van Tszʼ Szʼ, en herhalen, verduidelijken en breiden uit de bedoeling van dit (een en twintigste).