DE VIJFDE HANDEL.
[1] Priam's weduwe van Troje.
[2] van Priam.
[3] kwansuis; wellicht verbasterd van 't Spaansche achaque; anders met het gewone kak (in kakpeis, kakhiel, 't Zeeuwsche kekkemegge en 't plat-Engelsche cackmag (voor ijdele praatjens)) in verband te brengen, en in zooverre De Vries' verklaring van 't woord op Warenar (bladz. 132) te wijzigen, als ook kecke vandaar wel herkomstig zijn zal.
[4] Reael en Hooft hadden haar namelijk eerst naar Seneca's Troades in proza vertaald, en was zij daarop door Vondel in verzen gebracht.
[5] Voor hoort of behoort (verg. 't Hoogd. gehört).
[6] dij; verg, vroeger.
[7] Dithyrambe, met averechtsche afleiding als ware het door twee deuren gegaan. 't Woord is van onzekere herkomst, maar met thriambos (zang) verwant.
[8] Hugo de Groot.
[9] De Huberts Psalmberijming.
[10] eindbesluit (verg. 't Hoogd. Reichs-abschied).
[11] De Waerschouwinge voor die Psalmberijming in 't licht gegeven, als de uitkomst der Taalbespiegelingen van de dichters Hooft, Vondel, en De Hubert in hun onderlinge bijeenkomsten.
[12] Hecuba's dochter.
[13] Achilles.
[14] uitgedost.
[15] steeds.
[16] Thans Don.
[17] Van den Tigris tot de Roode Zee.
[19] Lees: Pérgamum, en niet (als de maatslag verkeerdelijk meêbrengt) Pergámum.
[20] Voor welfsel.
[21] opdwarrelen.
[22] Voor bezadigd.
[23] Haar overleden echtgenoot, koning Priam.
[24] Daarbij.
[25] Hector.
[26] De onheilspellende Cassandra.
[27] Van den geest vervoerd.
[28] lang vóór Cassandra.
[29] stel ter zij; laat daar.
[30] Van zijn lijk-verbranding, niet (met V. L.) van zijn levensvlam te verstaan. De vertaling, in deze drie breedsprakige regels, van twee bondige Latijnsche, is niet zeer gelukkig.
[31] terwijl.
[32] Verouderd voor schoondochters.
[33] Voor vrouw, Andromache.
[34] De berg, waar Paris zijn uitspraak deed.
[35] Versta: voor haar, die.
[36] De stad Amyclae, in den Peloponnezus.
[37] Voor geheiligd (aan de Godin Cybele).
[38] Versta: te verbranden.
[39] Aan welke (volgsters nam.).
[40] in reizang betreure.
[41] vrouwenrok; hier voor 't onderkleed in 't algemeen.
[42] verledigt u, houdt u onledig.
[43] past, voegt mij.
[44] Thans niets.
[45] open-baar, leg bloot.
[46] Herkules, die eerst (tijdens 't bewind van Laomedon) zelf de stad ingenomen had, en wiens boog en pijlen thans door Filoctetes waren meêgebracht.
[47] beenderen.
[48] Voor Grieken (verg. 't Lat. Græci).
[49] Spreek uit als met dubbele i, naar den oorspronkelijken aard der ij.
[50] Rijmshalve voor zwaaide.
[51] Agamemnons hofstad.
[52] Naar de levende spreektaal, voor welke God.
[53] droggezicht.
[54] gepersd.
[55] vermorseling, vergruizing.
[56] Achilles.
[57] Stoplap van Vondel.
[58] Achilles, als hoofd van Scyros.
[59] leidde.
[60] Cygnus.
[61] Voor bedding.
[62] Verkeerdelijk voor nalatige.
[63] ontbindt, maakt los.
[64] Germ. voor zee.
[65] Ontkennend; verg. vroeger.
[66] Naar de dagelijksche spreektaal. Evenzoo 16 regels lager wanneer dat.
[67] goed gemaakt.
[68] vertoefd, vertreuzeld.
[69] Zoo lees ik voor val, dat geen zin geeft.
[70] vallen zou.
[71] Het zwaard, dat hij van den vermomden Ulysses aannam, en waardoor hij zich—in zijn vrouwelijke kleeding—als man verried.
[73] Voor wond, hem, den koning, (van Myzië) toegebracht.
[74] Door de genezing, die hem (naar de uitspraak van het orakel) van dezelfde hand gewerd.
[75] vermaard.
[76] Rivier van Myzië.
[77] Thans met verscherping en afsluiting ter loops; (verg. trouwens, doorgaans, benevens, enz.).
[78] Rijmshalve voor plaatsen.
[79] voorbereiding, inleiding.
[80] drom.
[81] Koning van Ethiopië, die Priam was komen helpen.
[82] Thans in 't verlengde vertoonen zaamgetrokken.
[83] vorm, voorkomen.
[84] Zoo lees ik, naar Vondels doorgaande gewoonte, voor 't wanluidende latere zijn'r eige daad.
[85] laatste vrees.
[86] wakkerste, stoutste.
[87] rondborstig spreken.
[88] overwinning.
[89] In zijn oorspronkelijke beteekenis van verdriet ('t Lat. dolor).
[90] verheft, verheugt.
[91] Priamus.
[92] Gelijk steeds voor toen.
[93] Versta: levensadem, leven.
[94] Agamemnons vader en oom, Atreus en Thyestes.
[95] Door zijne grootmoeder, Thetis, als Zeegodin.
[96] Achilles' grootvader, die met Rhadamanthus en Minos de onderaardsche vierschaar vormde.
[97] Namelijk Calchas, tot wien hij zich thans wendt.
[98] Zaamgetrokken uit Godes, anders Gods.
[99] voor.
[100] prijs.
[101] leiden tot.
[102] "In dezen Rei wordt voorgesteld het schadelijk gevoelen der Epicureën en Stoïcynen; daar zich geen Kristen aan zal argeren, te min alzoo het hier met sommige gelijkenissen eer opgepronkt en verlicht wordt, als bewezen." (Vondel).
[103] verergere, afneme.
[104] echt- (d. i. eigenlijk wet-) genoot.
[105] Voor urn, lijkbus.
[106] Ontkennend.
[107] Het bekende, gevleugelde dichtpaard.
[108] Die van den Dierenriem.
[109] Als Maangodes.
[110] kromme.
[111] Verbeter: Voor korte wijl (spatium per breve).