WeRead Powered by ReaderPub
De complete werken van Joost van Vondel. Davids Lofzang van Jeruzalem cover

De complete werken van Joost van Vondel. Davids Lofzang van Jeruzalem

Chapter 54: OP URBAAN DEN ACHTSTEN[1].
Open in WeRead

Explore more books like this:

About This Book

Een poëtische uitbreiding op Psalm 122 bezingt Jeruzalem en wisselt rouw over verwoesting af met vreugde over herbouw, waarbij tempel, paleis en priesterlijke rituelen uitgebreid worden uitgestald. Offers, heilige muziek en de liturgische sfeer krijgen levendige beschrijvingen, terwijl het verlangen naar verzoening en de komst van de Messias terugkerende thema's zijn. De stad wordt voorgesteld als paradijselijk centrum van majesteit, rechtspraak en vrede, met rijke natuur- en bouwbeelden. Naast het loflied omvat de verzameling ook korte occasionele gedichten, zoals een grafschrift en een huwelijksode, die verschillende toonzettingen en sociale gelegenheden belichten.

OP URBAAN DEN ACHTSTEN[1].

Wat Godheid vol ontzags is dit,
Die daar op zeven bergen zit,
En zwaait, met zijne rechte hand,
Dien bliksemstraal, en gloênden brand,
Vervaarlijk als de Dondergod?
Terwijl hij, uit het hooge slot,
Een ieder handelt[2] zoo beleefd[3],
En streelt, en smeekt[4], en zegent, heeft
Hij onder zijn schabel[5] gebracht
En zolen 't oorloogsforsch geslacht;
En, trapplende op 't gekroonde hoofd
Der grootste koningen, verdooft
Het gloeyend purper van den raad
Der vadren, die rondom hem staat;
Gelijk 't gestarrent[6] flaauwt en daalt,
Zoo ras de zon in 't Oosten straalt
Van goud en rozen, uit haar troon.
Verhuist Jupijn met al de Goôn?
En vaart hij uit den Hemel, om
Het kapitool, zijn heiligdom,
Te gaan bezoeken? wat gezag
Brengt de eerste tijden voor den dag,
En voert den ouden Numa[7] weêr
Te Rome, met zoo groot een eer?
En levert Rome weder aan
Den grijzen Numa onderdaan?
Terwijl 't gemoed dit overleît,
Zoo luistert mij mijn geest, bereid
Te baren, en gedreven door
Iet Hemelsch, dit al stil in 't oor:
"Dees is de groote sleutelvoogd
Van 's Hemels poorte; rust nu; poogt
Niet meer te weten; buig uw kniên,
En kus zijn voeten, wijd[8] ontzien."
Te Rome, met den ingang des gulden jaars 1625.
Vertaald uit mijn broeders[9] Latijn.

[1] In 1623 Paus geworden.

[2] Thans behandelt.

[3] minzaam.

[4] vleit, vleyend bejegent.

[5] voetbank.

[6] gestarnte.

[7] Koning Numa Pompilius van Rome.

[8] verre.

[9] Willem van Vondel (verg. boven, bladz. 118b, aant. 2), die zijne hoogere studiën te Orleans met het Doctoraat in de Rechten was gaan bekronen, en daarop, naar Italië getrokken, nog negen maanden lang aan de school te Siëna verbleef.