WeRead Powered by ReaderPub
De complete werken van Joost van Vondel. Davids Lofzang van Jeruzalem cover

De complete werken van Joost van Vondel. Davids Lofzang van Jeruzalem

Chapter 35: Op de Dood van JONKVROUW MACHTELD VAN KAMPEN[1].
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

Een poëtische uitbreiding op Psalm 122 bezingt Jeruzalem en wisselt rouw over verwoesting af met vreugde over herbouw, waarbij tempel, paleis en priesterlijke rituelen uitgebreid worden uitgestald. Offers, heilige muziek en de liturgische sfeer krijgen levendige beschrijvingen, terwijl het verlangen naar verzoening en de komst van de Messias terugkerende thema's zijn. De stad wordt voorgesteld als paradijselijk centrum van majesteit, rechtspraak en vrede, met rijke natuur- en bouwbeelden. Naast het loflied omvat de verzameling ook korte occasionele gedichten, zoals een grafschrift en een huwelijksode, die verschillende toonzettingen en sociale gelegenheden belichten.

Op de Dood van
JONKVROUW
MACHTELD VAN KAMPEN[1].

De Mai, veraard[2] en slinksch, die trof ons maagdepuik,
O Machteld! toen zij u benijdde 't jeugdig blozen.
Een andre bloem verwelkt, gesneden van haar struik;
Maar, blanke lelie! och, in 't midden van de rozen,
Men u, op uwen steel, zag flaauwen en bezwijmen[3],
Die waart des vrijers wensch, der oudren zoete hoop.
Uw geest gebluscht is, en de fakkel van uw Hymen!—
't Is kostlijk, dat[4] om goud noch tranen is te koop.

[1] De uit Hooft en Huigens' Gedichten bekende Amsterdamsche Schoone.

[2] ontaard.

[3] Zie boven, bl. 153a, aant. 12.

[4] Versta: dat, wat.